Veertig jaar bezetting - Hoe lang nog?

De Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden duurt al veertig jaar. Sinds de eerste dag van de bezetting schendt Israël de regels van het internationale recht, met het doel zijn greep op de bezette Palestijnse gebieden te verstevigen en het Palestijnse volk te overheersen. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is een militaire bezetting op zich niet illegaal.

De Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden duurt al veertig jaar. Sinds de eerste dag van de bezetting schendt Israël de regels van het internationale recht, met het doel zijn greep op de bezette Palestijnse gebieden te verstevigen en het Palestijnse volk te overheersen. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is een militaire bezetting op zich niet illegaal.

Een bezetting is een geoorloofde uitzonderingssituatie die eigen is aan oorlogstijd. Ze moet echter beperkt zijn in de tijd en mag zeker geen veertig jaar duren. Bovendien moet de bezettende macht, die de controle uitoefent over het bezette gebied, de regels van het oorlogsrecht respecteren. Zo moet ze instaan voor de veiligheid van de burgers en hen onder geen beding onderwerpen aan geweld. Daarnaast mag ze ook niets veranderen aan de plaatselijke instellingen en moet ze garanderen dat het civiele leven ongestoord kan plaatsvinden. Israël legde al deze regels naast zich neer en slaagde erin een bijzonder gewelddadige bezetting te creëren en in stand te houden.

Deze militaire bezetting gaat vandaag de dag voort, ook al is het Israël gelukt om haar schijnbaar te vervangen door een subtieler regime. Zoals de Palestijnse politica Hanan Ashrawi stelt, betekent autonomie dat ‘de Palestijnen in de gevangenis hun eigen potje mogen koken.’1 Tijdens het vredesproces ging Israël door met zijn annexatiebeleid en kregen de Palestijnen een regering zonder soevereiniteit of sterke bevoegdheden. Bovendien verslechterde het leven van de Palestijnen.

Dit leidde in 2000 tot een opflakkering van geweld. Het beleid van afsluiting en het extreme geweld van het leger vernielde het sociaaleconomische leven en leidde tot de huidige impasse, waarbij het vooruitzicht op een Palestijnse staat verder weg is dan ooit. Er zijn honderden gescheiden enclaves, 540 checkpoints, dagelijkse Israëlische militaire operaties, een geïsoleerde Palestijnse regering en een ongeziene interne crisis. Het slachtoffer van dat alles is de burgerbevolking. John Dugard, rapporteur van de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, stelt dat Palestijnen hun meest elementaire rechten geschonden zien.

Meer dan 60% van hen leeft onder de armoedegrens. Toch blijft de internationale gemeenschap, de grote westerse machten die zetelen in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, vasthouden aan haar evenwichtige benadering, waarbij beide partijen (bijna) evenveel verantwoordelijkheid zouden hebben. Ze gaat hiermee voorbij aan de kern van het probleem: de asymmetrie van de bezetting, waarbij één partij volgens het internationaal recht gevoelig meer verplichtingen heeft.

Dat wil niet zeggen dat de Palestijnen geen aandeel hebben in het probleem. Het geweld van de Palestijnse gewapende groeperingen, de jarenlange corruptie van de voormalige regeringspartij Fatah, de mensenrechtenschendingen door de Palestijnse Autoriteit, haar autocratische en ondoorzichtige beleid, moeten in rekening worden genomen. Maar toch vormt dit niet de kern van het probleem.

Zoals de Israëlische geleerde Yeshayahu Leibowitz stelde, was de zwarte dag van de Zesdaagse Oorlog de zevende dag. Toen moest Israël beslissen wat het zou aanvangen met de Palestijnse gebieden. Dat debat is echter nooit gevoerd in de Israëlische samenleving. Lange tijd ontkende Israël dat er Palestijnen bestonden, zoals ex-premier Golda Meir dat ooit met veel verve deed. Ook toen Israël de Palestijnen als volk erkende, bleef het hen behandelen als een volk dat onderworpen moest worden.

De doctrine van het zionisme, ‘zoveel mogelijk land met zo weinig mogelijk Palestijnen’, bleef behouden. Tijdens het vredesproces boden de Palestijnen Israël de mogelijkheid om los te breken van het verleden en te kiezen voor twee staten voor twee volkeren, maar Israël ging daar niet op in. Het kon zich niet losmaken van zijn koloniale verleden.

Download hier deze MO*paper.

De Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden duurt al veertig jaar. Sinds de
eerste dag van de bezetting schendt Israël de regels van het internationale recht, met het
doel zijn greep op de bezette Palestijnse gebieden te verstevigen en het Palestijnse volk
te overheersen. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is een militaire bezetting op
zich niet illegaal. Een bezetting is een geoorloofde uitzonderingssituatie die eigen is aan
oorlogstijd. Ze moet echter beperkt zijn in de tijd en mag zeker geen veertig jaar duren.
Bovendien moet de bezettende macht, die de controle uitoefent over het bezette gebied,
de regels van het oorlogsrecht respecteren. Zo moet ze instaan voor de veiligheid van
de burgers en hen onder geen beding onderwerpen aan geweld. Daarnaast mag ze ook
niets veranderen aan de plaatselijke instellingen en moet ze garanderen dat het civiele
leven ongestoord kan plaatsvinden. Israël legde al deze regels naast zich neer en
slaagde erin een bijzonder gewelddadige bezetting te creëren en in stand te houden.
Deze militaire bezetting gaat vandaag de dag voort, ook al is het Israël gelukt om
haar schijnbaar te vervangen door een subtieler regime. Zoals de Palestijnse politica
Hanan Ashrawi stelt, betekent autonomie dat ‘de Palestijnen in de gevangenis hun eigen
potje mogen koken.’1 Tijdens het vredesproces ging Israël door met zijn annexatiebeleid en
kregen de Palestijnen een regering zonder soevereiniteit of sterke bevoegdheden.
Bovendien verslechterde het leven van de Palestijnen. Dit leidde in 2000 tot een
opflakkering van geweld. Het beleid van afsluiting en het extreme geweld van het leger
vernielde het sociaaleconomische leven en leidde tot de huidige impasse, waarbij het
vooruitzicht op een Palestijnse staat verder weg is dan ooit. Er zijn honderden
gescheiden enclaves, 540 checkpoints, dagelijkse Israëlische militaire operaties, een
geïsoleerde Palestijnse regering en een ongeziene interne crisis. Het slachtoffer van dat
alles is de burgerbevolking. John Dugard, rapporteur van de Raad voor de
Mensenrechten van de Verenigde Naties, stelt dat Palestijnen hun meest elementaire
rechten geschonden zien.2 Meer dan 60% van hen leeft onder de armoedegrens.
Toch blijft de internationale gemeenschap, de grote westerse machten die zetelen in
de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, vasthouden aan haar evenwichtige
benadering, waarbij beide partijen (bijna) evenveel verantwoordelijkheid zouden
hebben. Ze gaat hiermee voorbij aan de kern van het probleem: de asymmetrie van de
bezetting, waarbij één partij volgens het internationaal recht gevoelig meer
verplichtingen heeft. Dat wil niet zeggen dat de Palestijnen geen aandeel hebben in het
probleem. Het geweld van de Palestijnse gewapende groeperingen, de jarenlange
corruptie van de voormalige regeringspartij Fatah, de mensenrechtenschendingen door
de Palestijnse Autoriteit, haar autocratische en ondoorzichtige beleid, moeten in
rekening worden genomen. Maar toch vormt dit niet de kern van het probleem.
Zoals de Israëlische geleerde Yeshayahu Leibowitz stelde, was de zwarte dag van
de Zesdaagse Oorlog de zevende dag. Toen moest Israël beslissen wat het zou
aanvangen met de Palestijnse gebieden. Dat debat is echter nooit gevoerd in de
Israëlische samenleving. Lange tijd ontkende Israël dat er Palestijnen bestonden, zoals
ex-premier Golda Meir dat ooit met veel verve deed. Ook toen Israël de Palestijnen als
volk erkende, bleef het hen behandelen als een volk dat onderworpen moest worden.
De doctrine van het zionisme, ‘zoveel mogelijk land met zo weinig mogelijk Palestijnen’,
bleef behouden. Tijdens het vredesproces boden de Palestijnen Israël de mogelijkheid
om los te breken van het verleden en te kiezen voor twee staten voor twee volkeren,
maar Israël ging daar niet op in. Het kon zich niet losmaken van zijn koloniale verleden.De Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden duurt al veertig jaar. Sinds de eerste dag van de bezetting schendt Israël de regels van het internationale recht, met het doel zijn greep op de bezette Palestijnse gebieden te verstevigen en het Palestijnse volk te overheersen. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is een militaire bezetting op zich niet illegaal. Een bezetting is een geoorloofde uitzonderingssituatie die eigen is aan oorlogstijd. Ze moet echter beperkt zijn in de tijd en mag zeker geen veertig jaar duren. Bovendien moet de bezettende macht, die de controle uitoefent over het bezette gebied, de regels van het oorlogsrecht respecteren. Zo moet ze instaan voor de veiligheid van de burgers en hen onder geen beding onderwerpen aan geweld. Daarnaast mag ze ook niets veranderen aan de plaatselijke instellingen en moet ze garanderen dat het civiele leven ongestoord kan plaatsvinden. Israël legde al deze regels naast zich neer en slaagde erin een bijzonder gewelddadige bezetting te creëren en in stand te houden. Deze militaire bezetting gaat vandaag de dag voort, ook al is het Israël gelukt om haar schijnbaar te vervangen door een subtieler regime. Zoals de Palestijnse politica Hanan Ashrawi stelt, betekent autonomie dat ‘de Palestijnen in de gevangenis hun eigen potje mogen koken.’1 Tijdens het vredesproces ging Israël door met zijn annexatiebeleid en kregen de Palestijnen een regering zonder soevereiniteit of sterke bevoegdheden. Bovendien verslechterde het leven van de Palestijnen. Dit leidde in 2000 tot een opflakkering van geweld. Het beleid van afsluiting en het extreme geweld van het leger vernielde het sociaaleconomische leven en leidde tot de huidige impasse, waarbij het vooruitzicht op een Palestijnse staat verder weg is dan ooit. Er zijn honderden gescheiden enclaves, 540 checkpoints, dagelijkse Israëlische militaire operaties, een geïsoleerde Palestijnse regering en een ongeziene interne crisis. Het slachtoffer van dat alles is de burgerbevolking. John Dugard, rapporteur van de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, stelt dat Palestijnen hun meest elementaire rechten geschonden zien.2 Meer dan 60% van hen leeft onder de armoedegrens. Toch blijft de internationale gemeenschap, de grote westerse machten die zetelen in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, vasthouden aan haar evenwichtige benadering, waarbij beide partijen (bijna) evenveel verantwoordelijkheid zouden hebben. Ze gaat hiermee voorbij aan de kern van het probleem: de asymmetrie van de bezetting, waarbij één partij volgens het internationaal recht gevoelig meer verplichtingen heeft. Dat wil niet zeggen dat de Palestijnen geen aandeel hebben in het probleem. Het geweld van de Palestijnse gewapende groeperingen, de jarenlange corruptie van de voormalige regeringspartij Fatah, de mensenrechtenschendingen door de Palestijnse Autoriteit, haar autocratische en ondoorzichtige beleid, moeten in rekening worden genomen. Maar toch vormt dit niet de kern van het probleem. Zoals de Israëlische geleerde Yeshayahu Leibowitz stelde, was de zwarte dag van de Zesdaagse Oorlog de zevende dag. Toen moest Israël beslissen wat het zou aanvangen met de Palestijnse gebieden. Dat debat is echter nooit gevoerd in de Israëlische samenleving. Lange tijd ontkende Israël dat er Palestijnen bestonden, zoals ex-premier Golda Meir dat ooit met veel verve deed. Ook toen Israël de Palestijnen als volk erkende, bleef het hen behandelen als een volk dat onderworpen moest worden. De doctrine van het zionisme, ‘zoveel mogelijk land met zo weinig mogelijk Palestijnen’, bleef behouden. Tijdens het vredesproces boden de Palestijnen Israël de mogelijkheid om los te breken van het verleden en te kiezen voor twee staten voor twee volkeren, maar Israël ging daar niet op in. Het kon zich niet losmaken van zijn koloniale verleden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift