Toni Morrison: 'Het is de liefde die ons menselijk maakt'

Toni Morrison, de eerste zwarte schrijfster die de Nobelprijs Literatuur kreeg, maakte in Parijs uitgebreid tijd voor een gesprek met MO*. In dit deel gaat ze in op vragen over haar literaire werk. Maar ook dan blijft Morrison heel maatschappelijk betrokken.

Wikimedia Commons

 

De Amerikaanse schrijfster Toni Morrison is op 6 augustus op 88-jarige leeftijd overleden. Ze was de eerste zwarte vrouw die de Nobelprijs voor de Literatuur won.

Hier leest u het gesprek dat Gie Goris met haar in 2007 had.

Toni Morrison was in november 2006 een maand artist in residence bij het Louvre, waar ze een programma rond ‘de vreemdeling thuis’ voorzat. Dat levert haar alvast een koninklijk hotel op, met een speciale ruimte - zaal zeg maar - om gasten te ontvangen. Mevrouw Morrison’s zoon speldt me meteen een microfoontje op en regisseert de sessie: hij neemt de gesprekken op op video voor het archief -als ik daar geen bezwaar tegen maak.

Als ik die bezwaren al zou hebben, smelten ze weg zodra Toni Morrison zelf binnenkomt. Deze vrouw beheerst de ruimte, maar op een vanzelfsprekende en uitnodigende manier. Ze is 75 én uitermate vrouwelijk, ze is zwart en belezen, ze is zichzelf én toegankelijk. En ze rookt ongezond veel. ‘Op een maand in Parijs rook ik meer dan op een jaar in de VS’, verontschuldigt ze zich na de derde sigaret. Het is de enige keer dat ze zich voor wat dan ook verontschuldigt.

MO* sprak met dit culturele en menselijke monument uit de Verenigde Staten over armoede en racisme, consumptie en hoop. Dat gesprek leest u hier. Het deel van het gesprek dat ingaat op haar literaire werk volgt hieronder.

U zegt dat de rassentegenstellingen in de VS grotendeels kunstmatig zijn. Toch schrijft u over zwarte mensen, grotendeels in zwarte gemeenschappen, die voortdurend te maken hebben met raciale vooroordelen en discriminatie.
Toni Morrison: Ik schrijf over mijn wereld. Als ik een blanke vrouw was, zou ik wellicht over arme blanken schrijven. Waar ik het nu over heb, is over het Nationale Verhaal, het discours dat opgehangen wordt door de overheid en degenen die in de positie zijn om het dominante beeld van onze nationale werkelijkheid te creëren. Je zou je kunnen afvragen waarom politici en media de conflicten in de Amerikaanse samenleving niet definiëren in religieuze termen, als een botsing tussen katholieken en protestanten. Dat is net zo vals als een raciale lezing van de reële zorgen en belangen van het land. De raciale categorieën worden gebruikt omdat ze nuttig zijn voor de elites, voor de macht. Dat is al zo sinds de tijd van de slavernij.

Ik ben een nieuw boek aan het voorbereiden en ik zal je nu al verklappen waarover dat zal gaan: over het uit elkaar halen van de woorden zwart en slaaf. Iedereen op de wereld heeft voorouders die ooit slaaf geweest zijn, dat is geen exclusiviteit voor zwarten. Joodse mensen hebben een geschiedenis van slavernij. Christenen en moslims hebben in slavernij geleefd. De geschiedenis van ieder van ons bevat slavernij. Maar niet iedereen is zwart geweest, niet iedereen heeft de historische ervaring van rassendiscrimantie -al is die discriminatie ook pas met de opkomst van de koloniale onderneming doorgebroken, omdat het economisch interessant was.

Is rassendiscriminatie dan zinsbegoocheling?
Toni Morrison: Neen, ze was wel degelijk reëel. In mijn jeugd was er segregatie en kon ik dus niet overal gaan waar ik wou, maar mijn klasgenoten -allemaal blank- waren warme vrienden. En onze buren kwamen bij ons over de vloer. Er werd toen nog echt gedeeld: leven, suiker, informatie. Dat is heel wat anders dan de wederzijdse achterdocht die zich intussen geïnstalleerd heeft en vooral gebaseerd is op klassenverschillen.

Toch schrijft u geen bittere boeken die proberen geleden onrecht goed te maken.
Toni Morrison: Ik schrijf boeken waarin ik de reële geschiedenis van mijn land probeer te reconstrueren. Ik ben opgegroeid zonder dat de geschiedenis van zwarte mensen deel uitmaakte van de nationale geschiedenis. Dat ik geen wraak zoek in mijn romans heeft wellicht te maken met het feit dat ik opgroeide met de idee dat blanken op moreel vlak minderwaardig waren. Dat was de overtuiging van mijn vader: dat blanken niet in staat waren hetzelfde morele niveau te halen als zwarten.

Mijn moeder geloofde dat het mogelijk was ze te verlossen, mijn vader niet. Als ik verwijten naar mijn hoofd geslingerd kreeg -‘Ga terug naar Afrika’ of ‘Je stinkt’- haalde ik daar mijn neus voor op. Maar ik heb natuurlijk heel veel mensen gekend die spiritueel geruïneerd werden door dat racisme. Dat was dan ook het onderwerp van mijn eerste boek -Het Blauwste Oog- waarin een meisje geobsedeerd geraakt door het feit dat ze niet voldoet aan het dominante beeld van succes en erbij horen. Ze heeft niet de blauwe ogen die ze met succes vereenzelvigt. Ik wou onderzoeken wat de ware schade van racisme kan zijn.

Gemeenschappen en familiale netwerken spelen vaak een rol in uw romans. Maar waarover hebben we het als we anno 2007 spreken over gemeenschap?
Toni Morrison: Dat is niet makkelijk te omschrijven, maar het is in elk geval niet zo dat de hedendaagse stad een gemeenschap onmogelijk maakt. De zwarte gemeenschappen die door Katrina getroffen werden in New Orleans waren échte gemeenschappen van mensen die al generaties in die stad woonden. En je kan net zo goed een gemeenschap hebben die niet aan plaats gebonden is, maar aan gedeelde ervaring en belangstelling. Dat is voor velen onder ons de realiteit van gemeenschap vandaag.

Gemeenschappen kunnen ook verdrukkend werken. In Liefde wordt Junior gestraft omdat ze de verstikking van haar nauwe gemeenschap ontvlucht.
Toni Morrison: Ja, maar Junior is een uitzondering. Ze wist niet eens dat ze zwart was. Ze beseft het pas als een vriendje zegt dat zijn ouders niet houden van gekleurde mensen. Ze behoort tot een geïsoleerde gemeenschap van creolen die zich met zwarten noch blanken identificeren. Wat mij vooral interesseerde in haar personage is de ambiguïteit van ras, de grijze zone tussen wit en zwart die zij bewoont en belichaamt.

In uw romans plaatst u mensen vaak individueel in extreme omstandigheden. Twee vrouwelijke personages kiezen voor waanzin als overlevingsstrategie: Sethe, de moeder van Beminde, en de moeder van Joe Trace in Jazz.
Toni Morrison: En andere vrouwen triomferen binnen dezelfde omstandigheden. De waanzin van Sethe was trouwens heel rationeel: zij wou haar dochter, door haar te vermoorden, beschermen tegen het onuitspreekbare leed dat ze zelf gekend had. De dood als de betere optie. Maar je mag niet vergeten dat elk boek in een bepaalde periode gesitueerd is. Als ik nu een boek ga schrijven dat zich vandaag afspeelt, dan zal de zwarte vrouw met heel andere zaken bezig zijn dan Sethe in de negentiende eeuw in Beminde of de moeder in de jaren twintig van Jazz.

De vrouwen in uw boeken zijn meestal sterke karakters die de meest extreme toestanden overleven. Mannen stijgen zelden uit boven hun eigen middelmatigheid.
Toni Morrison: Ik ben daar nog niet zo zeker van. Mijn mannen worden geconfronteerd met complexe uitdagingen en antwoorden daarop met moedige keuzes. Alleen is dat niet mijn interesseveld. Alle literatuur gaat over mannen, mijn literatuur gaat over vrouwen. Mannen zijn in hun eigen verhalen al vaak genoeg de helden, degenen die het gekende -hun familie, dus- in de steek laten om nieuwe horizonten op te zoeken en nieuwe uitdagingen aan te gaan.

De enige variatie zit in de kleur: als de protagonist blank is, dan is hij een avonturier; als hij zwart is, dan is hij onverantwoordelijk. Gelukkig leven we niet alleen in tijden van post-black, maar ook van post-feminisme waarin mannen krachtig mannelijk kunnen zijn zonder er vandoor te gaan. Vanuit hun nieuwe mannelijkheid blijven ze thuis en zorgen ze voor de kinderen.

Uw jongste roman heet Liefde, en dat is misschien wel hét onderliggende thema van al uw boeken: hoe mensen liefde zoeken en hoe ze omgaan met de woeste krachten van de liefde.
Toni Morrison: Het is de liefde die ons menselijk maakt. We zijn uiteindelijk de enige levensvorm die tot echte liefde in staat is. Liefde is veel meer dan wat wij ervan gemaakt hebben, veel meer dan seks. Liefde is zorgen voor iets of iemand anders dan jezelf of je eigen kring of familie. Mensen zijn daartoe in staat, net zoals ze taal hebben ontwikkeld. Dat zijn de dingen die ons menselijk maken: de mogelijkheid om gecompliceerde zaken te communiceren en te herinneren. En dan is er ook nog het feit dat we weten dat de dood bestaat. Maar boven alles is er het zorgen voor de andere.

Er zijn twee soorten liefde, leert de traditie ons: caritas en eros. U beklemtoont heel erg de caritas, het zorgende liefhebben. Betekent dat dat u eros een mindere vorm van liefde vindt?
Toni Morrison: Ach, weet je. Ik ben vijfenzeventig. Je had me die vraag dertig jaar geleden moeten stellen. In Liefde schrijf ik: ‘Zij denken dat het seks is, maar seks is de clown van de liefde.’ Seks is het ontspannende deel van de liefde.

Om het citaat te vervolledigen: ‘Maar je hebt intelligentie nodig om zacht lief te hebben.’
Toni Morrison: Zo is het. Je moet niets krijgen, je moet intelligent observeren. Zoals het personage in Liefde dat deze woorden uitspreekt. Ze keurt de dingen die mensen doen niet goed, maar ze aanvaardt wel iedereen zoals hij of zij is. En ze helpt hen allemaal, zelfs na haar dood blijft haar affectie voor al die gebroken karakters wonderen verrichten. Liefde is toewijding, en dat is niet hetzelfde als onderwerping aan alles wat de geliefde vraagt of verwacht. Liefde vraagt ruimdenkendheid en ruimhartigheid.

U zegt het allemaal met zoveel mildheid, terwijl u uw personages in uw romans bijna onbarmhartig door alle problemen en worstelingen van het leven jaagt.
Toni Morrison: Wij moeten daar allemaal door, niet? Wat mij interesseert is hoe mensen leven en reageren als ze in ernstige moeilijkheden zitten. Er is geen verdienste aan om aangenaam te zijn als alles je voor de wind gaat. Ik ben gelukkig om iedereen die gelukkig is. Maar als schrijfster ga ik op zoek naar mensen die op de rand leven, wil ik exploreren hoe mensen reageren op extreme omstandigheden, welke strategieën ze hanteren om te overleven.

Daarom heb ik me ingegraven in het dilemma waar Sethe voor stond. Natuurlijk vond ik het moorden afschuwelijk, maar ik vond het wel degelijk een heel menselijk dilemma. Zij vermoordt haar dochter immers niet, zoals Medea, omdat haar echtgenoot rondscharrelt, maar om haar te beschermen. Maar of ze nu een juiste keuze gemaakt heeft, kan ik nooit zeggen. Daarom bedacht ik dat de enige die op die vraag kon antwoorden, het vermoorde kind zelf is. Daarom liet ik haar terugkeren uit de dood.

In uw romans komen heel vaak zaken of momenten voor die onverklaarbaar zijn. Die ervaringen leiden niet naar het terrein van het religieuze, maar naar het domein van de passie.
Toni Morrison: Passie, mythe en magie. Passie is het leven op zijn meest intens. Dat is niet per se irrationeel. Het kan ook een manier zijn om je leven in je eigen handen te nemen. Religie is te verwarrend voor mij. Alleen in Paradijs probeer ik me in te beelden wat het voor iemand kan betekenen om de absolute zekerheid te hebben dat Jezus je vriend is. Mijn moeder had die zekerheid. Ze was niet noodzakelijk erg verbonden met het instituut kerk, maar ze wist wel zeker dat ze met haar Schepper kon praten. Ze legde hem haar problemen voor en liet ze door hem oplossen.

Die intieme, krachtige relatie die mensen ontwikkelen binnen een geloof wou ik herscheppen in Paradijs, zonder daar schamper over te doen of zonder het voetstoots te aanvaarden. Maar religie is mijn ding niet, ik denk dat ik eerder teruggrijp naar het pre-religieuze antwoord van mensen die geen enkel politiek instrument ter beschikking hebben om hun problemen op te lossen: de magie, wat ook een poging is om controle te krijgen over de wereld waarin je moet overleven. Al is religie natuurlijk ook een vorm van -geïnstitutionaliseerd- magisch denken en handelen. Met het bijkomend voordeel dat religies kunst ontwikkeld hebben: muziek, theater, schilderkunst. Alle vormen van troost.

Atheïsten die op een ernstige manier ongelovig zijn -niet uit een soort gemakzucht, maar uit overtuiging- kijken normaliter naar de politiek en de overheid om controle te krijgen over de gebeurtenissen en de krachten van het leven. En als ze dan geen monsters worden, worden ze uitermate ethische en bezorgde mensen die hun daden afwegen tegen hun eigen, hoge morele standaarden. Dat is het nastreven waard.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur