‘Ik zal mijn territorium verdedigen, maar ik durf dat territorium ook te verplaatsen’

‘Fantastisch nieuws en niet meer dan normaal dat Sidi Larbi de Vlaamse cultuurprijs 2012 krijgt. Zijn werk bouwt bruggen, opent je ogen en schept werelden waar je als toeschouwer naartoe wordt gezogen.’ Dat schrijft Goedele Janssens op de website van de Singel als reactie op de aankondiging van de voorstelling Puz/zle van choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui in mei.

  • Bart Lasuy Sidi Larbi Cherkaoui Bart Lasuy

Ik had me goed voorbereid op het gesprek met Sidi Larbi Cherkaoui. Maar dat nam mijn onzekerheid niet helemaal weg. De man is tenslotte een internationaal gevierd choreograaf die de successen opstapelt en wereldwijd de meest prestigieuze prijzen in de wacht sleept. Maar ik had een troef. Ik ken Bouchra, iemand met wie hij jarenlang de schoolbanken heeft gedeeld. ‘Sidi Larbi was uitstekend in wiskunde en onze leerkracht vond dat hij daar zeker iets mee moest doen. Burgerlijk ingenieur of zo’, zei ze in een gesprek een klein jaar geleden toen de naam van Sidi Larbi terloops viel.

Sidi Larbi Cherkaoui bouwt geen barrières om zich heen. Hij is erg bescheiden, een vlotte spreker en hij geeft je snel het gevoel dat je hem al jaren kent. Hij was ook gecharmeerd toen ik hem over Bouchra en het verhaal van de wiskundeleraar vertelde.

Dat ze dat nog weet, raakt hem. Bouchra was een goede vriendin. De enige die hem begreep. ‘Ik voelde me verbonden met Bouchra. We zijn beiden van migrantenkomaf. We hadden het beiden moeilijk thuis en we werkten allebei heel hard. Het is ook niet toevallig dat zij dokter is geworden en ik de dans ben ingegaan’, zegt de choreograaf. ‘Het is voor ons allebei een manier om naar genezing te zoeken. Genezing van een omgeving die ons een beetje pijn doet.’

Geen competitie

‘De keuze voor dans was niet alleen een keuze voor het esthetische maar ook voor het helende’, zegt Sidi Larbi Cherkaoui. ‘Ik moest bewegen. Ik had behoefte aan een beter lichaam, een gezonder en sterker lichaam.’ Als kind voelde hij zich vaak alleen. Thuis heeft hij alleen de slechte jaren van het huwelijk van zijn ouders meegemaakt. Dat deed hem pijn. Hij voelde zich ook te veel. ‘Mijn vader was ook altijd eerlijk en dan kwamen er uitspraken als ‘Ja, maar voor de kinderen dit of voor de kinderen dat’. Of je het nu wilt of niet, als je zoiets zegt, lijkt het of het de schuld is van de kinderen en daar moeten ouders voor oppassen’, zegt Cherkaoui. ‘You can’t blame the cake you’ve baked.’

Hij mengt geregeld wat Engels door zijn taal. Maar ook zijn Frans is uitstekend. Dat heeft met zijn achtergrond te maken. Zijn Marokkaanse vader sprak behalve Arabisch ook Frans en Spaans en zijn Vlaamse moeder was ook meertalig. Thuis werd Frans gesproken en zijn moeder zei alles twee keer tegen haar twee kinderen. Een keer in het Nederlands en nog een keer in het Frans. De televisie stond op Franse zenders.

Cherkaoui’s identiteit is dus vanaf het begin meervoudig geweest, en dat weerspiegelt zich in zijn werk. Hij zoekt, snuift en proeft en het resultaat is altijd iets unieks. Dat heeft hij keer op keer bewezen. En elke voorstelling zegt wel ook iets over hem. In Babel (words) bijvoorbeeld, een voorstelling die hij in 2010 samen met zijn Franstalige collega Damien Jalet maakte, behandelt hij het thema taal en territorium en hoe talen een bepaald territorium opeisen. Het is het verhaal van Vlamingen en Walen, van het Nederlands en het Frans, van de Vlaming Sidi Larbi Cherkaoui en de Franstalige Damien Jalet. De twee werken al jaren samen. En dus was de wil om met Jalet Babel te maken onbewust maar ook bewust. Het werkt tussen de twee choreografen. België werkt.

Cherkaoui houdt niet van competitie maar ook niet van nonchalance. Hij kon niet aarden op het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken (HIVT), waar hij na zijn middelbaar school ging studeren. Er was een sfeer van competitie en een levensstijl van drinken en fuiven die hem niet beviel. ‘Ik voelde me daar ellendig’, vertelt de choreograaf. ‘Ik voelde me ook niet welkom, want het eerste wat wij als nieuwe studenten te horen kregen was dat we het niet zouden halen. En dat accepteerde ik niet’, zegt Cherkaoui. ‘Ik heb verlangen nodig, want als ik het gevoel heb dat ik niet gewild of niet welkom ben, ja, dan ben ik weg.’ En dat is ook wat hij deed. Terwijl hij aan het HIVT studeerde, volgde hij ook dansles. Het jaar nadien schakelde hij over naar een volwaardige dansopleiding. ‘In de kunst is er verlangen, er is een publiek dat naar je toekomt. En als er verlangen is, dan heb ik heel veel te bieden. Maar als er geen verlangen is, dan heb ik niets te bieden’, zegt hij.

Geluk

Sidi Larbi Cherkaoui begon als danser in varietévoorstellingen en televisieprogramma’s. In Brussel studeerde hij aan P.A.R.T.S., de dansschool van Anne Teresa de Keersmaeker, en in 1995 won hij de prijs voor de beste Belgische danssolo. Sidi Larbi Cherkaoui’s professionele dansleven begint in 1999. Sindsdien stapelen de successen zich op. Maar dat schrijft de choreograaf meer toe aan geluk dan aan uitzonderlijk talent.

‘Ik heb het geluk dat mensen zich herkennen in wat ik maak. Dat komt misschien omdat ik verschillende identiteiten heb. Er is altijd een deel in mij dat toegankelijk is voor iemand, omdat het op een bepaalde manier wiskundig is of omdat er een zekere mystiek in zit of omdat het over culturele kwesties gaat waarin men zich kan vinden of omdat het een zeker entertainmentgehalte heeft. Het is niet hermetisch. Ik kom ook van de variété en ik weet hoe een voorstelling kan blijven boeien. En het is altijd een oefening om een balans te vinden tussen iets dat blijft aanspreken en iets dat een bepaalde inhoud en diepte heeft.’

Sidi Larbi: letterlijk vertaald betekent dat “Mijnheer de Arabier”. Cherkaoui: hij die uit het oosten komt. Eastman is ook de naam van het gezelschap dat hij in 2012 heeft opgericht. ‘Ik hou van de paradox’, zegt Cherkaoui. ‘Van zo blank te zijn en zo Vlaams te klinken en dan toch “de Arabier” te heten. Het is niet eenvoudig om die onmogelijke combinaties te belichamen en ik ben daar trots op.’

Elke samenwerking is een culturele uitwisseling, ondervindt Cherkaoui. Dat was zijn ervaring met onder anderen de Brits-Bengaalse danser Akram Khan, met wie hij Zero Degree (2010) maakte, en met flamencodanseres Maria Pagès, met wie hij Dunas (2009) heeft gecreëerd. Met elke persoon is er iets gemeenschappelijks maar ook iets verschillends. Akram Khan is ook een moslim, maar in zijn omgeving wordt dans geaccepteerd. Hij heeft ook nog sterke banden met zijn familie, terwijl het bij Cherkaoui een strijd was om de dans in te gaan en hij daardoor banden met de familie heeft moeten doorknippen. Met Maria Pagès deelt hij Moorse roots. In de voorstelling komen ze naar elkaar toe, maar gaan ze ook weer van elkaar weg. En dat vindt de choreograaf interessant. ‘Er is een moment van ontmoeting en een moment van scheiding. Er is de gelijkenis en het verschil en dat is normaal’, zegt hij.

Met water schrijven

Of het publiek alles begrijpt van zijn voorstellingen is niet de vraag. ‘Het probleem met begrijpen is dat we denken alles te kunnen begrijpen. Er is zoveel dat we niet van elkaar kunnen begrijpen en dat is normaal’, zegt Cherkaoui. ‘Ik was heel lang kwaad op de wereld die mij niet begreep, tot ik op een bepaald moment de vraag omkeerde. Alsof ik iedereen begreep, besefte ik toen.’

Puzzle is een voorstelling waarin ik de geschiedenis van de mens in twee uur snel doorloop. In de laatste beelden worden de stenen die we gebruiken opeens een muur. Een danser staat te taggen en zegt een deur in de muur te willen maken. Andere dansers beginnen ook te taggen, maar zij doen dat met water. Wat ze schrijven kun je dus niet lezen. Dat was een manier om te zeggen dat we kunnen blijven schrijven maar eigenlijk is het vluchtig en ze worden toch doodgeschoten. Maar uit elke dood komt er opnieuw leven.’

‘Via mijn voorstellingen probeer ik dus dingen die ik niet kan begrijpen te verwerken. Ik begrijp woede, misverstanden, het feit dat mensen elkaar niet begrijpen, maar mijn houding is er een van: ik ga weg. Als heel de straat hier zou zeggen: ‘Die jongen moet weg’, ja, dan ben ik weg. Andere mensen zullen zeggen: ‘Ja maar, wij hebben het recht hier te zijn’ en die hebben evenzeer gelijk. Ik besef dat de menselijke strijd gewoon menselijk is. Mijn attitude is een beetje als die van een monnik. Ik zal een territorium verdedigen, maar ik durf dat territorium ook te verplaatsen.’

‘Ik heb met kunst een paar dingen kunnen verwezenlijken voor mezelf en voor een zekere kring rondom mij. Ik ben nu 37. Ik ben emotioneel en spiritueel op een heel andere plek, maar ik heb ook een tempel gebouwd om mezelf te beschermen. Ik heb die tempel nodig en ik denk dat dat voor iedereen op zijn of haar manier geldt.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur