Carlos Fuentes: een grenzeloze behoefte aan verscheidenheid

Precies op het afgesproken uur wandelt hij de onthaalruimte van het hotel binnen. Zoveel stiptheid past niet in het cliché dat we van latino’s hebben. Carlos Fuentes past dan ook in geen enkel schuifje. Hij is weliswaar een Mexicaans nationalist, maar toont zich vooral een wereldburger. De vermenging van culturen is een steeds terugkerend thema in zijn rijke literaire werk. Het is één van de weinige zekerheden die hij na zijn omzwervingen door Europa en Amerika heeft behouden, de vaste grond onder zijn voeten.

  • CC ceronne Carlos Fuentes op de boekenbeurs van Parijs in 2009. CC ceronne

‘De Mexicaanse identiteit is de vrucht van een eeuwenlange vermenging’, zegt Fuentes. ‘Je kunt je afvragen wat wij, Mexicanen, aan het einde van de twintigste eeuw bereikt hebben, na vijf eeuwen van vorming en misvorming, van inquisitie en hevige meningsverschillen, van ophemeling en misprijzen. Wat we bereikt hebben, is een eigen identiteit, een eigen cultuur.’ Schrik dat die eigen cultuur zal opgaan in een alles verslindende eenheidscultuur heeft Fuentes niet. ‘Onze Mexicaanse saus wordt in de VS méér verkocht dan de ketchup.’ Maar er is meer. In California, New York en Washington spreken steeds meer mensen Spaans, terwijl migranten vanuit Latijns-Amerika de Rio Grande blijven oversteken, alle gesofistikeerde detectie-apparatuur ten spijt. ‘In een wereld die op economisch vlak globaliseert, kunnen we de andere gewoon niet meer ontlopen’, vindt Fuentes. Dat dit tot botsingen en conflicten leidt, verwondert hem niet.

Mexico heeft een lange en pijnlijke geschiedenis doorlopen om een eigen identiteit te vinden. Bouwt een volk eigen cultuur en identiteit altijd op doorheen conflicten?

‘Een cultuur groeit alleen in contact met andere culturen. Zuivere culturen bestaan niet. De Mexicaanse cultuur is een geschonden cultuur. We hebben de verschillende stadia doorgemaakt: de bloei en de vernietiging van de inheemse culturen, het trauma van de Europese conquista, het syncretisme van de indiaanse en de Spaanse cultuur, de barok en de neoklassieke periode, de tijd waarin iedereen naar Europa en de VS keek, de moderniteit en de grote nationale debatten die daaruit voortvloeiden. Dat hele proces van botsen en discussiëren is vandaag gekristalliseerd in een eigen, Mexicaanse identiteit. Op cultureel vlak is dit proces van integratie geslaagd. We zijn indianen, we zijn Spanjaarden, maar we zijn vooral mestiezen.’

Die mestiezencultuur stelt zich wel onverdraagzaam op tegenover de indiaanse cultuur.

‘De mestiezencultuur bepaalt vandaag inderdaad de hele dynamiek van het land en of we dat nu toejuichen of betreuren, de indiaanse culturen dreigen opgeslorpt te worden door die eenheidscultuur. Tien procent van de bevolking moet het afleggen tegen de rest. Tien miljoen tegenover negentig miljoen. Terecht vechten de indianen voor hun rechten omdat het racisme nog altijd erg groot is. Vanuit het oogpunt van de mensenrechten kun je niet anders dan die strijd van de inheemsen steunen. Hun cultuur bevat een ontzaglijke rijkdom waarvan heel wat te leren valt. Een orale traditie van mythen en dromen, een rijke literaire wereld, een boeiende visie op solidariteit, op autonomie, op leven en dood. Het is tijd dat de Mexicaanse cultuur, nu die een eigen identiteit verworven heeft, zich opnieuw openstelt voor verscheidenheid. De uitdaging van de nieuwe eeuw die voor ons ligt, is die van de verscheidenheid. We hebben een grenzeloze behoefte aan diversiteit op ideologisch, seksueel, sociaal, etnisch, politiek en intellectueel vlak. We hebben behoefte aan een verscheidenheid die ingebed is in de eenheid die we doorheen onze turbulente geschiedenis bereikt hebben. Ik denk dat wij, Mexicanen, op dit ogenblik dat proces van openbreken doormaken.’

Is de strijd van de indianen die in Chiapas vechten voor erkenning vergelijkbaar met de golf van etnisch nationalisme die de Balkan verscheurt?

‘In Europa is er momenteel een ander proces aan de gang. Het conflict hier spitst zich toe op de scherpe tegenstelling tussen globale en lokale macht. In de tijd van de Koude Oorlog was er maar één tegenstelling, die tussen pro-communistisch en pro-kapitalistisch. Alle andere tegenstellingen werden daaraan opgeofferd. Joegoslavië was een duidelijk voorbeeld. Voor Tito bestonden er geen Serviërs of Kroaten, geen Slovenen of Bosnische moslims. Met de val van de Muur werd de hele regio van Oost-Europa en de Balkan overspoeld door de globalisering. De reactie van ontwakende etnische groepen op dit globaliseringsproces is de vraag naar erkenning op lokaal niveau. Men vraagt de erkenning van het recht op een eigen identiteit, een eigen taal en cultuur, een eigen gemeenschap. Dat zijn allemaal fundamentele rechten. Dit proces ontspoort echter volledig wanneer het etnische ‘zuiverheid’ beoogt en uitmondt in onverdraagzaamheid en religieus fanatisme.’

Wat doet dit proces ontsporen?

‘We weten nog niet om te gaan met de verschillen. We beleven vandaag een diepe breuk tussen oud en nieuw. Het simplistische kader van de Koude Oorlog, waarin het duidelijk was wie de goeden en wie de slechten waren, is ingeruild voor een complexe realiteit in talloze tinten grijs, met onduidelijke conflicten. De huidige regeringen zijn er niet op voorbereid om dit soort conflicten het hoofd te bieden. Omdat ze er geen antwoord op hebben, vluchten ze weg in grote macro-economische structuren en verliezen ze intussen de concrete mensen en gemeenschappen, op wie die structuren betrekking hebben, uit het oog. Vandaag staan we voor de uitdaging een nieuwe beschaving uit te bouwen, een cultuur gestalte te geven die het beste van die mondialisering weet te combineren met het beste van de lokale gemeenschappen om te komen tot nieuwe samenlevingsvormen die effectief functioneren.’

Zal het lokale niet ten onder gaan in het globale?

‘Een globalisering waarin geen plaats is voor verscheidenheid is een ontmenselijkende globalisering die naar de mislukking leidt. Het gevaar van een samenleving waarin alleen de sterkste overleeft, is reëel. De sterksten zijn degenen die het best zijn aangepast, zij die over geld, wapens en technologie beschikken. Zij kunnen voor áltijd de bezitlozen achter zich laten. Vooral een groot deel van de Afrikaanse bevolking loopt het gevaar slachtoffer te worden, gevolgd door een grote groep Aziaten en Latijns-Amerikanen. Dé vraag voor de komende eeuw is: hoe verwezenlijken we een betere verdeling van de rijkdom? Er gaapt een gevaarlijke kloof tussen de globaliserende economie en de politiek die te traag is om zich aan te passen en die alle controle verliest. Op geschenkjes van hogerhand kunnen de bezitlozen beter niet rekenen. Het antwoord op dit recht van de sterkste hangt af van wat we in onze lokale gemeenschappen doen, hoe we daar verzet gestalte geven. Dat antwoord kan spectaculair zijn, denk bijvoorbeeld aan wat er in Seattle is gebeurd, hoe diverse groepen van over de hele wereld samenkwamen om hun proteststem te laten horen. Het hele globaliseringsproces heeft maar zin wanneer ook lokale gemeenschappen iets voorstellen.’

Wanneer ook de mensen aan de basis erbij betrokken worden.

‘Het volk moet burger worden, op voet van gelijkheid, vrijheid en verantwoordelijkheid tegenover elkaar. We moeten zelf de lokale problemen aanpakken en niet wachten tot de Wereldbank ze oplost. Hier een school bouwen, daar in drinkwater voorzien, een gemeenschapscentrum bouwen, zorgen voor een vrije pers. Niet de opstandelingen zijn het fundamentele probleem van Chiapas. Het is de situatie van onrecht en armoede, in stand gehouden door de regerende politici die hand in hand met de grootgrondbezitters de macht willen behouden. Lokale initiatieven krijgen daar geen kans. In die situatie is er geen andere oplossing dan het juk af te schudden opdat de mensen een stem zouden krijgen. Democratie op lokaal vlak is een noodzaak. In het dorp of in de wijk, in de familie of in de buurt, daar beginnen democratie en welzijn. Als we niet van onderuit aan de gemeenschap bouwen, dreigen we ten onder te gaan, meegezogen in een economisch systeem dat instabiliteit, financiële crises en groeiende ongelijkheid creëert.’

Europa, maar ook Latijns-Amerika, wordt grotendeels geleid door democratisch verkozen regimes. Maar er wordt niet overal aan gemeenschapsopbouw gedaan.

‘Er moet ruimte komen voor creativiteit in de politiek. Ook links moet zich herbronnen. Onlangs nog had ik hierover een gesprek met mijn Italiaanse vriend Massimo d’Alema. De grote uitdaging aan het adres van nieuw-links is precies een democratische controle te verwerven over het marktgebeuren en scheefgetrokken verhoudingen te bestrijden. Er moet een nieuw evenwicht groeien door maatregelen voor sociale solidariteit, een groter ecologisch bewustzijn, meer publieke ruimte, een actieve politieke inzet. Een globalisering die wordt overgelaten aan blinde krachten is een gevaarlijk proces. Een mondialisering die gestalte krijgt vanuit lokale gemeenschappen, is een kans voor iedereen. Aandacht en ruimte voor culturele diversiteit is hierbij erg belangrijk. Het verhindert links al te dogmatisch te zijn en behoedt het voor de excessen die het in de loop van de twintigste eeuw gekend heeft.’

Waar situeert u zich als schrijver in dit proces?

‘De literatuur heeft een sociale en een politieke functie want ze geeft aan een maatschappij taal en verbeelding. Zonder taal kan een gemeenschap niet communiceren, zonder verbeelding verliest een samenleving haar ziel. Een maatschappij heeft geen toekomst zonder creativiteit. Ze is de horizon van mogelijkheden die zich voor een volk opent en die mensen aan het experimenteren zet. Maar de creativiteit verbindt ons ook met de traditie. Het is dankzij de creativiteit dat de traditie levend blijft, terwijl de creativiteit zelf alleen maar kan groeien vanuit een traditie. Die samenhang tussen traditie en creativiteit is vandaag essentieel. We bevinden ons in het vacuüm tussen de ruïnes van het oude en het zaad van het nieuwe. In die ruimte zoeken we naar een nieuwe cultuur voor de eenentwintigste eeuw, een cultuur waarin we enerzijds onze wortels herkennen en waarin we anderzijds voeling trachten te krijgen met de beloftes die deze wereld-in-crisis inhoudt. De nieuwe identiteit, waarnaar we in deze periode van mondialisering op zoek zijn, vinden we slechts door te leren omgaan met diversiteit.’

We zullen onszelf niet vinden als we niet leren omgaan met de ander?

‘Er is geen andere weg. In een tijdperk van economische globalisering en instantcommunicatie is het onvermijdelijk dat de andere op een dag ook fysiek in ons midden aanwezig is. Het Westen heeft gedurende vijf eeuwen vreemd land in bezit genomen, culturen onderdrukt en gewijzigd, volkeren gekoloniseerd. Het heeft al die tijd schaamteloos geregeerd over hen die nu het Westen, op hun manier, een koekje bakken van eigen deeg. Op indringende wijze confronteren migranten en vluchtelingen het Westen met de vraag hoe te leven met mensen die ánders zijn. Hier zijn ze, al die moderne nomaden, met een levensgrote uitdaging om onze eigen menselijkheid en onze zin voor gerechtigheid op de proef te stellen, om onze creativiteit te toetsen. We moeten de confrontatie met de andere aangaan, om onszelf opnieuw te vinden.’

Zijn we daarvoor wel voor uitgerust?

‘Het Westen is geen etnische, linguïstische of religieuze eenheid. Het is een democratische constellatie met genoeg ruimte voor verscheidenheid in volkeren, talen en religies. Met andere woorden: onze gemeenschappelijke cultuur is al multicultureel. Een uniforme wereld zou bovendien niet de moeite waard zijn om in te leven. Het is de diversiteit die de wereld boeiend maakt en er zijn rijkdom aan geeft. Meer zelfs, die hem leefbaar maakt. Het klopt niet dat mensen alleen geïnspireerd kunnen worden door hun evenbeeld. Niemand zal de diepgang van zijn eigen menselijke waardigheid ontdekken, als hij niet openstaat voor de waardigheid van de ander. Multiculturalisme verplicht ons ertoe onszelf te herkennen in wie anders is. Culturen beïnvloeden elkaar. Ze sterven in isolatie maar bloeien op in communicatie. We hoeven er echt geen schrik van te hebben om de culturen van de anderen met open armen te ontvangen. Laat ons onze broers en zussen ontdekken, aanraken en bij naam noemen, hen omhelzen. Onze armen zijn stevig genoeg om hen aan ons hart te drukken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3150   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.