Politiegeweld in België: de getuigenissen

In het artikel ‘Zeg dat je een makaak bent of ik sla harder’, gepubliceerd in MO*magazine van mei 2012 brengt MO* het politiegeweld in ons land in kaart. Als aanvulling op dit diepgravend artikel brengen we hier enkele uitgebreide getuigenissen van mensen die geconfronteerd werden met geweld door de arm der wet.

John Vandaele

MO*redactie
Globalisering & wereldpolitiek, Oost-Azië, Centraal-Afrika
25 april 2012

16 augustus 2009

Nordine Saïdi deelt pamfletten uit op de markt van Anderlecht om klanten en verkopers erop te wijzen dat er producten uit Israel worden aangeboden en dat Israel een land is dat de internationale rechtsregels overtreedt. Hij wordt opgepakt en na zes uur weer vrijgelaten zonder proces-verbaal of klacht.

Op het politiekantoor krijgt hij wel het volgende te horen: ‘Bougnoul. Als het u niet aanstaat, ga in uw eigen land scheiten. Doe iets rond je buik en laat je ontploffen in je eigen land. Doe overvallen in je eigen land’. Marc Condijts, adjunct van de commisaris in Kuregem is een van de betrokkenen. Later dienen meerdere collega’s tegen Condijts klacht in, onder meer voor homofobe opmerkingen tegenover homosexuele collega’s en verbaal en fysiek tegen een allochtone collega.

Lees hier meer.

28 augustus 2009

17u, een zomeravond in Elsene. Khaled Battafala, een jurist en jeugdwerker van vooraan in de twintig, gaat bij zijn ouders in Elsene op bezoek. Er staat hem een ervaring te wachten die, naar zijn zeggen, zijn leven heeft veranderd.

Als hij in de buurt komt, ziet hij een ambulance en enkele ambulanciers die vergeefs een vrouw proberen te reanimeren. Khaleds broer komt er ook bij staan, evenals Nordine die even ervoor aan de verplegers heeft gevraagd of ze de vrouw die naakt was, niet wat konden bedekken. Kennelijk hebben de verplegers daarop de politie verwittigd. Even later verschijnt die immers op het toneel en valt het drietal brutaal aan.

Khaled krijgt klappen van de wapenstok en voor hij het weet, zit hij geboeid in de combi. En daar brandt het helemaal los. Hij zit voorovergebogen en de agenten slaan hem met handschoenen op zijn hoofd en nek. Telkens de wagen halt houdt, stopt ook het kloppen. Als de wagen weer kan doorrijden, wordt er geroepen ‘go,go, go’ en gaat het slaan verder.

‘Zeg dat je een vuile makaak bent of ik sla je nog harder’, roept een van de agenten. Khaled doet het. ‘Achteraf voelde ik me zo vernederd. Ik heb er nog altijd spijt van maar ik was overweldigd en bang.’ De combi remt dikwijls bruusk, waardoor hij op een bepaald moment voorover valt. ‘Op dat moment is er een op mijn rug gesprongen. Een andere riep dat hij graag nazi-muziek wilde opzetten om mij beter te kunnen afkloppen.’

Om een lang verhaal kort te maken: Khaled wordt om 18u opgepakt en komt pas ’s anderendaags om 17u weer vrij. Nordine wordt tijdens de arrestatie 120 euro lichter gemaakt en als hij daarover klaagt, wordt zijn neus gebroken. Ze moeten wel een verklaring tekenen dat ze zich bezondigd hebben aan “weerspannigheid” en “slagen aan de politie”. Khaled: ‘Op dat moment zou ik eender wat hebben getekend om terug vrij te komen.’ Van de aanvankelijke beschuldigingen dat ze de defibrillator zouden losgetrokken hebben, is nooit meer iets vernomen. De ambulanciers, noch de familie van de overledene hebben klacht ingediend en willen niks met het geweld te maken hebben.

Khaled is weliswaar gehoord door de dienst interne controle van de politie – verhoren die volgens hem correct verliepen – maar heeft verder niks meer vernomen van de zaak. ‘Ik ben nog steeds niet gehoord door een rechter. Ik blijf erop hopen dat de justitie haar werk doet. Als de Belgische justitie blind blijft, ga ik hoger.’

Hoe hij naar die agenten kijkt? ‘Er was racisme, frustratie… en ik begrijp dat het soms een moeilijk beroep is maar agenten moeten een professionele houding hebben. Als zij zich niet kunnen beheersen, tasten ze het imago van de hele politie aan. Als je hen nodig hebt, ga je hen dan nog bellen?’ 

1 oktober 2010

Marianne Maeckelbergh werkt als antropologe aan de Universiteit van Leiden vooral rond het thema ‘democratie en sociale verandering’. Om die reden komt ze naar een manifestatie van het No Bordernetwerk, een internationale organisatie die strijdt tegen uitsluiting en criminalisering van migranten.

Terwijl ze foto’s aan het nemen is, wordt ze gearresteerd door de politie. Wat haar nadien overkomt, zal ze, naar eigen zeggen, nooit meer vergeten en heeft haar leven veranderd. Maeckelbergh: ‘Gedurende veertien uur, tot vier ’s morgens, werd ik vastgehouden en onderworpen aan hun macht, hun gezag, hun willekeur. Ik werd twee keer in mijn gezicht geslagen met een open hand, twee keer vlak achter elkaar, terwijl een ander agent heel hard aan mijn haar trok van achter me. Even later werd ik één keer in mijn linker dij geschopt en één keer in mijn gezicht gespuwd (door dezelfde agent die mij een schop gaf), terwijl hij mij meermaals een vuile hoer noemde. Daarna werd ik vastgeketend aan een radiator en voortdurend bedreigd (wat in veel opzichten erger was dan het geweld zelf – je de hele tijd moeten afvragen wat er verder nog gaat komen, is het ergste wanneer je ergens letterlijk vastgeketend bent – zeker omdat ze mij de hele tijd een “vuile hoer” noemden).’

Maeckelbergh stelde vast dat de politiechef die het allemaal zag gebeuren, en niet reageerde. Ook niet toen een andere gearresteerde ‘meermaals geschopt en geslagen werd door drie afzonderlijke agenten, tot hij op de grond lag te schreeuwen en zich helemaal in een knoop had gedraaid (doordat zijn hand nog vastgeketend was) in een poging de slagen ontwijken’. De jongeman viel op de grond terwijl hij het enige Franse woord dat hij kende, uitschreeuwde: “Non, non, non.” De feiten speelden zich af in het politiekantoor bij het Vossenplein, in de Hectoliterstraat. Maeckelbergh had de stellige indruk dat dit geweld niet uitzonderlijk was, dat voor niemand moest verborgen worden.

‘En als het mij als autochtone, als auteur en onderzoekster, al kon overkomen, wat dan met allochtonen, mensen zonder papieren, sociaal zwakkeren?’

Lees hier meer.

14 oktober 2011

De indignados zijn in het land. Een aantal onder hen wordt opgepakt bij een actie tegen Dexia. De jonge Griekse Niki zit met haar handen op haar rug gebonden op de grond als een agent in burger haar in het gezicht trapt. De beelden worden opgenomen en gaan de wereld rond. Hoewel verschillende camera’s de feiten vastleggen en ook aangeven dat geen enkele van de andere agenten reageert op het geweld, worden de feiten – zo vernemen we uit goede bron — voor het gerecht nu door de politie ontkend. De beelden zouden een verkeerde indruk wekken dat de agent het meisje echt trapte. Het zou in feite om gezichtsbedrog gaan.

6 december 2011

In Congo wordt Joseph Kabila tot president herverkozen en de Congolese diaspora laat daarover dagen naeen haar ongenoegen blijken in en om Matonge. De politie reageert hard op de manifestanten die ook een paar keer zonder toestemming demonstreren. Op Sinterklaas wordt er weer gemanifesteerd en de politie deelt geen geschenkjes uit.

De Angolees Eduardo Simba (29 jaar) loopt stage als boekhouder bij MuziekPublique in het theater Molière aan de Naamse Poort, hartje Brussel. Vermits het theater middenin de zone van de manifestaties ligt, gaat Eduardo over de middag een kijkje nemen. Hij ontmoet er een vriendin die met haar gsm foto’s maakt van de gebeurtenissen. Ze worden door de politie aangemaand ofwel in de manifestatie te gaan, ofwel weg te gaan. Eduardo doet dat laatste en gaat verder werken.

Als hij opnieuw veel lawaai hoort, gaat hij van in de poort van het theater kijken wat er aan de hand is. ‘Suivez-nous, fouteur de merde’, roept een agent die hem ziet staan. Eduardo loopt het theater in, roepend ‘ze volgen mij’. Zonder huiszoekingsbevel volgen de agenten hem inderdaad twintig, dertig, veertig meter diep het theater binnen. Ze isoleren hem in de backstage van het theater en verjagen iedereen uit die ruimte. Eduardo ligt aanstonds op de grond met twee, drie agenten op hem die hem slaan met hun wapenstok. Even later komen er ook twee honden bij te pas. Dat getuigen ook alle personeelsleden die elk om beurt proberen om de deur te openen en Eduardo te bevrijden.

De honden zullen Eduardo, luidens de dokter, op verschillende plekken in zijn benen bijten. De directeur van MuziekPublique belt naar het Comité P, om toch maar iets te kunnen doen aan de feiten. Als hij terug is, wordt Eduardo nog altijd “bewerkt”. Na tien minuten “bewerking” wordt Eduardo meegenomen naar het politiekantoor. Om 3 uur ’s nachts wordt hij weer vrijgelaten, zonder beschuldigingen. Later stelt de dokter ook vast Eduardo gekneusde ribben (van 7 tot 10) heeft en vooral erg angstig is. Hij vindt het aangewezen dat de politie voor psychologische hulp zorgt.

In die periode raadt MuziekPublique zijn zwarte medewerkers en artiesten aan om niet meer te komen werken in het theater: het risico dat ze worden aangevallen is te groot.

21 januari 2012

Samira (pseudoniem) is een dame van vijftig jaar van Marokkaanse afkomst. Ze viert een feestje in haar woning bij het Noordstation. Haar zus speelt Oosterse deuntjes op de synthesizer; de anderen zingen mee.

Rond 2 uur ‘s nachts komt de politie langs na een klacht voor nachtlawaai. Samira toont haar identiteitskaart, ze laat hen binnen, ook al hebben ze geen huiszoekingsbevel. ‘Ik liet hen binnen om te tonen dat we niks te verbergen hadden,’ aldus Samira. Ze monsteren iedereen, vragen waar de synthesizer vandaan komt, noteren ook de identiteit van de zus en eigenaar van de synthesizer. Ze gaan zelfs een kijkje nemen op het toilet en verdwijnen dan weer. De synthesizer wordt afgezet, maar de groep zingt nog wat. Een uur later komt de politie terug. Samira weet niet of er opnieuw over nachtlawaai geklaagd is.

De politie belt aan. Samira moet weer haar identiteitskaart tonen, en ze zet een stap buiten. Een zekere Van der Gucht roept: ‘Nu ge op de openbare weg staat, kan ik u arresteren. Met een beenveeg wordt Samira op de grond gesmakt, ze valt hard op de grond. Meerdere agenten storten zich op haar en leggen haar op haar borst, zetten hun voet op haar rug en boeien haar. Achteraf zijn de sporen van de schoenen merkbaar op haar rug. Ze wordt geboeid met de combi weggebracht.

De zus van Samira: ‘Toen ik het geweld zag, riep ik spontaan: “Roep de politie.” ’ Ik kon me niet voorstellen dat de politie zoiets zou doen. We zijn 45 jaar in België en hebben nooit problemen gehad en nu dit.’

Als Samira in politiekantoor komt, moet ze haar juwelen en bh afgeven. ‘Ik vroeg me af waarom maar deed de gevraagde kledingstukken uit op het toilet. Een broek en een hemdje was al wat ik nog aanhad terwijl het buiten vroor dat het kraakte. Ik had het koud, koud, koud. Toen ik daarover kloeg en vroeg me te laten gaan, brieste de agent Gaetan Wilmot me dat ik mijn bek moest houden. “Hoer, dronken slet”, riep hij. Ik zei hem dat ik niet dronken was. Ik vroeg om een bloedtest maar hij slingerde met groot geweld tegen de grond. Op dat moment dacht ik echt dat ik niet langer in België was.’

Ondertussen heeft haar zus na een oproep naar de 101 ontdekt dat Samira in het commissariaat aan de Square Regina te Schaarbeek moet zijn. Ze gaat een jas afgeven omdat ze weet dat haar zus weinig kleren heeft. Die jas krijgt Samira evenwel pas als ze het politiekantoor kan verlaten om 7u30 ’s morgens met een oproepingsbevel voor ‘weerspannigheid en slagen aan de politie’. Dat verhoor wordt op 6 maart afgenomen door Gaeton Wilmot, degene die haar heeft geslagen. ‘Ik moest dus terug voor mijn beul verschijnen. Tijdens het verhoor wijs ik naar de camera’s die in het politiekantoor hangen en vraag ik hem om de camerabeelden te tonen die bewijzen dat ik hem heb geslagen. Wilmot antwoordde dat hij niet wist of ze werkten.’

Beide zussen snappen het niet. ‘Als we vroeger hoorden over politiegeweld dachten we ook altijd: waar rook is, zal wel vuur geweest zijn. Nu denken we daar anders over. Ik voel me geen Belg meer nu. We zijn niets nu.’ Beiden hebben de indruk dat het feit dat ze allochtoon zijn, de brutaliteit verklaart. ‘Je kan het niet meteen aan ons zien, maar de muziek verraadde ons.’

LEES OOK

MO* sprak met Jessika Devlieghere en haar echtgenoot Shadi Zmorrod de oprichters van de Palestijnse circusschool en met Veerle Bryon oprichter van Circus Zonder Handen met hoofdzetel in Molenbeek.
© Bunderachiv (CC0)
In het voorbije jaar zijn de herinneringen van oostfronters weer een stuk aanvaardbaarder gemaakt voor het brede publiek.
© Communauté de la Poudrière
‘Leefgemeenschap die een alternatief probeert te bieden voor kapitalisme en individualisme waar het menselijke terug primeert’.
© Brecht Goris
Het gaat niet goed met de armoedebestrijding, zegt Ikrame Kastit.

Meest recent van John Vandaele

U.S. Mission Photo/Eric Bridiers​
Bedreigen de VS Kabila met het Internationaal Strafhof als hij op burgers schiet?
MO* verneemt dat er wordt overlegd of Nikki Haley, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, tijdens haar aanstaande bezoek aan Congo Kabila zal waarschuwen dat het Internationaal Strafho
Yasmin Berwouts
Belgisch Congo-expert Berwouts opgepakt: is het regime nerveus?
Congo-expert en MO*-publicist Kris Berwouts werd gisteren even vastgehouden in Congo en daarna weer vrijgelaten.
Bienstman toont een weg uit de klimaatnachtmerrie
Deze week stelt Mathias Bienstman, beleidscoördinator bij Bond Beter Leefmilieu, zijn boek ‘Op eigen kracht’ voor in de Gentse herberg Macharius.
© Ronald Giebel / deBuren
Alexander De Croo: ‘Congo is geen staat, het is een systeem voor persoonlijke verrijking’
Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo was een van de gasten op de MO*talks van woensdag 13 september in het Vlaams-Nederlands Huis deBuren.