Het grootste slachtoffer van de duurzaamheidscrisis zou wel eens de democratie kunnen zijn

De belangrijkste reden waarom de wereldgemeenschap niet aan duurzame ontwikkeling toekomt, is omdat de politici het lef niet hebben om te zeggen dat het totaal anders moet. Ook Europa zit vast in een achterhaalde neoliberale logica en dreigt alle geloofwaardigheid te verliezen. Dat vindt Willy De Backer, sinds kort communicatieverantwoordelijke van ETUI (European Trade Union Institute), mede-oprichter van de nieuwssite EurActiv en auteur van onder meer de blogs 3EIntelligence en The Great Transition..
  • Alma De Walsche Willy De Backer, communicatieverantwoordelijke van het 'European Trade Union Institute' Alma De Walsche

De huidige financiële crisis lijkt de ecologische crisis helemaal naar de achtergrond te dringen. De klimaatcrisis lijkt in de geesten van de politici verder af dan ooit.

En toch is het heel duidelijk dat de huidige crisis alles te maken heeft met de ecologische crisis. Het is geen zuiver economische crisis is, in gang gezet door de subprime crisis in de VS. De prijs van grondstoffen en olie is spectaculair gestegen en die producten vragen een steeds groter aandeel van het budget van de nationale staten. Dat heeft de groei afgeremd.

De groei zoals we die gekend hebben in de westerse wereld, is niet langer mogelijk omdat we de olie en de grondstoffen veel te snel opgebruikt hebben.  Ongeveer zes maanden voor de economische crisis begon, steeg de olieprijs tot 147 dollar per vat. Uiteraard is er een verband tussen ecologie en economie, tussen de beschikbaarheid van grondstoffen, de prijzen en de weerslag ervan op de economie. Maar het lijkt moeilijk om dat verband hardop toe te geven.

Vaak verlaagt men dan kunstmatig de prijzen om de machine zo snel mogelijk weer op gang te krijgen.

Dat is inderdaad gebeurd in 2008 maar die prijsverlaging heeft het probleem niet opgelost. De prijs is gedaald van 147 dollar naar 60 tot 70 dollar, en is daarna opnieuw beginnen stijgen zonder dat er een echt herstel van de economie plaats vond. Intussen staat de teller opnieuw op 122 dollar voor een vat.

De oorzaak hiervan is niet enkel speculatie, het is een probleem van vraag en aanbod. Uiteraard is er nog heel wat olie, maar vooral van niet conventionele oliebronnen. Die olie is heel duur en de ontginning ervan heel vervuilend en risicovol, denk maar aan de ramp van BP met Deep Water Horizon in de Golf van Mexico en nu weer het olie- en gaslek van het Elgin Platform van Total in de Noordzee.  De tijd van de lage prijzen voor olie en grondstoffen is voorbij. We zijn terecht gekomen in de “post growth society” zoals Richard Heinberg het noemt. Zeker in de westerse wereld.

En wat betekent dat concreet?

Groei is, zoals Herman Daly het zegt, vandaag oneconomisch geworden. We hebben geen economische groei meer, we hebben oneconomsiche groei. Die creëert geen extra welvaart meer en geen extra geluk. Natuurlijk hebben de ontwikkelingslanden nog groei nodig maar op een manier die duurzaam is. Ook de opkomende economieën moeten kunnen blijven groeien, maar niet door ons model te imiteren want dan is het einde zoek.

De crisis zou een kans kunnen zijn om een stationaire economie vorm te geven maar niet meer groeien wordt nog altijd als een ramp gezien.

De ramp hebben we sowieso. We hebben geen groei meer. En als je echt de kosten als kosten zou zien en niet als baten- want heel veel externe kosten worden niet bijgeteld- dat zitten we in de realiteit misschien al 50 jaar niet alleen met een nulgroei maar diep in het rood.

Het einde van de groei is niet iets waar je moet naar streven maar wat je als realiteit moet aanvaarden. De opdracht bestaat erin te zien hoe we, gezien het feit dat dezelfde materiële groei niet meer mogelijk is, een andere manier van leven kunnen vinden die mensen gelukkig maakt, of gelukkiger dan nu. De voorbije tien jaar is door tal van sociologen aangetoond dat vanaf een bepaald niveau meer groei niet gelukkiger maakt.

Blijkbaar zat men rond de jaren ’70 op een toppunt, peak happiness, waarbij leven en werk meer in balans waren. Ook China botst vandaag op een grens waarbij meer groei niet noodzakelijk resulteert in meer geluk voor de bevolking.

In juni is er de VN-conferentie over Duurzame Ontwikkeling. Twintig jaar al staat dit op de internationale agenda, terwijl het probleem alleen maar gegroeid is.

Er is vooral veel “gesproken” over duurzame ontwikkeling. Iedereen kan zich herkennen in dit begrip maar iedereen kan het ook invullen naar believen. Zelfs de financiële sector spreekt over “duurzaam bankieren”. We zien vandaag hoe duurzaam dit geweest is.

Volgens mij is de definitie van duurzame ontwikkeling van het Brundtlandrapport — aan de noden van de huidige generatie tegemoet komen zonder de noden van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen- veel te vaag. Vandaag, twintig jaar later, is die definitie ook achterhaald want die toekomstige  generaties zijn nu al hier en wat hebben we gerealiseerd? Er is hier en daar wel wat vergroening gekomen, sommige politieke partijen hebben een groen tintje aangenomen, maar hoe groen is dat en in hoeverre heeft dit iets met duurzame ontwikkeling te maken? Er is zeker geen radicale herziening van de economie.

Waar ziet u wel iets bewegen in de goeie richting?

Ik verwacht veel meer van initiatieven die vertrekken vanuit de basis. Transitiesteden bijvoorbeeld, die ook in Vlaanderen opkomen. Die helpen om meer resistentie te creëren tegen wat er op ons afkomt. Of de Occupy beweging. Je hebt de Piratenpartij – een initiatief afkomstig van Zweden- die op verschillende plaatsen mensen aantrekt die wars zijn van de gangbare politiek. In Duitsland zijn ze de Groenen aan het verdringen, nu die deel van het establishment zijn geworden. Maar ook in andere landen is zich een nieuwe politiek aan het ontwikkelen.

Het feit dat Europa er niet in slaagt de duurzaamheidskwestie op zijn juiste waarde te schatten – ondanks het klimaatpakket en de maatregelen voor biodiversiteit- maakt dat volgens mij Europa op dit moment niet langer deel van de oplossing is maar deel van het probleem.
Deze initiatieven vanuit de basis kunnen niet alles oplossen maar ze expliciteren wel bepaalde manieren van denken en doen – zoals nieuwe manieren van omgaan met financies en munten- die een stapje in de goede richting zijn. Ik zie al die initiatieven als goudstaafjes die her en der verspreid liggen en die we zouden moeten kunnen samenbrengen. Maar ik denk vaak ook dat dit soort ontwikkelingen veel vroeger had moeten beginnen en niet snel genoeg gaat. En de overheid en middenveldorganisaties hadden meer steun moeten geven om dat denken te stimuleren.

Te weinig en te laat dus.

Ik verwacht inderdaad dat we van de ene crisis in de andere zullen tuimelen, en waarschijnlijk zal de volgende crisis telkens erger zijn dan de vorige. Hopelijk komt er dan op een bepaald moment op de hogere echelons van de nationale regeringen en internationale instanties toch een doorbraak waarbij het duidelijk wordt waar we naartoe moeten en waarbij de verschillende initiatieven samen vloeien: wat er op lokaal vlak gebeurt, hoe multinationals die bezig zijn hun productiesystemen te herdenken zich omvormen, het debat over “welvaart zonder groei”, over “voorbij bnp”.

Het probleem is echter dat de transitietijd almaar korter wordt. De tijd dringt en de kansen die we krijgen nemen af. En het grootste slachtoffer van de duurzaamheidscrisis zou wel eens de democratie kunnen zijn. Want als de crisissen almaar erger worden en alles werkelijk in elkaar klapt, wordt de democratie buiten spel gezet. Dan krijg je misschien een soort van ecologische dictatuur omdat het dan wel zal moeten.  Dan is het niet meer “jullie groentjes mogen met ons mee doen”.

We gaan inderdaad de wereld moeten vergroenen en binnen de grenzen van de planeet moeten leven, maar dat zal dan helemaal niet meer op een democratische manier kunnen, en met een heleboel conflicten gepaard gaan: sociale conflicten en conflicten rond grondstoffen. Dat is waar ik het meeste schrik van heb. We gaan naar een toekomst die heel onzeker is en waar dit soort scenario’s wel eens heel realistisch kan zijn.

Europa heeft het voortdurend over “bezuinigen”, maar niet echt vanuit een ecologische bezorgdheid.

Europa staat daar inderdaad voortdurend met een geheven vingertje landen aan te zetten om te bezuinigen. Maar dat bezuinigen moet dan vooral gebeuren door de gewone mensen, de rijken kunnen gewoon doorgaan. Die bezuiniging heeft niets met duurzaamheid te maken. Hoewel sommige academici al lang afgestapt zijn van de Washingtonconsensus van dereguleren en privatiseren, blijft Europa gevangen in de neoliberale logica. Die neoliberale agenda moet zo snel mogelijk verdwijnen, maar ik denk niet dat dit mogelijk is zo lang je met die Barroso-commissie zit. Bovendien is dat een commissie die onmondig is gemaakt door Sarkozy en Merkel. De grote landen zitten ook vast in oude recepten waar ze niet van af geraken.

Ik ben altijd een groot voorstander geweest van Europa maar het feit dat het er niet in slaagt de duurzaamheidskwestie op zijn juiste waarde te schatten – ondanks het klimaatpakket en de maatregelen voor biodiversiteit- maakt dat volgens mij Europa op dit moment niet langer deel van de oplossing is maar deel van het probleem. Als Europa een kans voor de toekomst wil hebben, moeten we naar een heel ander Europa toe. We moeten naar een Phoenix Europe project. Europa moet vanuit de as opnieuw herrijzen. Als we dat project voor Europa niet vinden, gaat het vertrouwen in Europa dalen en heeft het geen toekomst.

Phoenix Europa als voorbode van een nieuw paradigma.

Dat zou Europa kunnen zijn en dat zou fantastisch zijn. Europa zou die rol kunnen spelen in de wereldgemeenschap, als het werk zou maken van een nieuwe architectuur, gebaseerd op een ecologisch economisch verhaal dat vertrekt van het besef dat er grenzen zijn aan de groei. In zo’n Europa zouden mensen opnieuw toekomst zien. Het alternatief is een verdere implosie, zoals die momenteel bezig is.

En China en Zuid-Korea zullen ons voorbij steken.

Dat is wat sommige mensen denken en sommige groenen hopen. Ik heb daar mijn vragen bij. China is met alle experimenten bezig is: groen, maar ook steenkool en ook nucleair. Ze zijn helemaal niet afgestapt van het groeimodel van de industriële maatschappijen, ze imiteren het. Pas wanneer ook in die landen het besef groeit dat er grenzen zijn aan de groei en dat het geluk van mensen niet samenhangt met ongebreidelde groei, pas wanneer men ook daar gaat nadenken over wat duurzame ontwikkeling inhoudt voor de economie en voor de samenleving, dan kan de ommekeer in een stroomversnelling komen.

3E Intelligence
The Great Transition

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.