Toni Morrison: ‘Het zijn de armen die in Irak gaan sneuvelen’

Toen de orkaan Katrina een goed deel van de binnenstad van New Orleans vernielde, waren het vooral zwarte inwoners die tot aan de heupen in de ellende stonden. Het water is intussen terug naar de Mississipi gevloeid, maar de tegenstelling tussen arm en rijk is niet verdwenen, zegt Toni Morrison, de eerste zwarte schrijfster die de Nobelprijs Literatuur kreeg. MO* sprak met dit culturele en menselijke monument uit de Verenigde Staten over armoede en racisme, consumptie en hoop.

Angela Radescu (Wikimedia Commons)

 

De Amerikaanse schrijfster Toni Morrison is op 6 augustus op 88-jarige leeftijd overleden. Ze was de eerste zwarte vrouw die de Nobelprijs voor de Literatuur won. Hier leest u het gesprek dat Gie Goris met haar in 2007 had.

Toni Morrison is een vrouw waarvan je een beetje gaat gloeien, maar niet op de plat seksuele manier die de commercie oplegt. ‘Seks is de clown van de liefde, maar je hebt intelligentie nodig om zacht lief te hebben’, zegt ze, terwijl ze lachend aangeeft dat ze de zorgende liefde verkiest boven erotiek –op haar leeftijd.

Intussen vult haar persoonlijkheid de hele kamer toch met erotische uitstraling, intellectuele aandacht en vanzelfsprekende gulheid. Morrison is mild voor de mensheid, maar scherp en meedogenloos voor de machthebbers die verantwoordelijk zijn voor wat ze als het échte schandaal van de menselijke geschiedenis beschouwt: het instandhouden van armoede. Haar boeken –van Jazz over Beminde tot Liefde– onderzoeken de levenskansen en levenskeuzes van zwarte Amerikanen. We beginnen het gesprek dan ook bij de vraag hoe groot de raciale tegenstellingen vandaag zijn in de Verenigde Staten.

Toni Morrison: De VS hebben de voorbije decennia grote stappen vooruit gezet in de strijd tegen het simpele straatracisme. De gewelddadige repressie van de armen daarentegen is niet verdwenen, ze wordt zelfs niet aangepakt. De meerderheid van de zwarten is nog steeds arm, dat klopt, maar lang niet alle armen zijn zwart. Achter de raciale spanningen in de VS gaat eigenlijk het conflict tussen sociale klassen schuil. En dat is een véél groter taboe dan racisme.

Je kan het in de VS niet hebben over klassenstrijd, ook al wijst de hele evolutie van de voorbije decennia er op dat onze samenleving zijn middenklasse kwijtgeraakt ten voordele van een rijker wordende groep rijken en een almaar groeiende groep armen. Toch houdt de omertá over die klassentegenstellingen stand. En dus hebben de media in het hele Katrina-verhaal bijna exclusief gefocust op zwarte inwoners, ook al werden er evengoed blanken getroffen. We zagen op tv alleen zwarte mensen: op een kluitje in die enorme sporthal, zwervend door de straten, drijvend op het water…

Plunderend in de winkelcentra?
Toni Morrison: Plunderen? Er was geen eten, geen elektriciteit, geen drinkwater. Wat wil men eigenlijk? Dat iedereen die zonder water komt te zitten, stilletjes sterft van dorst? Natuurlijk ga je drinken zoeken, natuurlijk zoeken mensen schoenen als ze door heuphoog water en over puin en glas moeten waden. Dat heet niet plunderen, maar overleven. Dat was overigens de term die gebruikt werd bij beelden van een blanke vrouw die pampers meenam uit een winkel waarin ingebroken was. Maar een zwarte vrouw die eten meenam, werd beschuldigd van plundering.

Het waren de Staat en de media die de hele hetze rond de plunderingen op gang brachten. De gewone mensen reageerden vanuit hun hart. Zij kwamen met vrachtwagens vol goederen, maar het leger hield hen tegen. Ze vulden helikopters met hulp, maar de Staat verbood hen te vliegen en te droppen. Na Katrina namen mensen slachtoffers op in hun huizen. Universiteiten schreven studenten in zonder inschrijvingsgeld te vragen. Kerken openden hun deuren. Amerikanen zijn wel degelijk medevoelend en medelijdend. Het is het staatsapparaat dat dysfunctioneel is.

Waarom blokkeren Staat en media de spontane solidariteit tussen mensen?
Toni Morrison: Ze doen dat niet actief of doelbewust, ze beschermen op de eerste plaats hun eigen belang. Elke ambtenaar verdedigt de kleine wet waarop zijn positie gebaseerd is tegen een andere die de grenzen wil verleggen. Het is ook vaak een kwestie van bureaucratische incompetentie. Zo kocht men duizenden mobilhomes, die vervolgens in Montana bleven staan omdat de grond in New Orleans te drassig is om ze daar te plaatsen. Daar bovenop heb je ook nog de complete afwezigheid van het gevoel van urgentie. Zoiets is niet neutraal: het is een uiting van minachting voor ras en klasse. Dat verklaart ook meteen het verschil tussen de aanpak van de orkaan die New Orleans bedreigde en elke orkaan die Florida aandoet: in New Orleans gaat het om armere mensen, in Florida om rijke blanken.

Zal een Democratische meerderheid een verschil maken op het vlak van sociale politiek?
Toni Morrison: Dat beloven ze toch. De Democraten willen het minimumloon optrekken, ze willen medicijnen goedkoper maken, ze willen studieleningen fiscaal aftrekbaar maken, ze willen belastingverlagingen voor de armen en de middenklasse terwijl de rijken meer zullen moeten afdragen aan de fiscus, ze willen een snellere terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Irak. Ze hebben nu de stemmen gekregen om die beloftes te realiseren, hopelijk maken ze er ook echt werk van.

Heeft de oorlog in Irak een sterke impact op het leven van armen en zwarten?
Toni Morrison: Wat deze oorlog verschillend maakt van de Vietnamoorlog, is het feit dat we ten tijde van Vietnam nog dienstplicht hadden, terwijl het nu om een professioneel leger gaat en mensen vrijwillig naar Irak gaan. Dat betekent dat veel meer armen deelnemen aan de oorlog, want het leger belooft hen de mogelijkheid om te studeren. Wie geld heeft, komt al helemaal niet meer terecht in het leger. Het zijn de armen die sterven in Irak.

Zijn dat eerder Democratische kiezers?
Toni Morrison: Niet alleen. Er zijn ook arme blanken die tot de conservatieve protestantse kiezers van de Republikeinen behoren. Je mag arm en zwart echt niet verwarren. Er zijn veel meer blanke vrouwen die van de openbare bijstand leven dan zwarte vrouwen. Het grootste deel van de werkloosheidsuitkeringen gaat naar blanke mensen.

Het regime probeert altijd het beeld te creëren van een raciale tegenstelling, maar daar gaat het niet over. De echte tegenstelling is gebaseerd op klasse. De strijd in de VS gaat tussen de armen en Halliburton. De raciale categorieën worden gebruikt omdat ze nuttig zijn voor de elites, voor de macht. Dat is al zo sinds de tijd van de slavernij. Mensen hebben een reden nodig om andere mensen slecht te behandelen en te brutaliseren. Echt geweld veronderstelt dat de slachtoffers ervan anders zijn, vreemd, zwart, niet zoals jijzelf. Die afstand maakt verwerping en vernedering mogelijk.

De raciale tegenstellingen zijn misschien kunstmatig, ze zijn tegelijk pijnlijk reëel geweest.
Toni Morrison: Meer zelfs, het feit dat de zwarte inwoners van de VS in slavernij leefden, was het cement dat de enorme diversiteit van de blanke immigratie samenhield. Er waren straatarme Ierse immigranten die hele epistels naar huis stuurden over “die verschrikkelijke zwarten” ­–die in de 19de eeuw hun concurrenten waren op de arbeidsmarkt. Italiaanse of Griekse immigranten spraken nauwelijks Engels, maar voelden zich wél meteen hoog verheven boven de zwarte Amerikanen. Elke nieuwe groep immigranten zette zich af tegen de zwarten en werd daardoor blank, wat in hun ogen hetzelfde was als Amerikaan ­–een identiteit die aan de zwarte ontzegd werd. Hij bleef de slaaf of de afstammeling van de slaaf. 

Na de afschaffing van de slavernij stonden de zwarten voor de keuze: zich aanpassen aan de normen van de dominante samenleving of zich terugtrekken in de eigen gemeenschappen.
Toni Morrison: De keuze voor “gescheiden ontwikkeling” die sommigen gemaakt hebben, is het resultaat van een afgewezen integratie. In eerste instantie wilden de zwarten maar al te graag volledig deel uitmaken van de maatschappij –het waren de dominante blanken die dat niet zo’n goed idee vonden. Dat leidde tot het oprichten van zwarte universiteiten, zwarte bedrijven, zwarte netwerken.

Ik vind dat we beide wegen moeten combineren: eigen gemeenschappen en cultuur uitbouwen én onze plaats opeisen in de bredere samenleving. Als je vanuit sterke eigen netwerken vertrekt, ben je geen kwetsbaar individu dat vanuit een minderheidspositie een plaats probeert te verwerven, je bent meteen deel van een machtsblok met eigen middelen en eigen instellingen die eisen kunnen stellen.

Hoeveel ruimte hebben arme, zwarte mensen vandaag om hun eigen leven vorm te geven?
Toni Morrison: Het probleem vandaag is dat de mensen gedemoraliseerd zijn. De consumptiemaatschappij waarin we leven is zo verschrikkelijk krachtig, dat mensen er niet meer aan kunnen weerstaan. Mensen geloven dat shoppen hetzelfde is als vreugde. Geluk is gelijk aan kopen. Alles is koopwaar geworden. Zelfs je zwarte  huidskleur kan je commercieel uitbuiten. Mensen meten hun geluk aan de mate waarin ze in de mode kunnen zijn.  Ook armen –met nàme arme mensen– zijn het slachtoffer van die valse waardeschaal. Mensen die niets hebben, bezitten wél een groot tv-toestel en massa’s speelgoed voor de kinderen. Ze zitten tot over hun oren in de schulden, maar ze blijven evengoed consumeren.

Mensen worden nauwelijks nog uitgedaagd om levenskeuzes te maken omdat ze dag in dag uit aankoopkeuzes moeten maken. Toch is het –ook voor arme, zwarte mensen– nog altijd mogelijk niét mee te draaien in die mallemolen van consumptie. Je kan ervoor kiezen om je geld niét te vergooien aan juwelen en belachelijke gouden kettingen en dure streetwear. Al moet je dan ingaan tegen de stroom, tegen de gevestigde normen van succes en geluk.

Overdrijft u niet een beetje?
Toni Morrison: Neen. Het consumerisme is overal. Na 11 september hoopte ik dat een van onze leiders een paar echt zinnige dingen zou zeggen, in de trant van: ga naar huis, zorg voor je gezin, kijk eens of de buren het redden, organiseer je buurt, dat soort zaken. Maar neen, het voornaamste wat onze politieke klasse te melden had, was: toon die terroristen dat we niet verslagen zijn door met zijn allen te gaan winkelen, door naar de film te gaan, door opnieuw massaal het vliegtuig te nemen. Ik was geschokt. De boodschap was immers: jullie zijn geen burgers, jullie zijn consumenten. De regering bereidde al de oorlog voor, maar wou dat haar kiezers onverstoord verder zouden shoppen. Want anders zou de economie er wel eens onder kunnen lijden. 

Zou u dit een hedendaagse vorm van slavernij durven noemen?
Toni Morrison: Niet als je bedoelt dat het vooral zwarten zou treffen. Maar het is wel waar dat je steeds minder mogelijkheden hebt om je eigen levenskeuzes te maken en steeds meer ingezogen wordt in een wereld van valse keuzes, ook op politiek vlak. Alsof een maatschappij als geheel moet kiezen voor of tegen abortus of homohuwelijk. Dat zijn persoonlijke keuzes en wie ertegen is, hoeft er helemaal niet voor te kiezen. Maar iedereen is behept met het bekeren van de andere. En met name conservatieve gelovigen proberen met alle middelen de overheid te converteren in een tak van hun Kerk –“de enige, ware en betrouwbare geloofsgemeenschap”. Al die schijngevechten weerhouden ons intussen van échte maatschappelijke keuzes.

Wat zou dan wel een relevante maatschappelijke vraag zijn?
Toni Morrison: Simpel: hoe kunnen we de armen helpen? Daar gaat het toch over? Wat ga je, als regering, doen met je macht en je middelen om degenen te helpen die het echt nodig hebben? Schrap de wetten die hen discrimineren. Verbeter het onderwijssysteem –daar profiteert trouwens iedereen van. Dat het mogelijk is zulke keuzes te maken, zie je aan initiatieven die genomen worden voor landen ver weg van huis, bijvoorbeeld om Afrika te redden. En ik vind het absoluut belangrijk dat we elke cent die we kunnen vinden aan Afrika besteden. Alleen mogen die initiatieven geen alibi vormen om in eigen land de dingen op hun beloop te laten.

Als het leven uitgehold wordt door consumptie en mensen zich daar ongelukkig bij voelen, wat moet er dan gebeuren om terug te keren tot een situatie waarin echte levenskeuzes mogelijk zijn?
Toni Morrison: Ik kan het antwoord op zo’n grote vraag niet zomaar uit mijn mouw schudden. Ik kan het energievraagstuk niet oplossen, ik ben geen voedselagentschap dat toezicht houdt op al die vreselijke dingen die op ons bord terechtkomen, ik kan de klimaatverandering niet tegenhouden. Wat ik wel kan, doe ik: wat licht werpen op menselijk relaties, uitzoeken wat werkt tussen mensen en wat niet.

Op uw leeftijd en met uw ervaring kan u die vraag wellicht beantwoorden?
Toni Morrison: Het antwoord op de vraag hoe je menselijke relaties vruchtbaar maakt, komt volgens mij uit Zuid-Afrika. Daar hebben ze werk gemaakt van waarheid en verzoening op een manier die bij mijn weten nergens anders heeft plaatsgevonden.
Na het verdwijnen van het apartheidssysteem werd iedereen uitgenodigd om te komen vertellen wat ze gedaan hadden tijdens de jaren van apartheid. Een lange stoet mensen passeerde: moordenaars, strijders, moeders die hun kind verloren, broers en zusters van vermisten… Het was letterlijk hartverscheurend. Maar het was tegelijk het summum van wat de menselijke natuur aankan. Dat proces toonde de hele mensheid waartoe we in staat zijn.

In plaats van een lange, wrede oorlog, kozen de Zuid-Afrikanen voor de onvoorstelbare menselijkheid van luisteren, vertellen, verzoenen. In plaats van wraak en afrekening, kozen ze voor de confrontatie met de eigen schaamte en tekortkomingen. Die ervaring van Zuid-Afrika –geen mogelijkheid, geen belofte, maar een historische ervaring– maakt me heel optimistisch over de mensheid. Want als het één keer lukt, kan het opnieuw gebeuren.

Toni Morrison en haar oeuvre

We hadden het met Toni Morrison uiteraard ook over haar boeken: Het Blauwste Oog, Jazz, Sula, De hemelvaart van Solomon, Zwarte lokvogel, Beminde, Paradijs, Liefde. Hieronder krijgt u alvast drie korte citaten uit dat stuk. 

  • ‘Toen ik opgroeide maakte de geschiedenis van zwarte mensen geen deel uit van de nationale geschiedenis. Dat ik geen wraak zoek in mijn romans heeft wellicht te maken met het feit dat ik grootgebracht ben met de idee dat blanken op moreel vlak minderwaardig waren. Dat was de overtuiging van mijn vader: dat blanken niet in staat waren hetzelfde morele niveau te halen als zwarten. Mijn moeder geloofde dat het mogelijk was ze te verlossen, mijn vader niet.’
  • ‘Alle literatuur gaat over mannen, mijn literatuur gaat over vrouwen. Mannen zijn in hun eigen verhalen al vaak genoeg de helden, degenen die het gekende –hun familie, dus– in de steek laten om nieuwe horizonten op te zoeken en nieuwe uitdagingen aan te gaan. De enige variatie zit in de kleur: als de protagonist blank is, dan is hij een avonturier; als hij zwart is, dan is hij onverantwoordelijk.’
  • ‘Passie is het leven op zijn meest intens. Dat is niet per se irrationeel. Het kan ook een manier zijn om je leven in eigen handen te nemen. Religie is te verwarrend voor mij.’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur