Om een computer te verslaan, helpt alleen een hamer?

De Ontwikkelaars

Mogen we beslissingen over technologische ontwikkelingen wel overlaten aan investeerders en bedrijfsleiders? vraagt Jan Van de Poel zich af in zijn eerste bijdrage aan “De Ontwikkelaars”. Want terwijl de productiviteit blijft toenemen en de innovatie nog nooit zo snel ging, dalen de modale inkomens en zijn er minder jobs. Ondertussen plukken de koplopers uit de Forbes-500 lijst de vruchten van de groei.

‘Waarom trekken journalisten zo massaal naar Davos’, tweette de Antwerpse ongelijkheidspecialist Ive Marx. ‘Aan de inhoud kan het toch niet liggen’.

Veel interessants viel inderdaad niet te melden uit het Zwitserse skioord waar jaarlijks de fine fleur uit het zakenleven en de politiek samentroept.

Blikvanger was de Zuid-Koreaanse robot Hubo, hét symbool voor de ondertussen vierde industriële revolutie. Die zou ons in de nabije toekomst allemaal werkloos maken. En dat moeten we fantastisch vinden, want het betekent dat we allemaal voltijds kunnen spelen. Robots zijn immers veel betere werknemers, ze hebben geen kinderen, hebben nooit last van burn outs en stellen geen eisen.

Wel enigszins verrassend was de jongste editie van het Global Risk Report dat de discussies in Davos wat richting wil geven. Daarin wordt jaarlijks een inventaris gemaakt van de belangrijkste risico’s op middellange termijn zoals aangevoeld door beleidsmakers en bedrijfsleiders.

Terwijl in 2014 de toenemende ongelijkheid met stip op 1 stond, kwam die dit jaar nergens in het lijstje voor. Voor de komende tijd hebben we blijkbaar meer te vrezen van conflicten, werkloosheid en cyberaanvallen. Global Hype Report lijkt dus een meer passende titel.

© Wiepke Boogaerts

Je zou je de vraag kunnen stellen of de keuzes die technologische ontwikkelingen voorafgaan werkelijk in het belang zijn van iedereen.

Chinese boer en Vlaamse tweeverdieners

Moeten we dan besluiten dat ongelijkheid geen issue meer is? Gewoon van de agenda gevallen? Niet helemaal. Armoedeorganisatie Oxfam kwam opnieuw met harde cijfers over de wereldwijde ongelijkheid. De 62 rijkste individuen – een aantal onder hen vaste klanten in Davos – bezitten evenveel als de armste helft van de wereldbevolking. De ‘top 1%’ heeft 48% van ’s werelds rijkdom in handen. Rijkdom sijpelt dus niet door naar beneden, maar wordt van bovenaf opgezogen.

De reacties op de Oxfam-cijfers kregen het verloop van elk rouwproces. Vóór de aanvaarding was er eerst de ontkenning en vervolgens het protest.

De reacties op de Oxfam-cijfers kregen het verloop van elk rouwproces. Vóór de aanvaarding was er eerst de ontkenning en vervolgens het protest. Critici, zoals de economen Geert Noels of Ivan Van de Cloot, vonden de data misleidend.

Dat is niet helemaal onterecht. Oxfam maakt gebruik van de gegevens van het Credit Suisse Research Institute dat de rijkdom van gezinnen wereldwijd bepaalt op basis van hun bezittingen zoals vastgoed en investeringen minus schulden (samen goed voor 263 triljoen dollar, dat is 263 met 12 nullen).

Europese of Amerikaanse gezinnen hebben natuurlijk meer schulden dan Chinese of Afrikaanse huishoudens. Volgens die rekenmethode is een arme Chinese boer zonder schulden rijker dan een Vlaams koppel van tweeverdieners dat net een hypothecair krediet is aangegaan. De armsten, in de methode van Oxfam, zijn eigenlijk diegenen met de meeste schulden en daar zitten ongetwijfeld een aantal bijzonder welgestelden bij.

De methode is dus inderdaad niet perfect, maar de perfecte methode bestaat niet. Als je bijvoorbeeld enkel naar inkomens zou kijken, bots je ook op problemen. Vaak zijn die gegevens gebaseerd op enquêtes waarvan we weten dat de kans klein is dat heel rijke of heel arme mensen ze invullen. Dat probleem stelt zich niet wanneer berekeningen gebeuren op basis van belastingaangiftes. Daar heb je dan weer het probleem dat een werkloze miljardairszoon waarvan het vermogen veilig is weggeborgen op de Kaaimaneilanden als arme donder uit de bus komt.

Volgens econoom Gabriel Zucman gaat dat toch over een slordige 7,3 triljoen dollar. Gezien er een zeer sterke correlatie bestaat tussen het inkomensniveau van gezinnen en hun “netto waarde”, is de Oxfam-methode nog zo gek niet. Mensen met een hoog inkomen maar negatieve waarde (veel schulden dus) zijn eerder uitzondering dan regel. Zelfs als je corrigeert voor dat effect, blijken de resultaten niet minder verontrustend. Dan blijkt dat de 150 rijkste individuen evenveel bezitten dan de armste helft.

Herverdelen

De hele discussie over cijfers en statistiek doen bijna vergeten dat de ongelijkheiduitdaging enkel groter wordt in een economie 4.0. Nadat we door de globalisering moesten concurreren met miljarden werknemers over de ganse wereld, moeten we dat door de technologie ook doen met de machines zelf. Dat laat zich nu al merken. Sinds de jaren 1990 stokt de loongroei in de meeste Europese landen.

Terwijl de productiviteit blijft toenemen en de innovatie nog nooit zo snel ging, dalen de modale inkomens en zijn er minder jobs.

De belangrijkste verklaring is dat onze arbeid minder schaars wordt. Terwijl de productiviteit blijft toenemen en de innovatie nog nooit zo snel ging, dalen de modale inkomens en zijn er minder jobs.

Ondertussen gaan de vruchten van de groei vooral naar de aandeelhouders van al die machines. Dat zijn niet de 3,5 miljard mensen die onderaan de Oxfam-tabellen bungelen, maar de koplopers uit de Forbes 500 lijst.

Door de technologie komen we misschien in een arbeidsloze samenleving terecht, zoals Jeremy Rifkin voorspiegelde in z’n bestseller The End of Work. Te hopen valt dat het ook geen inkomensloze samenleving wordt. Om dat te vermijden kunnen we te rade gaan bij de Nederlandse schaakgrootmeester Jan Hein Donner. Gevraagd naar de beste strategie tegen een computer, antwoordde hij zonder verpinken: ‘een hamer’.

Natuurlijk pleit ik er niet voor om de Luddieten – revolutionaire wevers die in het negentiende-eeuwse Engeland de stoomweefgetouwen met voorhamers te lijf gingen – achterna te lopen. Wel zou je de vraag kunnen stellen of de keuzes die technologische ontwikkelingen voorafgaan werkelijk in het belang zijn van iedereen. Ligt daar geen terrein waar we beslissingen beter met z’n allen zouden nemen?

In die zin zijn de recente Sustainable Development Goals, die overigens ook ter sprake kwamen in Davos, een gemiste kans. De doelstellingen besteden terecht heel wat aandacht aan technologie en innovatie maar reppen met geen woord over de richting dat uit moet. Als je die keuzes dan toch alleen wil overlaten aan investeerders, zit er maar één ding op: herverdelen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.