'Niemand zegt dat rijke getto’s een sociale mix nodig hebben'

Brussels staatssecretaris voor Huisvesting Christos Doulkeridis

Brussel kampt met een wooncrisis die vooral de arme Brusselaars treft. MO* laat Christos Doulkeridis hierover aan het woord. We hebben het met de Brusselse staatssecretaris (Ecolo), bevoegd voor huisvesting, onder meer over Brusselse paradoxen, het gevecht tegen de leegstand en over nieuwe woonvormen.

  • Christos Doulkeridis.

Is de Brusselse wooncrisis een typisch Brussels fenomeen of is het eigen aan wereldsteden?

Christos Doulkeridis: Huisvesting in steden is een algemeen probleem. Het overstijgt het niveau van Brussel maar in Brussel is de impact groter. We hebben een armere bevolking die zich in een duurdere stad, in een rijke regio, bevindt, en tegelijk stijgt de bevolking. Dat betekent dat meer mensen het moeilijk hebben om een betaalbare woning te vinden. Sommigen beweren dat er geen huisvestingscrisis is, zij vinden dat je maar elders moet gaan wonen als je de Brusselse markt van vraag en aanbod niet kan volgen. Dat is uiteraard onzin, omdat dit  tegenstrijdig is met het recht op gelijkheid en wonen en met de duurzame rol die steden spelen.

Hebben overheden hier een sterk regulerende rol te spelen?

Christos Doulkeridis: Zeker. Elke Belg heeft recht op een degelijke woonsituatie, zo staat het in onze grondwet. Dat legt verantwoordelijkheid bij de staat en schept verbintenissen. We weten ook dat een gezonde woonomgeving een directe impact heeft op een resem maatschappelijke aspecten in iemands leven: gezondheid, opleidingsniveau, werkgelegenheid. Hoe kan je verwachten dat iemand die in een onverwarmde, vochtige kamer woont goed presteert op school of competitief is op de arbeidsmarkt?

Een goed dak boven je hoofd is dus meer dan alleen maar wonen. Een betaalbaar dak heeft ook een directe impact op de koopkracht van mensen. Als iemand met een lager inkomen meer dan de helft van zijn inkomen moet uitgeven aan wonen alleen, blijft er niet veel over om te spenderen aan gezondheid, onderwijs, voeding, mobiliteit, vrije tijd enzovoort. Niet alleen vanuit een sociale bezorgdheid, ook vanuit een economische visie moet een overheid, zeker in een periode van economische crisis, tussenkomen om wonen in de stad betaalbaar te houden.

U legt de nadruk op wonen in de stad?

Christos Doulkeridis: Als ecologist onderschrijf ik absoluut de duurzame rol die steden rol spelen: de nabijheid van scholen, werk, winkels, recreatie heeft een positieve impact op de ecologische voetafdruk van mensen. En dat is het paradoxale: het is in het collectieve belang dat we steden goedkoper en aantrekkelijker maken, maar we hebben de steden fiscaal eigenlijk duurder gemaakt.

In Brussel heeft de armste helft van de bevolking moeite om een betaalbare woning te vinden. Meer dan 40.000 mensen staan op de wachtlijst van een sociale woning. En volgens armoedeorganisaties wonen veel mensen in ongezonde woningen.

Christos Doulkeridis: Tijdens voorgaande legislaturen, en ik heb het over jaren terug, is men gestopt met het bouwen van sociale woningen. Een foute beslissing waar we vandaag nog voor betalen. Tijdens de vorige legislatuur in Brussel, met dezelfde meerderheid, hebben we besloten om de situatie recht te trekken. Het plan was  om 5000 sociale woningen bij te  bouwen: 3500 sociale woningen en 1500 middelgrote woningen. We hebben daarvan 1300 tot 1400 woningen van gebouwd. Op het einde van dit jaar willen we er 2000 gebouwd hebben, tegen juni volgend jaar moeten er dat 3000 zijn.

Dit gaat veel te langzaam en gaat voorbij aan de stijgende vraag, vinden Brusselse armoedeorganisaties.

Christos Doulkeridis: Ik spreek me even niet uit over het beheer van die bouwplannen, maar je moet ook realistisch zijn. Men wilde op vijf jaar tijd 5000 extra woningen bouwen. We zijn hier echter niet in Oezbekistan of China, maar in België, een dichtbevolkt land met een strikte bouwregulatie en procedures die tijd nemen, op verschillende niveaus, van gewest tot gemeente en wijk. Ik heb gezien hoe de vorige minister onder druk stond om resultaten te tonen. Gevolg: projecten werden “opgeblazen” en daar kwam uiteraard protest op van bewoners en gemeenten. Ik heb die ervaring aangegrepen om opnieuw te beginnen, en heb als eindjaar 2020 vooropgeplaatst. Dit gaat om langetermijndoelstellingen die een legislatuur moeten overstijgen. Sociaal woonbeleid gaat overigens niet alleen over nieuwe woningen maar ook over renovatie van leegstaande woningen. We helpen daarnaast ook mensen om eigenaar te worden, via het Woningfonds. In 2011 hielpen we 1000 gezinnen met een laag inkomen om eigenaar te worden, in 2012 verwierven 1300 gezinnen een eigendom.

Over sociaal beleid gesproken: het OCMW van 1000 Brussel heeft een groot patrimonium van woningen die niet worden verhuurd aan prijzen die toegankelijk zijn voor hun eigen doelpubliek. Dat klinkt toch averechts?

Christos Doulkeridis: Dit zou vooral een probleem zijn moest het OCMW geen andere eigendommen beheren op maat van sociale huisvesting. Maar het OCMW kiest wel degelijk voor sociaal woonbeheer. Juist om dat sociale luik te financieren, verhuurt men die eigendommen aan meer marktconforme prijzen. Dat zorgt voor de nodige balans, die het verhaal toch minder zwart-wit maakt. Het is overigens nu ook weer niet zo dat die woningen aan speculatieve prijzen worden verhuurd.

Bovendien werd nu ook opgenomen in de Brusselse Wooncode dat de OCMW’s woningen verhuren aan normale, lees: betaalbare, prijzen.

De Brusselse gemeenten zijn niet happig om nog meer sociale woningen op hun grondgebied toe te laten.

Christos Doulkeridis: 1000 Brussel heeft meer dan twintig procent sociale woningen op zijn grondgebied: het hoogste percentage in het Brussels gewest. Daarna volgen Molenbeek, Anderlecht, Evere, Watermaal-Bosvoorde, met een percentage dat rond 15 procent sociale woningen schommelt. Onderaan de lijst bungelen Sint-Pieters-Leeuw, Ukkel, Elsene, Schaarbeek. Dat is een gevolg van jarenlang politiek steekspel om te vermijden dat lage inkomens op hun grondgebied kwamen wonen. Maar we werken eraan om die jarenlange desinvestering te corrigeren, voorlopig op vrijwillige basis, via politieke druk. Als dat niet werkt willen we kijken of sanctionering helpt.

Vindt u het belangrijk om een sociale mix te hebben en arme getto’s te bestrijden?

Christos Doulkeridis: Ja, maar ik pleit voor een sociale mix die in twee richtingen werkt. Men heeft het altijd over arme buurten die wat hogere inkomens moeten aantrekken. Niemand vindt dat rijke getto’s een sociale mix nodig hebben.

Ik ben tegen getto’s tout court. Ik werd geboren in een arm nest, in Schaarbeek, aan het Noordstation.  Mijn vader werkte in de mijnen, mijn moeder in een rubberfabriek. Ze deden er alles aan om die wijk te verlaten, om ergens een thuis te vinden dat net iets beter was. Daarom verhuisden we naar Kuregem, stel je voor. Het gaat erover hoe mensen zich willen verbeteren en getto’s en miserie van een arme wijk willen vermijden.

Een veelgehoorde kritiek is dat de opwaardering van arme wijken tot gentrificatie kan leiden: de woonprijzen stijgen en de armsten trekken weer verder.

Christos Doulkeridis: Wanneer men investeert in een wijk die jaren verwaarloosd is, heet dat niet overwaardering Dan gaat het om een inhaalbeweging, een correctie op jaren sociaal wanbeleid. Je investeert uiteraard in de eerste plaats in de bewoners zelf.  En dat hoeft echt niet in contrast te staan met het aantrekken van mensen met een hoger inkomen. Je voorkomt dat mensen wegtrekken door te investeren in een sociaal woonbeleid op wijkniveau. Een sociale mix voorkomt segregatie, verhoogt de leefbaarheid.

Een positieve noot is dat het Brussels gewest de eerste Europese regio is die een Community Land Trust steunt.

Christos Doulkeridis: Klopt, die CLT kan een belangrijke nieuwe actor worden in het huisvestingslandschap, naast bestaande instrumenten zoals sociale woningen en aankoopsteun. Ik vind dat een prachtig gegeven, juist omdat zo’n CLT emancipatorisch werkt. Het geld blijft bovendien in de organisatie of trust die de grond beheert als een eigenaar besluit te verkopen. Daarnaast hebben we ook nieuwe woonvormen zoals solidair wonen of groepswonen ingeschreven in de Brusselse Wooncode. Niet iedereen wil per se in zijn eigen appartement leven maar er is absolute interesse om op de en of andere manier te gaan samenhuizen: een privé-ruimte te combineren met gemeenschappelijke leefruimten. Mensen winnen daarbij op sociaal en op financieel niveau (je deelt bepaalde woonkosten). Die vorm van solidair samenwonen willen we absoluut ondersteunen, en het werkt ook voor kwetsbare groepen: mensen met een handicap, bejaarden.

De leegstandcel werd opgericht. Brengt dat op korte termijn op?

Christos Doulkeridis: Ja, de leegstand is een kanker in een dichtbebouwd grondgebied waar je moet waken dat niet elke vierkante meter opgaat aan woonfuncties. Er is ook groene ruimte nodig, ruimte voor crèches, culturele ruimten, enzovoort. Tal van kantoren, woningen, ruimten boven winkels staan leeg, dat is verloren ruimte die tegelijk echter potentieel biedt. De leegstandcel die een jaar operatief is, heeft wel degelijk opgebracht. Van 2194 woningen werd een dossier opgesteld, 130 woningen kwamen opnieuw op de markt. Eigenaars kunnen kiezen: een leegstandboete, goed voor 500 euro per gevelmeter en extra kosten per verdieping en jaren leegstand, of de woning renoveren en op de markt brengen. Dat laatste kan op privé-basis, maar ook door samen te werken met sociale verhuurkantoren die hun woning beheren en renoveren.

Via een aantal kraakinitiatieven willen Brusselaars een antwoord geven op de wooncrisis en de leegstand geven. Maar Open-VLD-kamerlid Mathias De Clercq wil kraken strafbaar maken.

Christos Doulkeridis: Ik begrijp dat voorstel niet. Wat is de prioriteit? Waarover gaat dit? Gaat dit over recht op eigendom of over veiligheid en overlast? Als het laatste het geval is, moet dat aangepakt worden, niet het kraken zelf. Voorts respecteer ik de burgerrechten. Een eigenaar heeft het recht om mensen uit zijn eigendom te zetten. Daarvoor bestaan legale kanalen.

In Brussel hebben we in de openbare huisvesting overigens een tijdelijke opening gemaakt om legaal kraken mogelijk te maken. In afwachting van een totaalrenovatie op langere termijn en mits een conventie tussen de privé-eigenaar en de krakers, kan een gebouw tijdelijk onderdak bieden voor groepen.

Wat doe je dan met mensen die in een groot kraakpand als de Gésu wonen, veelal mensen in een precaire situatie, vaak mensen zonder papieren?

Christos Doulkeridis: Het is belangrijk dat sociale organisaties mee in zo’n legale bezetting stappen. Dat is in de Gésu niet meer het geval. Langs de andere kant kan je de ogen niet sluiten voor die mensen, je kan niet doen alsof ze niet bestaan. De opvang van die mensen is echter een opdracht voor de federale overheid. Moest die haar werk doen, dan zouden die mensen daar niet zitten.

 

Lees ook dit artikel over de Brusselse wooncrisis (MO*105): http://www.mo.be/artikel/sous-le-ciel-de-brussel

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur