Das Geld regiert die Welt

Een vreemd gezelschap was me ten deel gevallen vorige vrijdag. We zaten rond een vergadertafel ergens in Gent. De meeste aanwezigen waren me onbekend. Een enthousiaste meneer van www.constituante.be had ons bijeen gerakeld. Zijn groep … hoe zou je zoiets tegenwoordig noemen? In het Duits hebben ze het woord Bürgerinitiative, misschien moeten we dat maar overnemen.

  • Bart Lasuy Geert Van Istendael. Bart Lasuy

Dus, dit burgerinitiatief wil dat er een volksraadpleging komt over het soberheidsverdrag dat Europa ons opdringt en waartegen verbazend weinig verzet rijst vanwege de democratisch verkozenen der verschillende volkeren, met andere woorden, vanwege de nationale parlementen. Verbazend, ja, want het soberheidsverdrag ontneemt die parlementen het recht om vrij te beslissen over de centen van de belastingbetalers die hen verkiezen.

Mijn critici zullen zeggen dat ik overdrijf. Europa wil in deze tijden van financiële en economische crisis alleen al te kwistige begrotingen onmogelijk maken. Europa wil de nationale parlementen dwingen tot enige zuinigheid, zullen zij aanvoeren.

De Heren van Cortenbergh

Ten eerste, ik ben zelf iemand die de vinger op de knip van zijn portemonnee houdt, ik let ook op de kleintjes en schulden heb ik niet. Desondanks rijst bij mij twijfel aan de zin van de door Europa afgedwongen zuinigheid. Eminente economen hebben voorgerekend dat krediet opnemen, dit wil zeggen schulden maken, niet enkel nuttig is voor staten, maar zelfs noodzakelijk kan zijn, als we niet in een uitzichtloze recessie weg willen zakken. Een van de twee of drie grootsten van vorige eeuw is erbij, John Maynard Keynes, een paar Nobelprijzen, Joseph Stiglitz en Paul Krugman, en de wellicht knapste econoom die ons land de laatste jaren heeft voortgebracht, Paul de Grauwe.

Ten tweede, en ik voor mij vind dit argument nog belangrijker dan het vorige: het soberheidsverdrag vernietigt de reden van bestaan van onze parlementen. Parlementen in Europa zijn eeuwen geleden uitgevonden om vorsten op de vingers te kijken als die centen wilden uitgeven, zeg maar om begrotingen te controleren. Zie de Engelse Magna Carta in 1215, maar zie ook in 1312 ons eigen bescheiden Charter van Kortenberg, het eerste in zijn soort op het Europese vasteland en het eerste ter wereld na het Engelse document. Voortaan moest de hertog van Brabant zich controle laten welgevallen door De Heren van Cortenbergh, vier edellieden en tien vertegenwoordigers van de Brabantse steden. Zij waren de verre voorlopers van latere parlementen. De Heren zagen toe op vrijheden en billijke rechtspraak én op de centen.         

Balter niet

Over zulke zaken ging het, die vrijdagavond, in Gent. Men had een wel zeer onverwachte spreker uitgenodigd: de heer Michael Balter, lid van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, dat gevestigd is in Eupen. Hij zetelt daar voor de partij Vivant.

Michael Balter is zaakvoerder van onder meer een winkelcentrum, de grootste tentoonstelling van kerstkribben in Europa en een tentoonstelling van modelspoorwegbouw, alles in de omgeving van Sankt Vith. Niet wat je op het eerste gezicht een linkse strijder zou noemen. Vivant staat bij ons bekend als liberaal, donkerblauwe kant. En de bedenker van Vivant, Roland Duchâtelet, mag dan wel een geniale en non-conformistische zakenman zijn, het zou me verwonderen indien hij zichzelf ter linkerzijde situeerde, maar misschien kan iemand hem een keer de vraag stellen.     

Michael Balter heeft zich in zijn eigen parlement krachtig gekeerd tegen het soberheidsverdrag en tegen de manipulatie van het verdrag van Lissabon. Dat is niet zo futiel als het op het eerste gezicht zou kunnen lijken. Ook het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap moet dergelijke verdragen goedkeuren. Stel je voor dat het soberheidsverdrag struikelt over het nee van een parlementje met vijfentwintig leden, dat zeventigduizend van het half miljard Europeanen vertegenwoordigt. Het gebeurt niet, illusies hoeven we niet te koesteren.

Ik bewonder toch de moed van die meneer Balter. Misschien heb ik niet goed rondgekeken, maar de naam van een ander Belgisch parlementslid dat zich met luider stemme verzet heeft tegen de Europese aanslagen op onze democratie komt me niet meteen voor de geest. Etiam si omnes, ego non (Matteüs, 26:33), vrij vertaald, zelfs indien iedereen meeloopt, ik niet, het blijft, ook in onze lauwe democratieën, een prijzenswaardige houding.

De 90 % betaalt de 10 %

Meneer Balter vertelde ons zaken waarover een mens lang en diep moet nadenken. Hij steunde daarbij op theorieën die al in de negentiende eeuw geformuleerd werden, theorieën over wat heet vrij geld. Vrij geld is, uiterst bondig gezegd, geld dat je als ruilmiddel gebruikt en niet als spaarmiddel. Niet als spaarmiddel omdat het op georganiseerde wijze stukje bij beetje van zijn waarde verliest. Je hebt er dus alle belang bij het uit te geven. In het geldsysteem dat wij gebruiken, brengt geld geld op via interest. Althans, in principe, de interesten zijn al een hele tijd zo laag dat we er nauwelijks nog iets van merken. Maar normaal gesproken zet ons systeem aan tot oppotten.  

Ik licht één stelling uit het betoog van meneer Balter. Het doet hem onrecht aan, maar dit stuk mag nu ook weer niet te wijdlopig worden. Volgende keer kan ik misschien ingaan op dat vrije geld, want dat is een interessant idee.

Meneer Balter liet ons een tabel zien die liep van het laagste inkomensdeciel tot het hoogste, ik geloof in Duitsland, maar dat heeft geen belang, je kunt dit perfect toepassen op België of een ander Europees land.

Deciel is een term uit de statistiek die betekent dat je je hele populatie in tien groepen verdeelt die elk een gelijk aantal elementen bevatten. Helemaal links kreeg je de 10% mensen die het minst verdienen. Rechts van hen de 10% die wat meer verdienen, rechts daarvan de 10% die nog iets meer verdienen en zo door tot helemaal rechts, de 10% die het meest verdienen.

In ieder deciel, dus in iedere afdeling, zag je drie blokjes:

  1. Het blokje inkomen.
  2. Het blokje opbrengsten van interesten.
  3. Het blokje van de som die je betaalt aan interesten.

Dat derde punt is belangrijk en niet zo eenvoudig uit te leggen. De prijs van ieder consumptiegoed dat je aankoopt, of het nu een auto is, een paar schoenen, een laptop of een fles melk of nog iets anders, de prijs van ieder consumptiegoed bestaat voor 30 procent uit interesten, betoogde meneer Balter. Het zijn interesten die de verkoper moet afbetalen voor kredieten die hij heeft opgenomen, als bedrijf of als individu, dat maakt geen enkel verschil. De verkoper rekent ze door aan de consument, daar komt het op aan.   

Welnu, de mensen van ieder deciel, behalve een deel van het hoogste, betalen alleen al door te consumeren altijd meer interesten dan dat ze er ontvangen. Alleen zij die het allermeeste verdienen, niet eens vijf procent van de bevolking, krijgen meer interesten binnen dan ze betalen. Dit wil zeggen dat ze steeds meer geld ophopen in hun kluizen en dat heeft dan weer tot onvermijdelijk gevolg dat het geld steeds ongelijker verdeeld raakt, ten voordele van de allerrijksten. Op een gegeven moment wordt dat contraproductief voor een markteconomie, omdat een groot deel van de bevolking niet genoeg geld meer heeft om volop consumeren.

Systeemfout

Wij weten allen dat ons soort economieën zonder consumptie instorten. De Europese commissarissen hebben het van de daken geschreeuwd. Intussen sloven ze zich uit om de Europese bevolking tot de bedelstaf te brengen, te beginnen met Griekenland, Italië, Spanje, Ierland en Portugal, maar de rest van Europa moet en zal volgen. En ook de staten moeten minder consumeren. Dat is, zo niet de diepere betekenis, dan toch het gevolg van het soberheidsverdrag dat Europa ons allen door de strot ramt. Begrijpe wie begrijpen kan.  

Meneer Balter noemt die reeks krediet opnemen-interest betalen-minder consumeren een fout van ons systeem. Een van de aanwezigen zei: Nee, het is geen fout, het is zo bedoeld. Het systeem is bewust gemaakt om de rijken rijker te maken.

Ik geloof daar niet zo erg in. Ik denk veeleer dit. Wie rijk is, kan meer macht uitoefenen. Indien hij meer macht uitoefent, probeert hij alle mogelijke systemen in zijn voordeel te laten werken en uiteindelijk zal ook alles in het voordeel werken van de rijke. Maar dan slaat de crisis al snel toe. Misschien dus toch een onontkoombare systeemfout.

De Bovenbazen

Ik haal mijn wijsheid uit eigen waarneming en uit geleerde boeken, maar als ik heel eerlijk ben, vooral uit één boek, een stripverhaal dan nog wel. De titel is De Bovenbazen. Dat Bommel- en Tom Poes-verhaal van Marten Toonder, die we nooit genoeg zullen kunnen prijzen, is een van de knapste fabels die ik ooit las. Visionair is een zwak woord. Alles wat vandaag gebeurt, van de financiële tot de ecologische crisis, staat erin, vederlicht verteld en getekend, en dat in, even diep ademhalen, 1963. Een halve eeuw geleden! Het is nog makkelijk leverbaar. Lezen!    

Als je, zoals bijna iedereen, geen inkomen hebt uit het hoogste deciel, maar uit de negen andere decielen, dan is er maar één middel om het geld dat interesten oplevert in je voordeel te laten werken. Minder consumeren. Want wie minder consumeert, betaalt op een kleinere som die dertig procent interesten mee. Echter, minder consumeren wordt de laatste tijd bijna gebrandmerkt als sociaal onaangepast gedrag. Wie minder opdoet, heeft een gebrek aan burgerzin. Een gebrek aan beschaving. Consumeren wordt gepropageerd als maatschappelijke plicht. Ook dat voorzag Marten Toonder.  

Het is ver gekomen.

Er zijn tijden geweest dat je de samenleving ontwrichtte als je weduwen en wezen knevelde, ketterijen predikte of rijke boeren een brandende kaars tegen hun blote voetzolen hield tot ze verrieden onder welke boom ze hun zilverlingen hadden begraven. Vandaag is het leven zoveel eenvoudiger, dankzij de consumptiemaatschappij. Je bent al een aartsketter als je niet koopt. Je draagt je kleren tot ze van je lijf vallen, je rijdt rond in een oude auto of nog beter, op een oude fiets en je bent staatsgevaarlijk.

De radicale Franse protestantse theoloog Jacques Ellul (1912-1994) had het jaren geleden al in de gaten. Het is christenplicht om zoveel mogelijk het vertrouwen in geld te ondergraven, vond hij. Vous voulez attester votre liberté à l’égard des puissances ? Inutile d’inventer des actes extraordinaires. Donnez votre argent, schrijft hij in Éthique de la liberté (1973-1974-1984).

Ik weet toch niet of het zo eenvoudig zal zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.