'Er is geen enkele reden voor honger in de wereld'

Een derde van het voedsel dat wereldwijd geproduceerd wordt, belandt nooit op iemands bord. Van alle complexe ecologische en ethische problemen in de wereld is dit er een waar we echt iets aan kunnen doen, stelt de Britse voedselactivist Tristram Stuart. Hij krijgt hoe langer hoe meer gehoor bij politici, supermarktketens en academici wereldwijd.

Stuarts gevoeligheid voor voedselverspilling ontlook toen hij als opgroeiende jongen van vijftien varkens begon te kweken. Stuart woonde met zijn vader op een boerderij in Sussex. Stuarts vader had een groentetuin, hijzelf hield kippen en vooral varkens. Die voerde hij met etensresten die hij ging ophalen in de buurt. ‘Toen zag ik hoe in de refters van de scholen, in de winkels en op de boerderijen voedsel dat geschikt was voor menselijke consumptie in de vuilnisbak belandde.’ Een van zijn politieke eisen vandaag is dat varkens in Europa opnieuw met etensresten gevoerd mogen worden. In 2001 werd dat naar aanleiding van de dollekoeienziekte (BSE) in Europa verboden, wat een massale invoer van sojaschroot (jaarlijks 40 miljoen ton) tot gevolg had, afkomstig uit de oprukkende sojaplantages in Brazilië, Paraguay en Argentinië.

Allen samen tegen voedselverspilling

Ik ontmoet Tristram Stuart in hartje Londen, in de daktuin van het gebouw waar hij een kantoortje heeft. Nu kweekt hij varkens in Londen, een achttal die hij vetmest met voedselafval, resten van groenten en fruit of graanresten van brouwerijen. In november gaan die onder het mes, voor een Voed de 5000-diner op Trafalgar Square. Met zijn campagne Feeding the 5000 zet Stuart in tal van steden wereldwijd zulke collectieve maaltijden op: publieke banketten, bereid met kwalitatief hoogstaand voedsel dat door supermarkten of restaurants werd afgevoerd, dat boeren niet kwijt konden aan hun afnemers, of dat gewoon op de akker achterbleef na de oogst. Alle voorbijgangers zijn uitgenodigd om aan te schuiven aan de dis. In februari organiseerde Stuart in Nairobi een galadiner voor het VN-Milieuprogramma (UNEP) en momenteel trekt Think. Eat. Save de wereld rond, een campagne van UNEP om voedselverspilling tegen te gaan. In juni was het de beurt aan Amsterdam voor het Voed de 5000-diner, in juli landde de campagne in Lissabon en Sidney en binnenkort is New York aan de beurt. Stuart en zijn medewerkers brengen lokaal een netwerk van organisaties samen die gevoelig zijn voor het thema en knutselen het opzet in elkaar. Zelfs de Universiteit van Wageningen, dé referentie op het vlak van landbouw en voedsel, nodigde op 1 oktober Stuart uit om zijn verhaal te doen. En binnenkort zal ook Brussel zijn Voed de 5000 opzetten.

Een ongemakkelijke waarheid

Wereldwijd gaat een derde van het geproduceerde voedsel verloren. In de rijke landen van Europa en in de VS loopt dat op tot 50 procent. Dat zijn de bevindingen die Tristram Stuart deed in het onderzoek voor zijn boek Waste. Uncovering the global food scandal (2009). Die cijfers zijn inmiddels door de VN en door Europa onderschreven. Ook volgens een rapport van het McKinsey Global Institute (Mobilizing for a resource revolution) produceert de wereld dagelijks 10 miljoen ton eetbaar afval, een derde van alle voedsel.

Die verliezen situeren zich over de hele keten. In het Zuiden gaat vooral veel kostbaar voedsel verloren door een tekort aan infrastructuur voor transport en bewaarinstallaties. In de rijke landen situeren de verliezen zich vooral in de verwerking, verpakking en distributie, en aan het einde van de keten, bij de consument die niet opeet wat hij koopt. In de VS loopt dit op tot 1500 euro per jaar voor een gezin van vier. Als men dit kan voorkomen, is dat niet alleen goed nieuws in de strijd tegen honger (in 2011 werden vier miljoen mensen in Ethiopië getroffen door honger; de voedselverspilling van Italië alleen al bevat voldoende voedingswaarde om dit tekort te compenseren). Het zou ook de verspilling voorkomen van landbouwsubsidies en arbeid, en van water, grond en grondstoffen, zeker nu de druk op het land wereldwijd voor conflicten zorgt.

Oplosbaar probleem

‘Iedereen kan een bijdrage leveren om de impact op het milieu en de druk op de ecosystemen te verminderen’, zegt Tristram Stuart. ‘Dat kan door wat we in onze huishoudens doen, maar belangrijker nog is dat we als burgers de macht hebben om op te roepen voor verandering in de voedingsindustrie. Als consument kunnen we van de voedingsindustrie eisen dat ze ons voedsel verschaft dat geproduceerd is op een manier die overeenstemt met onze principes. We moeten laten weten dat we het niet oké vinden dat er zoveel verspild wordt en dat we best bereid zijn om groente en fruit te eten dat niet zo uniform in de rekken wordt aangeboden. Dat we bereid zijn niet enkel de steak van het dier te eten, maar ook de kop, de poten en de oren. We kunnen onze macht en ons geld gebruiken om deze praktijken te stoppen.’ De supermarkten zijn immers de spil van de voedselvoorziening vandaag. Zij leggen hun eisen op aan de boeren –die vaak met hopen verse producten blijven zitten die niet aan de normen van de supermarkt beantwoorden.

Als remedie tegen deze verspilling is in Groot-Brittannië het Gleaning Network (‘de Arenlezers’) opgezet, vrijwilligers die de resten van groente en fruit verzamelen die op de akker achterblijven. Supermarkten wentelen de lasten ook af op de boeren door bijvoorbeeld aan de boer een schatting te geven van hoeveel ze gaan afnemen, maar later de afname aan te passen, naargelang de verkoopcijfers. De boer blijft dan met het surplus zitten. In 2008 deed de Concurrentiecommissie in Groot-Brittannië hierover een onderzoek en kwam tot de conclusie dat dit ‘doorschuiven van het risico’ is, met ‘morele schade’ tot gevolg. De instantie verantwoordelijk voor de schade of verspilling neemt de kostprijs ervan niet op zich of neemt geen maatregelen om die verspilling af te bouwen. Er kwam een wet om controleurs aan te stellen om op deze overeenkomsten tussen boeren en supermarkten toe te zien.

Al enkele jaren vind je in tal van supermarkten in Groot-Brittannië ook aparte stands met “lelijke groente en fruit”. Ze vallen buiten standaardformaat, zien er minder vers uit of raakten lichtjes beschadigd. ‘Het leuke aan deze “voedselrevolutie”,’ zegt Stuart, ‘is dat die goed is voor de portemonnee, in tegenstelling tot campagnes voor bio- en fairtradeproducten, die meestal duurder uitvallen voor de consument.’ Stuart verduidelijkt: ‘Natuurlijk zou het ideaal zijn als we allemaal bio zouden eten en ons zouden kunnen bevoorraden via de korte keten bij de boer om de hoek. Maar met de campagne willen we niet alleen de niches en de reeds overtuigden bereiken. We willen dat het hele productiesysteem verandert en dat de grote ketens mee zijn.’

Voedselzekerheid

Ook de Europese Commissie is in actie geschoten en heeft 2013 uitgeroepen tot het jaar tegen de voedselverspilling. Volgens de Commissie zou er in Europa jaarlijks zo’n 300 kilo voedsel en plantaardig afval per persoon verloren gaan, waarvan 200 kilo eetbaar is. Dat aantal wil Europa tegen 2025 halveren from farm to fork, door kleine en middelgrote landbouwbedrijven en de productie voor de lokale markten te stimuleren. Het Europese Parlement heeft hierover een resolutie goedgekeurd.

‘Voedsel is de koppeling tussen de mens en de aarde. Grond is onze belangrijkste rijkdom. Ons lot hangt af van hoe we daarmee omgaan.’

Voedsel is altijd al een belangrijk thema geweest voor de Europese Unie, zowel voedselzekerheid als -veiligheid. De bekommernis voor voedselveiligheid heeft onder meer geleid tot het invoeren van de houdbaarheidsdatum op verpakkingen. Stuart: ‘Voedselzekerheid is een van de succesverhalen van de menselijke beschaving. We hebben inmiddels een aanzienlijke buffer opgebouwd tussen ons en honger, en iemand die ooit honger leed, weet wat dit betekent.’

Stuart toont een grafiek uit zijn boek. ‘In deze anderhalve pagina kroop twintig procent van al mijn werk voor dit boek.’ De grafiek brengt het voedselaanbod van een land in beeld (in supermarkten en restaurants of op landbouwbedrijven), in verhouding tot het bnp van dat land. ‘Naarmate landen rijker worden, investeren ze meer in voedsel als buffer voor tegenslagen. Heel wat landen beschikken over een aanbod van 150 tot 200 procent van het strikt noodzakelijke.’ Congo en Eritrea bijvoorbeeld zitten onder de 100 procent. Als we daarbij ook nog de gewassen in rekening brengen die we aan het vee voederen, zitten we in de rijke landen snel aan 300 tot 400 procent. ‘Zo’n groot surplus is niet nodig vanuit het oogpunt van voedselzekerheid’, zegt Stuart. ‘Gezien we worstelen met een systeem dat voor de productie van dat voedsel zijn ecologische grenzen heeft bereikt en onder druk wordt gezet door de klimaatverandering, is dit een contraproductief surplus.’ Tweede conclusie van Stuart: ‘Er is helemaal geen reden voor honger, zelfs niet voor een stijgende voedselproductie. We moeten het systeem alleen helemaal anders organiseren.’

Iedereen gelukkig

De crisis helpt daarbij. Sinds 1 september mogen supermarkten in Griekenland in speciale afdelingen voedingsproducten aanbieden die de datum gelabeld ‘best te gebruiken voor’ naderen of net overschreden hebben. Ze worden voorzien van een sticker met daarop ‘Voeding met beperkte houdbaarheid’. Burgers die zwaar getroffen zijn door de crisis kunnen zich zo bevoorraden aan prijzen die tot een derde van de oorspronkelijke prijs liggen. Alleen particulieren komen in aanmerking, voor restaurants en cateringbedrijven zijn deze rekken verboden terrein. De Griekse minister voor Ontwikkeling Costis Chatzidakis zag zich gedwongen over te gaan tot die maatregel omdat het niet mogelijk bleek de prijs van een basisvoedselpakket naar beneden te halen.

Ook in de VS gaat begin volgend jaar een supermarkt open die enkel “vervallen” voedingsproducten verkoopt: producten die de aangegeven vervaldatum bereiken of kant-en-klare maaltijden die daarmee bereid zijn. Het initiatief komt van Dough Rauch, die met zijn Urban Food Initiative in 2014 zo’n supermarkt zal openen in Dorchester, een arbeiderswijk in de buurt van Boston (Massachusetts), een voedselwoestijn.

In België wil supermarktketen Delhaize de voedselverspilling systematisch tegengaan. Communicatieverantwoordelijke Roel Dekelver: ‘Er is een uitgebreid aanbod van kleine porties in de verse voeding –kwartjes taart, kleine pakketjes kaas– inspelend op het groeiende aantal alleenstaanden en kleine gezinnen.’ De supermarkt levert al langer overschotten aan voedselbanken maar sinds kort heeft de voedingsketen het innovatieve project Zero food waste opgezet, met de steun van Vlaams minister van Armoedebestrijding Ingrid Lieten. Doel is producten tegen de vervaldatum gratis aan te bieden aan sociale organisaties.

‘In navolging van drie pilootprojecten in Limburg is afgelopen zomer in Lokeren een project van start gegaan in samenwerking met verschillende sociale organisaties. Een drietal vrijwilligers van Ontmoetingshuis De Moazoart, een initiatief van onder meer Samenlevingsopbouw Oost-Vlaanderen, mag bijvoorbeeld iedere week naar de Delhaize gaan om de producten uit de rekken te halen waar een gele afslagsticker op kleeft –producten die die dag vervallen. De Moazoart gebruikt die producten om er twee keer per week soep mee te maken, om de twee weken een warme maaltijd voor een zestigtal bezoekers van De Moazoart te bereiden en twee keer per week een ontbijt. Daarnaast gebruiken ze de producten ook om bezoekers een tussendoortje aan te bieden tijdens vormingen of andere activiteiten. De andere producten die zullen vervallen, gaan naar de voedselbedeling van Lokeren en Zele –die iedere maand aan honderden gezinnen een gratis voedselpakket meegeven– of naar andere sociale organisaties. Het initiatief is opgezet in samenwerking met het Federaal Agentschap voor Voedselveiligheid.

‘Inmiddels schaarden al veertien Delhaizesupermarkten en een dertigtal zelfstandige winkels van Delhaize (Proxy, AD en Shop&Go) zich achter dit initiatief. Ook Colruyt heeft een beleid rond voedseloverschotten, uitgewerkt in drie sporen. ‘We vertrekken bij preventie, via een stockbeheer voor verse groenten en fruit dat dag per dag en soms meerdere keren per dag gemonitord wordt’, zegt Tony De Bock, directeur Productpromotie bij Colruyt. ‘Daarnaast brengen onze eigen vrachtwagens producten naar de voedselbank, waar ze professioneel en volgens de normen van de voedselveiligheid behandeld worden. Oud brood wordt gebruikt als veevoer, vervallen groenten en fruit worden vergist. Een derde spoor is dat we ook willen werken aan bewustwording bij de consumenten over de datum op de verpakking. “Ten minste houdbaar tot” betekent niet dat dit de volgende dag niet meer gegeten kan worden. Maar er is zeker ook bij ons nog ruimte voor verbetering.’

Kwestie van respect

Tijdens zijn wereldreis ter voorbereiding van het boek raakte Stuart in Japan, Taiwan en Zuid-Korea diep onder de indruk van innoverende initiatieven om voedselverspilling tegen te gaan. Het meeste was hij echter getroffen door de leefwijze van de Oeigoeren in de Chinese Xinjiang-provincie. In hun cultuur heerst een totaal taboe op voedselverspilling, zo stelde Stuart vast. Geen graankorrel ging er verloren, elk botje werd afgelikt tot het helemaal glad was, elk bord leeggeschraapt. Stuart: ‘De hoeveelheid voedselverspilling die een samenleving genereert, hangt af van culturele patronen. Je kan wettelijke, fiscale en logistieke maatregelen nemen om voedselverspilling terug te dringen, maar de doeltreffendheid daarvan hangt af van wat een samenleving aanvaardbaar acht. In die zin ligt de oplossing voor voedselverspilling in onze handen. Als wij –zoals de Oeigoeren, die in een woestijn leven– voedsel ervaren als iets van onschatbare waarde, zouden we er op een heel andere manier mee omgaan.’ Want uiteindelijk, stelt Stuart, is voedsel geen koopwaar. ‘Het is de koppeling tussen de mens en de aarde. Grond is onze belangrijkste rijkdom. Ons lot hangt af van hoe we daarmee omgaan.’

Donderdag 7 november is Tristram Stuart in Brussel op uitnodiging van 11.11.11. Van 19.30u tot 21.30 u in de KVS, Zaal Top, Lakensestraat 146, 1000 Brussel. Toegang gratis, inschrijven via www.11.be/debat

www.tristramstuart.co.uk

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.