Democratie heeft behoefte aan passie en confrontatie

Interview met politiek wetenschapster Chantal Mouffe

Is het wereldwijde straatprotest van de voorbije zomer een luidruchtige begrafenis van de democratie, of juist een teken dat burgers haar nieuw leven willen inblazen? Chantal Mouffe, politiek wetenschapster met wereldfaam, geeft haar visie.

  • Gie Goris Politiek wetenschapster Chantal Mouffe Gie Goris

Wenen was de voorbije decennia nooit zo heet geweest, en dus moesten de ramen wijd open in het oude pand in de wijk Neubau van de Oostenrijkse hoofdstad. Daarmee waaiden de straatgeluiden binnen in een lang gesprek over macht, keuzes en passie in de politiek. Aanleiding van dit interview waren immers de straatprotesten deze zomer, in Turkije, Brazilië en Egypte, maar ook in Europese landen waar de overheden zichzelf afslanken en hun burgers de armoede in besparen.

Een van de terugkerende vragen op die straten en pleinen wereldwijd is of het volk zich (nog) vertegenwoordigd voelt door zijn democratisch verkozen leiders. Is het wereldwijde straatprotest een luidruchtige begrafenis van de democratie of juist een teken dat burgers haar nieuw leven willen inblazen? MO* stelde de vraag aan Chantal Mouffe, geboren in Charleroi, hoogleraar in Londen en wereldwijd een van de belangrijkste academische stemmen in de discussie over democratie.

Het gesprek begint met een tegenspartelende Chantal Mouffe, die niet bereid is om de protesten in Turkije, Brazilië en Egypte over één kam te scheren. Ze begint liever bij de Griekse tegenbeweging, de indignados in Spanje en de Occupy-beweging: dat zijn voor haar de kanaries die luidkeels de dreigende ontploffing van de Europese democratie aankondigen.

Bij de strategie van indignados en Occupy heeft ze veel vragen, vooral bij hun weigering om samen te werken met partijen, vakbonden en andere instellingen die de representatieve democratie schragen. Volgens Mouffe is die strategie van uittocht uit de instellingen geen effectief antwoord op het democratische tekort, dat ze zelf definieert als een gebrek aan reële alternatieven.

De traditionele partijen hebben zich allemaal achter hetzelfde economische model geschaard – de neoliberale consensus – waardoor het voor burgers allengs moeilijker is om te geloven dat hun stem nog een verschil kan maken. Vooral de lagere klassen verloren hun politieke stem door de verschuiving van socialistische en sociaal-democratische partijen naar het centrum. Zij migreerden naar het nieuwe extreem-rechts, dat de rol van anti-establishmentpartij en verdediger van het volk overnam. ‘De enige efficiënte manier om rechts populisme te bestrijden,’ zegt Mouffe, ‘is door een succesvol links populisme aan te bieden.’

Hoe zou u populisme dan definiëren?

Chantal Mouffe: Populisme draait om het creëren van een volk rond een politiek idee. Dat proces van wij-vorming houdt noodzakelijk ook de creatie van een “zij” in. Daarin verschillen rechts en links niet, wel in de manier waarop beide strekkingen het volk en zijn tegenstander creëren. Rechts baseert zijn “volk” heel sterk op de uitsluiting van immigranten, en meer bepaald islamitische migranten, terwijl links uitgaat van de tegenstelling tussen het volk en de banken, de financiële sector, kortom: alle instellingen van de neoliberale mondialisering. De grote uitdaging is om de juiste synergieën te creëren tussen sociale bewegingen en politieke partijen, want elk op zichzelf is niet in staat de noodzakelijke, fundamentele hervorming van de politiek door te voeren. De doelstelling moet zijn het herstellen van de vertegenwoordigende waarde van de democratie, met meer transparantie en rekenschap.

In Turkije, Brazilië en Egypte werden de regeringen met duidelijke meerderheden én met uitgesproken programma’s verkozen. Toch worden zij geconfronteerd met massale protestbewegingen.

Chantal Mouffe: In Turkije is er fundamenteel ook geen echte keuzemogelijkheid, ondanks de diepe tegenstellingen in de maatschappij, omdat er momenteel geen echte geloofwaardige oppositie is. De AKP van premier Erdogan heeft de voorbije drie parlementsverkiezingen dan ook met vlag en wimpel gewonnen.

Brazilië is een heel ander verhaal. De demonstraties begonnen daar met een legitieme beweging voor betaalbaar openbaar vervoer, een progressieve eis. Dilma Roussef reageerde daar positief op, maar heel snel mengden rechtse antiregeringsgroepen zich in het protest. Daardoor zijn de Braziliaanse straatprotesten uitgegroeid tot manifestaties die de linkse regering ten val willen brengen.

Die regering is niet zonder fouten, dat is duidelijk. Er zijn ernstige problemen geweest met corruptie, de grootschalige agro-industrie heeft veel mensen van hun landbouwinkomen beroofd… Het probleem voor Roussef is dat haar eigen partij, de PT, er nooit in geslaagd is zelf een meerderheid te behalen, waardoor de partij altijd in coalitie heeft moeten regeren. Als Roussef een referendum voorstelt om hervormingen door te voeren, dan wordt ze tegengewerkt door haar eigen regering of door sommige partijen uit de meerderheid. In die zin zijn de demonstraties misschien een nuttig pressiemiddel om de machtsbalans in de richting te duwen van een beleid dat beter aansluit bij wat de bevolking wil.

Als verkiezingen een islamistische partij aan de macht brengen, zoals in Turkije, Egypte of Tunesië, wordt in het Westen meteen verwezen naar de jaren dertig en de ervaring dat verkiezingen ook totalitaire partijen aan de macht kunnen brengen. Begrijpt u die zorg?

Chantal Mouffe: Ja, maar eigenlijk moet je niet terugkijken naar de Duitse ervaring, maar naar de Algerijnse van de jaren negentig. Toen het Front Islamique du Salut (FIS) de verkiezingen ging winnen, werden die afgelast om te voorkomen dat de islamisten aan de macht zouden komen. Het gevolg was een vreselijke en bloedige burgeroorlog met honderdduizenden doden. Is dat het alternatief? Ik vrees dat het in Egypte die kant uitgaat, dat al-Sisi erop uit is de Moslimbroeders helemaal uit te schakelen en te vernietigen. De Moslimbroeders van hun kant zijn uiteraard niet bereid om hun verkiezingsoverwinning zomaar op te geven. Intussen vallen er steeds meer doden bij de confrontaties en lijkt het land af te glijden naar een burgeroorlog volgens Algerijns scenario.

In uw visie van een pluralistische democratie met botsende politieke posities, stelt u wel dat er een basis nodig is van gedeelde waarden. U hebt het met name over vrijheid en gelijkheid voor iedereen. Op welke basis komt u tot die democratische sokkel?

Chantal Mouffe: Ik ga er vanuit dat die waarden de kern uitmaken van de democratische praktijk die we in Europa ontwikkeld hebben. Maar we moeten wel beseffen dat er voortdurend verschillende en conflicterende interpretaties zullen zijn van die basiswaarden. Zijn die waarden universeel? Misschien wel, maar dan met heel veel openheid voor diverse interpretaties en klemtonen. In islamitische culturen bijvoorbeeld is de gemeenschap belangrijker dan het individu. De “vrijheid” van het individu in een democratie staat er dan ook in een andere verhouding tot het belang van de gemeenschap.

Zou je sociale cohesie kunnen toevoegen aan de basisvoorwaarden voor een functionerende democratie?

Chantal Mouffe: Ja, maar dat is een ander niveau dan de ethisch-politieke basiswaarden. Sociale cohesie is eerder een sociologische voorwaarde, geen waarde. Met andere woorden: als de kloof tussen arm en rijk te groot wordt, dreigt de democratie vast te lopen.

Sociale cohesie heeft niet alleen met klassenverschillen maar ook met culturele verschillen te maken. In het Westen lijkt men de gelijkheid uit uw basiswaarden vooral sociaal-cultureel in te vullen: geen discriminatie op basis van seksuele geaardheid, gender, afkomst…

Chantal Mouffe: De sociaaldemocratische partijen in Europa hebben de strijd voor sociaaleconomische gelijkheid inderdaad ingeruild voor identiteitsgebaseerde gelijkheid. Vroeger kwam links op voor herverdeling, nu voor erkenning van verschil en identiteit. Dat is een verschuiving die de lagere klassen niet verteerd hebben. Zij voelen zich terecht in de steek gelaten. Dat betekent niet dat die nieuwe vormen van gelijkheid en erkenning onbelangrijk zijn, maar ze mogen niet de plaats innemen van sociaaleconomische gelijkheid.

De mondialisering zorgde voor toegenomen concurrentie aan de onderkant van de samenleving tussen laaggeschoolden en nieuwkomers. Dat wordt door de middenklasse niet begrepen of geïnterpreteerd als een probleem van ongelijkheid en gebrek aan bescherming door de staat, maar als een probleem van racisme. De bedreigde werkers krijgen dus geen solidariteit maar ethische verwijten. We hebben het politieke debat vervangen door een moraliserende houding vanwege de middenklasse. Die “progressieve” houding spreekt de middenklasse, inclusief haar allochtone vertegenwoordigers aan natuurlijk, maar laat de lage klassen zonder meer over aan partijen zoals het Front National in Frankrijk.

U stelt dat een democratie behoefte heeft aan passie en confrontatie in plaats van pure rationaliteit en consensus. Er zijn nochtans heel wat voorbeelden waar gepassioneerde populistische politiek uitmondt in pogingen om de politieke tegenstanders uit te schakelen en zelfs te vernietigen.

Chantal Mouffe: Volgens Spinoza zijn er twee grote passies: angst en hoop. Rechts mobiliseert bijna altijd op basis van angst. Links zou volgens mij moeten mobiliseren op basis van hoop, een goed toekomstproject, een alternatief voor de huidige orde. Hoop is gelegen in rechtvaardigheid, in gelijkheid. Dat mensen zich gepassioneerd inzetten voor meer rechtvaardigheid, dat lijkt me toch niet problematisch?

Ik pleit niet voor een politiek op grond van vijandschap of antagonisme, maar wel op basis van een eigen project, mét de erkenning dat andere strekkingen legitieme tegenstrevers zijn. Ik noem dat agonisme. In Noord-Ierland is men er na lange jaren in geslaagd de onoverbrugbare tegenstelling van een vijandig, antagonistisch conflict te transformeren in een beheersbaar, agonistisch conflict. Het conflict is niet weg, maar de verschillende partijen erkennen de instellingen, regels en procedures die in het leven werden geroepen om het conflict te beheren. Wellicht is dat ook de best denkbare aanpak van het Israëlisch-Palestijns conflict.

Het West-Europese overlegmodel heeft misschien de passie uit de politiek gehaald, maar heeft wel voor welvaart en herverdeling gezorgd.

Chantal Mouffe: De sociaaldemocratie was een poging om het conflict tussen arbeid en kapitaal “agonistisch” te maken. Eind van de jaren zestig vonden de kapitaalbezitters echter dat ze te veel macht en middelen moesten inleveren voor het beheersbaar houden van het onderliggende klassenconflict. Zij bliezen de consensus met zijn overleginstellingen op. Vanaf Margaret Thatcher en Ronald Reagan slaagde die neoliberale strekking erin steeds meer greep te krijgen op economisch en politiek beleid, en uiteindelijk ook op de verbeelding van de mensen. Die grondstroom van overtuigingen is uiteraard, zoals altijd, politiek opgebouwd. Groepen die macht willen verwerven moeten er altijd voor zorgen dat de publieke opinie hun basisprogramma terecht en legitiem vindt.

Wie is Chantal Mouffe?

Hoogleraar. Chantal Mouffe doceert politieke theorie aan het Centre for the Study of Democracy aan de Universiteit van Westminster, Londen. Voordien was ze verbonden aan belangrijke universiteiten in de VS (Harvard, Cornell, Berkeley, Princeton) en Frankrijk (Centre National de la Recherche Scientifique, Collège International de Philosophie).

Auteur. Deze zomer verscheen Agonistics. Thinking the World Politically (Verso Books). Andere boeken van haar: The Return of the Political (1993), The Democratic Paradox (2000) en On the Political (2005).

Kernbegrip. Democratie heeft behoefte aan echte keuzemogelijkheden en aan instellingen die macht kunnen omzetten in beleid. Geen consensusmodel, maar een conflictmodel dat de botsing tussen tegenstrevers beheersbaar maakt (agonisme) en niet uit de hand laat lopen in onherstelbare vijandschap (antagonisme).

De neoliberale greep op de politieke en publieke verbeelding overleefde zelfs de crash van het financiële kapitaal in 2008.

Chantal Mouffe: Het is duidelijk dat er in 2008 een enorme kans verkeken is. De verklaring daarvoor is dat er geen georganiseerde linkerzijde meer was. Links was in veel gevallen deel geworden van het systeem dat plots in elkaar klapte. In Groot-Brittannië was het Labour en met name Gordon Brown die ervoor gezorgd had dat het financiële kapitalisme van de City zo’n omvang had gekregen. In Frankrijk werden de privatiseringen aangevat onder Lionel Jospin. Je kon dus ook nauwelijks verwachten dat die zogenoemde linkerzijde plots met een alternatief zou klaarstaan voor een beleid dat ze zelf opgezet en gerealiseerd had. Vandaag zie je dat de ruimte die in 2008 niet ingenomen werd door links, volop uitgebuit wordt door rechts om de laatste restanten van de welvaartsstaat op te ruimen.

Is het niet erg moeilijk geworden om een links project te formuleren in het Westen, aangezien de belofte op een beter leven met meer consumptie en minder werk om verschillende redenen niet meer voorhanden lijkt? Je kan de klimaatverandering en de grenzen aan productie en consumptie toch niet meer negeren?

Chantal Mouffe: Duurzaamheid is op zich geen links thema, ook pleitbezorgers van een rechts maatschappelijk project kunnen zich zorgen maken over de grenzen aan de groei en de toekomst van de planeet. Een links project voor de toekomst moet echter rekening houden met de opdracht om rechtvaardigheid ook internationaal te realiseren, en heeft dan ook behoefte aan een culturele en morele revolutie. Wij moeten beseffen dat het huidige door consumptie gestuurde ontwikkelingsmodel niet duurzaam is, niet alleen uit ecologisch, maar ook uit sociaal oogpunt. Wij hebben het tot nu zo goed gehad omdat mensen aan de andere kant van de wereld in onaanvaardbare omstandigheden en tegen onaanvaardbare lonen onze consumptiegoederen gefabriceerd hebben. De ramp in Bangladesh heeft ons daar onlangs nog eens aan herinnerd. Wij willen alles voortdurend goedkoper. Dat is natuurlijk onmogelijk zonder toenemende uitbuiting. Zelfs linkse partijen lijken bevreesd om dat thema aan te snijden en uit te leggen aan het publiek dat we onze levensstandaard moeten verlagen als we een duurzaam en rechtvaardig toekomstproject willen realiseren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur