Geen nieuws uit Palestina, is slecht nieuws voor de Palestijnen

De Palestijnse kwestie ­–het verzoek om en het recht op zelfbeschikking– lijkt op internationaal niveau een saai en academisch non debat geworden. Een snode manier om de internationale gelatenheid en het gebrek aan goodwill tegenover de Palestijnen achter dode letters te verbergen? Tine Danckaers vindt het in elk geval onaanvaardbaar.

  • Tijen Erol (CC BY-NC-ND 2.0) Tijen Erol (CC BY-NC-ND 2.0)

‘Wanneer schrijf je nog eens iets over het Israëlisch-Palestijns conflict?’, vroeg een vriendin. Het conflict ligt bij haar dagelijks op haar keukentafel en bureau, ze wijdt er haar leven en werk aan.

Dat ik helaas maar één pen heb, antwoordde ik. ‘En de prioriteit gaat naar andere zaken dan een intussen verankerd conflict dat – opnieuw helaas – niet wegloopt.’ Zo ongeveer. Als u het bot en grof vindt tegenover de Palestijnen, dan geef ik u gelijk. Ter verdediging: ik was hen niet vergeten, alleen had ik hun kwestie even opzij geschoven ten voordele van hetere kwesties. Terwijl de conflictsituaties in Syrië, Irak, Jemen en andere brandhaarden voorbijraasden, stak ook de migratiecrisis me in een rotvaart voorbij. En dus belandde de weinig mobiele Palestijnse zaak onderaan de stapel.

Een kans op vernieuwende inzichten

Het nieuws over de Palestijnse kwestie lijkt op te zijn en wij media lijken weinig honger te hebben naar meer.

Maar goed, ik was wakker geschud door die vraag naar wat aandacht en schreef me in op de internationale conferentie over de Israëlische nederzettingen, georganiseerd door de Organisatie voor Islamitische Conferentie en de VN in Brussel.

De eerste dag woonde ik enkel de persconferentie bij, een trip die ik me had kunnen besparen. De bijeenkomst eindigde immers snel, met een wat ongemakkelijke stilte wegens te weinig vragen van de pers.

Het was een eerste conclusie. Het nieuws over de Palestijnse kwestie lijkt op te zijn en wij media lijken weinig honger te hebben naar meer. Wat moeten we, buiten de snelle weg naar de oplossing, immers nóg weten over een overgemediatiseerd conflict dat politiek, ideologisch, psychologisch kapot is gerapporteerd, geanalyseerd en gedebatteerd en dat muurvast zit?  En hoe krijgen we dat aan u als lezer nog verkocht?

De kwestie is academisch

Een academisch non debat dat zich verliest in techniciteiten, juridisch geklets en eindeloze, saaie semantische discussies die de kern van de zaak verbergen

Dag twee, gewijd aan de juridische kant van de Israëlische nederzettingen, kwam de tweede conclusie. Nochtans goed uitgeslapen werd ik al snel in slaap gewiegd door het academische jargon en de juridische beschouwingen die van het podium galmden. Het kan natuurlijk ook aan de sprekers liggen maar vragen als ‘onder welke paragraaf van de internationale rechtspraak nederzettingen vallen’, konden me niet wakker schudden.

En toen zich een klein discussietje ontspon over de vraag ‘of de impact van de bezetting of permanent of tijdelijk’ te noemen is, nam de perscollega naast me even tijd voor een powernapje. Een te volgen voorbeeld, bedacht ik, toen ik noteerde dat er ‘geen verschil is tussen de de juro en de facto annexatie van de Westelijke Jordaanoever’.

Ervan uitgaande dat dit in een ideale wereld misschien verdienstelijke vaststellingen zijn, blijft de vraag wat we hier in godsnaam mee zijn in de echte wereld? De Palestijnse kwestie ­– het verzoek en het recht op zelfbeschikking – is op internationaal niveau een academisch non debat geworden dat zich verliest in techniciteiten, juridisch geklets en eindeloze, saaie semantische discussies die de kern van de zaak verbergen.

Die kern is bekend.

Enerzijds is er het gegeven dat Israël via een nederzettingenbeleid Palestijnse gronden confisqueert en mensen deporteert.

Anderzijds weegt het besef steeds zwaarder dat het de internationale gemeenschap aan goodwill ontbreekt om te ageren en Israël tot de orde te roepen en te sanctioneren wegens schendingen van het internationaal recht.

Wat ben je met wetten als je ze niet gebruikt?

De internationale wereld buigt zich integendeel steeds dieper over wetboeken en juridische bijbels op zoek naar precedenten, simulaties, kleine lettertjes die doder zijn dan de vorige, komma’s, liggende streepjes om de Palestijnen langs de legale weg te redden. Eeuwige werken-in-uitvoering, als verdoezeling van mogelijke nalatigheid. Zonder op te kijken. Er moest plots eens een Palestijn voor de helpdesk staan met de vraag om gerechtigheid.  

Wat ben je met de wetenschap dat kolonisatie onder het internationaal recht valt en dat bepaalde gevolgen daarvan onder de Vierde Conventie van Genève vallen? Wat ben je met wetten als je ze niet gebruikt? Wat ben je met een rechtbank als de rechter partij kiest voor de vriend die op de beklaagdenbak zit?

De Israëlische kolonisten zijn geen Russen

Nog geen jaar na het uitbreken van de crisis in Oekraïne in 2013 had de Europese Unie haar pakket sancties al klaar tegenover Rusland omwille van de ‘onrechtmatige bezetting en annexatie van de Krim’. Europa legt beperkingen op voor de handel en investeringen ten aanzien van de Krim en Sebastopol, ‘overeenkomstig het beleid van niet-erkenning door de EU’.

Ahum, hebt u dit punt? Ziet u het verschil?

Dit gaat over producten uit nederzettingen die we klaar en duidelijk als illegaal bestempelen

Israël bouwt bypass wegen op Palestijnse grond voor kolonisten, legaliseert outposts en blijft de grote nederzettingen uitbreiden. Werken-in-uitvoering. Intussen, sinds 2013 – rijkelijk laat maar intussen ook al zo lang, het jaar ook waarin de Oekraïnecrisis begon – loopt een zogenaamd ‘etiketteringsinitiatief’ dat moet onderzoeken hoe de Europese Unie producten zal etiketteren van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. ‘We zijn er nog mee bezig’, liet de Europese commissaris Federica Morgherini deze week weten. Werken-in-uitvoering.

Werken-in-uitvoering? Dit gaat over een etiketje, geen verbod. En dit gaat over producten uit nederzettingen die we klaar en duidelijk als illegaal bestempelen. Maar dat mag niet verhinderen dat we ze intussen wel blijven aanbieden op onze markt. De strateeg die mij dit kan uitleggen, moge zich aanmelden.

En ook het Europees Parlement liet zich niet betrappen op daadkracht. Via een resolutie riep het EP deze week op om het Israëlisch-Palestijns conflict ‘met een frisse Europese aanpak’ uit het slop te halen. Maar in het besef dat de vraag naar een totale ban op producten uit de nederzettingen werd geschrapt uit de tekst, verpulverde de resolutie al meteen tot stof. Weg frisheid.

Sprankeltje hoop

Intussen moeten de Palestijnen zich verheugen op het gegeven dat hun niet-statelijke vlag bij de Verenigde Naties voortaan bij de wel-statelijke actoren van de VN mag hangen. Een klein kaarslichtje van hoop in tijden van dode politiek noemde Riyad Mansoer, de Palestijnse vertegenwoordiger bij de VN dit. Tja.   

Een reëler lichtpuntje dat ik hoorde, kwam van Anat Ben Nun, medewerker van de Israëlische ngo Peace Now: ‘De nederzettingen groeien, maar niet in die hoedanigheid dat een tweestatenoplossing niet meer mogelijk is. We weten dat we vandaag met de huidige extreem rechtse Israëlische regering in een politiek dieptepunt zitten. Tegelijk moeten we beseffen dat deze politieke situatie niet eeuwig zal duren. Er zullen andere, meer verlichte regeringen komen.’ Tot dan zijn er wel degelijk nog best wat werken in uitvoering.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur