In Brussel bestaat geen enkelvoud

Het Kunstenfestivaldesarts, dat vrijdag voor de 18de keer van start ging, is de gedroomde aanleiding voor Geert Van Istendael om naar de meertalige en veelzinnige stad te kijken. En naar de kwetsbaarheid van de mens, die blootstaat aan de stalen logica van “Brussel” aka het neoliberale project dat de EU gekaapt heeft. Gelukkig zijn er de weerbarstige kunsten om verzet te plegen.

  • Bart Lasuy Geert Van Istendael. Bart Lasuy

Vorige vrijdag (3 mei) is het KunstenfestivaldesArts in Brussel begonnen aan zijn achttiende editie. Onze Franstalige vrienden hebben het steevast over le Kunstènne en veel Vlamingen zeggen Festivaldezzaar.

Ieder jaar in mei trekken theater, dans, video, installaties van over de hele wereld naar de hoofdstad van Europa. Wie toonaangevende avant-garde wil zien, wie ontroerende, vernietigende, naar de strot grijpende podiumkunsten wil zien uit Indonesië, Iran, China, Argentinië enzovoort, enzovoort, kome naar Brussel. Er wandelen deze maand opvallend veel buitenlandse festivaldirecteurs door de straten van de Europese hoodstad.

Toverkol

Achttiende editie dus. Volgens de Belgische wetgeving is het festival volwassen. Nu, als u het mij vraagt, het festival is al jaren volwassen. Ik heb het zo ongeveer meegemaakt van bij het begin en ik kan getuigen dat het verbijsterend snel gegroeid is.

Nog voor mensenkinderen zindelijk zijn, had het festival zijn plaats in de grote wereld veroverd. Het is dan ook noch een kind noch een jonge vrouw noch een jonge man. Ik zou het veeleer een toverkol willen noemen, een onvoorspelbare toverkol, die in Brussel opduikt, luttele dagen na de nacht van 30 april op 1 mei, dat is de nacht van de heksensabbat, een toverkol die de stad en haar bewoners te lijf gaat met vreemde, ongrijpbare kunsten.

Meervoudigheid gesmoord in bloed

Ongrijpbaar, vreemd, onvoorspelbaar. Het lijkt wel een definitie van Brussel. Wie had achttien jaar geleden kunnen voorspellen dat Brussel zo snel zou groeien als het vandaag doet? Blijft Brussel geen gewantrouwde vreemde in de ogen van Walen en Vlamingen? En wie durft te beweren dat hij Brussel kan grijpen, omvatten, begrijpen?

Neem nou die moeizame tweetaligheid. Brussel is een van de zeldzame steden in Europa die koppig twee zeer verschillende en zeer ongelijke talen wil blijven erkennen. Er is geloof ik nog Helsinki en in zeker mate Luxemburg en je hebt een paar kleine stadjes in Zwitserland, Biel/Bienne is het bekendste voorbeeld. Vroeger waren tweetalige en zelfs meertalige steden in Europa uit voorraad leverbaar.

Praag kennen we, de stad waar Franz Kafka schreef in het Duits en Jaroslav Hašek in het Tsjechisch, hij schonk ons de brave soldaat Švejk. Maar wie kent Roese, ook wel genaamd Roestsjoek? Het is een stad in Bulgarije, gelegen aan de Donau. Hier kwam in 1905 Elias Canetti ter wereld, Nobelprijs literatuur 1981. Hij schreef in het Duits, maar dat was niet zijn moedertaal. Moedertaal was in Roese een rekbaar begrip. Een middenstander die zich een beetje respecteerde, sprak een taal of vijf.

Of Czernowitz, de geboortestad van de grootste dichter uit de Duitse taal sinds 1945, Paul Celan. In Czernowitz zag je op de straatnaamborden drie talen en twee alfabetten. In de gemeenteraad debatteerde men over de toevoeging van een vierde taal. Maar toen brak de Eerste Wereldoorlog uit en werd alles anders. In al die steden (en er zijn er veel meer) is de meervoudigheid gesmoord in bloed. Oorlog en massamoord hebben die steden gezuiverd tot slechts één dimensie overschoot en mijn woordenschat is echt niet overdreven.

Straten vol heilige huisjes

Niet aldus Brussel. We maken soms ruzie dat het klettert, meer dan eens haat de een de ander en de vele anderen, maar we blijven onze wankele tweetaligheid overeind houden. Dat op zich is al reden genoeg om deze hybride stad te koesteren. Om het festival dat bij deze stad past te koesteren.

Toen Frie Leysen in de jaren negentig van vorige eeuw de gedachte opvatte om hier ter stede een festival van de podiumkunsten te organiseren, een tweetalig festival, gooide ze hele straten vol heilige huisjes overhoop, heilige huisjes kletterend van taal- en andere stammentwisten.

Wie het KunstenfestivaldesArts openlijk steunde heeft het zo vaak mogen horen, aan weerszijden van de taalgrens trouwens. Je was een verrader van de Vlaamse zaak of heel het festival werd afgedaan als le cheval de Troie flamand à Bruxelles. Het bruinst heeft Serge Moureaux ze gebakken, ooit voorman van het Fdf, later doende in de PS. Dit schreef hij in 1994:

… les spécialistes flamands (qui colonisent) les cercles, associations, fondations, KunstenfestivaldesArts et autres manifestations pseudo-bilingues où trois otages francophones servent tristement de feuilles de vigne un peu fanées au pseudo-multiculturalisme conquérant de la capitale de l’Europe …

Bruggen worden gebouwd

Ik kan u alleen iets meedelen uit mijn jarenlange ervaring als voorzitter, correctie, als een der twee voorzitters, NL. Voorzitter F, maar zeer tweetalig, is de gerenommeerde cineaste Marion Hänsel.

Intussen zijn meer mensen in Brussel bruggen aan het bouwen, veel meer. Denk aan het Brussels kunstenoverleg, denk aan het literatuurhuis Passa Porta. Het zijn slechts twee voorbeelden uit vele, hoe meer hoe beter, zou ik zeggen.

Rond de tweetalige bestuurstafel van het festival is al menig conflict opgedoken en besproken, financieel, organisatorisch, juridisch, zelfs een heel enkele keer artistiek, hoewel dat laatste normaal gesproken buiten de bevoegdheid van de bestuurders valt. Maar nooit ofte nimmer is er, al was het maar de geringste, onenigheid gerezen inzake taal. Aan de tweetalige bestuurstafel bestaat het taalprobleem eenvoudigweg niet. De bestuurders beschouwen tweetaligheid niet alleen als een voordeel, maar vooral als een voorrecht, als een unieke kans die ze voor geen prijs willen missen. Juist dát heeft vaak genoeg voor ergernis bij de buitenwacht gezorgd en alle tekenen wijzen erop dat het voor ergernis zal blijven zorgen.

Intussen zijn meer mensen in Brussel bruggen aan het bouwen, veel meer. Denk aan het Brussels kunstenoverleg, denk aan het literatuurhuis Passa Porta. Het zijn slechts twee voorbeelden uit vele, hoe meer hoe beter, zou ik zeggen.

De versplinterde stad

Hadden we het nog niet zó gek lang geleden over het belang van tweetaligheid of over de multiculturele stedelijke ruimte, dan moeten we vaststellen dat Brussel al geruime tijd iedereen kilometers voorbij is gehold. Brussel vandaag is een versplinterde stad. Brussel is, wat sociologen noemen, de plaats van hyperdiversiteit. Volgens de conservatiefste schattingen is de helft van de Brusselaars van buitenlandse afkomst, eigenlijk zou je moeten zeggen, van buitenlandse afkomsten, maar dat klinkt zo raar. 70 procent van de kinderen die in Brussel geboren worden, zullen met hun ouders noch Frans noch Nederlands spreken.

Iedereen zou eens voor een lief ding moeten gaan kijken naar de Beursschouwburg, in de August Ortsstraat, vlak bij de Beurs. Op de luifel boven de ingang hebben ze de naam van hun eigen theater gespeld op tien verschillende manieren. Je vangt een glimp op van de verbijsterende verscheidenheid die de bewoners van deze stad elke dag, in hun banale, dagelijkse doen, werk, school, winkel, straat, metro, beschaafd proberen te houden.

Ik heb het al vaker geschreven, in Brussel heeft het woord taal geen enkelvoud. Maar dat is niet genoeg. In Brussel heeft ook het woord cultuur geen enkelvoud. In Brussel heeft het woord identiteit geen enkelvoud.

Dit wil zeggen dat Brussel de gedroomde stad is voor een dergelijk festival. Maar evenzeer dat Brussel dorst naar zulk festival. Dat de hoofdstad van Europa kunstenaars uit de vijf continenten nodig heeft die hierheen reizen om hun prangende, wrange vragen te stellen. Om ons een geweten te schoppen, volgens het woord van onze eigen, zéér Vlaamse Louis Paul Boon.

Microkosmos van de crisi

Europa wankelt onder de mokerslagen van een financiële en economische crisis. Maar er is meer aan de hand en we hebben de verdomde plicht dat luid en duidelijk te zeggen. Europa wordt aangevreten door een diepe existentiële crisis. Brussel, de hoofdstad van Europa, waar de vonnissen vallen die hele volkeren veroordelen tot de bedelstaf, Brussel is een microkosmos van die drievoudige Europese crisis.

Recente cijfers bewijzen dat Brussel op twee na de rijkste regio van Europa is. Rijker zijn alleen Londen en het Groothertogdom Luxemburg. Maar ook andere cijfers zijn beschikbaar. Het werkloosheidspeil in de hoofdstad van Europa komt dicht bij dat van Spanje: 20 procent. In de armste buurten van de Europese hoofdstad moet de jeugdwerkloosheid nauwelijks onderdoen voor die in Spanje en Griekenland: 50 procent.

Jongeren staan altijd en overal op de drempel van de toekomst. Wat zou jong zijn anders betekenen? Welnu, Europa doodt de toekomst, zijn eigen toekomst, de enige die het heeft. Dit wil zeggen, Europa doodt de hoop.

Dat is wreed en die wreedheid is ook nog eens koelbloedig en hooghartig, zoals zo vaak. Wie het aandurft te protesteren, is niet goed bij het hoofd of emotioneel of een gevaar voor de maatschappij, want, prent het je goed in je kop, there is no alternative. De vrouw die deze anti-democratische kreet bedacht (want democratie gaat altijd, principieel over alternatieven) is dood en begraven. Haar ijzeren ideeën zijn dat niet.

l’umana fragilitá

Alleen daarom al is dit festival noodzakelijk, vooral in Brussel, in de hoofdstad van Europa. Ik ben ervan overtuigd dat wij onszelf zullen wurgen als wij weigeren te luisteren naar het verontrustende contrapunt dat kunstenaars uit de hele wereld hier laten horen, als wij niet de moed hebben te kijken in de donkere spiegels die zij ons voorhouden.

Sinds het begin al heeft Frie Leysen het KunstenfestivaldesArts geplaatst in het teken van l’umana fragilitá, de kwetsbaarheid van de mens. Het is de titel van een schilderij uit de zeventiende eeuw, van de Italiaanse meester Salvator Rosa. Wie zou vandaag durven te ontkennen dat Europa kwetsbaar is, dat de hoofdstad van Europa gekwetst is? Tegen het gewapend beton van de economische dogma’s, tegen de razernij van de ontketende markten kan dit festival alleen de woede en de integriteit stellen van de kunstenars die uit de hele wereld tot ons komen.

Ik koester geen enkele illusie. Kunst kan noch de wereld noch Europa noch de hoofdstad van Europa redden. Maar hier op mijn plek in Europa en de wereld, hier in Brussel, weet ik: zonder kunst zijn wij in elk geval reddeloos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.