Een minachtende blik

Het is allemaal begonnen in de muziekles.
Wij kregen geen notenleer maar solfège. Alles achter de solsleutel zong in het Frans.
Ik bleef koppig Nederlands spreken, hoofdzakelijk uit onvermogen.

  • Geert Van Istendael

En toen hoorde ik die jongen praten. Hij was van dezelfde leeftijd als ik, maar niet van dezelfde stand.
Hij was van adel en hij vroeg zijn moeder waarom ik niet sprak zoals iedereen. Pourquoi en de rest snapte ik nog net. Het antwoord ontcijferde ik pas later, maar ik onthield de klanken en vooral de toon is me tot vandaag in de oren gebleven: Mais voyons, il va bien apprendre à parler convenablement. De blik die de jongen me toewierp had geen ontcijfering nodig. De minachting. De vanzelfsprekende zekerheid in die ogen: ik ben beter.
Door een minuscuul gaatje, een oogopslag van misschien twee seconden, is de verontwaardiging bij mij naar binnen gekropen. En gebleven.

Zwaai naar jaren later.
Op de Lemonnierlaan zie ik een politieman die een jonge Marokkaan tegenhoudt. Terecht? Ten onrechte? Ik weet het niet. Maar ik zie de ogen van de flik. Ik herken zijn blik. De minachting.
Kijk uit. Deze politieman is geen edelman. Hij is een doodgewone, onderbetaalde knul, hij moet zich uitsloven, hij is misschien al honderd keer verrot gescholden. En ik ben geen Marokkaanse structurele werkloze die uit pure verveling door Brussel slentert. Ik mocht studeren, heb schitterend werk, behoorlijk betaald, werk waarvan de Marokkaan nauwelijks kan dromen. Denk ik.
Mijn eigen klein leed opblazen tot groot onrecht, dat zou walgelijk zijn. Even walgelijk is het te pronken met andermans pijn. Dat alles staat buiten kijf.
En toch. Die wonde van een paar seconden is niet dichtgegroeid. De vernedering van meer dan een halve eeuw geleden blijft spoken.

Mijn vader reisde de wereld rond om vakbonden op te richten. Om het onrecht te bestrijden dat hem verontwaardigde tot in het diepst van zijn diep christelijke ziel. Hij kwam naar huis met verhalen uit Afrika, uit Azië, uit Zuid-Amerika. Over hoestende indios in de tinmijnen, over graatmagere rijstboeren en kreupel gebeukte kindbedelaars. Twee derde van de wereld lijdt honger, zei mijn vader. Die zin is blijven haken in mijn geheugen. Ik kon er niet van slapen. Maar in het donker zag ik de ogen van de slavendrijver, de ogen van de grootgrondbezitter, de ogen van de ploegbaas.

Verontwaardiging. Onmacht. Zo vaak samen.
Vandaag, nu de Europese bevelhebbers wetens en willens hele volkeren te gronde richten, zie ik de ogen van de technocraten die het vliegtuig naar Athene nemen om daar de Grieken met de karwats de armoe in te drijven. De Portugezen. De Spanjaarden. Hun namen blijven geheim, maar ik, ik zie hun glasharde ogen.

Die adellijke jongen uit de muziekles is vast geen beul geworden. Vermoedelijk is hij in eer en deugd getrouwd en heeft hij nu een gezapig beroepsleven achter de rug als administrateur de sociétés of iets in die trant. Maar, zonder dat hij er ook maar het flauwste vermoeden van kon hebben, hij heeft een doorn in mijn vel gedrukt. Het is een doorntje van niemendal, maar het ding blijft na al die jaren nog steken en schrijnen.
Gelukkig ligt rancune niet zo in mijn aard. Ik heb gretig Frans geleerd. Frans spreken is telkens weer een groot plezier. Een paar van mijn lievelingsdichters zijn Frans. Louise Labé. Henri Michaux. Het gaat dus allang niet meer over taal.
Maar nog steeds kan een bericht van bruut onrecht me tot tomeloze razernij drijven. Ik kan er niets tegen beginnen. Ik wil er ook niets tegen beginnen. Een mens moet alleen oppassen dat hij zich niet laat meesleuren. Daar is verontwaardiging te kostbaar voor. Ja, ik noem verontwaardiging een kostbaar goed, hoe oud je ook bent. Niet alleen de begeerte moet je behouden, volgens het woord van Hugo Claus, ook de verontwaardiging is het behouden waard.

Ik pleit voor iets dat op het eerste gezicht een contradictio in terminis lijkt te zijn. Ik pleit voor rationele verontwaardiging.
Onrecht verdrijf je alleen door koel op te treden. Bezonnen. Georganiseerd. Doelgericht. Maar even goed moet de doorn pijn blijven doen. Anders word je een lamzak. Of een kille rekenaar. Ik weet niet wat erger is.

Misschien moet ik dat adellijke rotjoch wel dankbaar zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.