‘Iedereen wil Amerika zijn’

Als de term “baanbreker” bij iemand past, dan bij de ecologische passionaria Sunita Narain. Haar onderzoekswerk naar de waterhuishouding van India en de taakverdeling tussen rijk en arm in het aanpakken van de klimaatverandering heeft meer dan één steen verlegd in de stroom van de geschiedenis.

  • MO*/Gie Goris Sunita Narain. MO*/Gie Goris

Dit artikel verschijnt in MO*100, het extra dikke verjaardagsnummer van MO* dat op woensdag 28 november verschijnt. Sunita Narain heeft een videoboodschap opgenomen die op 1 september zal worden vertoond op het volledig uitverkochte Feest van de Toekomst in het Kaaitheater in Brussel.

Ze doet al dertig jaar onderzoek naar de vraag hoe milieu en ontwikkeling samenhangen. Ze begon als coauteur aan de rapportenserie The State of India’s Environment, die in 1982 onder andere door The Economist enthousiast onthaald werd. Een van de toonaangevende en beleidsbeïnvloedende publicaties van Sunita Narain was zeker Dying Wisdom (1997), waarin ze samen met voormalig mentor Anil Agarwal de watercrisis van India beschrijft, en uitgebreid ingaat op concrete en haalbare alternatieven voor stad en platteland. Dit jaar publiceerde ze nog Excreta Matters, waarin de verschrikkelijke staat van India’s sanitaire voorzieningen en de impact daarvan op drinkwater en gezondheid gedocumenteerd wordt.

Intussen is Narain directrice van het Indiase Centre for Science and Environment en altijd onderweg, in of buiten India, als ze niet zit te vergaderen, te plannen, te evalueren, te communiceren. Voor MO* maakte ze half oktober toch nog een uurtje extra tijd. De eerste vraag die we haar stelden, was dezelfde als die we onze lezers op de website stelden naar aanleiding van het feest voor tien jaar MO*: wat zou zij doen if she ruled the world?

Sunita Narain: Eén: de klimaatverandering aanpakken, twee: de Verenigde Staten, en drie: de Verenigde Staten. De wereld is op zoveel manieren onderling verbonden dat we ook echt van elkaar afhankelijk geworden zijn. Daarom hebben we mondiale regels nodig waaraan iedereen zich moet houden en die vooral bedoeld zijn om de zwaksten en machtelozen te beschermen en te steunen. Dat is de uitdaging sinds de Aardetop van 1992, en de wereldleiders hebben collectief gefaald. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt zonder meer bij de VS: de Amerikaanse regering heeft geweigerd haar verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Kun je niet evengoed zeggen dat het kapitalisme weigert een oplossing te bedenken voor de problemen die het zelf creëert?

Sunita Narain: Ik weet niet of het een probleem is dat inherent is aan het kapitalisme. Ik zou toch eerder zeggen dat het samenhangt met het specifieke economische én politieke systeem dat de dienst uitmaakt in de VS – en steeds meer door de rest van de wereld gekopieerd wordt. Iedereen wil Amerika zijn: India, China, en zelfs Europa gelooft dat succes samenhangt met de Amerikaanse manier om economie en maatschappij te ordenen. Nochtans is dat model desastreus voor mondiale samenwerking en ecologische veiligheid.

Zijn de VS of is het Westen alleen verantwoordelijk voor de mondiale ecologische veiligheid?

Sunita Narain: Het basisidee dat op de Aardetop van 1992 in Rio uitgewerkt werd, ging uit van gemeenschappelijke maar verschillende verantwoordelijkheid. De grotere inspanningen die gevraagd werden aan de rijke landen hadden een economische basis: eerst de rijke en vervuilende economieën. Als dat toen in afdwingbare internationale regels gegoten was, en het Westen zich aan die afspraken gehouden had, dan zouden landen als China en India vandaag vanzelf meedoen en de verplichtingen voor opkomende landen op zich nemen. In plaats daarvan zitten we twintig jaar later nog steeds te bekvechten over wie als eerste aan zet is om de planeet te redden. Omdat de VS weigerden hun deel te doen, en dat nog steeds weigeren.

Europa ziet zichzelf wel als een voortrekker in de klimaatdiscussie.

Sunita Narain: Sorry, maar de EU leidt niet. Duitsland en Zweden misschien. De EU gaf Obama in Kopenhagen veel te veel ruimte om de show te stelen en tegelijk de top te torpederen. Daarvoor had de EU een leidersrol, omdat het de basisprincipes van internationaal bestuur – gelijkheid, rechtvaardigheid, duurzaamheid – zo fundamenteel in zijn eigen functioneren geïntegreerd had. Vandaag is de Unie echter een verwarde club van naties die op zoek zijn naar de uitweg uit allerlei crisissen, zonder op hun eigen sterktes te durven rekenen.

Is de opkomst van de BRICS (Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika) een goede zaak?

Sunita Narain: Die kan een goed zaak zijn, áls deze opkomende machten zich profileren als de stem van degenen die geen stem hebben op internationale fora. Maar als de BRICS gewoon het recht opeisen evenveel te vervuilen als de oude industriële machten, dan wordt het een ramp. Voorlopig spreek ik mij nog niet uit. Het kan nog steeds de goede kant opgaan.

Wat op de nieuwe Aardetop van dit jaar in Rio duidelijk werd, is dat de opkomende landen verwachten dat ze als gelijken aan tafel kunnen komen. De oude machten hebben dat echter nog niet door. Europa blijft preken alsof het de enige groene profeet is die zich om de toekomst bekommert, en de VS doen gewoon hun eigen zin. Intussen erkent men niet dat landen als Mexico, Indonesië, India en China wel degelijk hun eigen ecologisch bewustzijn ontwikkeld hebben en constructief mee kunnen discussiëren over mondiale akkoorden.

Zijn de miljoenen armen bereid tragere groei te aanvaarden als gevolg van mondiale milieu- en klimaatregels?

Sunita Narain: Dat is een onmogelijke vraag om te beantwoorden. Maar je ziet zowel in India als in China op letterlijk duizenden plaatsen protest ontstaan tegen de manier waarop de ontwikkelingsstaat omgaat met land en water, de voornaamste bronnen van levensonderhoud voor de armen. Hun verzet tegen vervuiling is niet romantisch, het is economisch. De ecologie van de armen eist een economie die de natuurlijke rijkdommen respecteert als bron van inkomen voor huidige en toekomstige generaties van armen. Dat is geen ecologie zoals het Westen die kent, waarbij productie en consumptie vrijwel ongemoeid gelaten worden omdat men toch de middelen heeft om er telkens een vuilnisman achteraan te sturen om de boel op te ruimen.

Is die ecologie van de armen ook al vertaald in een functionerende economie?

Sunita Narain: Nee, en dat maakt ons kwetsbaar. We wéten dat de huidige aanpak niet deugt, maar als alternatief hebben we voorlopig niet veel meer dan inspirerende verhalen van een dorp hier of een gemeenschap daar. Dat is onvoldoende in de wereld van de echte machtspolitiek. We hebben een grotere schaal nodig.

Waar ziet u hoop, na deze niet al te vrolijke analyse?

Sunita Narain: Bij de mensen en bij de democratie die mensen in staat stelt hun belangen te verdedigen. Zolang de industriële en financiële belangengroepen er niet in slagen die democratie werkelijk te ondergraven, kunnen mensen tegelijk elektriciteit én milieubehoud vragen, mijnbouw én het behoud van landbouw en rivieren. De vraag naar duurzame groei voor de armen leeft in het Zuiden allang niet meer als gefluister, het is een schreeuw die steeds krachtiger wordt. Vandaag is het misschien nog chaotisch lawaai, maar als er van onderuit hard gewerkt wordt aan organisatie, dan wordt het een gesprek waaruit reële plannen voor een duurzame en rechtvaardige wereld kunnen voortkomen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur