Niemand verwacht vluchteling te worden

Wat hebben Jean-Luc Dehaene, Phara de Aguirre en Annelies Beck met elkaar gemeen? Wel, ze hebben een band met Aalst. Phara de Aguirre en Annelies Beck zijn er geboren en Jean-Luc Dehaene liep er school. Maar het trio deelt nog iets: een vluchtgeschiedenis.

  • Brecht Goris Els Keytsman Brecht Goris

De grootvader van Beck, de Aalsterse schrijnwerker August Keppens, is tijdens WO I net als 10.000 andere Belgen gevlucht naar het Schotse Glasgow. In die periode zullen anderhalf miljoen Belgen vluchten — Nederland vangt zelfs 1 miljoen Belgen op. “In het begin wilde elke Schot wel een Belg in huis”, vertelt Annelies Beck in Visie naar aanleiding van haar boek “Over het kanaal” dat is gebaseerd op het vluchtverhaal van August Keppens. “Maar iedereen geloofde dat die oorlog tot Kerstmis zou duren, terwijl hij uiteindelijk vier jaar aan sleepte. De meeste Belgen spraken amper Engels, de Schotten hadden hun eigen problemen, er waren ook cultuurverschillen – neem alleen al de Belgische gewoonte om paardenvlees te eten: dat leidde tot wrijvingen. In sommige steden zijn er zelfs relletjes geweest met Belgen.”

Kinderen van de oorlog

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) worden 32.000 kinderen weg van de oorlogsellende naar het buitenland geëvacueerd. 5.000 ‘niños de la guerra’ komen verspreid over heel België terecht bij pleeggezinnen. Zo ook de vader van Phara de Aguirre. Samen met zijn broer komt hij op 11-jarige leeftijd terecht in een Vlaams klooster waar hij wordt opgevoed door zuster Pharaïlde. Uit dankbaarheid noemt hij zijn dochter Phara naar haar.

Weinigen weten dan weer dat Dehaene in 1940 is geboren in een vluchtelingenkamp in het Zuid-Franse Montpellier. Zijn ouders ontvluchtten ons land omwille van WOII maar keren later terug en gaan in Brugge wonen. Zijn vrouw Celie Verbeke wordt geboren in de VS. Haar ouders wonen daar als vluchtelingen tijdens de oorlogsjaren. In 1945 keren ze met eerste oorlogsboot terug naar Europa. “We moesten bovenop sinaasappelkisten zitten”, zegt Lolly, de zus van Celie in het Nieuwsblad. Celie en Jean-Luc wonen in dezelfde straat, zitten in dezelfde jeugdbeweging, en zijn elkaars eerste lief. En trouwen.

Vluchten is van alle tijden. Er zijn miljoen vluchtverhalen te vertellen. En het kan iedereen overkomen. Khaled Hosseini, auteur van “De vliegeraar” vertelt in een recent interview over hoe niemand verwacht zelf een vluchteling te worden. Zoals hijzelf, tot de Sovjets zijn land binnenvielen. Enkele gelukkigen -onder wie hij- konden een nieuw leven opbouwen in de VS.

Vrijheid

Sommigen bezwijken aan vervolging, marteling, onvrijheid. Op 22 februari 1943 worden drie Duitse jonge verzetsstrijders met de guillotine om het leven gebracht. Christoph Probst en Hans en Sophie Scholl zijn aangesloten bij de Duitse verzetsbeweging ‘Die Weiße Rose’. Ze maken en verspreiden pamfletten tegen de nazi’s en tegen Hitler. Maar ze worden betrapt en overgeleverd aan de Gestapo. Na een lange ondervraging en zware martelingen worden ze in een schijnproces veroordeeld tot de doodstraf. Die wordt diezelfde dag nog uitgevoerd. Enkele seconden voordat het vonnis wordt uitgevoerd roept Christoph: “We zien elkaar terug binnen een paar minuten!” waarop Hans antwoordt: “Lang leve de vrijheid!”

Anderen moeten vluchten om die vrijheid te vinden. Wereldwijd zijn tegenwoordig 43 miljoen mensen op de vlucht. De meesten komen terecht in eigen regio. Anderen bereiken Europa. Of doen een dappere poging. Want vluchten is geen plezierreisje. Vaak zijn de routes erg onveilig, en Fort Europa heeft de reis nog gevaarlijker gemaakt. Het juiste cijfer van de dodentol zal nooit gekend zijn, maar Michael Pugh, een academicus die irreguliere migratie over zee onderzoekt, komt uit op 2.000 mensen per jaar die sterven tijdens hun vlucht naar Europa over zee. Dat maakt de Middellandse Zee tot het grootste massagraf van Europa.

Hongaren als vuurdoop

Om dergelijke massale vluchtelingenstromen op te vangen richten de Verenigde Naties in 1950 de vluchtelingenorganisatie op (UNHCR) en in 1951 komt de Conventie van Genève tot stand. In die periode zijn de meeste vluchtelingen Europeanen. UNHCR krijgt zijn vuurdoop met de Hongaarse opstand in 1956. Die brengt een vluchtelingenstroom van tweehonderdduizend Hongaren op gang. In Oostenrijk worden ze opgevangen en al snel bieden ook andere landen hulp; ze willen een contingent Hongaarse vluchtelingen opnemen. Zo laat Nederland vanuit Oostenrijk speciale vluchtelingentreinen rijden. De Nederlandse premier Drees zegt toe duizend Hongaren op te willen vangen. Verder wil hij eigenlijk niet gaan en slechts onder grote druk gaat de premier later akkoord met verhoging van aantal opvangplaatsen.

België verwelkomt er meer dan zesduizend. De bekendste onder hen, professor Alexandre Lamfalussy, wordt later de eerste voorzitter van het Europees Monetair Instituut en de “vader van de euro”. “Onze hedendaagse samenleving zou deze generositeit als voorbeeld moeten nemen. Ons land was in de jaren twintig en vijftig van de vorige eeuw veel minder welvarend dan vandaag. En toch stond onze samenleving open voor de noden van de mensen van een ver land, die zich wilden bevrijden van de communistische dictatuur,” stelt Lionel Vandenberghe, oud-voorzitter van het Ijzerbedevaartcomité en ex-senator voor Spirit, op een huldezitting van 50 jaar Hongaarse revolutie. Vandenberghe is zoon van een Hongaarse vluchtelinge.

Europa kijkt weg

Net als vele andere vluchtelingenorganisaties moet UNHCR in dit jaar waar het vluchtelingenverdrag zijn zestigste verjaardag viert echter vaststellen dat Europa tegenwoordig wegkijkt van mensen in nood. Zelfs fundamenten van de EU als de vrijheid van verkeer van personen komt onder druk te staan. Ook in ons land vertelt zowat elke politicus een verhaal dat doet uitschijnen dat we worden overspoeld met asielzoekers en dat België dit niet aankan. Met 20.000 asielaanvragen per jaar is dit duidelijk onzin. Toch worden vandaag in het parlement voorstellen besproken die de rechten van asielzoekers sterk uithollen. Dit is verontrustend, maar ook onnodig.

Dit weekend bezochten de bekende actrice en UNHCR goodwillambassadeur Angelina Jolie en grote baas van UNHCR Antonio Guterres de ‘Porta d’Europa’ op het Italiaanse eilandje Lampedusa. Dat is een stenen poort op een landtong naast de zee, waar honderden boten zijn aangekomen met Noordafrikaanse migranten, onder wie ook heel wat vluchtelingen en asielzoekers. Guterres roept de Europese landen op om diegenen die vluchten voor het geweld in Libië, op te vangen. “Met zo veel conflicten aan de poorten van Europa is het belangrijkste wat een land kan doen, de grenzen openen” klinkt het bij de Hoge Commissaris, met een letterlijke vermelding van Italië.

Zo rekent de Guterres voor dat de 18.000 mensen die ondertussen Lampedusa hebben bereikt, onder wie ook vluchtelingen, slechts 2 procent van de Libische vluchtelingenstroom uitmaken die sinds februari aanzwelt. “Mijn standpunt is duidelijk. Het is niet mogelijk om mensen terug te sturen naar een burgeroorlog.” Jolie heeft tijdens haar bezoek de kans om op Lampedusa met heel wat mensen op de vlucht te praten. “Het enige wat ze willen is veiligheid, en de vrijheid om die te vinden,” besluit ze. Net als de ouders en grootouders van Jean-Luc Dehaene, Annelies Beck, Lionel Vandenberghe en Phara de Aguirre.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift