Is Iran de perfecte vijand? [opinie]

Vandaag 25 september spreekt de Iraanse president Ahmadinejad in New York de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Gisteren deed hij zijn reputatie alle eer aan door te stellen dat er in Iran geen homo’s zijn en dat er ‘meer onderzoek nodig is naar de holocaust’. Het Iran van Ahmadinejad is de perfecte vijand voor de havikken in de VS. Moeten we een nieuwe oorlog vrezen?
Aanzwellen, aan land gaan, categorie vijf, het oog van de storm: we weten tegenwoordig alles over natuurfenomenen met een herkenbare voornaam, waar ze zich ook voordoen. Intussen is er opvallend weinig aandacht voor het aanzwellen van een nieuwe politiek-militaire wervelstorm. Nochtans zijn de waarnemingen intussen quasi eensluidend: het oog van de verwoestende storm boven Irak verplaatst zich oostwaarts naar Iran.
Weerman met dienst Bernard Kouchner kondigde in het weekend van 16 september dan ook zwaar weer aan. We moeten ons voorbereiden op oorlog, zei de Franse minister van Buitenlandse Zaken en voormalig boegbeeld van de humanitaire zorg. Zijn verklaring was schokkend, maar dan vooral omwille van haar ongepolijste duidelijkheid.
Andere politici blijven herhalen dat de diplomatie alle kansen moet krijgen, terwijl ze echte dialoog tussen Teheran en de internationale gemeenschap afblokken of afdoen als onverantwoord getreuzel. Dat was in elk geval wat Mohamed ElBaradei, directeur-generaal van het Internationaal Atoomagentschap en Nobelprijswinnaar voor de vrede, te horen kreeg van Britse, Amerikaanse, Duitse en Franse diplomaten nadat hij in augustus een overeenkomst sloot met Iran om de samenwerking tussen Teheran en het IAEA te verbeteren.

Op het front van de publieke opinie zijn intussen de drie kernelementen voor een -al dan niet beperkte- militaire aanpak van Iran stevig neergezet.
Het atoomprogramma is, zeker voor Europees gebruik, het sleutelargument. Karel De Gucht wond er tijdens zijn toespraak tot het het Belgische corps diplomatique op 3 september geen doekjes om: ‘Iran blijft vasthouden aan de plannen om kernwapens te ontwikkelen.’ Geen schijn van twijfel, geen minimum aan ruimte voor de mogelijkheid dat Iran andere dan militaire toepassingen van nucleaire technologie nastreeft. En dan is De Gucht nog allesbehalve een havik.
Het tweede argument voor interventie wordt met name opgebouwd voor Amerikaans en Brits gebruik. Iran wordt er in toenemende mate van beschuldigd de aanstoker te zijn van de instabiliteit en het geweld in Irak en Afghanistan. Er zouden bewijzen zijn voor wapenleveringen aan de Taliban, en de sjiitische milities in Irak worden hoe langer hoe meer voorgesteld als marionetten van de hoge geestelijken in Iran.
En dan is er nog het argument dat al meer dan twee decennia meegaat: de fundamentalistische sjiieten van Iran verdrukken hun eigen bevolking en met name hun vrouwen, én ze exporteren hun theocratische idealen onder andere via Hezbollah en Hamas, twee bewegingen die de vernietiging van de Isaëlische staat voorstaan. Dat argument brengt het Westen, Israël én soennitische staten als Saudi-Arabië en Egypte onder één afwijzingsfront samen.

Het is bijzonder moeilijk om vanuit een kantoortje in Brussel te oordelen over het waarheidsgehalte van de drie centrale aanklachten tegen Iran. Bovendien weten we uit ervaring dat de bewijzen van vandaag de leugens van morgen zijn. De Iraanse president Ahmadinejad doet er echter alles aan om de buitenwereld ervan te overtuigen dat reden is tot ongerustheid.
Het internationale geschut richt zich vandaag echter niet op Iran omwille van de publieke argumenten. Ook landen als Pakistan, Egypte, Israël en Saudi-Arabië -om enkel voorbeelden uit de regio te citeren waarmee onze eigen regeringen graag zoete broodjes bakken- exporteren extremistische ideologieën of bezitten atoomwapens of schakelen gewapende bewegingen in als huurlingen voor hun nationale belangen.
Iran ligt onder vuur omdat Washington beseft dat het zich al tweemaal van oorlog vergist heeft. De omverwerping van twee verzwakte regimes resulteert in toenemend geweld in de regio en de wereld. Iran zit echter niet op zijn knieën en het land verzet zich al bijna drie decennia tegen de Amerikaanse heerschappij. Goed ingelichte bronnen stellen dat de tandem Bush-Cheney het Witte Huis niet wil verlaten zonder dat verzet gebroken te hebben. We leven de volgende 15 maanden onder een rood stormsignaal.
(verschijnt als Voorwoord in het oktobernummer van MO*)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur