Het corruptie-fetisjisme van het Westen

De Ontwikkelaars

Na de internationale top over de strijd tegen corruptie vorige week in Londen, vraagt Jan Van de Poel zich af of onze fixatie op “kleine” corruptie wel terecht is. Terwijl de “grote” corruptie van belastingontwijking aan de grond ligt van wat er misloopt, is de kleine corruptie van alledag niet meer dan een symptoom van de enorme kloof tussen rijk en arm.

  • © Wiepke Boogaerts De ontwikkelaars © Wiepke Boogaerts

‘Underwhelming’, luidde de flegmatische repliek van Britse ngo-collega’s na afloop van de Anti-Corruptie Top die David Cameron vorige week organiseerde in Londen. Er was een stapje voorwaarts gezet door het veertigtal aanwezige landen (zonder België), maar niet ver genoeg om werkelijk het verschil te maken. Hamvraag was of Cameron ook de moed zou hebben om de belastingparadijzen in z’n eigen achtertuin – de zogenaamde “Crown Dependencies” zoals de Britse Maagdeneilanden of de Kanaaleilanden – aan te pakken. Dat gebeurde niet. Wel focuste de slotverklaring op het beteugelen van de corruptie in de sport. Ook een prioriteit natuurlijk, aan de vooravond van het volksfeest ter ere van Europees Kampioen België. In het voetbal, welteverstaan.

Kleine corruptie

Terwijl de achtertuin van Cameron – maar ook van Juncker of Obama - er vooralsnog verwilderd blijft bijliggen, focussen beleidsplannen vooral op de de “kleine” corruptie. Dat is de corruptie van de lagere ambtenaar die voor elke vergunning of attest een persoonlijk tarief hanteert of de corruptie van de Congolese verkeersagent die in zowat alles wat een chauffeur doet een verkeersovertreding ziet. Op bezoek in Niger moest ik elke paar kilometers “tol” betalen aan het “syndicat des transporteurs”. Dat maakte de reis lang en prijzig, niet alleen voor mij maar ook voor de echte transporteurs.

Zonder dat probleem te miskennen, hekelt ontwikkelingseconoom Chris Blattman de overdreven focus van ontwikkelingsplannen op die kleine corruptie. Hij noemt het een “westerse fetisj”. Corruptie stuit ons zo tegen de borst dat we de neiging hebben het belang ervan voor ontwikkeling buiten proportie op te blazen. Inderdaad, ‘omdat die regimes zo corrupt zijn’, is een blijver in peilingen waarin mensen wordt gevraagd waarom de kloof tussen arm en rijk zo hemelsbreed blijft.

Zou het dan toch kunnen dat corruptie een fetisj is voor wie met westerse ogen kijkt?

Blattman voegt er bovendien nog aan toe dat corruptie niet per definitie slecht hoeft te zijn voor een economie. Hij gaat ervan uit dat de ondernemingen waarbij de opportuniteitskost (de kost van een verloren gegane investering) het hoogst is ook bereid zijn het verst te gaan in het “smeren” van de deal. De beste investeringen zullen het halen omdat investeerders bereid zijn het meest toe te leggen om ook de ambtenaar te overtuigen dat het een goed project is. In die zin zou corruptie de economische efficiëntie kunnen verhogen. Ik durf te wedden dat u zonet even met de ogen knipperde toen u dat laatste argument las. Zou het dan toch kunnen dat corruptie een fetisj is voor wie met westerse ogen kijkt?

Dark figures

Misschien helpt het om even naar de cijfers te kijken. In Afrika zou elk jaar een kwart van het BNP verloren gaan door corruptie. Volgens de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank kost corruptie Latijns-Amerika elk jaar 10% van het nationale (of beter continentale) inkomen. Spectaculair, maar eigenlijk helpen dat soort cijfers ons geen stap vooruit. Ze zijn te herleiden naar dezelfde, vaak bekritiseerde bron maar gaan een eigen leven leiden omdat ze zo vaak worden herhaald, ook door officiële instellingen. ‘Facts by repitition’, noemt expert Peter Reuter dat.

GFI schat dat jaarlijks meer dan 1000 miljard dollar illegaal uit ontwikkelingslanden verdwijnt.

Hoewel er recent pogingen gedaan worden door de studiediensten van het IMF of de OESO om licht te brengen in dat soort “dark figures”, lopen ze achter op het werk van ngo’s. Autoriteit ter zake is de Amerikaanse denktank Global Financial Integrity (GFI). Daar trekt voormalig IMF-econoom Dev Kar aan de kar van het beter cijferwerk over de schaduwzijde van de economie.

GFI schat dat jaarlijks meer dan 1000 miljard dollar illegaal uit ontwikkelingslanden verdwijnt. Dat gaat van de winsten van drugkartels of mensensmokkelaars die worden witgewassen tot banaal gesjoemel van importeurs die liever geen douanerechten betalen. Tegen de verwachtingen in is slechts het kleinste deel afkomstig van “klassieke” corruptie. 5% van die 1000 miljard “verdwijnt” als smeergeld via omkoperij allerhande. Het grootste deel – meer dan 60% - is Spielerei door grote ondernemingen die onder hun belastingen uit willen komen. De kleine corruptie is dus inderdaad relatief klein vergeleken met wat verloren gaat door creatief interpreteren van de spelregels.

Oorzaak of symptoom?

Is die kleine corruptie dan helemaal geen probleem? Natuurlijk niet. Iemand die het kan weten, vertelde me ooit dat in bepaalde streken in Congo boeren zich zo ver mogelijk van de weg vestigen omdat er anders elke dag wel een “belastingcontroleur” langskomt. Pijnlijk, want die boeren hebben er natuurlijk alles bij te winnen dicht bij de weg te zitten om hun producten tijdig op de markt te krijgen.

Maar meer dan oorzaak van de economische malaise is die kleine corruptie vooral het symptoom van een veel dieper probleem. Ambtenaren en verkeersagenten zijn mensen zoals u en ik, die alles wat ze in huis hebben inzetten om ervoor te zorgen dat ze op het eind van de dag rondkomen. In hun geval is dat ook het overheidsgezag. Corruptie vloeit voort uit het ontwikkelingsdeficit. In die zin moeten we er dan ook niet te veel aandacht aan besteden, westerse fetisj of niet.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.