Bolivia en de permanente revolutie van het volk

Zaterdaginterview Marco Gandarillas

De Boliviaanse president Evo Morales is groot geworden in de straatprotesten. Eerst tegen de privatisering van het water, in 2000. Nadien volgde de “gasoorlog”, de protesten tegen goedkope export van gas naar Chili en de VS. Met zijn MAS-beweging (Movimiento al Socialismo) groeide hij uit tot nationale leider. In 2006 werd Morales president en in 2010 werd hij met een historische uitslag herkozen. Maar sinds die herverkiezing zijn de protesten er weer. Als nooit tevoren zijn de Bolivianen de afgelopen jaren de straten opgegaan om hun ongenoegen te uiten.  Is dit een verdieping van de democratie? Of is Morales afgeweken van de oorspronkelijke koers? Wat is er met Bolivia aan de hand? MO* sprak met Marco Gandarillas, directeur van het Informatie- en Documentatie Centrum CEDIB in Cochabamba.

  • Reuters / David Mercado Bolivia heeft een traditie van sociale participatie en mobilisatie en dat uit zich in straatmanifestaties. Reuters / David Mercado

De zomer begon met verrassende straatprotesten in Brazilië, die spoedig de belangrijkste steden van het land overhoop zetten. Veel straatprotesten wereldwijd blijven echter onder de radar van de internationale media. MO* wil in het komende septembernummer enkele hotspots in de kijker stellen. Dit zaterdaginterview uit Bolivia geeft alvast een voorproefje.

Het is opmerkelijk hoeveel het volk in Bolivia op straat komt om zijn mening te ventileren. Was dit vóór 2000 ook zo? Wat is er aan de hand?

Marco Gandarillas: Bolivia heeft een traditie van sociale participatie en mobilisatie en dat uit zich in straatmanifestaties. Maar vooral sinds eind 2010 zijn er meer protesten dan er de afgelopen 25 jaar geweest zijn.  In 2010 is de tweede ambtstermijn van Evo Morales begonnen. Bij de verkiezingen toen haalde hij de meeste stemmen binnen die een presidentskandidaat in Bolivia ooit heeft gekregen. Men had dan ook verwacht dat de protesten zouden verminderen maar we hebben uitgerekend het tegenovergestelde zien gebeuren. 

Hoe valt dit te verklaren?

Marco Gandarillas: Er leeft  veel ongenoegen bij de bevolking. Er zijn sectoren die het dankzij het beleid van Evo vandaag ongetwijfeld beter hebben dan voorheen. Dat zijn de allerarmsten van de samenleving.  Zij kregen financiële toelagen en sociale ondersteuningsmaatregelen, hun positie is erop vooruit gegaan.

Dat is dan vooral de inheemse bevolking?

Marco Gandarillas: Daar ligt precies het probleem. Vooral  twee sectoren hebben hun ongenoegen jegens de regering laten merken: de sectoren die aangesloten zijn bij de vakbonden. Die hebben heel veel conflicten gehad met de regering, meer dan de afgelopen 25 jaar.  Zij hadden namelijk verwacht dat de regering tal van maatregelen die in het verleden waren ingevoerd om de arbeidsmarkt te versoepelen, zou afvoeren en hun arbeidsrechten, die tijdens het neoliberale beleid waren afgeschaft, zou herstellen. Maar dat is niet gebeurd, Evo heeft die ongewijzigd gelaten.

De andere sector die heel veel gebotst heeft met de regering, zijn de inheemsen. En de verklaring daarvoor is meer fundamenteel. De regering van Evo Morales, zoals ook de andere regeringen van Zuid-Amerika, heeft zich ingeschreven in de grondstoffenboom. Al die landen kennen een geweldige stijging van de export van grondstoffen. Die inkomsten zijn van fundamenteel belang voor de staatskas. Ook voor Morales hangt zijn politiek beleid vast aan die inkomsten. Het gaat om niet-hernieuwbare grondstoffen. De stijgende vraag op de internationale markten heeft gemaakt dat er nieuwe gebieden in ontginning gebracht moeten worden. In Bolivia is die uitbreiding in grote mate gebeurd ten koste van ofwel inheems territorium ofwel beschermde gebieden.

Sinds 2010 is duidelijk geworden dat de regering, om hetzelfde niveau van inkomsten te behouden, bepaalde privileges of voorrechten moest terugschroeven.  Zonder zo’n maatregelen zou er geen expansie mogelijk zijn. Die verschuiving in beleid lokt reacties uit. De afgelopen drie jaar zijn de inheemsen via hun nationale organisaties bijna onafgebroken in protesten met de regering verwikkeld.

Zoals de protesten tegen de aanleg van de weg doorheen het natuurgebied van Tipnis.

Marco Gandarillas: Het conflict rond Tipnis is emblematisch. Zo’n model gebaseerd op grondstoffenexport heeft ook een wegeninfrastructuur nodig. Op korte tijd moeten er grote afstanden kunnen overbrugd worden, zelfs indien dit door een natuurgebied of een inheems territorium gaat. Evo Morales is vastbesloten dat die dingen snel moeten gaan. Procedures als het consulteren van de plaatselijke bevolking – om het democratische proces te respecteren- zijn heel tijdrovend. En dus heeft dit geleid tot confrontaties en conflicten met de staat, een staat die radicaal voor dit model kiest.

Het is toch verrassend dat Morales de bevolking, die hem aan de macht bracht, niet consulteert.

Marco Gandarillas: Hij heeft zich eerder autoritair opgesteld. Nochtans had hij voor Tipnis wel een volksraadpleging kunnen doen. Zijn directe achterban, de cocatelers van de Chapare, waren duidelijk voorstanders van die weg. Dit conflict was echter oplosbaar, er waren alternatieven. Maar Evo Morales heeft hiermee een voorbeeld willen stellen voor nog andere projecten die op stapel staan. Hij heeft willen duidelijk maken dat de staat nu eenmaal de staat is, en daar valt niet mee te onderhandelen. En de inheemsen, in dit project een minderheidsgroep, kunnen niet een project hypothekeren dat voordelen zal opleveren voor een meerderheid, de rest van de Bolivianen. 

Is Evo Morales hier niet bezweken voor economische drukkingsgroepen of Braziliaanse belangen?

Marco Gandarillas: Het klopt dat er een grote druk is van Brazilië, en dat is een ander aspect van dit model. Een van de strijdpunten waar het hier in Bolivia ook over gaat, is de soevereiniteit van de staat, en de betrachting om meer soeverein te zijn en te handelen.  We hebben een interessante periode gekend waarbij de staat meer soevereiniteit heeft gewonnen, bijvoorbeeld in handelsakkoorden (de strijd tegen de ALCA, de eengemaakte vrijhandelszone van de Amerika’s, die er nooit is gekomen, nvdr). Maar in dit geval zien we het tegenovergestelde: de staat boet in aan soevereiniteit en ontwikkelt een grotere afhankelijkheid in een nieuw scenario,  in dit geval van Brazilië.

Iedereen is er voorstander van dat het veranderingsproces via democratische weg gaat. Maar we stellen wel vast dat het verdiepen van dit model van grootschalige ontginningen steeds meer onverenigbaar wordt met de democratie omdat het een model is dat de fundamentele rechten van de mensen in gevaar brengt.

Vroeger had Bolivia de grootste bilaterale schuld uitstaan bij de VS, nu is dat bij Brazilië. Brazilië investeert heel veel in Bolivia, via de BNDES, de Braziliaanse Ontwikkelingsbank. Die financiert een groot deel van de infrastructuur in Bolivia. Op die manier oefent Brazilië een belangrijke invloed uit op de wegenautoriteit van Bolivia. Het leent Bolivia geld om te investeren in wegen, maar met heel wat voorwaarden aan verbonden, onder meer dat de werken worden uitgevoerd door Braziliaanse bedrijven. Brazilië benut dan die leningen om de internationalisering van haar bedrijven te stimuleren. Voor de Boliviaanse gasexport komt Brazilië op de eerste plaats. Het belangrijkste oliebedrijf in Bolivia is het Braziliaanse Petrobras.

 

Het heeft ook alles te maken met de ontwikkelingen in Azië. Zowel de ontwikkelingen op het vlak van de energiemarkten als de infrastructuur, hebben te maken met de Aziatische markt. De belangrijkste agro-industriële producten en mineralen van Brazilië gaan naar China en dus wil Brazilië die exporttrajecten verkorten. China neemt Brazilië op sleeptouw en Brazilië trekt de rest van Latijns-Amerikaanse landen mee. 

Als dat de reële situatie is, voelen de Bolivianen zich dan bedrogen door Evo? Leeft er het gevoel dat de zogenaamde “herstichting van het land” zoals het in 2005 genoemd werd, een maat voor niets is geworden?

Marco Gandarillas: Helemaal niet en dat is het positieve van de huidige conjunctuur. Wat we willen beëindigen, is de situatie van ongelijkheid. Dat is ook het doel van de regering. We weten dat daar contradicties mee gepaard gaan. De regering is ook geen monoliet blok, er zijn ook verschillende fracties in.  Het klopt dat momenteel binnen de regering de sectoren die voor grootschalige ontginningen zijn, aan het langste eind trekken. Maar er zijn evengoed  personen die dit model niet aanhangen en deze lijn niet delen.  Binnen de regering zijn de contradicties hierover niet opgelost.

Beschouwt u dit als een positieve dynamiek voor de democratie?

Marco Gandarillas: Dat is precies het debat hier.  Iedereen is er voorstander van dat het veranderingsproces via democratische weg gaat.  Maar we stellen vast dat het verder ontwikkelen en verdiepen van dit model van grootschalige ontginningen steeds meer onverenigbaar wordt met de democratie omdat het een model is dat de fundamentele rechten van de mensen in gevaar brengt. Momenteel is er bijvoorbeeld een debat in het parlement  over een wet over toegang tot informatie.  Men wil informatie over de toestand van het milieu catalogeren als “staatsgeheim”.  Het verspreiden van die informatie wordt verboden.  Milieu-impactstudies zouden dan staatsgeheim worden. Zo zijn er verschillende projecten in de maak die raken aan fundamentele rechten. Vandaar dat het belangrijk is te verhinderen dat dit model verder wortel schiet.  Ik denk dat dit de belangrijkste doelstelling is, in het licht ook van de talrijke conflicten die het model hier nu oproept.

Wijkt Evo Morales hiermee niet af van zijn originele project?

Marco Gandarillas: Zijn belangrijkste opdracht toen hij aan de macht kwam, was het inwilligen van een aantal dringende eisen van de bevolking. In die eerste periode kon dat door de export van de grondstoffen. Maar dat was ook een model waarbij de slang haar eigen staart opat. We exporteren energie (olie en gas), maar we importeren ook veel energie, afgewerkte producten van olie en gas. De staat is dus ook begrensd in zijn middelen om tegemoet te komen aan de sociale eisen van de bevolking. 

Is de sociale basis van Morales ongewijzigd gebleven?

Marco Gandarillas: Ook daar zijn er verschuivingen. Aanvankelijk waren de inheemsen en hun grote organisaties de belangrijkste achterban. Maar die zitten vandaag in zware conflicten verwikkeld met de regering, omwille van de ontginningen. Tegelijk is er een toenadering tussen de regering en haar vroegere oppositiegroepen, de grootgrondbezitters van Santa Cruz. Zij zijn vandaag meer de sociale basis van de regering geworden. De regering heeft vorig jaar verschillende  maatregelen  goedgekeurd die in hun voordeel spelen. Een ervan die we sterk bekritiseren, is de goedkeuring van  ggo-gewassen. Een andere maatregel is de amnestie voor de illegale ontbossing.  Een paar maanden geleden heeft de regering een wet goedgekeurd die amnestie verleent voor zeventien jaar illegale ontbossing, vooral in Santa Cruz en de laaggelegen gebieden. Men heeft daar in het verleden massaal bossen gekapt om soja te verbouwen. 

Doet Morales deze toegevingen omdat hij hun steun nodig heeft?

Marco Gandarillas: Deels omdat hij hun steun nodig heeft, maar ook omdat ze dezelfde visie op ontwikkeling delen. Omdat dit inkomsten oplevert. In die zin zitten ze op dezelfde lijn. 

Dit roept wel vragen op waar de linkse regeringen van Latijns-Amerika en hun model van ontwikkeling voor staat.

Marco Gandarillas: Daar komt het precies op neer. Eduardo Gudynas van Uruguay, een goeie vriend, zegt: “Het is een links dat steeds minder rood, nog veel minder groen, en steeds meer bruin kleurt.”

Ziet u nieuwe leiders opstaan, die nieuwe ideeën over ontwikkeling vorm geven? 

Marco Gandarillas: Niet zozeer nieuwe leiders, maar wel nieuwe bewegingen. Een ervan is de beweging rond Tipnis, die een milieubewustzijn heeft doen ontstaan dat niet bestond in ons land.  Een milieubewustzijn met sterke wortels in de stedelijke milieus van La Paz, El Alto en Cochabamba. Een beweging van milieubewuste jongeren, heel interessant.  Een andere interessante beweging vandaag in Bolivia is de vrouwenbeweging.  De regering Morales heeft herhaaldelijk blijk gegeven van een heel sterk machismo. Deze dagen was er hier in het land een intens debat over het niet langer strafbaar maken van abortus. De regering heeft zich daarin heel conservatief opgesteld en gezegd dat dit debat niet bestaat. Dat in Bolivia abortus een misdaad is, punt.  Men had op zijn minst een eerlijk debat verwacht. Het was een parlementslid van MAS zelf  die het voorstel voor depenalisering deed maar ze stond helemaal alleen want alle regeringsleden en andere partijleden keerden haar de rug toe.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.