De Smeks, jonge gelukzoekers in Brussel

De tram trekt zich na de halte Zuidstation op gang en twee mensen azen op het vrije plekje naast me. Het is een donkere jongen die het haalt en het zitje, op een seconde na, afsnoept van een mooi meisje. Ze zeult met een zware koffer, dat heeft in haar nadeel gespeeld. ‘Je laat hier een kans liggen om een mooi meisje te versieren’, fluister ik hem toe.

Hij lacht voorzichtig maar ik zie aan zijn gezicht dat hij me niet begrijpt. Ik doe een gokje en herhaal mijn opmerking in het Arabisch. Zijn gezicht licht op en hij schatert. Hij is negentien en pas een maand in het land. Heeft geen papieren, slaapt in Elsene op de bank bij een vriend, maar dat is slechts tijdelijk. Hij vindt Brussel een mooie stad. Dan is het mijn halte. Terwijl ik me naar de deur beweeg, zeg ik hem dat, als hij hier wil blijven, hij Frans moet leren, zo snel mogelijk. En niet alleen om meisjes te versieren.

Het is beroepsmisvorming van mijn kant om jonge mensen ongevraagd met raadgevingen te bestoken. Wat een lieve jongen, soms kun je dat gewoon van een gezicht aflezen. Ik probeer me iets voor te stellen van de heimwee die wel aan hem moet knagen, aan de moed die het vergt om alles achter te laten, aan de druk op zijn jonge schouders. Wat is het perspectief van zo’n jongen? Ik hoop dat hij de juiste mensen tegenkomt. Maanden na die ontmoeting denk ik soms nog aan hem als de tram langs het Zuidstation rijdt. Wat zou hij nu aan het doen zijn?

Die mevrouw!

Op een dag heeft één van mijn collega’s gekookt. Hij heeft ook nog wat jongens uitgenodigd die een warme maaltijd wel kunnen gebruiken. Ik eet mee en we slaan een praatje. Wanneer ik in het Arabisch een grapje maak, roept één van de jongens: ‘Maar jij bent die mevrouw!’ En dan zie ik het: ‘Jij bent die jongen!’ Ik had hem niet onmiddellijk herkend. We zijn verbaasd over zoveel toeval. Ook hem is de ontmoeting en mijn raadgeving bijgebleven. Zijn Frans is duidelijk beter en hij is een beetje bijgekomen. Hij lijkt omringd door de juiste mensen. Vanaf dan is hij niet meer ‘die jongen’ maar A.

Ik loop hem sindsdien regelmatig tegen het lijf. Zijn glimlach telkens kamerbreed. Op weg naar zijn ‘werk’ in een obscure chichabar. Ik zie hem op een zonnig terras, met een nieuw Belgisch vriendinnetje. Onze pogingen om hem uit het nachtleven te houden zijn mislukt. Hij is een sterke jongeman en wordt als buitenwipper ingeschakeld in louche nachtclubs. Het is moeilijk om als jonge illegaal, op een ‘correcte’ manier aan de kost te komen: hier en daar wat bijklussen voor een habbekrats, met kratten sleuren op de Slachthuizenmarkt?

Jonge Maghrebijnse gelukszoekers, mannen vooral, tussen de 17 en 40. Smeks worden ze genoemd, een term die het midden houdt tussen een scheldwoord en een geuzennaam, afhankelijk van wie hem in de mond neemt.

Smeks

Terwijl er een netwerk klaarstaat om de niet aflatende stroom van jonge illegalen in te schakelen voor allerlei duistere zaakjes. Vanuit Spanje zijn ze massaal afgezakt tot hier, de crisis zit hen op de hielen. Jonge Maghrebijnse gelukszoekers, mannen vooral, tussen de 17 en 40. ‘Smeks’ worden ze genoemd, een term die het midden houdt tussen een scheldwoord en een geuzennaam, afhankelijk van wie hem in de mond neemt. In de al dichtbevolkte croissant pauvre van de hoofdstad staat de verhouding tussen deze nieuwkomers en de oorspronkelijke bewoners onder hoogspanning.

Deze week zag ik een foto passeren van die jonge Jamal met zijn dichtgenaaide mond (wat een afschuwelijk beeld). Hij is moegestreden, wil niet meer leven ‘als een dier’. Hij is een van de hongerstakers aan de VUB die stilaan een cruciale fase ingaan. De gevolgen van jarenlang non-beleid, de onmogelijkheid of onwil om zoiets als een humaan asielbeleid uit te tekenen. Er zijn anderen die beter dan ik de Staatssecretaris op haar verpletterende verantwoordelijkheid wijzen. Ik weet eigenlijk ook niet goed wat Maggie dan wel moet doen.

Psychologische tol

Ik bezin me echter wel over wat mijn verantwoordelijkheid is in deze. Wat gebeurt er met de jonge vluchtelingen, (legaal en illegaal) die mijn pad kruisen en die mijn raadgevingen volgen? Wat is het effect van het (mede door mij) faciliteren van een leven in een land waar ze niet welkom zijn? Het leven in de marge is toch niet vol te houden. Op een bepaald moment wordt iedereen het overleven moe. De psychologische tol van jaren in de illegaliteit is zo groot, dat wie er ooit uit ontsnapt, daarna pas echt instort.

Er lijkt minder dan ooit een draagvlak te bestaan voor een plaats voor economische vluchtelingen in ons land. Dat betreur ik, maar het is wel de realiteit. Je kiest niet waar je wordt geboren, het is van bij het begin oneerlijk.

Doe ik er niet beter aan om met hen na te denken over een terugkeer of een toekomst in Marokko of Algerije? Daar hebben ze misschien ook geen perspectief maar ze hebben er familie, spreken er de taal, mogen er zijn. Help ik hen misschien écht als ik voorstel om de dromen die zij koesteren over een toekomst hier in te ruilen voor een mooi levensproject in hun thuisland?

A. zag ik nog voorbije week. Zijn hand zat in een verband. Snijwonden opgelopen toen hij een mes van zich had afgeweerd. Een steekpartij met Algerijnen. Hij lachte, zoals altijd. Maar in zijn ogen waren de lichtjes al een beetje kleiner.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Coördinator van Vzw Toestand

    Bie Vancraeynest is coördinator van Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiveert tot tijdelijke en autonome socioculturele centra.