Over Onder Ontwikkeling

De ontwikkelaars

Op enkele dagen na 50 jaar geleden kreeg het begrip “onderontwikkeling” een geheel eigen betekenis: in september 1966 publiceerde de “Monthly Review”,  een spreekbuis van socialistisch Amerika, een artikel van André Gunder Frank getiteld “de ontwikkeling van onderontwikkeling”.

  • © Wiepke Boogaerts © Wiepke Boogaerts

Op enkele dagen na 50 jaar geleden kreeg het begrip “onderontwikkeling” een geheel eigen betekenis: in september 1966 publiceerde de “Monthly Review”, een spreekbuis van socialistisch America, een artikel van André Gunder Frank getiteld “de ontwikkeling van onderontwikkeling”.

Gunder Frank schreef zijn tekst vanuit een Latijns-Amerikaans perspectief op de wereld. Hij bekritiseert er de toen (in de Verenigde Staten en Europa) gangbare opvatting dat ontwikkeling een proces is dat elk land geacht wordt te doorlopen, en dus dat de Europese en Noordamerikaanse ontwikkelingservaringen model kunnen staan voor ontwikkelingbeleid in de “onderontwikkelde landen”. Ontwikkelingsbeleid dat deze opvatting volgt, is volgens hem gedoemd te mislukken: de feiten wijzen volgens hem eerder in omgekeerde richting: hoe meer een (Latijns-Amerikaanse) regio geïntegreerd is of was in de wereldeconomie, hoe minder hij ontwikkeld is en er feodaal uit ziet. En hoe meer geïsoleerd een regio is, des te veelbelovender diens capaciteit om zichzelf te ontwikkelen. Zijn strenge conclusie was dan ook dat economische ontwikkeling in onderontwikkelde landen enkel plaats kan vinden buiten de invloedssfeer van het wereldkapitalisme.

Dit nieuwe perspectief op (onder)ontwikkeling was ongetwijfeld verfrissend, destijds. Samen met Gunder Franks boek over dezelfde thematiek, dat een jaar later verscheen, werd zijn bijdrage ondertussen meer dan 7000 keer geciteerd door andere wetenschappers. Toch stel ik voor de vijftigste verjaardag van Gunder Franks artikel met gemengde gevoelens te vieren.

Het artikel leek op zodanig straffe manier hout te snijden dat het een keerpunt werd in het denken over (onder)ontwikkeling

Het artikel leek immers op zodanig straffe manier hout te snijden dat het een keerpunt werd in het denken over (onder)ontwikkeling, of beter, het splitste dit denken in twee ongelijke delen: de voorstanders van het begrip ‘onderontwikkeling’ borduurden verder op de manier waarop de positie van ontwikkelingslanden in de wereldeconomie hun ontwikkelingskansen bepaalt. De voorstanders van het begrip ‘ontwikkeling’ daarentegen bleven de nadruk leggen op de lokale sterktes en zwaktes om ontwikkelingsbeleid te definiëren. De eerste stroming werd academisch verbannen naar de ietwat wereldvreemde disciplines van geschiedenis en geografie, de tweede stroming vond aansluiting bij de (net iets minder wereldvreemde) disciplines van economie, sociologie en politieke wetenschap.

Die splitsing is zondermeer een spijtige zaak. Gunder Frank zélf wees op het belang van een analyse van ontwikkelingsprocessen die zowel het eigen verleden van een land of regio als zijn afhankelijke positie in de wereldeconomie in rekening brengt, maar wat de geschiedenis met deze tekst heeft gedaan, is uiteraard niet zijn verantwoordelijkheid.

Er zijn alleszins meer dan voldoende redenen om het begrip onder-ontwikkeling –in de zin van: ontwikkeling die beknot wordt door dominante spelers elders ter wereld- een prominentere plaats te geven in onze analyses van ontwikkeling.

Onderontwikkeling vs overontwikkeling

Dat ontwikkeling in het zuiden enkel maar te maken heeft met problemen in het Zuiden is alleen maar een grotere mythe geworden sinds 1966. Denken we maar aan het klimaatprobleem, dat niet alleen gevolgen heeft voor de komende generaties inwoners van de geïndustrialiseerde regio’s, maar voor alle komende generaties van deze wereld, én voor de huidige generaties in lage inkomenslanden. Onderontwikkeling in het globale Zuiden weerspiegelt hier over-ontwikkeling in het globale noorden, en met een knipoog naar Gunder Frank heeft men het ook over de-coupling als landen investeren in een koolstofarme economie.

Maar we kunnen ook zeer vergelijkbare verhalen vertellen over de impact van de manier waarop we onze economie organiseren, internationale mobiliteit reguleren enzovoort. Van het ogenblik dat mensen, bedrijven, en organisaties allerhande die deelnemen aan de wereldsamenleving beslissingen kunnen nemen die een effect hebben op anderen die om een of andere reden minder zeggenschap hebben, krijgen begrippen als onder- en overontwikkeling een rol van betekenis.

De VS, en vooral Europa, lijken meer en meer op achtervolgen aangewezen door de opkomst van de Aziatische enonomieën

Een van de redenen waarom de thesis van Gunder Frank volgens sommigen echter de vergetelheid eerder dan een verjaardag verdient, is dat zijn conclusie dat ontwikkeling enkel maar buiten het wereldkapitalisme gedacht kan worden, ondertussen weerlegd werd door de opkomst van een aantal Zuid-Oost-Aziatische economieën, zodanig zelfs dat de Verenigde Staten en, vooral, Europa, meer en meer op achtervolgen lijken aangewezen. De bijgevoegde figuur brengt dat in beeld.

(Bron: De Standaard, 31 augustus 2013)

De figuur geeft de evolutie weer in het relatieve belang van de vroeg-ontwikkelde economieën sinds 1820, zeg maar op de vooravond van de onafhankelijkheid van België. Het idee van een kolonie moest nog uitgevonden worden, de industriële revolutie was nog niet van start gegaan. Vanaf dan gaat het echter in stijgende lijn, tot aan het einde van de jaren 90. Op dat moment domineerden de Westerse ontwikkelde economieën de wereld.

De Westerse wereld, ca. 800 miljoen inwoners, nam bijna 70% van het wereldinkomen voor zijn rekening, de 4,5 “rest van de wereld” moest het doen met de overige 30%. Maar vanaf dan kwam een spectaculaire inhaalbeweging opgang. Precies in 2013 zijn “wij”, de ontwikkelde landen, onze dominantie kwijt. Dag Derde Wereld. Uiteraard is er wat discussie mogelijk over deze gegevens: wie nu precies tot “het Westen” behoort bijvoorbeeld, en of het nu wel precies in 2013 is dat de lijnen elkaar terug kruisen, 130 jaar nadat ze dat voor het eerst deden. Maar het algemene beeld blijft.

André Gunder Frank heeft zelf lang genoeg geleefd om zich over deze nieuwe feiten te bezinnen, en in zijn latere werk zwakt hij zijn eerdere conclusie van de onmogelijkheid van ontwikkeling binnen het kapitalisme af door zijn kritiek op het kapitalisme zélf nog verder door te trekken en zelfs aan het nut van dit concept te twijfelen: Het kapitalisme zoals dat werd gedacht door de grondleggers van de Westerse sociologie en economie, verdient zeker minder aandacht dan nodig, stelt hij, omdat die grondleggers toevallig ook allemaal leefden en werkten in de hoogdagen van de ontwikkeling van Europa.

De grote locomotief van ontwikkeling stond al vanaf de vierde eeuw voor Christus steeds in het Oosten.

Als we die tijdsas nog verder uitzoomen zien we een heel ander beeld opdoemen: Van een wereldeconomie die alle grote regio’s al veel vroeger met elkaar verbindt, en waar de grote locomotief van ontwikkeling al vanaf de vierde eeuw voor Christus steeds in het Oosten stond.

Met uitzondering dus van die “korte” periode van de twee eeuwen die sinds het einde van de koude oorlog definitief voorbij lijkt. Het ‘Westen’ veroverde die trekkerspositie zeer langzaamaan, door zich ‘in te kopen’ in de Zuid-Oost Aziatische wereld, onder meer met het Latijns-Amerikaanse zilver uit de Spaanse kolonies, in de 17e en 18e eeuw. Maar sinds de jaren negentig van vorige eeuw wordt die koppositie dus op spectaculaire wijze terug in vraag gesteld.

Deze plotse verwijding van het tijdsperspectief heeft op zijn minst het voordeel dat het ons confronteert met de bijziendheid van onze blik van elke dag. De opkomst van ‘ons’ stukje wereld is bijvoorbeeld niet te bedenken zonder de rol die de Arabische wereld speelde in het verbinden van Oost, Zuid en West. Zelfs een triviaal product als een schaakspel vindt zijn oorsprong ergens in een Centraal-Aziatisch verleden en kreeg zijn huidige vorm in het Moorse Middeleeuwse Spanje vooraleer het een wereldhit werd in elitaire en minder elitaire Europese middens. Een pre-kapitalistische Pokemon-Go!

De verwijding van het tijdsperspectief heeft ook het nadeel dat het vieren van een verjaardag sowieso een futiele bezigheid wordt: Als het nu een eeuw was, ja, maar een jaar?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift