Zijn de Rode Duivels ontwikkelingswerkers?

De ontwikkelaars

Het lijkt wel alsof de organisatie van een megalomaan sportevenement het verplicht overgangsritueel is voor elke opkomende economie. Maar telkens komt daarbij de lelijke kant van de globalisering naar boven, zegt Jan Van de Poel. Telkens blijft ook de nationale economie met een kater achter. Sport als nieuwe vorm van kolonisatie?

  • © Wiepke Boogaerts © Wiepke Boogaerts

Na de multinationals en de politieke elite, was het deze keer de beurt aan ‘s werelds sportieve elite. ‘Football Leaks’ onthulde dat de Ronaldo’s en Messi’s van deze wereld niet enkel uitblinken in het dribbelen van de tegenstander maar ook van de fiscus.

Onze Rode Duivels bleven onder de radar. Bizar want je zou onze nationale trots makkelijk kunnen verwarren met de Luxemburgse selectie gelet op de geel-zwarte nummerplaten aan de luxewagens op de spelersparking van het Koning Boudewijn-stadion. Ook dat is fiscaal sambavoetbal.

Aan de gloednieuwe, luchtgekoelde voetbaltempels voor het WK 2022 kleeft bloed, zoveel is duidelijk.

MO* is natuurlijk niet bepaald een sportblad, maar kijkt wel naar de uitwassen van de moderne sportbeleving. Dit geliefde medium berichtte over het politiegeweld en de massale deportaties van de bewoners van de favela’s in Rio de Janeiro in de aanloop naar de Olympische Spelen afgelopen zomer of de moderne slavernij van vele tienduizenden Aziatische gastarbeiders in de zandbak van Qatar. Aan de gloednieuwe, luchtgekoelde voetbaltempels voor het WK 2022 kleeft bloed, zoveel is duidelijk.

Overgangsritueel

Die aandacht is terecht. Het lijkt wel alsof de organisatie van een megalomaan sportevenement – met de Olympische Spelen en de Wereldbeker voetbal als heilige graal – het verplicht overgangsritueel is voor elke opkomende economie. Of het gaat om de Spelen in Peking en Rio of de voetbalhoogmis in Zuid-Afrika en Brazilië, telkens is het een moment om de nieuw verworven status als economische sterkhouder in de verf te zetten. Telkens komt daarbij de lelijke kant van de globalisering naar boven. Telkens blijft ook de nationale economie met een kater achter.

De organiserende comités claimen vrijwel altijd dat een mega-evenement zoals de Wereldbeker een belangrijke stimulans geven aan de economie zodat de kosten ruimschoots worden gecompenseerd. Zo beloofde de organisatie van de Wereldbeker Zuid-Afrika een bijkomende groei van 1,2% van het BNP op te leveren.

Voor organiserende regeringen is de winst vooral politiek. Er is geen significant bewijs dat sportevenementen de economische ontwikkeling stimuleren.

Dat rooskleurige plaatje blijkt achteraf meestal niet te kloppen. Ten eerste zijn dat soort studies vaak prospectief, ze kijken vooruit. Voor het volledige plaatje heb je ook een retrospectieve studie nodig die terugkijkt. Dat gebeurt zelden of nooit omdat organiserende regeringen daar geen belang bij hebben. Voor hen is de winst vooral politiek. Bovendien is er heel wat mis met de gehanteerde modellen van dat soort studies. Ze gaan ervan uit dat een megaevenement de vraag aantrekt wat automatisch leidt tot meer jobs. Daarbij wordt geen rekening gehouden met zogenaamde ‘crowding-out’-effecten die maken dat jobs zich simpelweg verplaatsen.

Alles in acht genomen, zo blijkt uit onderzoek, is er geen significant bewijs dat sportevenementen de economische ontwikkeling stimuleren. Dan zwijgen we nog over de sociale en ecologische kosten. Dat wil niet zeggen dat er geen duidelijke winnaars zijn, ook nadat de medailles zijn uitgereikt. Dat zijn vrijwel steeds de organiserende sportbonden en federaties.

Gastarbeiders

Als sportevenementen ontwikkelingslanden weinig bijbrengen, is er dan geen rol weggelegd voor sport in ontwikkeling? De sportsector is de economische sector waarin migratie waarschijnlijk de grootste rol speelt. Sommige Europese topploegen bestaan voor 100% uit “gastarbeiders”.

Migratiepatronen verschillen aanzienlijk per sport. Zo teert de Europese basketbalwereld op Amerikaanse spelers die de eigen competitie niet aankunnen en domineren wielrenners uit de Engelssprekende “periferie” het “centrum” rond de Noordzee. In het voetbal gaat de stroom van Afrika naar Europa. Enerzijds zou je natuurlijk kunnen gewagen van een “muscle drain” naar analogie met de braindrain, anderzijds stroomt een aanzienlijk deel van de sportinkomsten terug wanneer atleten dat geld terugzenden naar het thuisland. Op die manier draagt het bij aan de lokale ontwikkeling van het thuisland.

Jammer genoeg worden de mogelijke positieve effecten van de sportieve migratie doorkruist door de “sportieve kolonisatie” van de 21ste eeuw.

Jammer genoeg worden de mogelijke positieve effecten van de sportieve migratie doorkruist door de “sportieve kolonisatie” van de 21ste eeuw. Net zoals Afrika honderd jaar geleden te lijden had onder plundering van grondstoffen, plukken Europese sportkolonisatoren vandaag voetbaltalenten weg. Bovendien is het de vraag van de Europese topclubs die vandaag het aanbod in de ‘wingewesten’ bepaalt. Die clubs willen aanvallende, creatieve spelers.

Doelmannen en centrale verdedigers hebben we zelf genoeg, dus worden die niet opgeleid in Afrikaanse sportscholen. Dat is meteen de reden waarom Afrikaanse teams nooit verder geraken dan een kwartfinale in de Wereldbeker.

Goals en bonen

‘No queremos goles, queremos frijoles’ stond er gekalkt op de muren van een Mexicaans stadion tijdens de Mundial van 1986 (met de Belgen in de halve finale). Geen doelpunten, maar bonen, wilden de Mexicanen. De wereld van de sport lijkt dan ook haaks te staan op de wereld van de ontwikkelingssamenwerking. Eigenlijk is dat jammer, want sport kan een belangrijke hefboom zijn voor ontwikkeling.

Voor de VN is sport ‘een middel om onderwijs, gezondheid, ontwikkeling en vrede’ te promoten, zo stelt een Resolutie uit 2003. Er is dan ook een VN-bureau voor Sport en Ontwikkeling en een Speciale Adviseur. Die laatste vindt dat sport een ‘ongeziene capaciteit bezit om te mobiliseren, verenigen en inspireren’. Hij heeft gelijk want ontwikkeling is meer dan eten en drinken, meer dan frijoles. Het gaat om kansen tot zelfontplooiing en participatie. Met haar mobiliserend potentieel, wereldwijd bereik, universele taal en aantrekkingskracht maakt het een hefboom die je niet mag negeren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.