MO* sprak met Vlaams vertegenwoordiger op VN-bossenforum

Carl De Schepper van het Agentschap voor Natuur en Bos

Gemiddeld wordt er wereldwijd ongeveer 13 miljoen hectare bos gekapt per jaar. Dat was ooit meer, maar elke hectare bos die vandaag verdwijnt, is er een te veel. 2011 is door de Verenigde Naties dan ook uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Bossen. De opening van het themajaar was een bossenforum in New York en Carl De Schepper van de Afdeling Beleid van het Agentschap voor Natuur en Bos was daar aanwezig.

  • MO* MO*

2011 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot internationaal jaar van het bos. Wat is er aan de hand met de bossen?

De grootste problemen zijn de ontbossing en de bosdegradatie. De wereld verliest jaarlijks ongeveer 13 miljoen hectare bos. Dat is het brutoverlies, maar er komt natuurlijk ook bos bij. Het nettoverlies bedraagt 5 miljoen per jaar. Bijvoorbeeld in China is men met projecten bezig om nieuwe bossen te planten op grote schaal, onder meer in functie van lokale energievoorziening, brandhout en bescherming van de bodem. Maar die plantages dragen wel minder bij aan de biodiversiteit dan de oerbossen die stelselmatig verdwijnen.

Moet die aanplanting voor brandhout en energievoorziening wel meegeteld worden in de nettobalans? Dat zijn toch bossen die geplant worden om te kappen.

Men kapt dan op een slimme manier om het bos te kunnen behouden. Ook wij doen nog aan houtkap. Dat is hout voor industrie of brandhout. Maar de kap is wel doordacht, zodat het geheel er niet te hard onder lijdt. In de wat drogere gebieden van de ontwikkelingslanden, waar je vaak een sterke bevolkingsconcentratie hebt, is het beter om rond de woonkernen bepaalde bosgordels te voorzien. Die kunnen de mensen rechtstreeks gebruiken om aan energievoorziening te doen. Zo vergemakkelijkt de controle en vermindert de druk op natuurlijke bossen. Technisch gezien zijn dat ook bossen, hoewel ze heel intensief gebruikt worden.

Uit cijfers van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO blijkt dat de ontbossing wereldwijd lichtjes achteruit gaat.

Die organisatie deed om de tien en sinds 2000 om de 5 jaar, een enquête in alle landen ter wereld om een zicht te krijgen op de evolutie van de bosoppervlakte. Door middel van luchtopnames en satellietbeelden zien ze of die cijfers steek houden. Daaruit blijkt dat de laatste tien jaar de snelheid van ontbossing afremt. Dat toont aan dat het beleid werkt. Maar traag.

Voor sommige ontwikkelingslanden zijn de bossen, en het kappen van bossen, een belangrijke bron van inkomsten. 

Het gebruik van de natuurlijke hulpbronnen is voor die landen noodzakelijk voor een economisch ontwikkeling.

Suriname is het meest bosrijke land ter wereld met meer dan 90 procent van het landoppervlak onder bos. Vraag is of een land als Suriname technisch, wetenschappelijk en maatschappelijk klaar is om die keuzes waar te maken. Hoe ver wil en kan een land gaan in het behoud van zijn bossen?  Brazilië heeft op regeerniveau beslist om grote oppervlaktes bos te kappen voor landbouw. Het cruciale vraagstuk is voor mij waar je welk soort grondgebruik toelaat. Grond die nu met bos bedekt is offeren we op om de wereld een zekere welvaart te gunnen. Maar we moeten zorgen dat we de belangrijkste bossen behouden, om voldoende leven, biodiversiteit en bodembescherming veilig te stellen.

Landen die ontbossing en bosdegradatie bestrijden, mogen daarvoor sinds kort een beloning verwachten.

Een goed voorbeeld is het REDD+systeem, dat in principe is aangenomen tijdens de laatste klimaatconferentie in Cancún. Als een land zijn uitstoot van broeikasgassen als gevolg van ontbossing en bosdegradatie kan terugdringen, kan het een financiële beloning krijgen. Maar dat systeem moet nog uitgewerkt worden. Maar er zijn ook mogelijkheden binnen het Kyoto-protocol. Als een ontwikkelingsland nieuw bos aanlegt kan het de CO2, die zo uit de atmosfeer wordt gehaald, in de vorm van emissierechten verkopen op de internationale markt.

Als je zorgt dat de bossen behouden worden dankzij een bepaald beloningssysteem, moet je wel weten wie recht heeft op een stuk van die beloning. Wie is de rechtmatige eigenaar van die bossen? Wie heeft inspanningen geleverd om die bossen te behouden zoals ze zijn? In ontwikkelingslanden is dat niet altijd duidelijk.

Er is dus een gevaar dat inheemse volkeren beloningen mislopen?

Er was op het forum een mooie presentatie met een afbeelding van een zak geld die boven een houten stelling in het bos wordt gegooid. De staats- en regeringsleiders staan vanboven op die stelling en vangen het meeste geld. Beneden staat dan een arme indiaan die met uitgestrekte armen een paar kruimels probeert op te vangen. Er zitten daarom wel veiligheidsnetten in REDD+. Rechten van inheemse bevolkingsgroepen en eerlijke verdeling van de opbrengsten zijn basisprincipes van het systeem.  

De problemen situeren zich vooral in het Zuiden. Hoe zit het in Europa?

In Europa neemt de bosoppervlakte geleidelijk aan toe, maar de kwaliteit is niet overal optimaal. Veel van die bossen zijn al sinds de middeleeuwen sterk gebruikt. De hand van de mens is heel zichtbaar en dieren, planten en boomsoorten verdwijnen. Het intens bosgebruik zorgt er bijvoorbeeld voor dat oude, dode bomen verdwijnen. Maar net die bomen zijn interessant voor het leven in een bos.

Hoe is de situatie bij ons?

In Vlaanderen is 10 procent van het landoppervlak bedenkt met bos. Velen vinden dat te weinig, maar het is enorm moeilijk om hier bosuitbreiding te realiseren. Druk op grond in de open ruimte is bijzonder groot. Vlaanderen wordt ook nog steeds met ontbossing geconfronteerd. Volgens de wet moeten bossen die verdwijnen gecompenseerd worden, maar dat verloopt meestal moeizaam. Versnippering is ook een probleem: de bossen liggen helemaal verspreid in het landschap en zo gaat de natuurlijke dynamiek een beetje verloren. Wij willen bossen en boskernen versterken en uitbreiden.

Veel Vlaamse privé-eigenaars zijn bovendien niet te happig om hun bos open te stellen voor het publiek. Eigenaars die dat wel doen, kunnen op subsidies rekenen zodat er bosgebied vrijkomt voor mensen om in te wandelen.

Is het moeilijk om daar tussen Vlaanderen en Wallonië een compromis in te vinden?

Nee, in België hebben we op het vlak van bos weinig meningsverschillen. Wallonië heeft natuurlijk wel vier keer zoveel bos als wij. Bossen hebben daar ook een groter economisch belang. In Vlaanderen is er meer aandacht voor biodiversiteit en sociale aspecten. Het is misschien een geruststelling voor de mensen dat de landsdelen op ambtelijk niveau nog goed kunnen samenwerken.

Wijst het recente VN-forum waar u aan deel nam op een groeiende politieke bewustwording van het probleem?

Het cruciale vraagstuk is welk soort grondgebruik je toelaat. Grond die nu onder bos bedekt is, offeren we op om de wereld een zekere welvaart te gunnen. Maar we moeten zorgen dat we de belangrijkste bossen behouden, om voldoende leven, biodiversiteit en bodembescherming veilig te stellen.

 

Er is inderdaad een groeiende bewustwording rond de ontbossingproblematiek. Maar dat is niet enkel uit ecologische overwegingen. Als je 20 procent van de uitstoot van broeikasgassen kunt beperken in het Zuiden, moet je voor dat deel geen harde maatregelen nemen in het Westen. De manier waarop wij leven en energie consumeren moet veranderen, maar dat ligt politiek gevoelig en is vaak duur. Er spelen dus ook strategische belangen mee. Maar elk miljoen hectare bos die gered wordt, is er een die blijft bestaan.

Wat stond er juist op de agenda van het forum?

Dit jaar stonden sociale en culturele aspecten centraal. Het idee was om ons te richten op het belang van bossen voor de mens. Want andere internationale processen en verdragen gaan vooral over klimaat of biodiversiteit. Het VN-forum wilde nu de boodschap meegeven: bossen zijn eigenlijk veel meer dan opgeslagen koolstof in bomen, en meer dan biodiversiteit. Ze staan ten dienste van de mens via diverse functies.

Worden die andere functies te vaak uit het oog verloren?

Ja, maar dat komt omdat de problematiek anders is in verschillende delen van de wereld. In ontwikkelingslanden gaat het heel sterk over direct bosgebruik. Inheemse bevolkingsgroepen, maar ook mensen die afhankelijk zijn van bijvoorbeeld hout als energievoorziening. Bij ons stijgt brandhoutverbruik ook wel, maar bij ons is recreatie in bossen belangrijker en de problematiek van stadsbossen. Een ander punt, vanuit de EU, is arbeidsveiligheid. Mensen die met zware machines in bossen werken, moeten dat op veiligere manier kunnen doen.

Er worden geen harde wetten opgelegd, alleen aanbevelingen gedaan. Werkt die procedure in de praktijk?

Op termijn van tien jaar, die in internationale dimensie kort is, merk je toch een verandering. Soms is het wel frustrerend. Iedereen neemt deel vanuit zijn eigen perspectief. Het is pas door heel intens met elkaar te praten dat je elkaars zorgen te weten komt. Brazilië zegt bijvoorbeeld: bossen zijn natuurlijke hulpbronnen en wij hebben die nodig om onze eigen economische ontwikkeling draaiende te houden. Net zoals wij dat in Europa vanaf de middeleeuwen hebben gedaan. Wij kunnen dat recht niet ontzeggen aan andere landen. Zij moeten lessen trekken uit de fouten die wij gemaakt hebben. Landen als Brazilië willen niet door het Westen gedicteerd worden. Men wil echter wel meedenken en zelf een beleid ontwikkelen vanuit hun eigen dynamiek.

Gaat er ooit een bosverdrag komen?

Om een akkoord te vinden moet je een compromis zoeken tussen wat nodig is en wat je bereid bent te doen. Maar de vraag blijft dan: hoe hard is dat akkoord? Met systemen die de verantwoordelijkheid geven aan landen om op hun eigen manier te werken, weliswaar binnen een mondiaal gedragen doelstelling, denk ik dat we ontbossing kunnen herleiden tot nul op langere termijn.

Maatschappelijke groepen hebben zich op het VN-forum voor het eerst verenigd. Vergroot dat de impact van ngo’s?

Ik vond van wel. Het heeft een tijd geduurd voor de VN zich openstelde voor maatschappelijke groepen. Maar als die groepen met één duidelijke boodschap naar voren komen, heeft dat een sterke impact.

Vindt u dat de overheid goed communiceert over de problematiek?

Er zijn heel veel verschillende manieren om mensen te bereiken. De Week van het Bos bijvoorbeeld. Dat is een grote informatie- en sensibiliseringscampagne die we elk jaar organiseren begin oktober. We werken dan rond een bepaald thema. We proberen zoveel mogelijk informatie te geven en activiteiten te organiseren zoals geleide wandelingen, spelprogramma’s in bossen enzovoort. Om de 2 jaar maken we ook een natuurrapport over de toestand van de natuur. Die rapporten zijn overigens vrij beschikbaar.

Moet ontbossing  wel een van onze prioriteiten zijn in tijden van conflicten en economische moeilijkheden?

Ik denk het wel, nu wordt er veel te weinig aandacht aan geschonken. Bossen en natuurgebieden horen bij de leefomgeving van mensen. Vaak ontstaan sociale conflicten vanuit de nood om over voldoende ruimte en natuurlijke grondstoffen te beschikken. De ecologische basis van een maatschappij moet in orde zijn. Er zijn inderdaad grotere problemen in de wereld. Mensen moeten willen en kunnen samenleven. Maar zorg dragen voor de natuur is ook belangrijk volgens mij.

Wat vindt u van de acties in het Lappersfortbos?

Dat zet druk. Die acties gaan niet ongehoord. We werken aan de problematiek van zonevreemde bossen. Wij hebben die signalen nodig om alert en wakker te blijven en de vinger aan de pols van de maatschappij te houden. Je moet natuurlijk niet meteen op elke eis van elke pressiegroep ingaan. In de context van het Lappersfortbos spelen rechten en plichten mee. Je mag volgens de wet niet zomaar in een bos in een boom kruipen en daar gaan wonen. Ik heb er toch sympathie en bewondering voor. Maar vooral het algemeen maatschappelijk belang moet politieke beslissingen beïnvloeden.

Wordt de publieke opinie meer beïnvloed door dergelijke acties of door initiatieven van de overheid?

Meer door dergelijke acties, denk ik. Je ziet dat ook in de pers. Die gaat vaker te rade bij wie het luidst roept of bij ngo’s met een duidelijke boodschap. De algemene belangen behartigen, wat de taak is van de overheid, is moeilijker te communiceren. Het is dus vaak een handjevol idealisten dat erin slaagt veel media-aandacht te krijgen. Maar is dat dan de mening van de gemiddelde Vlaming? Ik weet het niet. Vooral bouwprojecten zorgen voor ontbossing in Vlaanderen. Mensen blijven geld op tafel leggen voor het kappen van een stukje bos om een huis te bouwen. De Belg heeft een baksteen in de maag, dus als puntje bij paaltje komt… Kijk maar naar uw eigen consumentengedrag.

Een boom in je tuin planten … Heeft dat zin?

Natuurlijk heeft dat zin. Eén boom is natuurlijk geen bos, maar het zorgt voor groen in je directe omgeving. Iets zien groeien in je tuin, dat is toch fantastisch! Die evolutie kunnen zien. Hoe het groeit. Blaadjes die opduiken en weer afvallen in de winter. Vogeltjes die naar je boom komen. En als die boom groot is kan je hem kappen en er brandhout van maken. Maar dat moet ook doordacht gebeuren. De mensen planten bomen in hun voortuintjes, maar die bomen groeien. De takken beginnen zich uit te spreiden, de bladeren verstoppen de dakgoot. Je moet beginnen snoeien en zo vermink je de boom, als je dat niet op een doordachte manier doet tenminste. Het proces van een boom planten in je tuin is dus hetzelfde als dat van de bossen wereldwijd. Je moet er op een doordachte manier mee omgaan en ver genoeg vooruitkijken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift