Ontwikkelingssamenwerking: links, rechts, pas op de plaats

Ontwikkelingssamenwerking zou niet zijn wat ze is als ze niet geschraagd zou worden door grote waarden en ideeën. Solidariteit, gelijkwaardigheid, universalisme, recht op verzet en verontwaardiging: het geeft inspiratie, energie, houvast. Het zijn ook waarden die naar maatschappelijke opvattingen eerder links dan rechts gesitueerd worden. Dit is best begrijpelijk, gegeven dat ontwikkelingssamenwerking eerder voor verandering dan voor behoud staat. Maar soms wordt een politiek programma de leidraad van analyse en actie zelf. Wanneer ideologie de blik vertroebelt, dan is Ignace Pollet op zijn hoede.

  • Brecht Goris Ignace Pollet. Brecht Goris

“J’accuse!”

Wat links en rechts precies betekenen, waar de scheidingslijn ligt, en of het wel de correcte opdeling vormt van waarden en opvattingen, blijft een eeuwige discussie die ik hier niet wil of kan beslechten.

Ik ga ervan uit dat er rond de notie links – meer dan rond de notie rechts – een breed gedeelde connotatie bestaat. Op zich is er niets mis met deze connotatie, noch met het erop nahouden van een links ideeëngoed. Wel komen risico’s om de hoek loeren wanneer een maatschappelijke sector, zoals ontwikkelingssamenwerking, zich in zijn werking en communicatie blind op dit ideeëngoed gaat baseren.

Een eerste valkuil ligt in het erop nahouden van een beschuldigingcultuur. Het is één zaak om voor de ramp op de Filipijnen of de burgeroorlog in Syrië het globale plaatje te bekijken, het wordt echter iets anders als men meteen met de beschuldigende vinger naar het Westen wijst. Wat er ook gebeurt, jullie blanke, welstellende Westerlingen hebben het gedaan.

Niet alleen geeft dit impliciet aan niet-Westerlingen een morele superioriteit, het is ook niet van aard het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking te vergroten. Integendeel, wie zich geviseerd voelt, zal eerder de neiging hebben zijn gedrag te willen bevestigen.

In die zin reageert de modale Vlaming niet anders dan de voortdurend door de politie getreiterde Molenbeekse jongere: als ze mij toch zo’n smeerlap vinden, dan zal ik mij ernaar gedragen ook. Een beschuldigingcultuur pakt niet verenigend maar verdelend uit. Iemand als Nelson Mandela begreep zoiets goed. De legendarische proporties van zijn stature hebben te maken met het feit dat hij de blanke Zuid-Afrikanen nooit als groep heeft beschuldigd.

Brave new world

Ontwikkelingssamenwerking is een politiek geladen domein. Het gaat uit van het incarneren van een aantal waarden die zich omzetten in daden, activiteiten, programma’s die uiteindelijk leiden tot een betere wereld. Bij dat laatste knelt het schoentje. Want welke betere wereld wordt bedoeld? Is dat een wereld gebaseerd op een technisch vooruitgangsgeloof, met mensen die zich dankzij online monitoring en genetische ingrepen eindelijk een beetje zullen gedragen?

Als duurzaamheid een norm op zich wordt, zo spiegelt ons de romancier Houellebecq voor in Elementaire deeltjes, dan zijn we beter af met robotten dan met mensen. Of mikken we op de wereld van de grote revanche, waarbij de groeilanden of het Zuiden het nu eindelijk eens voor het zeggen zullen hebben? Klikken alle globale onderdelen eindelijk in elkaar of moeten we terug naar kleinschalige gemeenschappen die elkaar met rust laten?

Allicht nog steeds getraumatiseerd door het teloorgegane perspectief van het arbeidersparadijs, houdt het linkse ideeëngoed het vooral bij het formuleren wat het niet wil. Hoe het dan wel moet, blijft zeer vaag. Dit maakt dat ook ontwikkelingssamenwerking hierin vastloopt, zowel bij de high level meetings als in de kleine projectrealiteit. Hoe moet het met de partners uit het Zuiden? Dient een band voor eeuwig te zijn, of is het toch vooral een technische constructie, gericht op zelfredzaamheid? Als zulke vragen aan de orde komen, wordt de horizon bijzonder mistig.

Alles of niets. Dus niets.

Wie niet met Mij is, is tegen Mij, leest een passage in het Nieuwe Testament. Of de herkomst nu christelijk of socialistisch is, het lijkt eigen aan veranderingsgerichte ideologieën om geen middenweg te laten. Dit blokkeert een meer oplossingsgericht denken, dat pragmatischer oogt en misschien minder mobiliserend is.

De Noord-Zuidbeweging stelt zich frontaal op tegenover de apostelen van de religie van de vrije wereldhandel, vertegenwoordigd door de Wereldhandelsorganisatie, de grote Westerse landen, Davos en een ware stoet aan business goeroes. Het voorwerp van zoveel onverzoenlijkheid is de markt. Des duivels, volgens de enen, de gouden toekomst in de ogen van anderen.

Voor zowel het ene als het andere standpunt zijn genoeg argumenten op te sommen. Maar zo’n principiële discussie loopt onherroepelijk vast, en dan zijn het de veranderingsgezinden die met lege handen achterblijven. Door alles te willen veranderen, houdt men niets over.

Men hoeft mij niet te overtuigen van de voordelen van een marktmechanisme als distributiemiddel, en van arbeidsverdeling als productieprincipe. Wie echter inzoomt op de realiteit van een aantal ontwikkelingslanden, ziet dat deze principes voor hen niet gunstig uitpakken.

Met name de landbouw is niet in staat om snel te reageren op snelle marktprikkels. De boer die nu investeert in een bepaalde teelt, wil enige garantie omtrent de prijzen die hij voor zijn oogst zal krijgen. Als ingevolge internationale goederenspeculatie deze prijzen gevoelig dalen, moet hij met verlies verkopen. Bittere armoede wordt dan zijn deel en in het beste geval kan hij terugvallen op zijn aloude subsistentie-economie.

Daarom is landbouw beter gediend met een bepaalde vorm van protectionisme. Dit is vloeken in de kerk van de vrijhandelsboys. Het hoeft nochtans niet te betekenen dat de globale markt op zich een fout distributiemechanisme is. Alleen is het niet geschikt voor landbouw.

Dat weten ook de Belgische boeren. Door op die nuance in te spelen, zou de ontwikkelingswereld zich veel geloofwaardiger opstellen, dan door een blinde aanval tegen alles wat naar markt, business en ondernemerschap ruikt. Maar genuanceerd denken, vereist dat men het ideologische denken achter zich laat.

Ten slotte

Links er zo van langs geven, het is niet eerlijk, zullen sommigen denken. Ze hebben een punt. Als een rechts ideeëngoed naar boven komt, levert het weinig inspiratie op. Daarvoor is het te defensief, te verkrampt, te weinig doordacht, meer een leefwijze dan een gedachtegoed. Eigen aan het verlichtingsdenken is dat een gevestigde orde steeds opnieuw in vraag wordt gesteld.

Ontwikkelingssamenwerking is gediend met de waarden die aan deze kritische ingesteldheid ten grondslag liggen, maar niet met een ideologie die de wereld in vrienden en vijanden opdeelt.

Ignace Pollet doet aan het HIVA-KULeuven onderzoek rond Noord-Zuid issues. Dit artikel is het laatste van vier opiniebijdragen waarin hij een kritische blik werpt op de taboes en limieten van ontwikkelingssamenwerking.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift