Een beetje vrij

Ik heb een afspraak in het Klein Kasteeltje met de Belgisch-Poolse Alicja Gescinska. De plek waar ze met haar familie terechtkwam, als kind van zeven. Het gezin vluchtte uit Warschau in 1988. De verwachtingen waren hooggespannen, de frustraties waren dus voorspelbaar torenhoog, toen duidelijk werd waar de Gescinska’s zouden verblijven. Drie maanden Klein Kasteeltje.

“Ik heb er geen trauma’s aan overgehouden”, zegt Alicja, maar ze herinnert zich wél nog haarscherp de kleine kamer waar ze met zijn vieren verbleven. Er lopen intussen andere kinderen door de gangen. “Als ik hen eens zou kunnen vertellen welke sprong ik heb gemaakt”, mijmert Alicja. Ze is voor het eerst in 23 jaar en 23 dagen terug in het Klein Kasteeltje.

Veel Polen komen daar niet meer, de grootste groep bestaat nu uit Afghanen. Andere tijden, andere vluchtelingen. Terwijl we door de gebouwen lopen, beklimmen de nieuwkomers de vele trappen, hun hele hebben en houden in een lichtblauwe plastic vuilniszak.

“Je bent migrant en, zo was het toch in mijn geval, dan wordt er niet veel van je verwacht”, zegt Gescinska. Ze was een lui wichtje op school en het advies voor verdere studies luidde: haartooi. Edoch: de jonge vrouw sloeg een andere weg in, ging met brio filosofie studeren aan de Universiteit Gent en is daar op dit moment aan het doctoreren, onder meer over de filosofie van Karol Wojtyla, de latere Johannes-Paulus II.

Intussen hebben de Belgische autoriteiten haar een nieuwe naam gegeven, door alle accenten van haar familienaam -een cedille onder de c, een accent aigu op de s en de n- te schrappen. “Je mag m’n naam dus uitspreken zoals je wil, want ik weet het niet meer”, lacht ze.

Luiheid: het oorkussen van de duivel

Ooit op de vlucht geslagen uit een onvrij land, heeft Gescinska nu De verovering van de vrijheid geschreven. Met de prikkelende ondertitel Van luie mensen, de dingen die voorbijgaan. Helaas staat er op de achterflap: “Ontdek de verborgen schat van de levenskunst”. Dat klinkt dan weer een beetje cheesy.

Gescinska kuiert door literatuur en filosofie om haar afkeer van luiheid tentoon te spreiden. En ze is niet te beroerd om toe te geven dat er zeker in haar eigen Slavische bloed een restje “Oblomov” zit, de überluierik uit de roman van Ivan Gontsjarow. Gescinska verzet zich tegen uitstelgedrag, het niksen als levenshouding, de lediggang, het ennui, het laten voorbijglijden van de tijd en het leven. Een verwijt dat ze haar vader maakte, die eeuwig “zaraz” zei, het Poolse “mañana”, en daar toch spijt van kreeg toen hij ziek werd en snel daarop overleed.

“Luiheid is zelfdestructie in slowmotion”, schrijft ze. Er bestaan voorstanders van luiheid (denk aan Tom Hodgkinson met zijn tijdschrift en beweging The Idler en zijn voor mij geweldig inspirerende boek “Luie ouders hebben gelijk”), maar die zijn eerder met een ander, alternatief leven begaan dan met nietsdoen an sich.

Positieve vrijheid

Luiheid maakt ook onvrij, volgens de Gentse filosofe. En dat brengt haar bij de centrale stelling van haar boek: vrijheid moet uit jezelf komen, vrijheid is een kwestie van “vaardigheden”, en niet alleen van abstracte “kansen”. Positieve vrijheid noemt ze dat, in navolging van Isaiah Berlin. De negatieve vrijheid, dat is die van “alles mag, alles kan”. Misschien werkt dat voor whisky (“no rules, great scotch”), maar niet voor een samenleving.

Positieve vrijheid kent wél regels en grenzen en “dammen en dijken”, zoals Gescinska het noemt. Absolute vrijheid van meningsuiting? Nee, bedankt. Straffe taal voor een ex-politiek vluchtelinge.

“Misschien komt het door m’n eigen bescheiden afkomst, maar ik ben ervan overtuigd dat regels en wetten net de zwaksten van de samenleving ten goede komen”, zegt Gescinska. Gelijk heeft ze : Henri Lacordaire, politicus en katholiek priester zei het al in het revolutiejaar 1848: ‘Entre le fort et le faible, entre le riche et le pauvre, entre le maître et le serviteur, c’est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit.

Sta op, begin te leven en heb lief

Maar laat die afspraken en wetten vooral niet in de weg staan van persoonlijke emancipatie, betoogt Gescinska met vuur. Iets waar ze trouwens zelf het pratende, schrijvende bewijs van is. Een mooie mix van liberaal en sociaal. Mét een boodschap. So what, zegt Alicja Gescinska, “als mensen mij moraliserend vinden, dan is dat maar zo”.

Ik citeer nog even uit haar debuut. “Ver voorbij de morele onverschilligheid van de negatieve vrijheid en ver verwijderd van de totalitaire verdrukking, bevinden zich de positieve vrijheid en de overtuiging dat de mens vrijer wordt naarmate hij zijn leven zinvoller, beter en gelukkiger leidt. Dat het allemaal toch, ondanks en dankzij alles, toch de moeite loont. Deze gedachte is een uitnodiging en een aansporing. Een motivatie voor alle Oblomovs om hun voet in hun slof te laten glijden en de oude kamerjas af te werpen. Sta op, begin te leven en heb lief. De vrijheid lonkt. Het goede wacht, maar blijft niet langer wachten.”

Als dat geen nieuwjaarsbrief voor 2012 is! Met wortels in het Klein Kasteeltje, 23 jaar geleden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift