Is ontwikkelingshulp meer dan wishful thinking?

De Ontwikkelaars

Is ontwikkelingshulp in staat landen naar een hoger niveau te tillen? Evident is het niet, zegt Tom De Herdt. ‘En hou alleszins het effect op ongelijkheid in de gaten’.

  • © Wiepke Boogaerts ‘Het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van de Kuznets-curve ondergraaft onze plannen om de wereld te verbeteren.’ © Wiepke Boogaerts

In één van de minder mediagenieke passages in zijn bestseller Kapitaal in de 21e eeuw vertelt Thomas Piketty het onwaarschijnlijke verhaal van de ontstaansgeschiedenis van de ‘Kuznets-curve’, de hypothese dat in het proces van economische ontwikkeling de inkomensongelijkheid aanvankelijk toeneemt, maar daarna opnieuw krimpt. Ik vertel het hier graag nogmaals.

Dat doe ik niet alleen omdat het zo’n onwaarschijnlijk verhaal is of omdat het iets zegt over de verhouding tussen wetenschap en politiek, maar allereerst omdat het een poot afzaagt onder de tafel waarop onze plannen liggen om de wereld te verbeteren.

Het materiaal waarop Simon Kuznets zich baseerde, was beperkt maar zeer vernieuwend: hij was er eigenhandig in geslaagd om de gegevens over economische ontwikkeling en inkomensverdeling bijeen te harken voor de Verenigde Staten, van 1913 tot 1948. De daling in de inkomensongelijkheid die hij observeerde verklaarde hij in de eerste plaats door een aantal uitzonderlijke omstandigheden (waaraan geen gebrek: twee wereldoorlogen en de beurscrash van 1929).

En passant gaf hij ook een andere interpretatie mee: de Verenigde Staten bevonden zich op dat moment al in een gevorderde fase van ontwikkeling, een fase waarin steeds grotere bevolkingsgroepen de vruchten zouden kunnen plukken van de industrialisering van de eeuw voordien. En dus zou deze daling zich misschien ook zonder deze uitzonderlijke omstandigheden hebben voorgedaan. Kuznets zelf noemde deze interpretatie ‘misschien 5% empirische informatie en 95% speculatie, waarvan een deel wellicht gekleurd door wishful thinking’.

Maar papier is geduldig, en de speculatie van Kuznets had meer succes dan zijn verklaring. De speculatie werd een standaardonderdeel in handboeken economie, en dat heeft alles te maken met de politieke ontvangst van het idee.

Of ontwikkeling een opkomend getij is dat alle boten omhoog tilt, moet nog blijken.

Kuznets schreef in de jaren vijftig , de eerste jaren van de koude oorlog. Er was toen nood aan een happy end dat een tegengewicht kon vormen tegen de invloed van het communisme, en net Kuznets had zo’n verhaal klaar voor de landen die voor de vrije markteconomie opteerden.

Enkele jaren voordien (meer bepaald in 1948) sprak president Truman de Verenigde Naties toe in een speech die de niet-westerse wereld een nieuw statuut gaf, het statuut van een onderontwikkelde natie:

‘We moeten ons engageren voor een moedig nieuw project waarbij we de voordelen van onze wetenschappelijke en industriële vooruitgang beschikbaar maken voor verbetering en groei van de onderontwikkelde naties… Het oude imperialisme is dood’.

Kuznets’ speculatie maakte van die wensdroom van Truman een realistisch project: ontwikkeling is een opkomend getij dat alle boten omhoog tilt. Het woord ‘onderontwikkelde natie’ werd nadien vervangen door ‘ontwikkelingsland’. De komst van het hoogtij van ontwikkeling was slechts een kwestie van tijd.

Het hoogtij van ontwikkeling

Ontwikkelingshulp paste helemaal in het speculatieve plaatje van Kuznets. Ontwikkeling was een kwestie van tijd, maar ontwikkelingshulp kon dat proces versnellen.

Ontwikkelingshulp werd begrepen als een overdracht van kapitaal en technologie, twee basiselementen waarover de ‘ontwikkelde’ landen in overvloed beschikten, en het paste helemaal in de geopolitieke context van het Westen van de late twintigste eeuw om dat ook effectief te realiseren.

De fameuze doelstelling om 0,7% van ‘ons’ inkomen te spenderen aan ontwikkeling viel niet zomaar uit de lucht, ze was het resultaat van een berekening van het tekort aan kapitaal om het ontwikkelingsproces te financieren.

Je zou kunnen zeggen dat wie vasthoudt aan dit percentage ook vasthoudt aan Kuznets’ theorie (al zijn er ook andere redenen te bedenken om vast te houden aan dit percentage). Maar belangrijker: op basis van Kuznets’ speculatie hoefde men zich niets aan te trekken van de ongelijkheidseffecten van ontwikkelingsinterventies, die waren wellicht toch maar tijdelijk.

Ironisch genoeg was het Kuznets zelf die op de gevaren van zo’n onderneming wees – met name op de politieke risico’s.

Een kwestie van tijd…

Ondertussen weten we dat Kuznets’ voorspelling van een dalende ongelijkheid in de vrije wereld in het algemeen, en in de Verenigde Staten in het bijzonder, wordt tegengesproken door de feiten: het inkomen van de Verenigde Staten is verdrievoudigd tussen 1970 en 2010, maar voor de armste 20% van de bevolking is er gedurende veertig jaar zo goed als niets veranderd.

Geen enkel land ter wereld is zo ongelijk als de wereld zélf.

Op wereldschaal ligt dat iets anders. Enerzijds, de meeste oefeningen om een globale inkomensverdeling op te maken op basis van fragmenten van nationale inkomensgegevens geven een beeld van een wereldongelijkheid die onvergelijkbaar groot is, geen enkel land ter wereld is zo ongelijk als de wereld zélf. Het opkomende tij van ontwikkeling is dus alleszins niet zo snel als de metafoor suggereert.

Anderzijds lijkt de wereldongelijkheid als geheel toch hoopvol te dalen, zeker vanaf het begin van deze eeuw. Maar opnieuw lijkt het nogal voortvarend om hieruit grote conclusies te trekken, genre Haar fenomenale nalatenschap van collectieve vooruitgang kan de ongelijkheid in een kapitalistische markteconomie dus rechtvaardigen vanuit het perspectief van breedgedragen welvaartsgroei… De globale bijdrage van het globale kapitalisme is een historisch feit’ (Marc De Vos).

Laten we dat soort uitspraken allereerst laten waarvoor Kuznets ze zou laten: 95% speculatie, waarvan een deel gekleurd door wishful thinking. Om te beginnen blijven, alle (soms indrukwekkende) inspanningen ten spijt, de oefeningen om een globale inkomensverdeling op te maken enkel erg ruwe schetsen opleveren. Maar belangrijker nog, we zitten in een specifiek tijdsgewricht, met specifieke gebeurtenissen.

De tendens die we waarnemen is vooreerst het resultaat van de evolutie van een aantal landen van continentale grootte zoals China en India, die industrialiseren in galop en een nieuwe globale middenklasse vormen. Daarnaast vertraagde ook de groei van de oude reuzen West-Europa en de Verenigde staten sinds de financiële crisis van 2008.

De beurscrash van 2008 was geen theoretische noodzaak en de opkomst van China is in de eerste plaats het gevolg van een unieke politieke dynamiek – het Chinese staatskapitalisme is al helemaal geen bewijs van de superioriteit van een kapitalistische markteconomie.

Hoewel het dus goed mogelijk is dat we in deze eeuw op wereldvlak zullen meemaken waar Kuznets op hoopte, is het voor hetzelfde geld mogelijk dat we teleurgesteld worden.

…voor experimenten

Uiteraard kan het voordelen hebben om een ‘laatkomer’ te zijn, warm water hoeft maar één keer uitgevonden te worden. Maar in sommige streken is warm water ook niet meteen de grote verandering die het elders misschien wel kon zijn en heeft men heel andere prioriteiten.

De vooruitgang die laatkomers moeten proberen te boeken, moeten ze realiseren in een omgeving die fundamenteel anders is.

De technologische ontwikkelingen die wij zo graag als ‘vooruitgang’ definiëren, vallen niet uit de lucht, ze zijn een concreet gevolg van een zeer gerichte zoektocht in een specifieke economische context, niets in dit proces suggereert dat de vruchten van deze vooruitgang ten langen leste iedereen ten goede zullen komen.

Meer nog, de vooruitgang die laatkomers moeten proberen te boeken, moeten ze realiseren in een omgeving die fundamenteel anders is, een omgeving waarin de vroegbloeiers het hoge woord voeren. Dat geeft allerlei neveneffecten, doorgaans (maar niet steeds) negatieve.

Al deze elementen samen zorgen voor een onbepaald resultaat. En deze onbepaaldheid biedt ruimte voor een grote verscheidenheid aan ontwikkelingsexperimenten. Laten we die experimenten ernstig nemen. Al de rest is wishful thinking.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur