Okwui Enwezor: De verbeelding en de macht in de Arabische wereld

Kunst en Arabische lente, het is geen evidente relatie. Toch is er heel wat te vertellen over de manier waarop kunstenaars de ruimte voor debat en individuele keuzes in de Arabische wereld hebben voorbereid. MO* sprak daarover met de wereldvermaarde curator Okwui Enwezor, die het project Meeting Points 6 voorstelde in het Brusselse kunstencentrum Argos.

  • Gie Goris Meeting Points 6 curator Okwui Enwezor Gie Goris
  • Rima Maroun beeld uit het werk: Murmurs Rima Maroun
  • Rima Maroun beeld uit het werk: Murmurs Rima Maroun
  • Mounir Fatmi beeld uit het werk: Mixology Mounir Fatmi

‘De artistieke ruimte was in de Arabische wereld traditioneel voorbehouden aan overheidsinitiatief en werd dan ook sterk gecontroleerd door de machthebbers. Daarnaast is er een commercieel circuit dat niet echt geïnteresseerd was in kunst maar in vermaak en winst’, zegt Tarek Abou El Fetouh, de man die Meeting Points opstartte en uitbouwde. ‘Tussen die twee benaderingen van kunst gaapte zo’n diepe kloof, dat kunstenaars op zoek gingen naar de ontbrekende ruimte waar ze via hun artistieke creatie zinvol konden debatteren over actuele maatchappelijke uitdagingen.’ Tarek Abou El Fetouh was in het Brusselse kunstencentrum Argos om de Brusselse versie van Meeting Points 6 voor te stellen. De tentoonstelling annex performances annex theatrale voorstellingen (die later in de KVS zullen plaatsvinden) reist immers van Beiroet en Amman naar Berlijn en Athene. ‘Brussel is een belangrijke plek om dit project te tonen’, zegt El Fetouh, ‘omdat we in het hart van Europa zitten, maar ook in het hart van een groeiende Arabische en internationale diaspora.’

MO* had een uitgebreid gesprek met de curator van deze zesde editie van het belangrijkste hedendaagse kunsteninitiatief uit de Arabische wereld, de Nigeriaan Okwui Enwezor. Hij maakte internationaal naam als curator van onder andere Documenta XI (2002) en de biënnale van Johannesburg (1997). Enwezor koos als centrale thema van Meeting Points 6 voor de opkomende civiele ruimtes in de Arabische wereld. Dat lijkt op dit moment een bijna evident thema, maar was dat allesbehalve twee jaar geleden toen hij het proces voor deze editie opstartte. Waarom koos hij er toen al voor?

Okwui Enwezor: Ik begon aan dit project omdat ik ervan overtuigd ben dat je in de kunstenwereld moet kiezen voor zaken die je boeien en door de kansen om zaken te ontdekken. Ik heb dan ook eerst en vooral, samen met Tarek Abou El Fatouh, een reis doorheen de regio ondernomen. De tocht doorheen Libanon, Syrië, Jordanië, Egypte, Qatar, Marokko en Tunesië leerde mij dat de meeste kunstenaars in de regio niet enkel gericht waren op verzet tegen de regimes die in hun landen heersten -ook al waren ze tegen die regimes gekant. Wat ik uit de vele gesprekken distilleerde was dat kunstenaars op zoek waren naar de horizon van wat mogelijk is.

In andere woorden: hoe kunnen kunstenaars omgaan met de complexiteiten van deze samenlevingen in transitie, waar zo veel verschillende tegenstellingen tegen elkaar opbotsen en waar de wonden en littekens van geweld en burgeroorlog overal aanwezig waren. In die samenlevingen waren die kunstenaars bezig ruimtes te creëren waar gesprek en redenering centraal stonden, waar mensen en ideeën konden samenkomen. Het gaat in zulke civiele ruimtes natuurlijk niet om het zoeken naar een simpele consensus, maar juist om het scheppen van de voorwaarden voor diepgaande en beschaafde meningsverschillen. Je moet eerst de kans krijgen om een kunstwerk te zien voordat je er een oordeel over kan vellen. Ik ontmoette dus niet zozeer kunstenaars die zich engageerden in activisme, maar wel kunstenaars die bouwden aan een nieuwe verbeelding.

Was die keuze voor verbeelding en burgerlijke dialoog ingegeven door teleurstelling over activisme of door de onmogelijkheid om onder dictatoriaal bestuur aan betekenisvol activisme te doen?

Okwui Enwezor: Het in de meeste landen van de Arabische wereld was inderdaad onmogelijk om op een activistische manier aan kunst te doen. De civiele ruimte waaraan de kunstenaars werkten was geen verwerping van activisme, maar een bijstelling van hun strategie van engagement. Deze mensen houden zo veel van hun samenleving en gemeenschap, dat ze er tenvolle deel van willen blijven uitmaken. Ze wilden niet verbannen worden uit de gemeenschap waarin en waarvoor ze zich wilden engageren. Daarom kozen ze er niet voor om de massieve rots van de macht frontaal aan te vallen, maar om wegen rond de rots te zoeken of te creëren om haar toch te overwinnen. Dat betekent niet dat het aangaan van directe confrontaties op straten en pleinen onbelangrijk is, wel dat er andere boeiende manieren zijn om openingen te creëren in geblokkeerde of onderdrukte samenlevingen.

De civiele ruimtes waarover u het hebt zijn geen luchtledige ruimtes. Wat is de inhoud van het gesprek dat er gevoerd wordt? Waarvoor willen de kunstenaarts vechten?

Okwui Enwezor: In Libanon, bijvoorbeeld, ontmoette ik verschillende kunstenaars die worstelen met de onmogelijkheid om de sektarische burgeroorlog in verhalen te gieten. De artistieke ruimte moet die onmogelijkheid niet opvullen of bestrijden, maar zichtbaar maken. Ze moet mensen in staat stellen om te gaan met de wortels en redenen van hun eigen onvermogen om verhalend betekenis te geven aan die verschrikkelijke periode van broederstrijd, in een land en op een moment dat ook de politiek er niet in slaagt om nieuwe richting te geven aan die complexiteiten.

Een ander, veel voorkomend thema in de artistieke creatie is de botsing van stedelijke subjectiviteiten. De Arabische landen zagen in de jaren vijftig en zestig het seculiere Arabische nationalisme teloorgaan terwijl in dezelfde periode het islamisme aan belang en invloed won. Daardoor implodeerde de seculiere ruimte en ontstonden voor veel mensen nieuwe begrenzingen aan hun eigen zelfbeeld. Het islamisme creëerde nieuwe normen van wat aanvaardbaar was en wat niet. De hedendaagse kunst wordt gecreëerd in de confrontatie tussen vrouwen met hijab en vrouwen zonder, tussen de samenleving van de jaren vijftig waarin de vrijheid groter was dan in de 21ste eeuw. Of je zou kunnen zeggen dat er in de Arabische wereld een voortdurende onderhandeling plaatsvindt tussen verschillende en vaak tegenstrijdige manieren om betekenis te geven aan individu en samenleving, en dat kunst dat gesprek mogelijk maakt en gestalte geeft door het benadrukken van de subjectieve positie van de kunstenaar. De manier waarop de mens en het lichaam, vooral het vrouwelijke lichaam, gezien wordt in de hedendaagse, stedelijke context is uitgegroeid tot een terrein van politiek strijd. En kunst geeft die zoektocht confrontatie gestalte.

Die vorm wordt natuurlijk afhankelijk van de lokale, politieke situatie. In Syrië, bijvoorbeeld, is duidelijk weinig ruimte om echt uitgesproken posities in te nemen. Daardoor verdwijnt het werk vaak helemaal in de allegorische of metaforische benadering. Toch wordt ook daarin de figuur van de leider een instrument van maatschappelijke reflectie. De dynastieke regimes van de Kaddhafi’s, Hariri’s, Hoesseins, Assads en Moebaraks zijn omgekeerd oedipale verhalen over macht en moord, die scherp bekritiseerd werden door kunstenaars. Al moet ik daar wel aan toevoegen dat niet alles beperkt bleef tot de horizon van de politiek, er was wel degelijk een streven naar abstractie en naar de betekenis van de maatschappelijke ervaringen op andere niveaus van het menselijke bestaan.

Het thema religie of islamisme is niet erg zichtbaar in deze tentoonstelling. Is dat een keuze van u of gewoon een reflectie van de afwezigheid van dat thema in het werk van kunstenaars in de Arabische wereld?

Okwui Enwezor: Het thema is er wel, maar soto voce. Een werk over propaganda, bijvoorbeeld, ondervraagt zowel de regimepropaganda als de ideologishe propaganda van de islamisten. Zelfs in de titel die ik koos voor deze tentoonstelling –Locus Agonistes, de plaats waar de strijd plaatsvindt- is een impliciete verwijzing naar de complexe betekenissen van de jihad, met de nadruk op de spirituele worsteling in plaats van op het gebruik van geweld. Maar over het algemeen had ik zeker het gevoel dat het politieke veel belangrijker was dan het geloof in de debatruimtes die kunst probeerde te creëren in de Arabische wereld. De hele Arabische revolutie die we nu zien is toch ook niet gestart door een oproep tot hernieuwd geloof, maar door een massale reactie op een noodkreet voor het leven zelf. De zelfmoord van Mohammed Bouazizi heeft de hele regio op een heel diep, menselijk niveau geraakt, veel meer dan eender welke zelfmoordactivist ooit heeft kunnen doen. Hij heeft zichzelf geofferd, zonder anderen te verwonden of te doden, waarmee hij zijn persoonlijke dilemma toonde op een manier dat de tegenstellingen van de hele maatschappij erdoor verhelderd werden. Het ging niet over islam maar over de staat, over de macht en over degenen die zich de macht ongebreideld toegeëigend hebben.

Ging het niet eerder over armoede? En concentreren kunstenaars zich misschien eerder op de politieke macht omdat ze zelf meer botsten met die buitensporige macht dan met de voortdurende armoede en bestaansonzekerheid van de massa?

Okwui Enwezor: Het is duidelijk dat de reacties op de Arabische lente vertrekken vanuit de behoefte van iedereen, ook van de armen, om zichzelf te kunnen ontplooien en waarmaken. En het is ook duidelijk dat armoede een van de grootste barrières is voor zelfontplooiing.

In uw werk hebt u altijd heel sterk de nadruk gelegd op culturele kruisbestuiving en métissage. Hoe vertaal je dat thema naar de Arabische wereld?

Okwui Enwezor: Het was bij dit project niet echt een centraal thema, al is het duidelijk dat de Arabische wereld geen monolitische realiteit is op het vlak van culturele, etnische of sociale uitgangspunten of hiërarchieën. Je zou zelfs kunnen stellen dat de Arabische wereld dé syncretische ruimte bij uitstek is. Wie is een Arabier, tenslotte? Is dat een etnische categorie? Een linguïstische? Een religieuze? Libanon is de plek waar die hele fragmentering en diversiteit van de Arabische identiteit het meest zichbaar is, maar ze speelt in heel de regio. Zelfs de nadruk die velen leggen op de Arabische wereld als een islamitische wereld is niet helemaal terecht. Het klopt wel dat de joodse gemeenschappen de voorbije decennia bijna verdwenen zijn uit de regio.

Historisch was de Arabische wereld de plek waar culturen en etnische groepen elkaar ontmoetten, en daarom blijft ontmoeting en vermenging ook vandaag aanwezig, al was het maar als oproep en uitdaging. Dat zie je bijvoorbeeld in het werk van de Frans-Marokkaanse kunstenaar Ivan Boccara. Hij creëert nu werk aan de hand van super8 films die zijn vader, een dokter, in het Atlasgebergte maakte, onder andere van de verdwijnende joodse gemeenschappen. Het is nu een nostalgische reflectie op de wereld en het land dat had kunnen zijn, op verloren kansen tot wederzijdse verrijking.

De Libanezen en Palestijnen hebben hun eigen uitdagingen op het vlak van identiteit, maar dan vooral op basis van de enorme diaspora. Hun identiteit blijft verbonden aan territorium, maar kan daar geenszins mee samenvallen. Ook voor hen is vermenging een centrale ervaring en thematiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur