En als we de vennootschapsbelasting nu eens afschaffen?

‘België blokkeert akkoord over taxplanning’, kopte een Vlaamse krant afgelopen weekend. Na een hele reeks schandalen moest 2016 het jaar van de antwoorden worden. Die antwoorden brengen voorlopig geen oplossingen. Vooraleer iets gebeurt op fiscaal vlak moeten in Europa nog steeds alle landen akkoord gaan. Vandaag lijken die landen het alleen maar eens over de plek van de vergadering.

  • © Wiepke Boogaerts © Wiepke Boogaerts

Terwijl ik het artikel in die Vlaamse krant las, moest ik terugdenken aan een geanimeerde discussie na een bezoek aan het prachtige Palais de la Muette aan de rand van het Parijse Bois de Boulogne. Ooit was dat de residentie van de regent Filips van Orléans die er de bijnaam ‘liederlijke losbol’ op nahield. Vandaag is het paleis het hoofdkwartier van de OESO, het zenuwcentrum van alles wat rond internationale fiscaliteit gebeurt. Vrijwel meteen viel de bedenking: ‘en als we de vennootschapsbelasting eens afschaffen’. Lachend werd het voorstel vrijwel meteen van tafel geveegd. Maar is het ook zo’n slecht idee?

Deuren en vensters

De vennootschapsbelasting – een belasting op de winst die een onderneming maakt - ontstond na de eerste wereldoorlog. Het beginnende sociaal beleid van de overheid maakte ook een stabiele inkomstenstroom voor die overheid noodzakelijk. Voordien was vooral sprake van indirecte belastingen. De staat verdiende vooral aan douanerechten, allerlei accijnzen en belastingen op zaken als ‘meubilair’, ‘deuren of ‘vensters’. Op zich was dat zelfs vrij progressief want hoe rijker, hoe meer deuren en vensters. Het was meteen ook de reden waarom mijn grootvader de drastische beslissing nam de ramen van de bovenste verdieping dicht te metsen. Belastingontwijking is zo oud als de belasting zelf.

Zoals deuren en vensters gaandeweg aan belang inboetten, zijn er vandaag goede redenen te bedenken voor het verdwijnen van de vennootschapsbelasting. In theorie, althans. Eerst en vooral zou het leven van de fiscus er een pak eenvoudiger op worden. Geen vennootschapsbelasting betekent ook geen rulings, geen talloze aftrekken en gunstregimes en veel minder druk van allerlei bedrijfslobbies die altijd wel een goede reden hebben waarom zij precies de fiscale dans moeten ontspringen.

Misschien wel de belangrijkste reden voor het afschaffen van de winstbelasting is dat daarmee meteen ook de bestaansreden van belastingparadijzen zou verdwijnen.

Een tweede argument is economisch. Bedrijfsleiders focussen vooral op de winst-na-belasting want dat is wat de investeerders interesseert wanneer ze beslissingen nemen. Omdat die winst-na-belasting vooral schijnt af te hangen van creatieve deals in Luxemburg of spookconstructies in Panama, zegt ze weinig over de werkelijke performantie van het bedrijf. Zonder winstbelasting zouden bedrijfsleiders enkel focussen op de gezondheid van hun bedrijf en bijvoorbeeld niet massa’s schulden aangaan puur om fiscale redenen.

Misschien wel de belangrijkste reden voor het afschaffen van de winstbelasting is dat daarmee meteen ook de bestaansreden van belastingparadijzen zou verdwijnen. Belastingparadijzen dienen om winsten uit het zicht van de fiscus te houden. Zonder vennootschapsbelasting zou dat geld naar de reële economie kunnen terugvloeien. Als gevolg zouden de rentevoeten kunnen dalen (als dat vandaag überhaupt al mogelijk is) wat investeringen in duurzame technologie en infrastructuur kan aanzwengelen.

Gat in de begroting

Zou het einde van de vennootschapsbelasting dan geen gigantisch gat in de begrotingen slaan? Volgens de OESO is de vennootschapsbelasting in België vandaag goed voor 12 miljard euro op een totaal van 171 miljard belastingen. Dat is iets meer dan 7% van de totale belastinginkomsten. Het OESO-gemiddelde bedraagt 8.5%. Qua opbrengst is die vennootschapsbelasting dus zeker niet onbelangrijk maar schijnbaar ook niet levensnoodzakelijk.

Toch zou de budgettaire impact wel eens danig kunnen tegenvallen. Het verdwijnen van de vennootschapsbelasting zou de bodem uit de personenbelasting kunnen slaan. Gefortuneerden zouden hun inkomsten in een vennootschap parkeren en claimen dat hun inkomsten eigenlijk vennootschapswinsten zijn. Een stevige belasting op het uitkeren van winst, op dividenden en meerwaardes dus, zou dat kunnen opvangen. Maar daarvoor heb je een wereldwijd vermogenskadaster en volledige transparantie nodig en zover zijn we nog lang niet.

Voor ontwikkelingslanden ziet het budgettaire plaatje er een pak donkerder uit.

Voor ontwikkelingslanden ziet dat budgettaire plaatje er trouwens een pak donkerder uit. De Verenigde Naties schat het aandeel van bedrijfsbelasting in de totale overheidsinkomsten in ontwikkelingslanden op 20%. Dat is meer dan het dubbel van de OESO-landen. Bovendien blijkt het merendeel van die inkomsten afkomstig van lokale filialen van multinationals. Het einde van de vennootschapsbelasting zou voor die landen dan ook een enorme transfer van rijkdom betekenen naar de aandeelhouders in rijke landen.

Bovendien blijven heel wat ontwikkelingslanden sterk afhankelijk van bedrijven in de grondstoffenindustrie. Dat soort bedrijven doen eerder aan ‘welvaartsextractie’ dan welvaartscreatie. Een winstbelasting treft dat soort hyperwinstgevende bedrijven veel meer dan andere ondernemingen, wat het algemeen belang ten goede komt.

Vals goed idee

Het einde van de vennootschapsbelasting zou ook de ongelijkheid vergroten. Bedrijfswinsten stromen niet alleen naar aandeelhouders maar ook – via de lonen – naar werknemers. Dat de ongelijkheid wereldwijd toeneemt heeft ook veel te maken met de verzwakte positie van werknemers in de economie. Winstbelasting zorgt ervoor dat een deel van de koek terugvloeit naar de werknemers via de overheid.

Het einde van de winstbelasting kan enkel op wereldwijde schaal, anders zou het land dat eerst oversteekt meteen ook het radicaalste belastingparadijs ter wereld zijn. Los van de haalbaarheid zijn er vooralsnog meer redenen waarom Filips van Orléans het verdwijnen van de vennootschapsbelasting een ‘fausse bonne idée’ zou noemen. Laat ons het in de plaats vooral eens worden over een efficiënte en correcte inning van de winstbelasting, te beginnen met dat Europese akkoord. Dat mag gerust zelfs een beetje verder gaan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.