F**** Belgium!

Plots stond er een woord op de voorpagina van een Vlaamse krant dat regelrecht geïmporteerd werd uit de internationale ontwikkelingsspeak: Failed state Belgium! Sindsdien blijft het failed-state debat voortrazen, alsof er al heel onze geschiedenis lang een stuk werkelijkheid lag te wachten op dit woord om eindelijk benoemd te worden.

  • © Wiepke Boogaerts © Wiepke Boogaerts

Na jaren onderzoek in Congo voelt dit debat voor mij aan als een beetje thuiskomen zonder te zijn vertrokken. Structurele aanpassingsprogramma’s, terroristische aanslagen, en nu het idee dat we een failed state zouden zijn: Vroeger werd de “Derde Wereld” geacht achterop te hinken op ons, ontwikkelde landen, maar nu blijkt het Zuiden telkens een paar lengtes voorop te liggen.

Wat kunnen we leren van het Zuiden als het over failed states gaat?

Het falen valt nogal mee

Op de eerste plaats is het nog niet zo evident dat we hier echt moeten spreken van een typisch Belgische ziekte, net zomin als Congo steeds maar weer een uitzonderlijk geval zou zijn. Uiteraard heeft elk land een specificiteit, maar met iets meer afstand zie je ook steeds meer overeenkomsten en niet meer dan nuanceverschillen met andere landen. Ook zo voor het Belgische geval.

Het “gemekker” op politici en het politieke systeem is ergens een goede zaak, want een teken van de mogelijkheid tot zelf-reflectie en debatcultuur.

Eén Nederlandse reactie onder een stuk waarin Falend België wordt verklaard door een vergissing van de Founding Fathers van ons land, 185 jaar geleden, vindt het ‘grappig om te lezen dat Belgen net zo hard mekkeren over hun politici en politieke systeem als hun noorderburen over Den Haag, ook al hebben jullie het sinds 1830 heel anders aangepakt.’

Tot op een bepaald punt is dat “gemekker” ook gewoon een goede zaak, want een teken van de mogelijkheid tot zelf-reflectie en debatcultuur. Daaraan herken je precies een inclusieve publieke ruimte: ‘Ze is nogal rommelig, het wemelt er van conflicten en ze wordt bevolkt door malcontenten’ (een quote van Maureen Mackintosh).

Op de tweede plaats is failed state een woord dat omzichtig gebruikt dient te worden. Een failed state is zoiets als “een arme”, het maakt van een omstandigheid een essentiële eigenschap. Mensen kunnen al dan niet een armoedeprobleem hebben, maar arm zijn klinkt al meteen als een veroordeling, en dat geldt net zo voor staten.

Het F-woord is een zichzelf realiserende gedachte.

De meeste commentatoren gaan, net als Tim King, de auteur van het originele stuk in Politico, ook een hele tijd terug in de tijd om een of andere Belgische weeffout te identificeren en die vervolgens uitvoerig te documenteren. Waardoor het een uitzichtsloos zijnsprobleem wordt. Is het omdat België een ongelukkige jeugd heeft gehad? Wat voor België geldt, geldt voor Congo zo mogelijk nog meer. Kunnen mensen of landen dan verdoemd zijn Zeker is alleszins: zonder hoop op verandering verdwijnt ook de mogelijkheid van verandering. Het F-woord is een zichzelf realiserende gedachte.

Op de derde plaats kan een overheid falen op velerlei wijzen. En op dit punt lopen de diagnoses van overheidsfalen in Congo en België toch wat uiteen.

Het originele artikel over failed state Belgium is nogal onevenwichtig op dat punt: ja, de situatie in Molenbeek is een indicatie van overheidsfalen, maar neen, dit gaat niet, zoals in de Verenigde Staten, over grote delen stad die een no-go zone zijn geworden. De South Bronx van Brussel, die is slechts over enkele straten groot. En ja, dit moet wel een indicatie zijn van een “diepe dysfunctie” van de Belgische staat, maar uiteindelijk heeft het allemaal te maken met de “failure to connect”: ‘Het mechanisme dat elders het lokale, het regionale en het nationale zou verbinden is er niet.’ Klinkt doenbaar.

Geen despotische, maar infrastructurele macht

De “failure to connect” is een belangrijke bron van overheidsfalen als die overheid bestaat uit meerdere lagen, en die meerdere lagen zijn er ook niet voor niets gekomen, ze organiseren het debat over besluitvorming op een manier die verschillende visies aan bod laat komen. Uiteraard vertraagt dat het nemen van beslissingen.

De historicus Michael Mann noemt deze dimensie de “despotische macht” van een staat. In Europese staten, waar ontzettend veel overleg voorafgaat aan een beslissing, is die despotische macht erg klein geworden, in vergelijking met sommige vroeg-Europese staten, waar een heerser haast zonder overleg beslissingen kon nemen, aldus nog Mann.

Mann onderscheidt die despotische macht van de infrastructurele macht, de macht die een staat heeft om politieke besluiten logistiek uit te voeren. In geïndustrialiseerde samenlevingen is die infrastructurele macht immens: de staat weet haast alles over ons, de staat belast ons zonder dat we daar veel tegen in te brengen hebben, de staat bepaalt zelfs, met enige precisie, welk soort afval we in welke vuilnisbak zullen deponeren. Het invoeren van die gescheiden huisvuilophaling heeft ons wel een aantal jaren discussie gekost, maar eenmaal de beslissing genomen lijkt een keten van acties en reacties in gang te worden gezet waar we als individu niets meer kunnen tegen inbrengen. Die infrastructurele macht zorgt er ook voor dat we desnoods meer dan een jaar zonder regering kunnen leven. Zonder despotische macht, maar de wereld draait door, inclusief de staat zélf.

Kilometerpaal 5

De “failure to connect” komt ongetwijfeld ook voor in onze ex-kolonie. In veel Afrikaanse staten is het despotisch gehalte van de macht er eigenlijk ook relatief klein, het aantal beslissingen dat een overheid er kan nemen zonder te moeten onderhandelen met andere belangrijke actoren in de samenleving is niet erg groot. ‘De staat stopt aan kilometerpaal 5’, is een veel gehoord gezegde in buurland Burkina Faso. En kilometerpaal 5 is misschien al wat te ver gegrepen in sommige gevallen.

Het grote verschil is dat de infrastructurele macht van de Congolese staat (en samenleving) omzeggens helemaal ontbreekt.

Maar het grote verschil met onze geïndustrialiseerde landen is dat de infrastructurele macht van de staat (en van de samenleving) er omzeggens helemaal ontbreekt. De overheid moet ook in de uitvoering van haar beslissingen goeddeels op een indirecte manier werken, dat wil zeggen door gebruik te maken van tussenpersonen van allerlei slag.

Dat betekent evenzeer dat die “personen van allerlei slag” niet alleen mee bepalen hoe (en of, en in welke mate) de staat zal functioneren, zij kunnen ook rechtstreeks ingrijpen op elke beleidsbeslissing. Als de “failure to connect” zich in België uit in een paar straten no-go zone, spreken we in Congo over overheidssalarissen die niet (of plots niet meer) betaald worden, over wegen die verdwijnen, over het wegvallen van basisveiligheid, omzeggens in het hele land.

Dat alles blijft doenbaar, zoals gezegd, hoop schept mogelijkheid. Maar het geeft wel een ander perspectief op de Brusselse kanaalzone.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift