De 'Gele Reus' in ademnood?

Toen Mao Zedong in 1949 de Volksrepubliek China uitriep, was het zijn betrachting om van het land een ijzersterke communistische natie te maken, die de eenheid in het land zou terugbrengen na de oorlog tussen de Guomindang (GMD) en de Chinese Communistische Partij (CCP), die nooit meer zou toestaan dat buitenlanders zich zouden mengen met de binnenlandse politiek van het land en waarvan de ideologie van de regerende partij (de CCP, uiteraard) geschoeid zou zijn op marxistisch-leninistische leest.

Toen Mao Zedong in 1949 de Volksrepubliek China uitriep, was het zijn betrachting om van het land een ijzersterke communistische natie te maken, die de eenheid in het land zou terugbrengen na de oorlog tussen de Guomindang (GMD) en de Chinese Communistische Partij (CCP), die nooit meer zou toestaan dat buitenlanders zich zouden mengen met de binnenlandse politiek van het land en waarvan de ideologie van de regerende partij (de CCP, uiteraard) geschoeid zou zijn op marxistisch-leninistische leest.

Deze strak georganiseerde staat zou groot en sterk genoeg zijn om de concurrentie aan te gaan met de twee andere toenmalige grootmachten – de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie – en zou als doel hebben de communistische revolutie over de hele wereld te verspreiden.

Vandaag, zestig jaar later, is de Volksrepubliek zonder enige twijfel een staat die groot en machtig genoeg is om in één adem vernoemd te worden met de Verenigde Staten, maar de marxistisch-leninistische fundering blijkt grotendeels verrot en vergaan. Vooral sinds de implosie van de Sovjet-Unie en het einde van de Koude Oorlog hebben we kunnen waarnemen hoe de CCP haar ideologische koers voor het land (en zichzelf) meermaals heeft gewijzigd om tegemoet te komen aan de ingrijpende economische en sociale veranderingen waarmee China de laatste decennia te maken kreeg, en hoe zij aldus steeds verder is afgeweken van haar communistische kern.

Als gevolg van die diepgaande ideologische hervormingen lijkt China zich vandaag nog altijd in een postmaoïstisch ideologisch vacuüm te bevinden, waardoor verschillende binnenlandse groeperingen op hun eigen manier voor het moderne China een nieuwe politieke en/of ideologische weg proberen uit te tekenen.  Enkele van die groeperingen kunnen we onderverdelen via etnische lijnen. Zij beroepen zich op het nationalisme. Hoewel de bezielers van deze nationalistische bewegingen allen eenzelfde doel nastreven, met name meer samenhorigheid in de Volksrepubliek, lijken ze in werkelijkheid het land meer uiteen te scheuren dan weer samen te brengen.

De opstanden van 2008 in Tibet en de meer recente rellen in Xinjiang tonen immers aan dat het in de Volksrepubliek spaak loopt op het punt waar Mao zo prat op ging, namelijk de onvoorwaardelijke trouw aan de staat. Hoewel de leiders van het land de betogingen tot op heden in de kiem hebben weten te smoren (ongetwijfeld op niet altijd even orthodoxe manieren) is het niet waanzinnig overdreven om aan te nemen dat het kolkt in de buik van de Gele Reus.

Daarom lijkt de vraag voor de toekomst: zal de Chinese Communistische Partij China verliezen?

Download hier deze MO*paper.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift