En toen waren ze nog met 11

Op 25 maart 2011 vertrekt een rubberbootje met 72 Afrikaanse vluchtelingen uit Tripoli, Libië. Verhoopte bestemming: Lampedusa. Op 10 april strandt hetzelfde bootje met nog slechts elf mensen aan boord in Zelten, 160 kilometer ten oosten van Tripoli. De Italiaanse kustwacht en waarschijnlijk ook de NAVO lieten hen aan hun lot over. Eén van de elf is Elyas Mohamed Kadi. Pieter Stockmans en Majd Khalifeh spraken hem in het vluchtelingenkamp Shousha, in de woestijn op de grens tussen Tunesië en Libië.

  • Xander Stockmans Elyas Mohamed Kadi vertelt over een storm tijdens hun noodlottige reis Xander Stockmans
  • Xander Stockmans Majd en Pieter interviewen Elyas in Shousha Camp Xander Stockmans

18 uur zouden ze onderweg zijn. Dat hadden de smokkelaars de angstige passagiers van het rubberbootje verzekerd. Het werden 16 dagen. In die 16 dagen valt het bootje zonder benzine, dobbert het doelloos rond op een woelige zee en sterven meer dan 60 mensen van honger, uitdroging, verdrinking, waanzin, verdriet. Uit een onderzoek van de Raad van Europa blijkt nu dat zij makkelijk gered hadden kunnen worden. Als we Elyas (23) ontmoeten in Shousha Camp, niet langer met water, maar met zand omringd, wacht hij daar al een half jaar op hervestiging.

Laten we van in het begin beginnen. Waarom heb je je land, Ethiopië, verlaten?
‘De politie beschuldigde mij en mijn vrienden ervan actief te zijn voor het Oromo Liberation Front. Op 15 augustus 2007 veranderde mijn leven. De politie viel de huizen van mijn vrienden binnen en arresteerde één van hen. De andere kon ontsnappen en waarschuwde me: “Elyas, maak je uit de voeten. Ze komen achter jou aan”. Aan de vrede die ik vond in mijn studies kwam een abrupt einde. Ik volgde al jaren islamitische les in de plaatselijke moskee. Mijn familienaam dank ik trouwens aan mijn grootvader. Die was één van de bekendste qadi’s of islamitische rechters in de streek.’

Vertel eens over die bewuste 15 augustus 2007.
‘Ik haastte me van de moskee naar huis, maar ik kon mijn vader nergens vinden. In paniek moest ik het hoogst noodzakelijke bij elkaar grijpen en vluchten, naar de hoofdstad Adis Abeba. Nee, sinds die bewuste dag heb ik geen contact meer gehad met mijn familie. Ze hebben geen telefoon en weten niet waar ik ben.’

‘Vanuit Adis Abeba doorkruiste ik de woestijn tot aan de grens met Soedan. “Als je verder naar Libië wil, zal je ons nog meer moeten betalen”, riepen de Soedanese smokkelaars me toe. Ik had geen keuze en begon op straat auto’s te wassen in Khartoem. Eén dag wassen bracht 10 dollar op. Na 3 maanden had ik genoeg geld verzameld om de smokkelaars te betalen.’

En zo kwam je uiteindelijk in Libië terecht?
‘Inderdaad, in de hoofdstad Tripoli vervoegde ik het groeiende leger fruitverkopers, tot daar drie jaar later de revolutie en het geweld uitbraken. Westerse troepen begonnen Tripoli te bombarderen. Dat was mijn eerste aanraking met de NAVO. Libië zag ik steeds als eindbestemming, maar ik zag hoe de Libische rebellen zwartafrikanen oppakten en opsloten. Ze beschuldigden ons ervan handlangers te zijn voor Khadaffi. Sommigen werden geëxecuteerd. Ik wilde niet sterven!’

Je moest opnieuw vluchten, voor de tweede keer in 4 jaar tijd.
‘Ja, en de enige uitweg was Lampedusa, een levensgevaarlijk reis. Smokkelaars hadden een vertrek gepland op 25 maart, met een rubberbootje en 74 opvarenden, waaronder 20 vrouwen en 2 baby’s. Ghanezen, Ethiopiërs, Soedanezen, Nigerianen,… “Is dit ding wel veilig”, vroeg ik hen bezorgd. Maar de smokkelaars wimpelden me af: “De boottocht duurt maar 18 uur.” We zouden uiteindelijk 16 dagen onderweg zijn, en nooit aankomen. Na 24 uur groeide de paniek en werd de zee woeliger. We telefoneerden een priester in Rome.’

Herinner je je nog de woorden die jullie toen op zee aan die priester vertelden?
‘Help ons, verwittig de hulpdiensten. 52 mannen, 20 vrouwen en 2 baby’s dobberen verloren rond op de Middellandse Zee! Als er niemand komt, zullen we hier allemaal sterven. Die priester besefte dat hij praatte met mensen die dobberen boven de dood. “Jullie staan op de radar”, zei hij. Hij verwittigde de Italiaanse kustwacht.’

Is er dan hulp opgedaagd?
‘Een paar uur later vielen we van wanhoop in euforie toen een militaire helikopter aan de horizon verscheen. Moeders hielden hun baby’s in de lucht en zwaaiden met hun armen. Tevergeefs, van euforie opnieuw naar wanhoop: de helikopter vloog gewoon weg. Niet veel later kwam een tweede helikopter. Nu was de euforie nog groter. “We zijn gered!” Iedereen sloeg vreugdekreten en sprong recht. De helikopter kwam laag vliegen, erg dicht bij het rubberbootje. Militairen aan boord gebaarden dat we moesten blijven zitten. Ze gooiden waterflessen en koekjes naar beneden, maar tot onze allergrootste verbazing ondernamen ze niets om ons te redden.’

De euforie maakte dus al gauw weer plaats voor woede?
‘De kapitein van het bootje stelde ons gerust. “Geen zorgen, ze zullen een grote boot sturen om ons te redden”, zei hij. Gerustgesteld gingen het water en de koekjes deze keer niet alleen naar de vrouwen en kinderen: iedereen at mee, dus de voorraad was snel op. De kapitein gooide de gps in het water. Maar na een paar uur stilte maakte geruststelling opnieuw plaats voor angst. De avond viel en we gingen een tweede nacht in, ronddobberend op een pikdonkere Middellandse Zee, zonder redding. De helikopter kwam nooit meer terug. Pas dagen later zagen we een militair schip, maar dat was duidelijk niet gekomen om ons te redden. Er kwam helemaal geen reactie op onze hulpkreten.’

Wanneer trad het besef in, dat jullie echt zouden gaan sterven?
‘Toen de benzine opraakte. Dat voelde aan als een doodvonnis. Ik zag alle gezichten lijkbleek worden. Zeker weten dat je gaat sterven, het is een onbeschrijflijk gevoel.

Jullie dobberden dagen rond. Misschien een persoonlijke vraag, maar hoe zit het dan met hygiëne?
‘Dat is een groot probleem. De mannen plasten in een fles. Ik hield wat urine bij om te drinken. De vrouwen dekten elkaar af met een doek als ze moesten plassen. Vele mensen moesten overgeven. Benzinedampen en de kolkende zee hadden hen ziek gemaakt. Iedereen zat dicht op elkaar geperst in het kleine bootje. Mensen in het midden gaven over op anderen. Grote golf overspoelden iedereen aan boord, en ’s nachts werd het telkens ijskoud.’

Hebben jullie stormen getrotseerd?
‘We hebben één grote storm doorstaan. Onvoorstelbaar, met een klein rubberbootje op een ontketende Middellandse Zee. Het bootje werd heen en weer geslingerd. Vogels voor de kat, weerloos tegen een machtige natuurkracht, zo voelden we ons. Ik herinner me een gebed van mijn grootvader en ik begon te reciteren: “Er is maar één God, de Heer van de hemel en de Heer van de aarde.” Moslims en Christenen baden samen. Op zulke momenten is je leven opgehangen aan een zijden draadje in handen van God.’

Vanaf wanneer begonnen mensen te sterven?
‘Dag 7. Vanaf dan begon de gruwel pas echt. Ik zag mijn vriend verzwakken, in slaap vallen en nooit meer wakker worden. Twee vrouwen stierven van honger. Hun baby’s stierven een dag later. De lijken gooiden we overboord. Deze waanzinnige scènes maakten een andere man gek. Hij sprong recht en begon te roepen en te tieren. Even later sprong hij in het water. Twee mannen sprongen hem achterna. “Neen, doe dat niet, je zal zelf verdrinken”, riepen anderen hen na. Te laat, na een paar seconden werden ook hun lichamen opgeslokt door de golven. Ze zijn zelf zo verzwakt dat ze geen verweer hebben tegen de sterke stroming.’

Hoe heb jij zelf die dagen doorstaan? Wat waren je gedachten en gevoelens?
‘Ik werd zwakker en zwakker, maar ben nooit beginnen ijlen. Ik probeerde te slapen, gehurkt, maar bij de minste beweging schoot ik wakker. De mensen die inslapen en niet meer wakker worden, zijn de doden. “Ik moet gewoon wachten op de dood”, dacht ik. Rondom mij zag ik mensen gek worden. “Elyas, ga het paard halen, ik moet naar de winkel om eten te halen. Ga eens naar de tweede verdieping van de boot om eten te halen”, riep een vriend. De waanzin komt net voor de dood intreedt. Ze sterven langzaam of plots.’

‘Een Eritrese jongen sliep aan de rand van de boot toen een grote golf het bootje heen en weer slingerde. Hij viel in het water. De anderen hadden dan al begrepen dat het zinloos is achter hem aan te springen. De stroming sleurde de man mee. De dood went snel. Toen dacht ik aan een gebed, over een profeet die op zee wordt opgegeten door een walvis maar die in de walvis nog jarenlang blijft leven. Een Ethiopiër pleegde zelfmoord nadat zijn vrouw niet meer wakker werd.  Vanaf dan volgden de doden elkaar in snel tempo op.’

En toen waren jullie nog met…
‘11. De hand van God leidde ons uiteindelijk terug naar land. Geen Europees land, maar hetzelfde gevaarlijke land dat we een week geleden waren ontvlucht! De boot strandde op de kust van Zelten, 2 uurtjes ten oosten van Tripoli. Met 9 mannen en 2 vrouwen kropen we als baby’s aan land. Eén van de vrouwen – ze had wel de helse reis op zee overleefd – stierf op het strand. De andere vrouw zou later hervestigd worden in Noorwegen. Ik ben niet gestorven, mijn tijd was niet gekomen. Dat was Gods wil.’

‘Mijn vriend Mohamed strompelde tot aan de straat en waarschuwde Libische soldaten. Zij kwamen met hun legerjeeps. Het enige waar ik toen aan kon denken was een ziekenhuis, rust, een bed. De soldaten brachten ons naar het ziekenhuis, maar rust kregen we niet. Tot mijn verbazing kreeg ik een naald in mijn arm gepropt en tapten ze mijn bloed af voor Libiërs die gewond raakten in de oorlog. Eén van de overlevenden stierf in het ziekenhuis. Werd het verloren bloed hem fataal?’

We zitten hier in Shousha Camp net over de grens met Tunesië. Hoe ben je hier beland?
‘Eerst zaten we nog dagenlang in de gevangenis in Tripoli. Twee dagen kregen we niets dan water, melk en dadels. De afvallingskoers ging door. Tariku, één van de overlevenden, stierf in de gevangenis. “Laat ons hieruit. We sterven hier, we moeten naar een ziekenhuis”, riepen we, met de laatste kracht die we overhielden. “Zwijg, de ziekenhuizen liggen vol gewonden van de oorlog. Er is geen plaats voor jullie”, was het enige dat de soldaten ons toesnauwden.’
‘Ik slaagdede  erin vanuit de gevangenis een vriend te bellen. Die kocht de soldaten om. Ons enige toevluchtsoord was de katholieke kerk in Tripoli. De katholieke pater Sandro gaf ons onderdak, geneesmiddelen, eten, geld voor kledij. Een paar dagen later bracht hij ons naar Shousha Camp, op 4km van de Libische grens met Tunesië. Hier hebben we wat rust en veiligheid, maar wachten we al maanden op hervestiging. Ons dossier wordt op de internationale vluchtelingensupermarkt aangeboden aan landen die ons willen kopen.’

Een paar weken voor Elyas in het kamp aankwam trok het VN-Vluchtelingenagentschap UNHCR hier 20.000 slaapplaatsen op in 48 uur. Elyas zag duizenden Afrikanen uit Libië in het kamp toestromen. Vandaag is Shousha een vluchtelingendorp waar de huizen tenten zijn en de inwoners vaten vol hoop. Elyas helpt de VN-medewerkers er met vertalen en tolken. Australië toont interesse in Elyas, een land dat de pauzeknop van zijn leven weer wil uitduwen en hem een plaats wil bieden waar hij eindelijk aan zijn geluk kan bouwen: studeren, een doctoraat halen, dokter worden, zijn geest verruimen.

Een jaar na het tragische incident, op 29 maart 2012, presenteert de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa het rapport “Lives lost in the Mediterranean Sea: who is responsible?”, waarin het de NAVO en de betrokken EU lidstaten oproept een onderzoek te starten naar de helikopters en boten die de vluchtelingen in nood passeerden. De Middellandse Zee is één van de meest gecontroleerde en drukst bevaren zeeën ter wereld, maar toch is het de dodelijkste. Alleen in 2011 stierven er zo’n 2000 mensen.

Dit interview maakt deel uit van het project “Tussen Vrijheid en Geluk”
www.facebook.com/tussenvrijheidengeluk
www.mo.be/wereldblog/tussen-vrijheid-en-geluk
www.youtube.com/VRIJHEIDenGELUK

Met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek

Bekijk op facebook een fotoreportage  en op YouTube een video over Shousha Camp

Meer informatie:
Een brief van mensenrechtenorganisaties aan NATO en aan de ministers van defensie van Frankrijk, Italië, Spanje, Groot-Brittannië, Canada en de VS.
Human Rights Watch: NATO: Clarify response to deaths at sea
The Guardian: How a migrant boat was left adrift on the Mediterranean
The Guardian: Migrant boat tragedy – interactive
ECRE, Interview with Tineke Strik, Rapporteur Council of Europe

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur