Khadaffi-wapens zijn een kans

De "Arabische" revolutie is ook voor het Westen een "opportuniteit"

De revoluties in Noord-Afrika en de Arabische wereld zijn ook voor Westerlingen zeer uitdagend. Sinds opstandelingen in Benghazi op videobeelden hebben staan zwaaien met oproerwapens, geleverd door de Luikse fabriek FN Herstal, zou in België een grondig debat moeten gevoerd over handeldrijven met bedenkelijke regimes.

De wapendeal waarover zoveel te doen was, stelt het dilemma tussen respect voor de (Afrikaanse) ander en het eigenbelang van de binnenlandse achterban (jobs, jobs, jobs) wel heel scherp; maar in feite kan iedereen die handeldrijft in een land met grote ongelijkheden, zich diezelfde vraag stellen.

Ik zit in een gezellige bistro in Brussel te praten met een Belgische van Ghanese komaf.  Zij heeft blauw bloed door haar aderen lopen en zal samen met haar zus enkele hectaren vruchtbare landbouwgrond ervan van haar moeder. De landerijen liggen op een hoogte, dus veel schrik van het wassende water heeft zij niet. Maar terugkeren en de gronden zelf gaan exploiteren, komt niet meteen in haar op. “Je veux être humaine”, zegt ze. Want net als in het gros van Afrika, zijn de schaarse vruchtbare akkers volgestouwd met keuterboerkes die voor hun overleven zijn aangewezen op deze groot uitgevallen moestuinen. Bij elke generatiewissel, raakt de grond onder deze landbouwers nog meer verdeeld. Binnen afzienbare tijd zullen de gronden van mijn disgenoot bezaaid en doorploegd worden door vele landloze Ghanezen. Op papier is het haar eigendom, maar in werkelijkheid vergt het hardvochtigheid zo zij er munt wil uitslaan.

Dit is ook het dilemma waarmee onze wapenconstructeurs kampten, toen ze enkele jaren terug een contract bij Khadaffi in de wacht konden slepen: winst boeken versus menselijk blijven. Vullen we ons orderboekje aan en verzekeren we daarmee enkele honderden jobs in het economisch achtergestelde Luik? En nemen we er het risico bij dat Khadaffi ons wapentuig versast naar conflictgebieden in Soedan of Tsjaad of gebruikt tegen protesterende Libiërs.

Alle Waalse partijen, zonder uitzondering, hebben toen ja gezegd. Zelfs de Franstalige Groenen zouden er, zo net voor de verkiezingen, geen “staatszaak” van maken, wist een welingelichte bron mij toen te vertellen. De vakbonden kwamen zelfs op straat om de nog aarzelende minister-president tot spoed aan te zetten. Want “er stonden jobs op het spel”.

Zinvoller is om onder ogen te zien dat bedrijfsvoering in onstabiele regio’s, met autoritaire regimes en een bevolking die weinig trickle-down ziet van onze investeringen, ethisch een heikele zaak is.
Sinds een opstandeling in Benghazi op tv stond te zwaaien met een anti-oproerwapen van Belgische makelij, eentje uit de omstreden levering van toen, heeft de minister-president bakzeil gehaald. Partijen, die zich voor het afsluiten van de deal amper of niet roerden, gewaagden plots van een schandaal. Dat is het politieke spel en je kan het ze niet kwalijk nemen. Maar we schieten er weinig mee op.

Een zondebok, in casu de minister-president met de vinger wijzen, leidt tot niks. Zinvoller is om onder ogen te zien dat bedrijfsvoering in onstabiele regio’s, met autoritaire regimes en een bevolking die weinig trickle-down ziet van onze investeringen, ethisch een heikele zaak is. De opportuniteiten, voor wie het aandurft, zijn enorm. De ethische vragen die zich stellen -met welk geld wordt mijn product betaald, wat met smeergeld om de deal binnen te rijven, wat met de regio waarin mijn fabrieken staan- zijn al even enorm.

Toch heeft Afrika nood aan business, ook Westerse. Dambisa Moyo heeft dat ten treure herhaald. Liever dan zomaar weg te lopen of zich te wentelen in een misplaatste morele superioriteit en zich te beperken tot waterputten slagen of aidspatiënten helpen- wat zeker nodig is, natuurlijk -  moeten we durven handeldrijven in Afrika. De Arabische lente is wel een uitgelezen kans om de krijtlijnen hiervoor te hertekenen en het evenwicht tussen ethiek en ebitda te herstellen. Missen we deze kans voor een publiek debat en verengen we het tot vingertjewijzen, dan zijn het morgen opnieuw denktanks, diplomaten en directiekamers van multinationals die deze afwegingen voor ons maken, al dan niet achter gesloten deuren.

Stefaan Anrys is ex-journalist van MO*. Hij is initiatiefnemer van ‘Deal with Africa’.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift