Griekenland en Ben Ali Libi

Doen ze het of doen ze niet? Europa is zo in de ban van het mogelijke vertrek van Griekenland uit de Eurozone dat er zelfs een lelijk woord voor is uitgevonden: de ‘Grexit’. Een beetje optimist zal stellen dat de eurocrisis een nooit eerder gezien debat over Europa teweeg heeft gebracht. Het was een van de prominentste thema’s in de Franse presidentsverkiezingen. We volgen sinds kort met argusogen de regeringsvormingen in andere landen, weten hoe groot het deficit is bij de buren en troosten ons dan met de gedachte: hier is het zo erg nog niet.

De eurocrisis is een maatje te groot voor mij. Hoe zeer ik de opiniebijlages ook spel, ik vind het moeilijk om zonder economische achtergrond echt goed te snappen wat pakweg de ECB nu eigenlijk doet. Soms slaagt een bolleboos er in om me enkele basisprincipes bij te brengen maar die blijven niet lang genoeg hangen om echt grip op de materie te krijgen.

De vele pleidooien voor besparen en/of groeien en verklaringen die gaan van ‘het is uitgesloten tot ‘het uitstapscenario ligt klaar’ staan netjes naast elkaar en lijken allen best onderbouwd.

Alleen feta en oliijolie

Bij gebrek aan inhoudelijk inzicht, fixeer ik me dan maar op vorm en taal. Op de dramatische cover van The Economist zit de Olympische vlam al in de euro. Tot voor een jaar had ik nog nooit van ‘austerity’ gehoord, laat staan van ‘frugality’. De crisis heeft haar eigen taaltje waarin apocalyps deze week rijmt op Acropolis. ‘Bank run’ werd de voorbije week een ‘bank jog’. Er heerst gevaar voor ‘besmettingseffecten’.

Een enkel iemand verwijst naar de roots van Europa en één van zijn founding fathers, Robert Schuman, die van het metrostation. Het is een zeldzame historische referentie. Ik leer ook dat bij een vastgoedzeepbel, de Amerikanen beter af zijn met hun sociale zekerheid dan een Zuid-Europees land. De Amerikanen!

En dan dat ene zinnetje: ‘Ze hebben alleen feta en olijfolie’. Al die analyses en boutades tel ik bij elkaar op maar ik kom niet tot een heldere uitkomst.

Blauwe gadgets met gele sterretjes

Dat economische model van ons, daar schortte toch wat aan? Was dat niet de conclusie in 2008? Toen heb ik al zitten brainstormen over hoe ik me zou redden in een land waar geld niet meer van tel zou zijn! En nu gaan we dan toch koppig voort met dezelfde onduurzame recepten?

Ik wil graag mee nadenken over hoe we ‘Europa’ willen invullen, 20 jaar na 1992. In dat jaar kregen we lessenpakketten vol Europa en blauwe gadgets met gele sterretjes.

Dagelijks worden we geüpdatet over de rentevoeten, maar hoe we de democratie in die unie willen garanderen, wat we voor elke inwoner in die unie gerealiseerd willen zien, wat wij met zijn allen delen, daar hoor ik zo weinig over. Ik merk ook weinig oprechte zorg over de toekomst van Griekenland en zijn inwoners.

Bitter

Wie wel voorbij de waan van de dag wil reflecteren op ons continent kan deze maand gelukkig terecht op het onvolprezen Kunstenfestivaldesarts. Dit ‘kosmopolitisch stadsfestival’ heeft dit jaar als (losse leidraad) het thema ‘Avondland’ gekozen. Elke avond kan je naar stukken die pertinente vragen stellen, of die juist trachten te beantwoorden. In de bijzonder actuele brochuretekst buigt Lars Kwakkenbos zich over de fragiliteit van het continent Europa, haar geschiedenis en wat de kunsten voor haar toekomst kunnen betekenen:

“Europa is een continent van talen. Er werden pamfletten en manifesten in gedrukt, naties en staten mee opgetrokken, revoluties mee in gang gezet. Vandaag echter lijken de zevenentwintig lidstaten van de Europese Unie enkel nog in financiële termen met elkaar te spreken. Als dat de gemeenschappelijke taal zou zijn die ons verhindert om ooit nog oorlog te voeren, zijn we het cynisme voorbij. De euroleiders echter hebben het jammer genoeg te druk om nog een andere taal te spreken als het over Europa gaat. Wie dat vandaag wel doet, doet dat meestal achteraan op de tong, waar het bitter smaakt.”

Bijzonder bitter is ook de tijding van het succes van de ‘Gouden Dageraad’, de Griekse neofascistische partij die weliswaar klein blijft (nauwelijks 7%) maar daarom niet minder tekenend is voor de immense druk waaronder de al bij al prille Griekse democratie kreunt. De Hitler-verheerlijkende partijleider is er omringd door een akelig legertje gorilla’s die migranten aftuigen. Ze zaaien terreur maar delen ook maaltijden uit, echter alleen aan ‘echte’ Grieken. In een ander Europees land zou dergelijk groupuscule verboden zijn, in Griekenland is hun verhouding met de politie uitstekend. Een journalist die hen op de korrel nam, zou het ziekenhuis in geslagen zijn.

Besmettingsgevaar

De politici en bankiers die het lot van Griekenland en andere mankende lidstaten in hun handen hebben, kunnen zich maar beter hoeden voor àlle vormen van besmettingsgevaar, niet enkel dat van de economische crisis.

De Europese gedachte werd realiteit na de Tweede Wereldoorlog. De politieke leiders van nu hebben die niet aan den lijve ondervonden. We hebben het graag over de geboorteplaats van de Verlichting maar vergeten snel hoe gewelddadig het verleden van ons continent is. Daar hebben we de overzeese pers voor nodig.

En soms krijgen we een geheugensteuntje uit onverwachte hoek. Bram Moszkowicz, de beruchte advocaat van onder andere Geert Wilders en graag geziene gast in Nederlandse talkshows stelde onlangs een nieuw stuk van zijn autobiografie voor, Liever rechtop sterven dan op je knieën leven. In dat boek nam hij een gedicht op van Willem Wilmink. Er bestaat een video waar Joost Prinsen dat gedicht onnavolgbaar voorleest.

Ik vergeet het soms. Dat een tijdloos gedicht soms meer kan doen dan een opiniestuk.

Ben Ali Libi*

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In ‘t concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Willem Wilmink

*Ben Ali Libi (Michel Velleman) was in de jaren twintig een humoristische goochelaar in Amsterdam. In 1943 werd hij samen met zijn gezin opgepakt en stierf hij in Sobibór.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Coördinator van Vzw Toestand

    Bie Vancraeynest is coördinator van Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiveert tot tijdelijke en autonome socioculturele centra.