Experimenten in democratie

De Chinese vrije markt doet het uitstekend. Een vrije markt zonder vrije ideeënmarkt, ook wel democratie genaamd, werkt. Sommige westerse politici denken schijnbaar dat we enkel door dat systeem na te bootsen de concurrentie met de Chinezen aan zullen kunnen. Zowel de premisse als de analyse laten te wensen over.

  • CC Enzo Jiang Kunnen we de economische hogesnelheidstrein die China heet bijbenen door minder democratisch te worden? Tom Kenis stelt dat deze visie gebaseerd is op een gedateerde tijdsopname van China: het land experimenteert intussen net met meer inspraak. CC Enzo Jiang

Het zal dit jaar vijfentwintig jaar geleden zijn dat de Berlijnse Muur viel. Het communistische experiment stuikte zonder boe en maar weinig bah in elkaar. Het westerse model had gezegevierd: een vrije markt met democratisch politiek bestel bleek de onklopbare combinatie om in de materiële noden van de mens te voorzien. Het communistische China experimenteerde volop met economische liberalisering. Vroeg of laat moesten ook zij tot de conclusie komen dat een liberale economie niet opging zonder democratische hervormingen.

Vijfentwintig jaar na het ‘einde van de geschiedenis’ zoals de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama die overwinning van het ‘westerse’ model noemde, wachten we nog steeds op Chinese democratie. Op economisch vlak stoomt dat land wel verder op. Volgens de laatste bbp-cijfers moet het enkel de VS laten voorgaan. De verlichte leiders slagen er op mysterieuze wijze in om de economische machine haarfijn af te stellen zonder vrijheid van mening, zonder politici die systematisch op hun prestaties afgerekend worden.

Zonder democratie in China

Die economische prestaties, gemiddeld bijna 9 procent jaarlijkse groei over vijfentwintig jaar, zijn zonder meer puik te noemen. Zaten Fukuyama en anderen er glad naast? Kan een liberale economie dan toch zonder democratie? Kan ze niet alleen zonder, maar wordt ze zelfs nodeloos opgehouden door al die burgerlijke inspraak, buurtcomités, schouwlustige journalisten, en onafhankelijke rechtbanken zoals Europa en de VS die kennen? Inmiddels lijkt niet alleen het Chinese politbureau van mening dat democratie slecht is voor de economie.

Ook bij ons lijkt die boodschap onder bepaalde politici weerklank te vinden. Om de concurrentie met dat oppermachtige China aan te kunnen moet volgens het klassieke recept de Europese en Amerikaanse arbeider goedkoper werken. Een teveel aan inspraak vergalt zo’n feestje al snel. Het is zeer moeilijk om loontrekkenden, nog steeds de grootste groep binnen de bevolking, te doen stemmen voor partijen die lagere lonen bepleiten. Een democratisch bestel saboteert zichzelf daar dus.

Ook vanuit linkse en/of groene hoek wordt er soms met afgunst gekeken naar de daadkrachtige Chinese overheid die zonder veel last van buurtcomités windmolens daar neerzet waar ze nodig zijn, zonnepanelenfabrieken uit de grond stampt en als het moet hele industrieën stil legt als het met de smog een beetje de spuigaten uitloopt.

Zonder democratie in Europa?

Het bovenstaande kan verklaren waarom er zo naarstig geëxperimenteerd wordt met het terugschroeven van democratische verwezenlijkingen. Enkele voorbeelden: er is “te veel inspraak van de burgers bij grote infrastructuurwerken,” zei onlangs een N-VA-parlementslid. De eerste GAS-boete voor online commentaar op een krantenartikel is al geïnd. De sociale ‘Occupy’-protesten in de VS werden de kop ingedrukt met wetgeving en tactieken die eigenlijk bedoeld waren voor de terreurbestrijding. En ga zo maar door.

Terwijl westerse politici een overhaaste interpretatie van het Chinese succesverhaal na-apen, blijkt dat succesverhaal toch niet zo eenduidig. In de zomer van 2011 botsen twee Chinese hoge snelheidstreinen tegen elkaar op een viaduct. Er zijn 40 doden en 192 gewonden. Onderzoek wijst al snel op corruptie bij aanbestedingen en mismanagement van het spoornetwerk. Zelfs staatskranten houden zich niet aan een haastig uitgevaardigde richtlijn om berichtgeving over het ongeluk tot een minimum te beperken. Burgers uiten ongeremd hun ongenoegen op Weibo, de Chinese Twitter-variant. Reizigersaantallen vallen terug. De tomeloze expansie van het hogesnelheidsnet wordt op een lager pitje gezet, en daarmee een van de prestigeprojecten en een belangrijke pilaar van de nationale transportinfrastructuur.

Een vrijere pers had de wanpraktijken veel eerder kunnen blootleggen. Voor het eerst groeit bij de Chinese overheid het besef dat een gebrek aan democratie centen kost. Dat corruptie aan de economische groei vreet. Voor bloggers en twitteraars wordt er een puntensysteem op poten gezet, vergelijkbaar met het Franse rijbewijs waar je een reeks ‘foutjes’ mag maken vooraleer er ingegrepen wordt. Kritiek wordt dus langzaam maar zeker toegelaten, zij het in zeer beperkte mate. Democratie kan je het niet noemen, maar er wordt wel naarstig geëxperimenteerd.

Komt anders gezegd China het westen tegemoet terwijl onze politici experimenteren in de tegenovergestelde richting? Had Fukuyama dan toch gelijk? De Volksrepubliek lijkt zich in elk geval weinig aan te trekken van welke voorspelling dan ook. Noch van het feit dat sommige van ‘onze’ politici de concurrentie lijken aan te gaan met een momentopname van China die al vijfentwintig jaar oud is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver, publicist & vertaler

    Tom Kenis heeft een achtergrond in Islamstudies en Internationale Betrekkingen. Hij woonde en werkte vier jaar in het Midden-Oosten en in Berlijn.