Daniel Alliët, priester van de Begijnhofkerk en semi-heilige voor vluchtelingen

'We moeten blijven vechten tegen sociaal onrecht'

Daniel Alliët is priester in de Begijnhofkerk in Brussel. Hij zet zich al jaren met verschillende initiatieven in voor kansarmen. MO* sprak met hem over de vluchtelingenproblematiek en het multiculturele samenleven in de grootstad.

  • MO* MO*

Het is donderdagochtend in Molenbeek. Door de verschillende etniciteiten waant men zich eerder in een Arabische soek dan op een vreedzame markt in hartje Brussel. Op het plein iets verderop staan er een tiental politiewagens geparkeerd. Misschien is de buurt toch niet zo rustig als ze lijkt. In het midden van deze wijk woont Daniel Alliët, priester van de Begijnhofkerk en voor de vluchtelingen bijna een heilige. In een oud gebouw waar vroeger een café gevestigd was, woont hij samen met migranten en mensen zonder papieren. In zijn kamertje, kleiner dan een gemiddelde studentenkamer en volgestouwd met boeken, vertelt hij ons enthousiast over zijn leven met en tussen Brusselse migranten.

U zet zich op een dynamische manier in om de problematiek in uw omgeving op te lossen. Hoe komt het dat u zo anders bent dan het beeld dat de mensen hebben van priesters?

Er zijn nog priesters zoals ik hoor. Ik vind dat priesters in de eerste plaats mensen moeten zijn die de werkelijkheid onder ogen zien. Dat heb ik van mijn moeder geleerd. Zij was een weduwe met negen kinderen. Als ze vroeger niet zo moedig was geweest, dan zaten we misschien met vier of vijf van de kinderen in de vierde wereld en hadden er een paar een tijdje in de gevangenis gezeten. Ik heb als kind dus zelf aan de rand gestaan en had aan de verkeerde kant kunnen vallen. Maar mijn moeder heeft de realiteit onder ogen gezien en dat ook aan ons doorgegeven. Ik sta daarvoor ook op een bevoorrechte plaats door tussen de mensen te leven.

Ziet u ook veranderingen ontstaan door de initiatieven waar u zich voor inzet?

Verandering is iets dat heel langzaam gebeurt. Het is zoals de bouw van de kathedralen. Het is het werk van een grote groep en neemt veel tijd in beslag. De mensen die aan de bouw begonnen, wisten dat ze de afgewerkte kathedraal nooit zouden zien. De eerste vrouwen die voor het vrouwenstemrecht vochten, zijn ook nooit zelf naar de stembus getrokken. Ik zal de verandering dus niet zelf meemaken.
Momenteel verbetert de situatie in Brussel ook helemaal niet. Als je het nieuwste armoederapport leest, dan zie je dat de kloof alleen maar groeit. Er wordt hier in Molenbeek door Philippe Moureaux, een goede burgemeester, een vrij sociale politiek gevoerd. Daardoor is het hier min of meer leefbaar. Maar toch blijft de kloof groeien. De jongerenwerkloosheid is in sommige wijken gestegen tot vijftig procent en ook de woningnood wordt groter. Het spook van de vergrijzing hangt boven Vlaanderen. Jongeren zouden de toekomst moeten zijn. Maar hier zegt men dat de jongeren het probleem zijn. Door slecht onderwijs en slechte kansen dreigen we een verloren generatie te creëren, terwijl die generatie eigenlijk de toekomst van België zou moeten zijn.

Is het fenomeen van de zogenaamde concentratiescholen een van de oorzaken van dat slechte onderwijs?

Een gemengde school is natuurlijk altijd iets beter dan een concentratieschool. Maar als die er dan toch zijn, dan moet men daar veel meer in investeren zodat het ook goede scholen worden. Als er geen gelijke ingangspositie is, dan moet men meer middelen geven zodat er een gelijke uitgangspositie ontstaat. Maar jongerenproblematiek heeft niet altijd te maken met etniciteit. In de beroepsschool van Brugge vlogen er bijvoorbeeld elf kinderen buiten in het laatste jaar dat ik daar was. Van die elf kwamen er negen uit instellingen voor geplaatste kinderen. Alle negen waren blank. Geen spiertje bruin of zwart of moslim. Die zeggen: ‘Ik tel niet mee? Dan schop ik er op, op de leraar, op zijn auto.’ Problemen hebben dus eerder met uitsluiting en achterstelling te maken dan met de kleur, godsdienst of cultuur van een kind.

De Britse premier Cameron heeft in navolging van de Duitse bondskanselier Angela Merkel verklaard dat het multicultureel samenleven heeft gefaald. Wat vindt u van zo’n uitspraak?

De vluchteling is degene die de onrechtvaardige verdeling door zijn vluchten in vraag stelt. Dat zien we niet graag, die spiegel die ze ons voorhouden.

 

Het is de laatste tijd inderdaad een trend om te spreken over het falen van de multiculturele samenleving. Ik vrees dat men dat doet om te vermijden dat men moet toegeven dat de oorzaak van veel problemen bij de grote sociaal-economische onrechtvaardigheid ligt. Ik denk dat het sociaal-economische zeventig of tachtig procent van de problemen bepaalt. Het is veel moeilijker om dat toe te geven dan om de problemen te wijten aan het multicultureel samenleven. 

Waarom denkt u dat multicultureel samenleven veel Vlamingen afschrikt?

De “hardwerkende” Vlaming zit veelal gewoon te denken: ‘Hoe kan ik het snelst vooruitgaan? Hoe kan ik zo snel mogelijk op brugpensioen gaan met goed gevulde zakken om er dan van te genieten door bijvoorbeeld naar hartelust te reizen?’ Ik ben als het ware gevlucht uit die bijna verpletterende rijkdom en soms degouterende zelfgenoegzaamheid van Vlaanderen. Vlamingen zijn zo vanzelfsprekend welstellend geworden dat men zich niet meer bewust is van de grote stand waarin men leeft. En dat ten koste van anderen, ten koste van de derde wereld. De vluchteling is degene die de onrechtvaardige verdeling door zijn vluchten in vraag stelt. Dat zien we niet graag, die spiegel die ze ons voorhouden.

Hoe bent u eigenlijk betrokken geraakt bij de steun voor de sans-papiers?

Vijfentwintig jaar geleden bestond het woord “mensen zonder papieren” of “sans-papiers” nog niet. Op dat moment waren er ongeveer 400 opvangplaatsen voor vluchtelingen in heel België. Nu zijn dat er 23 000. Het eerste grootschalige opvangcentrum voor asielzoekers Klein Kasteeltje stond in de wijk waar ik woonde. Ik heb de vluchtelingen zien toekomen en ben daardoor een beetje vanzelf in de problematiek gerold. Vluchtelingen zijn normaal dynamische mensen, maar ze moeten kansen krijgen. Eigenlijk zijn ze de Rerum Novarum van vandaag. Het is dezelfde strijd als die van de arbeiders 130 jaar geleden. Vluchtelingen worden net als zij toen misbruikt, want ik merk dat velen van de ex-hongerstakers door een arbeidskaart B in een soort halve slavernij terecht komen.

Merkt u veranderingen op in het vluchtelingenbeleid in België?

Er is een tijd niet zoveel veranderd, maar de rechterzijde heeft nu wel de overhand. Wathelet durft niet toe te geven omdat de N-VA zit toe te kijken. Regularisatie van hongerstakers is voor hen bijvoorbeeld een heikel thema. Vlaams minister van Werk Muyters staat niet toe dat mensen met een arbeidskaart B buiten een knelpuntberoep mogen werken. In Brussel en Wallonië is dat wel toegestaan. Muyters wil koste wat het kost het verwijt vermijden dat hij onderhandelt met hongerstakers. Hij laat dan nog liever 30 000 vacatures openstaan die de Vlaming niet wil of kan invullen, dan ze aan de hongerstakers te geven.

Vindt u die hongerstakingen een goed middel om verandering teweeg te brengen?

Het is een wanhoopsmiddel. Het toont toch aan dat er iets niet klopt. Ik ben niet voor hongerstakingen, maar je moet er wel voor hen zijn. Deze laatste hongerstaking voor betere werkvergunningen hebben wij niet aanvaard in de kerk. We waren van oordeel dat ze sterker zouden staan als ze het zelf doen. Ik heb ze moeten buitenzetten, maar ik zet me toch nog in als bemiddelaar. Er is voorlopig nog geen uitweg in zicht. Uitzichtloos of niet, we moeten blijven vechten, zelfs al weten we dat het lang zal duren en dat wij de veranderingen nooit zelf zullen meemaken.

U hebt uw eigen kerk in het verleden al verschillende keren opengesteld voor bezettingen en hongerstakingen. U bent daarbij nooit teruggeroepen door kardinaal Danneels. Is dat anders onder Léonard?

Danneels floot inderdaad niet terug. Ik had het verstand om hem niet te bellen om toestemming te vragen en hij had het verstand om mij niet te bellen om het te verbieden. In de kern had hij er wel sympathie voor. Léonard is volgens mij op kerkelijk en theologisch vlak een ramp, maar hij is niet asociaal. Drie jaar geleden, toen er op 45 plaatsen bezettingen waren, heeft Léonard tien sans-papiers ondergebracht in het bisschoppelijk paleis. Hij is mee opgestapt in de betoging tegen de oorlog in Irak. Zijn tactiek is voorlopig om ons verder te laten doen om dan zijn theologische visie zoveel mogelijk door te duwen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift