Ibamar Faye, socioloog: 'In 2000 vroegen we Wade om een ander systeem'

Ik ontmoet Ibamar Faye voor het eerst zonder hem echt te zien. Hij zit achter de tralies in het centrale politiekantoor van Dakar omdat hij deelnam aan een niet geautoriseerde betoging. Ik ben er met Fatima Diallo, net als Ibamar een lid van de burgerbeweging Y’en a Marre, om de YEM gevangenen hun middagmaal te brengen.

  • MO* / Olivia Rutazibwa Ibrahim Faye, links vooraan MO* / Olivia Rutazibwa

De jongens zelf krijgen we niet te zien, maar wanneer de deur opengaat kunnen we nog net even naar hen zwaaien. Een week later, in het justitiepaleis van Dakar, ontmoet ik Ibamar dan echt. We wachten op het begin van de rechtszaak tegen vier andere YEM leden.

Na afloop van de monumentale pleidooien van de YEM advocaten neemt hij me mee naar het onderzoekscentrum waar hij werkt en naar het huis dat hij deelt met zijn broers en gezin. We eten samen, hij gaat even bidden en ik installeer me intussen in zijn kamer waar ik een video voorgeschoteld krijg waarin hij op het Wereld Sociaal Forum in Dakar van januari 2010 over de Senegalese landbouw en ‘landgrabbing’ heeft.

Wat is jullie probleem met Wade?

Onze strijd tegen Wade voelt een beetje zoals snijden in eigen vlees. In 2000 zat ik nog op school, ik herinner me dat we hem bij zijn bezoek aan onze stad juichend hebben onthaald. In 2002-3 wezen de eerste alerte mensen er al op dat het de verkeerde kant opging, maar wij drongen er op aan de ze hem wat tijd zouden geven. Het is tegen deze achtergrond dat je het niveau van onze teleurstelling vandaag moet begrijpen. Zijn infrastructuurwerken en al het geld dat daarin gekropen is, zijn niet eens het ergste. Mensen kunnen leven zonder geld. Het bederven van de ethiek, de afwezigheid van principes, moraal en de corruptiedie overal om zich heen grijpt, is veel erger.

Wat verwachtten jullie dan precies van Wade in 2000?

Wade heeft het koloniaal systeem mee voortgezet: het onderhandelen met de religieuze leiders, de corruptie en het nepotisme, dat zijn allemaal praktijken die toen zijn ingevoerd. Senghor (de eerste president van Senegal, or) heeft er geen komaf mee gemaakt, Diouf niet en Wade dus ook niet. 365 dagen op de 365 gaat het om politiek gekonkel, uit de weg ruimen van deze of gene persoon.

In 2000 vroegen we Wade om een verandering van het systeem. Hij dacht blijkbaar dat de verandering van persoon voldoende was. Erger nog: hij deed beroep op de mensen uit het oude systeem, omdat zij het veel beter kenden dan hem. Het programma van zijn eerste mandaat ging over zijn herverkiezing. Zijn tweede mandaat over het verkozen krijgen van zijn zoon Karim Wade. De bekommernissen van de Senegalezen traden daarin nooit op de voorgrond.

Als reactie daarop organiseerden jullie met YEM in januari de ‘problemenfoor’…

De ‘Foire aux problèmes’ was een beurs waar verschillende mensen een standje hadden om hun problemen toe te lichten: de vissers, landbouwers, artiesten, vakbondslieden, werklozen, illegalen, maar ook de studenten en de mindervalieden die 15% van onze samenleving uitmaken. De verschillende presidentskandidaten en zo’n 5000 andere mensen kwamen een kijkje nemen. Ooit vroeg Wade toen hij nog campagne voerde, aan een zaal vol jongeren wie zonder job zat. Er gingen toen veel handen de lucht in.

Nu, twaalf jaar later, zien we dat de situatie nog steeds dezelfde is. Daarbij komen nog de milieu problemen, die van de visvangst, verkoop van onze gronden aan multinationals, die van de Senegalese illegale vluchtelingen, families die huis en haard moeten verlaten voor de infrastructuurwerken, de overstromingen in de buitenwijken,… Met de problemenfoor hebben we zowel deze transversale als de heel specifieke problemen aan de kaak willen stellen.

Hij vertelt over het plaatsje Kirène, een plaatsnaam die ik herken van elk flesje water dat je in Dakar in handen krijgt.

De mensen van Kirène hebben zelf niet eens drinkbaar water of elektriciteit terwijl er daar een waterfabriek is en een elektriciteitscentrale om deze te doen draaien. Zo is er ook de kuststad Mbour. De twee sectoren waar de ontwikkeling en de uitbreiding van die stad op steunde, visvangst en toerisme, zijn helemaal in het slop geraakt. Bij gevolg is er een enorme jongerenwerkloosheid.

Hoe geef je uitdrukking aan zo’n grote problemen met standjes op een beurs?

We gebruikten heel sprekende expressievormen. Zo hadden we een standje propvol met afval om het probleem van het straatvuil aan te kaarten. Ergens anders stonden er twee gevangenisdeuren. Eentje was open en er zat een goedgeklede ambtenaar rustig de krant te lezen. De andere was stevig op slot. Bij deze laatste hing het opschrift: ‘ik heb een brood gestolen’. Bij de eerste: ‘ik heb een miljard gestolen’.

Ergens anders hadden we een tabel gemaakt waarin de prijzen van de basisproducten zoals benzine, suiker en rijst in 2000 vergeleken werden met die van vandaag. We hadden ook ergens een car rapide (openbaar vervoer in de stad, or) tot barstens toe gevuld met mensen om te tonen dat de Senegalezen zelf ook hun verantwoordelijkheid hebben in dit alles.

Van waar komen jullie ideeën om de dingen zo aan te pakken en voor te stellen?

YEM is een beweging waar mensen mekaar tegenkomen wiens pad elkaar normaalgezien allicht nooit kruisen. Dat is misschien nog het meest fantastische aan YEM. Ik kom uit het onderzoeksmilieu, er zijn er uit de hip hop wereld, anderen zijn handenarbeiders, nog anderen komen net uit de gevangenis. Je ziet bij ons dus mensen die niet eens kunnen lezen naast journalisten, ingenieurs of informatici.

Maar er is een soort solidariteit, we helpen elkaar en we leren elkaar dingen die we zelf nog niet wisten. Ik heb geleerd dat als we enkel met een intellectuele aanpak zouden werken, onze beweging zou breken. We helpen elkaar dus met verschillende opleidingsniveaus begrijpen wat burgerschap is. Dat is wat ik interessant vind aan YEM. Het is ook de originaliteit van de beweging.

Hoe ben je eigenlijk terechtgekomen bij Y’en a Marre?

Ik ben altijd tegen onrecht geweest en was vroeger ook actief in de vakbondsbeweging. Veel vrienden van mij zijn ook effectief in de politiek terecht gekomen. Maar ik heb op een gegeven moment gebroken met al die bewegingen. De publieke en politieke ruimte heeft me steeds geïnteresseerd maar ik vond het nooit een echt goed kader om me in uit te drukken. In de politieke partijen is er geen democratie. Het zijn dezelfde figuren die al decennialang aan de macht zijn. Het draait zelfs niet om ideologieën maar om personen.

Ik ging dus, net zoals vele anderen, gewoon verder met mijn leven: eten, slapen werken. Tot de 19e maart, de feestdag van de altérnance, de jaarlijkse herdenking van Wade die de macht overnam van zijn voorganger Diouf. Ik was ergens in het binnenland voor het werk en zag op tv dat er verschillende betogingen waren, waaronder die van de hip hoppers. Ik dacht toen nog dat het weer verhaaltjes waren, de zoveelste poging om iets te doen.

Toen eind juni duidelijk werd dat Wade aan de grondwet wilde sleutelen voor de verkiezingen wilde ik absoluut iets doen. Ik wilde desnoods als enige Senegalees voor het parlement gaan betogen tegen die maatregel. Maar toen hoorde ik op 22 juni op de radio dat de jongeren van YEM al op straat waren gekomen en dat er opstootjes waren. Ik heb meteen drie euro aan een taximan gegeven om me daarheen te brengen. Ik betoogde dus mee met hen, en het heeft me toen echt aangemoedigd.

De volgende ochtend stond ik om acht uur opnieuw voor het parlement. Zo ben ik in de beweging gerold en heb ik mensen als de rappers en Fadel Barro leren kennen. Ik was al lang geleden opgehouden met naar hip hop te luisteren, maar het zijn vooral mijn overtuigingen, maar ook die van de anderen, die aan de beroemdheden en aan de beweging zijn vooraf gegaan. YEM heeft niets nieuws gebracht, het heeft enkel het kader en de uitdrukkingsvormen mogelijk gemaakt voor een overtuiging en een inzet die reeds lang bestonden. Het is vaak nog wat natte vingerwerk maar daar komen de meest creatieve ideeën van.

Vorige week zat je nog achter de tralies. Hoe ben je daar beland?

Begin dit jaar stelden de Senegalezen het grondwettelijk hof een juridische vraag over de kandidatuur van Wade. Door zijn kandidatuur te aanvaarden gaven ze ons echter een politiek antwoord. Dat konden we niet zo maar laten passeren. Daarom organiseerden we zaterdag 11 en zondag 12 februari een betoging en de Senegalezen hadden echt zin om op straat te komen.

Voor de dagen erna dienden we een aanvraag in om de nacht door te brengen op de Place de l’ Obélisque, maar hiervoor kregen we geen toestemming. Eigenlijk wilden ze vooral niet dat we onze stem lieten horen en wilden ze ons uit de publieke ruimte weren.

Hoe hebben ze u uiteindelijk gearresteerd?

Faye: Op 16 februari waren de strijdkrachten er al vroeg, met velen en tot de tanden toe gewapend. Gedurende vier of vijf blokken hebben ze me achtervolgd. Uiteindelijk ben ik maar gestopt, want ik wist dat ze me anders zouden neerschieten. Ik glipte dan maar een kapsalon binnen, maar ik zag algauw dat er geen achteruitgang was en zo hebben de politiemannen me gevat. Terwijl de vrouwen in het kapsalon hen uitjouwde hebben de politiemannen me meegenomen naar het politiebureau van Grand Dakar.

Jullie advocaten kwamen in de rechtszaal vaak terug op het gedrag van de politie. Wat heb je er zelf van gemerkt?

Onderweg begonnen ze me al te slaan, te stampen, kloppen en slingerden ze beledigingen naar mijn hoofd. De twee andere jongeren die bij mij waren kregen slagen van een geweerkolf. Die politiemannen waren ervan overtuigd dat we ongeschoolde bandieten waren. Toen begonnen ze ons vragen te stellen en hadden ze al gauw door dat dit niet klopte. We merkten duidelijk dat er een politieke boodschap achter zat, ze hadden duidelijke instructies gekregen. Ze verplichtten me om te zeggen ‘ik heb er zin in’ om me te vernederen voor de andere jongeren die me zagen als leider. Toen ik dit weigerde werd ik geslagen. Vooral mijn knie is beschadigd, maar ook mijn arm waarmee ik me beschermde. In het volgende politiekantoor, dat van Point E, waren de politieoversten echter erg geïnteresseerd in YEM, in wie we zijn en wat we doen. We hadden echt een interessant debat.

Hoe zijn jullie uiteindelijk in het centrale politiekantoor beland waar we jullie eten zijn komen brengen?

De minister (van binnenlandse zaken, Ousmane Gnom, or) had lucht gekregen van onze arrestatie en vroeg dat we getransfereerd werden naar de centrale politie. Ook daar zijn we goed behandeld. We hebben de politieagenten wat geld gegeven om schoonmaakproducten en slippers te kopen en hebben onze cel gepoetst. Aan de andere gevangenen hebben we gevraagd om niet meer met hun schoenen in de cel te stappen.

De politieagenten keken met grote ogen toe. Een van onze medegevangenen was een Libanees en die vroeg ons verbaasd: ‘Is dat nu waar YEM voor staat? De overheid zou jullie moeten steunen in plaats van jullie te vervolgen. Dit heb ik nog nooit gezien!’

Jullie waren niet de enigen die opgepakt zijn tijdens de betogingen.

Toen wij werden vrijgelaten zat de gevangenis nog stampvol jongeren. Er zijn er die nu nog steeds vastzitten. Ze arresteerden ze gewoon in de buurt van de betogingen. Een jongeman vertelde me dat hij zich nooit met politiek inlaat maar gewoon toevallig in de buurt was. Een andere vertelde hoe hij de avond voordien op tv geïnspireerd werd door de beelden van de betogingen en Senegalezen die strijden voor het land. Hij besloot om de volgende dag te gaan betogen en werd meteen opgepakt. Andere jongeren verzekerden me dat ze bij vrijlating meteen opnieuw zouden gaan betogen.

Het was mooi om al dat engagement te zien, om met de jongeren te kunnen praten, om jonge politiemannen te horen toegeven dat ze YEM waren. Stuk voor stuk mensen die inzien dat wij voor hen aan het vechten zijn. Maar we moeten ook bescheiden blijven. We zijn maar een kleine bijdrage in het grote Senegal, een land waar mensen al lang voor ons een strijd hebben gevoerd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur