Chris vanden Bilcke: "Rio+20 gaat niet over milieu maar over economie"

De balans van twee decennia Duurzame Ontwikkeling, van de Aardetop in Rio in 1992 tot nu, valt voor vanden Bilcke voorzichtig positief uit. Het thema heeft zich een weg gebaand naar de internationale politieke agenda’s maar de praktijk bleef vaak achterwege. Bovendien is er vandaag nood aan een grondige herziening van het groeimodel.

Eigenlijk moeten we spreken over vier decennia, sinds de allereerste milieuconferentie in Stockholm in 1972. Chris vanden Bilcke volgt al ruim dertig jaar het thema duurzame ontwikkeling. Jaren lang was hij verantwoordelijk voor dit domein bij de Federale Overheidsdienst maar sinds vorig jaar is hij hoofd van het Verbindingsbureau van UNEP bij de EU in Brussel.

Volgens sommigen is anno 2012 het concept Duurzame Ontwikkeling een lege doos, een gemiste kans.

Chris vanden Bilcke: De VN-documenten zelf hebben het steeds over een mengeling van successen en mislukkingen. Ikzelf zie het als zestig procent positief, veertig procent negatief. Het positieve ligt vooral op de conceptuele vooruitgang en het doorstromen tot de agenda van de staatshoofden. Duurzame ontwikkeling is als concept doorgebroken en de betrokkenheid van staatshoofden en regeringsleiders is onmiskenbaar gegroeid, kijk naar de klimaatconferenties in Kopenhagen of de debatten bij de jaarlijkse september-start van de VN Algemene Vergadering.

In 1992 zaten de ontwikkelingslanden nog steeds heel sterk in het defensief wanneer het ging over mondiaal milieubeleid. De conferentie van Rio in 1992 heette niet conferentie over “duurzame ontwikkeling” maar over “milieu en ontwikkeling”. Ontwikkelingslanden waren helemaal niet zeker dat die twee een positief verband konden hebben. Het was een hele stap vooruit dat er een Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (CSD) gecreëerd kon worden.

De CSD zelf is echter een mislukking geworden, de Commissie heeft geen impact gehad op beleidsbeslissingen van een instantie met gewicht, zoals bijvoorbeeld de FAO, de VN-landbouw- en voedselorganisatie. Ze is vandaag op een dood spoor beland en zal vervangen moeten worden, hetzij door er een Raad van te maken, hetzij door ze onder te brengen bij Ecosoc. Ook de zeven tijdsgebonden doelstellingen die in Johannesburg zijn afgesproken (onder andere het afremmen van het biodiversiteitsverlies tegen 2010) zijn niet gehaald.

U stelde onlangs dat veel geblokkeerd wordt door het principe van “gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid”, een kernbegrip uit de conferentie van 1992.

Chris vanden Bilcke: Het principe komt neer op “wie kan betalen, moet betalen”; het rijke Noorden moet een leidende rol opnemen in milieufinanciering en capaciteitsopbouw. In de context van de Rio-conferentie van 1992 leek dat evident maar sindsdien is begrip op alle onderhandelingen toegepast, inclusief op de klimaat- en de biodiversiteitsonderhandelingen en is het een excuus geworden voor de G77+China landen om zich achter te verschuilen.

Die G77+China (een feitelijke groep van 123 landen) is vandaag een fictieve coalitie. Bovendien moeten we vandaag niet meer in een Noord-Zuid verhouding over deze thema’s spreken maar in een relatie van onderlinge afhankelijkheid.

Ongelijkheid blijft nog wel prominent aanwezig

Chris vanden Bilcke: Uiteraard, maar kijk naar het Chinese model, dat kraakt onder druk van zijn interne ongelijkheid. Het idee van “equity” en van meer gelijkheid moet expliciet aanwezig zijn in het resultaat van Rio+20, maar internationaal gezien betekent dit vandaag niet meer de G77+China tegen de rest.

De landen van het Zuiden hebben wel beter leren onderhandelen.

Chris vanden Bilcke: Ja en neen. Vaak denkt men in het Noorden dat de civiele maatschappij in het Zuiden overal een impact heeft en dat alle regeringen in het Zuiden Duurzame Ontwikkeling gunstig genegen zijn, wat zeker niet het geval is. Ongelijkheid en slecht bestuur zijn alom aanwezig en het zijn die regimes die zich dan schuilen achter “een gemeenschappelijke maar gedifferencieerde verantwoordelijkheid.”

Duurzame Productie en Consumptie was een opvallend thema in Johannesburg, maar het is nauwelijks uitgewerkt de voorbije tien jaar.

Chris vanden Bilcke: Dat heeft alles te maken met de positie van de VS. China is door zijn eigen honger naar grondstoffen relatief overtuigd van de noodzaak hiervan. Maar de VS heeft zich geweerd als een duivel in een wijwatervat om de tekst aan te passen.

Het voorstel was om de formulering “niet-duurzame patronen veranderen” op te nemen in de tekst, maar de VS wilde dit vervangen zien door “duurzame productie-en consumptiepatronen promoten”, wat veel zwakker is. Maar dan nog wilden de VS het thema opbergen. Het is pas de voorbije twee jaar dat het terug op de voorgrond treedt, onder andere dankzij Zweden dat het al die tijd op de agenda gehouden heeft en ook dankzij België trouwens.

Op de vergadering van mei wilde de CSD het thema tot een beslissing brengen. Het is daar echter opnieuw vastgelopen, zogezegd omdat de Palestijnse kwestie alle aandacht vroeg maar iedereen weet dat de VS een beslissing wil afhouden. Het was, en is helaas misschien nog steeds, politiek moeilijk bespreekbaar voor hen.

Zal het in juni in Rio opnieuw aan bod komen?

Het hele verhaal over crisis, groei en vooruitgang wordt enkel afgemeten aan het bnp en dat is volledig fout. Dit moet gecorrigeerd worden door ook te spreken over duurzame productie en consumptie.

Chris vanden Bilcke: Twee thema’s die voor mij heel cruciaal zijn en waar het in Rio over moet gaan zijn Duurzame Productie en Consumptie en Voorbij bnp. Het hele verhaal over crisis, groei en vooruitgang wordt enkel afgemeten aan het bnp en dat is volledig fout. Dit moet gecorrigeerd worden door ook te spreken over duurzame productie en consumptie. Rio kan een momentum creëren om het proces over die weerstand tegen deze twee thema’s te helpen en om ze in een stroomversnelling te brengen.

Groene economie, daar zal het over gaan in Rio. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Chris vanden Bilcke: Iedereen vult dat begrip anders in en dat baart me zorgen. De ontwerptekst heeft het over een “kennisoverlegplatform”, Europa over een “stappenplan”, Unep over een “werkprogramma”. In Rio zullen hierover ongetwijfeld verschillende visies naar boven komen.

UNEP-directeur Achim Steiner en EU-Milieucommissaris Potocnic zijn het er over eens dat “groene economie” geen milieuverhaal is maar een economisch verhaal dat naar de kern gaat van ons maatschappelijk model. De conferentie van Rio+20 zal in die zin een “economische conferentie” zijn. De economie van de toekomst zal groen zijn of ze zal niet zijn.

Als je niet beseft dat we met de enge bnp-analyses fout zitten, dat we moeten focussen op Duurzame Productie en Consumptie en op een zuiniger gebruik van grondstoffen, als je dat niet inbouwt in de basis van je economisch systeem, zit je volkomen fout.

Denkt u dat in Rio de tijd rijp zal zijn voor dit inzicht?

Chris vanden Bilcke: De beste hefboom om een vastgevroren logica open te wrikken, is om steeds te hameren op dezelfde twee basisideeën: Voorbij bnp en Duurzame Productie en Consumptie. Het TEEB-rapport (The Economics of Ecosystems and Biodiversity) dat in 2009 is uitgekomen, is een belangrijke bijdrage tot die andere kijk omdat het eindelijk helpt de hulpbronnen te integreren in de economische besluitvorming.

Is groene economie voor u gelijk aan groene groei?

Chris vanden Bilcke: Het concept van groene groei blijft groei als een axioma nemen. Het betekent groei zoals we die altijd gekend hebben, met een groen sausje. Het heeft die gevaarlijke connotatie dat men gewoon verder kan gaan op de gekende weg, dat men de groei zal kunnen opkrikken door het toedienen van een groen infuus. Dat is niet de oplossing.

Het concept van groene economie creëert impliciet meer ruimte over voor het herdenken van het groeiconcept. Het moet een economie zijn die de natuurlijke hulpbronnen integreert in haar vertrekbasis. Als men dat consequent doet, komt men tot de schokkende vaststelling dat veel van wat men altijd als economische groei bestempelde, verlies is.

Overbevissing is een duidelijk voorbeeld daarvan. Eén van de zeven doelstellingen van Johannesburg was om tegen 2015 de visstocks terug te brengen tot het niveau van duurzame exploitatie. Niemand heeft daar iets mee gedaan, terwijl hier in werkelijkheid een verlies van miljarden euro per jaar mee gemoeid is. Het is heel belangrijk om de stap te zetten naar die nieuwe manier om de natuur in rekening te nemen.

Houdt dit niet het risico in dat de natuur meteen ook in handen komt van de kapitaalkrachtige groepen, de Coca-Cola’s en Nestlé’s?

Chris vanden Bilcke: Ik denk dat de maatschappij en de politiek zich heel goed bewust zijn van het gevaar van de privatisering van de common goods door de financiële wereld. Ik denk niet dat men basisvoorzieningen zoals water en lucht ten prooi zal laten vallen van de kapitalistische benadering.

Het is niet omdat de dienstverlening via een multinational gebeurt, dat de prijszetting noodzakelijkerwijze fout is. Die prijszetting kan het midden houden tussen een privaat en een publiek oogmerk

De civiele samenleving heeft in het hele proces van Duurzame Ontwikkeling een stuwende rol gespeeld.

Chris vanden Bilcke: Die rol is van kapitaal belang, maar de ontwerptekst (Zero Draft) valt zwak uit op dit vlak en zegt niets over de bestaande, door Unep beheerde, richtlijnen over Toegang tot Informatie en Publieke Participatie (dat voor Europa resulteerde in de Aarhus conventie).

Rio+20 wil ook een institutionele hervorming doorvoeren. Waarom?

Chris vanden Bilcke: Momenteel kampen we met een labyrint aan instellingen en financieringsorganen die elk een eigen leven leiden en een eigen logica volgen. Dat is weinig vruchtbaar.

Sommigen zouden in Rio de oprichting willen zien van een Raad voor Duurzame Ontwikkeling ter vervanging van de Commissie Duurzame Ontwikkeling maar ik pleit ervoor om in Rio geen nieuw orgaan op te richten. Het is beter Unep te versterken en duurzame ontwikkeling onder te brengen bij Ecosoc, dat economische en sociale thema’s overschouwt en een impact heeft op het hele VN-systeem.

Elke oplossing waarbij je de hervorming niet legt in het hart van de VN, dreigt een maat voor niets te worden. Ik hoop dat de ngo’s en de stakeholders in Rio een krachtig pleidooi houden voor dit spoor.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.