Landbouwsubsidies blinde vlek op G8-agenda

De Duitse kanselier Angela Merkel is vast van plan op de G8-top volgende week in Heiligendamm opnieuw te beloven dat de hulp aan Afrika tegen 2010 moet verdubbelen. Over de afbouw van de landbouwsubsidies in rijke landen, nefast voor de boeren in het Zuiden, wordt met geen woord gerept.
De zeven grootste industrielanden en Rusland (de G8) beloofden in 2005 in het Schotse Gleneagles al een keer dat ze hun ontwikkelingshulp aan Afrika tegen 2010 zouden verdubbelen. Merkel wil dat engagement laten herbevestigen en breekt een lans voor meer private investeringen in Afrika. Voor ondernemers met lef biedt het continent lucratieve investeringsmogelijkheden, luidt de boodschap.
Over de afbouw van de landbouwsubsidies maken de rijke landen geen dure beloften. Onderzoek heeft nochtans uitgewezen dat de steun voor de rijke boeren de concurrentiepositie van de Afrikaanse boeren in de voorbije twintig jaar flink heeft verzwakt. De subsidies zijn ook een van de redenen waarom de zogenaamde Doha-ontwikkelingsronde van onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie in het slop zit.
“Het basisprobleem voor de onderhandelingen over landbouw binnen de Wereldhandelsorganisatie kan in vier woorden worden samengevat: subsidies in rijke landen”, schreven de VN in 2005 in hun Human Development Report. In dat jaar spendeerden de rijkste landen net iets meer dan een miljard dollar aan hulp voor de landbouw in ontwikkelingslanden en net iets minder dan een miljard dollar voor de landbouw in eigen land.
In het begin van de jaren tachtig exporteerden de armste landen in zwart Afrika meer landbouwproducten naar de rest van de wereld dan dat ze importeerden. Vanaf 1984 werd het handelsoverschot een deficit dat is aangegroeid tot zes miljard dollar in 2005.
“De regio met 689 miljoen mensen heeft een kleiner aandeel in de export in de wereld dan België met 10 miljoen inwoners”, zo staat in het VN-rapport. Wanneer het exportaandeel van Afrika terug naar het niveau van 1980 zou stijgen, zou het acht keer meer geld binnenhalen dan wat het in 2003 aan hulp kreeg. 
Een goed voorbeeld van het perverse effect van het landbouwprotectionisme in het noorden zijn de bijdragen van de Verenigde Staten tot het Wereldvoedselprogramma (WVP). De VS geven 1,2 miljard dollar per jaar en zijn daarmee de grootste donor, maar de hulp komt met enkele voorwaarden. De voedselproducten moeten worden aangekocht in de Verenigde Staten, waardoor het geld eigenlijk een subsidie wordt voor Amerikaanse boeren.  “Een goed beleid bestaat erin het WVP geld te geven, zodat het graan kan kopen waar het het goedkoopst is”, zegt Alice Wynne Wilson van de ngo ActionAid.
Ook de Europese Unie heeft boter op het hoofd. Elk jaar exporteren de EU-landen 1150 ton melkpoeder naar het West-Afrikaanse land Burkina Faso. “Voor de lokale melkproducenten komt dat neer op een failliet en voor het land dreigt politiek geweld”, zegt Wilhelm Thees van de katholieke hulporganisatie Miserior. Andere bekende voorbeelden zijn de Europese kip, tomaat en ajuin die in Senegal de boeren uit de markt dringen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift