Dossier: 

Tijd voor een Afrikaanse industriële revolutie

Hoewel Afrika de voorbije jaren een redelijke economische groei kende, hinkt het land steeds verder achterop wat betreft arbeidsintensieve productie. In sommige landen is zelfs sprake van de-industrialisatie. MO* sprak met Dr. Mohamed Ibn Chambas, de secretaris-generaal van de ACP-landengroep, over hoe grondstoffen het tij kunnen doen keren.

  • Friends of Europe Mohamed Ibn Chambas Friends of Europe

‘Industriële ontwikkeling is al lang het ultieme streefdoel van vele ontwikkelingslanden. Het wordt algemeen erkend als het beste instrument om economische en sociale ontwikkeling aan te wakkeren’, aldus Dr. Chambas. ‘Helaas is het tot nu toe voor vele landen bij een droom gebleven. In een aantal West-Afrikaanse landen is er zelfs sprake van de-industrialisering.’

‘Het is dringend tijd om deze negatieve evolutie een halt toe te roepen. Daarvoor moeten we alle mogelijke middelen inzetten. Afrika is enorm rijk aan ertsen en andere grondstoffen, maar wint weinig bij de export ervan. Waarom kunnen we die materialen niet zelf verwerken, om ze met een meerwaarde te verkopen en de winst ervan investeren in industriële ontwikkeling?’

Interessante vragen, waar MO* graag wat dieper op inging.

Hoe kunnen grondstoffen precies bijdragen tot de ontwikkeling van Afrikaanse landen?

Vele Afrikaanse landen hebben enorme rijkdommen in de grond zitten. Maar ondanks de aanwezigheid van grondstoffen, zijn Afrikaanse landen er tot nu toe niet in geslaagd dit om te zetten in reële welvaartstijging voor zijn inwoners. Afrika’s rol bleef beperkt tot die van uitvoerder van ruwe materialen.

Nu is het moment gekomen om los te breken uit dat historische patroon. Afrika kent tegenwoordig een goede economische groei, maar dit kunnen we niet volhouden indien er niks fundamenteel verandert. Afrika heeft een erg jonge bevolking, en die jongeren hebben onderwijs en werk nodig. De huidige mentaliteit in Afrika is dat we ook willen winnen bij de ontginning van grondstoffen. In plaats van een passieve exporteur moeten we een actieve speler op de internationale markt worden.

Hoe kan Afrika die actievere rol concreet invullen?

De Zuid-Afrikaanse minister van Handel gaf onlangs een zeer goed voorbeeld. Voor één ton ruwe titanium betaalt men gemiddeld 283 euro. Voor verwerkte titanium is al snel drie keer zoveel. Maar als legering voor de luchtvaartindustrie, kan de prijs stijgen tot meer dan 7000 euro.

In plaats van de materialen in hun ruwe vorm uit te voeren, moeten we dus zelf eerst een toegevoegde waarde creëren door ze te bewerken. Op die manier bouwen we een eigen verwerkende industrie op, die meer jobs zal creëren en de welvaart zal verhogen.

Net nu gaat de EU zelf ook op zoek naar een betere toegang tot grondstoffen. Is dit te combineren met Afrika’s ambitie om meer zelf te verwerken?

Het is tijd om afscheid te nemen van Afrika’s historische rol als netto-uitvoerder van grondstoffen.

Ik zie niet in waarom niet. Ja, Europa heeft bepaalde strategische materialen nodig voor haar industrie en Afrika heeft deze materialen, dus waarom niet. Maar het nieuwe idee is dat Afrika nu ook moet winnen bij de ontginning ervan.

Waarom kunnen Europese bedrijven bijvoorbeeld geen deel van het verwerkingsproces overhevelen naar Afrika zelf? Als ze de infrastructuur voor de verwerking van ertsen in Afrika uitbouwen, sparen ze op transport- en personeelskosten. Tegelijk worden zo jobs gecreëerd voor de lokale bevolking en verwerft men de nodige kennis om op lange termijn zelf een verwerkende industrie uit te bouwen.

Europa en Afrika moeten durven op een eerlijke, openhartige manier voor hun eigen belangen uitkomen. Samen kunnen we dan uitzoeken hoe we er een win-winsituatie van kunnen maken. Er is helemaal niets mis met je eigen belangen nastreven, maar op het einde van de rit moet er een evenwicht gevonden worden, zodat beide partijen ervan profiteren.

De duurzame ontwikkeling van Afrika biedt trouwens nog meer voordelen voor Europa. Door jobs en welvaart te creëeren, pak je tegelijk het Europese migratieprobleem aan én groeit de koopkracht van de inwoners, waardoor een nieuwe afzetmarkt voor Europese producten ontstaat.

Een ander onderdeel van Europa’s zoektocht naar een betere markttoegang is dat ze kordaat zal optreden tegen alle landen die exporttaksen heffen.

Exportbelastingen zijn natuurlijk een delicate kwestie. Maar ik geloof niet dat een algemeen verbod op dergelijke belastingen de oplossing is, noch voor Afrika, noch voor Europa.

Neem bijvoorbeeld de situatie in Ivoorkust. Dat is een land dat net uit een zwaar conflict komt. De economie ligt aan diggelen, er is amper nog onderwijs en het staatsapparaat is zwaar verstoord waardoor geen belastingen meer worden geïnd. De weinige vooruitgang die het land de voorbije jaar heeft geboekt, werd het afgelopen jaar weer ongedaan gemaakt.

In dergelijke situatie kan je onmogelijk exporttaksen verbieden. Het is namelijk de enige onmiddellijk beschikbare bron van inkomsten die ze op dit moment hebben. Inkomsten die ze broodnodig hebben voor de heropbouw van het land.

En Ivoorkust is lang niet het enige land dat enorm onder druk staat. De hoge voedselprijzen, de financiële en energiecrisis vormen ook voor vele andere landen een grote uitdaging. Op lange termijn moet men meer gediversifieerde en meer stabiele bronnen van inkomsten zien te vinden en niet enkel op exportbelastingen rekenen. Maar tot het zover is, moeten we de zaak pragmatisch bekijken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift