Over China en emoties

Historicus Stefaan Hublou Solfrian over de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan de Chinese dissident Liu Xiaobo.

In MO* lees ik dat de (relatief jonge) topman van Amnesty International de houding van Peking niet begrijpt, wat de prijsuitreiking in Oslo en de mensenrechten betreft. “China is toch een machtig land?“ stelt hij verbaasd vast.

Vaclav Havel en Desmond Tutu pakken China aan de vooravond van de uitreiking van de Nobelprijs van de vrede aan Chinese dissident Liu Xiaobo met een open brief. De auteurs zijn natuurlijk nobele mensen. Hun visie, dat de Chinese leiders lijden aan gebrek aan zelfvertrouwen zal wel kloppen;  je zult maar de rol bekleden van vader des vaderlands in een land met een miljard inwoners; zovele monden te voeden.

Toch wil ik als historicus erop wijzen dat het normaal is dat een volk als de Chinezen er een paar generaties over doet het zelfvertrouwen terug te vinden na de diepe vernederingen hen aangedaan door Europese naties.

Toen de Britten baat hadden bij de opiumhandel en -consumptie en hen die opdrongen, was er de Boksersopstand van de Chinezen. Die werd neergeslagen. Lees er “De Blauwe Lotus” in de reeks Kuifje van Hergé maar op na; het vuile spel van sommige westerse landen komt er mooi uit de verf.

Aan de andere kant hoop ik, zoals Havel en Tutu, op een positieve toekomstige dynamiek: dat het Chinese leiderschap zelfzekerder wordt, en dan ook meer kritiek zal toelaten, en meer ruimte zal gaan geven aan mensenrechten. De trouw aan de Marxistische visie “Erst das Fressen, dann die Moral”, speelt de Chinezen vandaag nog enigszins parten…

Stefaan Hublou Solfrian, historicus, Leuven

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift