‘Onze politici koesteren zich in factfree politics’

Leo Lucassen over migratie in Nederland

Het is een mythe dat we overspoeld worden door migranten, zegt Leo Lucassen. De Nederlandse hoogleraar in sociale geschiedenis heeft het gehad met de hysterische toon waarop het migratiedebat in Nederland wordt gevoerd. Ook het idee dat de linkse kerk verantwoordelijk is voor het “multiculturele drama” is een misvatting, zegt hij.

  • Leo Lucassen Professor Leo Lucassen, hoogleraar in sociale geschiedenis. Leo Lucassen

Massa-immigratie bestaat niet zegt u?
Leo Lucassen:
‘Volgen we de definitie van het onderzoeksbureau NYFER (Forum for Economic Research, Nederland, td), dan spreek je van massa-immigratie zodra er 25.000 niet-westerse migranten per jaar het land binnenkomen.
In de jaren 1980 en 1990 was er, als we deze definitie hanteren, zeker sprake van massa-immigratie, vooral via gezinshereniging. Maar voor vandaag gaat dat plaatje helemaal niet meer op. Sinds 2003 hebben we zelfs niet zoveel immigranten meer. Integendeel, zet je de instroom van migranten naast de uitstroom, dan zie je dat er meer migranten weggaan dan dat er binnenkomen.

We hebben ook een fout beeld van wie ons land binnenkomt. Als je gaat kijken wie immigreert, zie je dat het grotendeels over erkende asielzoekers gaat, gedeeltelijk over adoptiekinderen, en gedeeltelijk over hooggeschoolde kenniswerkers uit India, China, Indonesië en Maleisië. De laatste jaren immigreren er nauwelijks nog Turken en Marokkanen, de groepen waar al jaren de schijnwerpers op zijn gericht. Conclusie: wat je mening over migratie ook is, het is géén massa-immigratie.’

IDENTIKIT:

Leo Lucassen, °1959

Hoogleraar Sociale Geschiedenis, universiteit van Leiden

Liefhebber van: nuchterheid en nuance

Samen met zijn broer en historicus Jan Lucassen auteur van: Winnaars en Verliezers (2011), een feitelijk boek over vijfhonderd jaar immigratie dat in Nederland nogal wat debat veroorzaakte.

Vanwaar dan toch die angst voor die zogenaamde immigranten-tsunami?
‘Wat vooral sterk toeneemt is het praten over massa-immigratie. Dat blijkt duidelijk uit een onderzoek waarbij gemeten werd hoe vaak die term ‘massa-immigratie’ de laatste tien jaar in de pers werd gebruikt.
We hebben een eigen beeld geconstrueerd en dat strookt dat niet met de werkelijkheid. Wanneer je dit echter nuchter aankaart via publieke debatten en de media, brengt dat geen zoden aan de dijk. Onze politici koesteren zich graag in fact free politics, dat is namelijk beter voor de kiescijfers.’

Waarom zou dat een electorale achterban dienen?
‘Nederlandse politici zijn ontzettend bang om beschuldigd te worden van problemen te bagatelliseren als ze een minder emotioneel en genuanceerder migratieverhaal vertellen. Met name de liberalen proberen een deel van hun kiezers –die overgelopen zijn naar de partij van Geert Wilders- opnieuw te winnen via een even populistisch discours als de PVV. Ze willen potentiële kiezers niet voor het hoofd stoten. Een deel van het kiespubliek meent immers dat er wèl verschrikkelijk veel migranten zijn en het land blijven binnenkomen. Die aanwezigheid van migranten is echter nog iets anders dan massaimmigratie. Wat de kiezer nu ziet, is een deel van de erfenis van de jaren tachtig en negentig, waarbij er dus wel massaimmigratie was uit bepaalde landen.’

Nederland heeft een aantal jaar geleden al een fel identiteits- en integratiedebat gevoerd. Ook in Den Haag leefde het gevoel dat de multiculturele samenleving gefaald was. Bestaat dit identiteitsdebat vandaag nog even sterk?
‘Zeker, het debat leeft zeer sterk. Het spitst zich echter niet alleen toe op een zogenaamd falend integratiebeleid, het gaat ook over het onbehagen over een globaliserende wereld. Zowel Europa als de Verenigde Staten hebben hun vanzelfsprekende machtsposities zien aftakelen, ten voordele van andere continenten zoals Azië. Dat brengt veel onzekerheid teweeg. Globalisering wordt als een bedreiging gezien, en migratie is nu eenmaal een uiting van globalisering.
Ook Europa is voor veel Nederlanders een vraagteken. Ze zien, zonder veel uitleg, hun overheid verdwijnen in het Europese project. In migratiearme gebieden zoals Limburg en Brabant, trekt de lokale overheid zich bovendien steeds meer terug door de schaalvergroting van gemeenten. Voorzieningen trekken weg, er is een demografische krimp, gemeentehuizen, en daaraan gekoppeld het directe contact met de bestuurders, verdwijnen. Net hier scoren populistische partijen goed.
Maar kijk weer even naar de statistieken: waar kan je nu beter wonen dan in Nederland? We hebben de laagste werkloosheidscijfers en het hoogste inkomen van de Europese Unie.’

Maar klopt het ook niet dat links Nederland gefaald heeft in zijn integratiebeleid door de dingen op hun beloop te laten?
‘Nee, dat is volstrekte onzin. Het idee leeft dat de Nederlandse beleidsmakers teveel gekozen hebben voor integratie met behoud van de identiteit. Men zou nieuwkomers te weinig duidelijk gemaakt hebben dat rechten ook een plichtenkant inhouden. Maar de overheidssubsidies voor zelforganisaties en zogenaamde thuistaalprojecten zijn peanuts binnen het totale uitgavenbudget voor integratie. Sinds het einde van de jaren zeventig spendeerde de overheid negentig procent in de harde thema’s: tewerkstelling, onderwijs, veiligheid… Men wilde mensen zo snel mogelijk uit een achterstandspositie halen. Dat impliceerde eerder dat erop gehamerd werd dat mensen zich zouden aanpassen. Ik noem het juist een milde assimilatiepolitiek. Er is met andere woorden nooit sprake geweest van normvervaging. De Nederlandse en West-Europese waarden zijn altijd voorop blijven staan.’

Waar is het dan fout gegaan?
‘De grote migratiegolven waren er eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Dat was het moment dat de economie in elkaar stortte. Dat was een omgekeerde reactie, want normaal reageren migranten op een florerende arbeidsmarkt. Nu kwamen ze op het foute moment. Laag opgeleide –vaak zelfs totaal ongeschoolde en ongeletterde- migranten vertrokken in een heel beroerde startpositie. Als ik nu, dertig jaar later, naar de kinderen van die generatie kijk, dan hebben we het echt niet zo slecht gedaan met ons integratiebeleid. Ik sluit mijn ogen niet voor een aantal verontrustende ontwikkelingen. Een deel van die kinderen doet het inderdaad niet goed, belandt te snel in een maatschappelijke onderklasse. Maar nuchter bekeken zou het hoogst verwonderlijk zijn, moest dat niet gebeuren. Allochtone Nederlanders hinken op een aantal gebieden, zoals tewerkstelling, nog altijd achteraan, maar we gaan wel vooruit. Akkoord, tien procent van de allochtone jongeren is werkloos, ten opzichte van het totale werkloosheidscijfer van 3,5 procent. Maar negen op de tien jongeren werken wél, en het aantal jongeren van Turkse en Marokkaanse origine dat hoger onderwijs volgt, neemt jaarlijks, langzaam maar zeker, toe.’

‘Marokkaanse jongeren hebben een sterkere drang om te integreren en vallen dus meer op’

En toch, feiten zijn feiten. Dat is ook uw motto. Iemand kan met die statistieken ook perfect een ander verhaal brengen.
‘Statistieken zijn maar een deel van het verhaal, ze geven, absoluut gezien, best een verhullend beeld: het klopt dat migranten vaak de verkeerde lijstjes aanvoeren en goed scoren in de criminaliteitsstatistieken. Als je realiseert uit welke situatie migranten komen, hoe slecht de timing van de eerste immigratiegolf was, kan je het echter ook anders, minder somber bekijken. Cijfers worden heel vaak naakt geïntepreteerd. Je kan inzake criminaliteit het aandeel allochtone en het aandeel autochtone kinderen bekijken maar als je dat doet zonder de sociale klasse te bekijken, maak je een oneerlijke vergelijking. Als je mensen wel volgens klasseprofiel gaat vergelijken, zie je zelfs dat de migranten het soms zelfs beter doen. Ondanks weinig stimulerende omgevingsfactoren, slaagt een groot deel van de migrantenjongeren erin om zich op te werken. Dat wil ook zeggen dat het onderwijssysteem het toch niet zo slecht doet. Alleen, als je dat probeert uit te leggen in het huidige debat word je weggelachen. Niemand wil dit horen, het wordt afgedaan als een te slap, linksig en naïef verhaal.’

Wat is er gebeurd met de zogenaamde open debatcultuur van Nederland?
‘Ook die Nederlandse openheid is een mythe. Op het moment dat we vaststelden dat er problemen waren, zoals bijvoorbeeld de positie van de vrouwen in de islam, bestond er helemaal geen open debatcultuur. Er lag een breed gedeeld ethisch taboe op problemen met een sociale en culturele inslag. Het idee was inderdaad dat je door problemen aan te duiden, koren op de molen leverde van extreem-rechts. Dat taboe was een gevolg van de ethische revolutie, een schuldcomplex dat teruggaat naar ons rechtse verleden tijdens de tweede wereldoorlog en onze wreedheden tijdens de koloniale periode. Politie-agenten, winkeliers in probleemwijken, leraars mochten niets zeggen op gevaar van beschuldiging van racisme. Die taboesfeer sloeg om na de Rushdie-affaire, na een paar straffe uitspraken van Fritz Bolkestein, en met de intrede van Pim Fortuyn. Helaas is die omslag –door de opgebouwde frustraties- heel radicaal geweest. Zodra we er wèl over mochten praten, kwam alles er in één keer met een keiharde straal uit. Nu is het nieuwe taboe nuance, want je zou de dingen wel eens opnieuw kunnen bagatelliseren.’

Ik heb de indruk dat de Nederlandse media, anders dan in Vlaanderen, meer allochtone rolmodellen heeft. Correct?
‘Ik heb er geen studie over gemaakt. Maar ik zie wel zeer regelmatig mensen van allochtone origine op de televisie, overigens meer vanuit de ex-koloniale migrantengroep, met name de Antillianen. Met mondjesmaat beginnen nu ook de Turken maar zeker de Marokkanen door te sijpelen naar het Nederlandse beeldscherm. Overigens, Marokkanen doen het beter dan Turken wat betreft integratie en vertonen een sterke wil om te integreren.
De burgemeester van Rotterdam –de grootste havenstad van Europa– is in de Rif in Marokko geboren. Dat is toch al een rolmodel van formaat.’

In België schijnen we het nochtans gemakkelijker te hebben met de Turkse migranten. De media hadden het al wel over “kut-Marokkaantjes”, nog nooit over “kut-Turkjes”.
‘Alweer een voorbeeld van foute beeldvorming. Het beeld dat we zowel in Nederland als België hebben, is dat Marokkaanse jongeren het niet goed doen. Maar dat heeft nu net te maken met die drang om te integreren, een wens die Marokkaanse jongeren, aldus bevragingen in Nederland, veel meer hebben dan hun Turkse leeftijdsgenoten. Marokkaanse jongens zijn eigenlijk erg outgoing. Daardoor vallen ze een pak meer op, zijn ze veel zichtbaarder in het straatbeeld. Turken sluiten zich sneller op in hun eigen gemeenschap, zijn meer gehecht aan hun Turkse identiteit, aan hun herkomstland Turkije. We horen er niets van en daaruit concluderen we dat ze het goed doen. Alleen, afwezigheid in de media staat natuurlijk niet gelijk aan integratie.’

Nederlandse beleidsmakers hebben het nu gemunt op de nieuwe Europeanen. Polen, Roemenen, Bulgaren zouden teveel overlast geven. Zijn de Oost-Europeanen de nieuwe “foute migranten”?
‘Ja, dat klopt, ik zie een kleine afname van het problematiseren van Marokkanen. Zij waren heel lang dé foute groep, een ondankbare rol die de Polen en Bulgaren wel eens zouden kunnen overnemen. Anders dan de eerste generaties Marokkaanse gastarbeiders, kunnen de nieuwe Europeanen echter nauwelijks rechten opbouwen, omdat we onze welvaartstaat intussen behoorlijk hebben afgeschermd. Nog een groot verschil is dat deze mensen, als EU-burgers, het land vrij in en uit kunnen. Een derde verschil is het opleidingsniveau dat bij de gemiddelde Pool een stuk hoger ligt dan bij de Marokkaanse of Turkse gastarbeider destijds. Die werd geselecteerd wegens zijn laag opleidingsniveau.’

Wat vindt u ervan dat het principe van vrij verkeer van personen in de Schengenzone onder druk staat?
‘Het is behoorlijk paniekvoetbal, als je ziet over welke aantallen Tunesiërs we het nu eigenlijk hebben. Bij mijn studenten illustreer ik de relativiteit van die zogenaamde vluchtelingengolven altijd met het oorlogsjaar 1914. Toen kreeg Nederland, een land van acht miljoen inwoners, er op enkele weken tijd plots één miljoen Belgen bij. Daarvan zijn er nog eens honderdduizend permanent gebleven. Vanuit een algemeen solidariteitsprincipe, een breed gedragen humanitaire visie, werd dat toen wel aangenomen. Als we in Lampedusa echt naar de naakte cijfers kijken, dan gaat het bijlange niet over miljoenen mensen. Dat Lampedusa dat niet aankan, en dat Italië ook bezwaren maakt, begrijp ik nog. Maar dat we nu plots ons hele systeem op de helling zetten of minstens aanpassen vind ik erg overdreven.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur