Hoe een beursgenoteerd bedrijf het wereldrijk Indië koloniseerde

Als het imperium een onderneming is, vecht het leger voor de aandeelhouders

publiek domein (CC0)

De Brexit maakte duidelijk hoe krachtig het verlangen naar een fictief verleden kan zijn. Was het Britse Imperium dan een hersenschim? Toch niet. Maar alvast in Indië werd het niet opgebouwd door een heldhaftige natie, maar door een brutale en gewapende multinational. Het onwaarschijnlijke verhaal van een beursgenoteerd bedrijf in het noordwesten van Europa dat een machtig wereldrijk onder controle kreeg.

‘Het westerse imperialisme en het aandeelhouderskapitalisme ontstonden rond dezelfde tijd. Samen vormden ze de tanden van de draak die de moderne tijd uitspuwde’, schrijft William Dalrymple in The Anarchy, een meeslepende geschiedenis van de kolonisatie van het toenmalige Indië.

De kolonisatie van Indië – de naam van het subcontinent waaruit in 1948 India en Pakistan ontstonden – was om meer dan een reden opmerkelijk. In het begin van de 17de eeuw woonde een vijfde van de wereldbevolking in Indië en de regio produceerde niet minder dan 22,5 procent van de hele toenmalige wereldeconomie.

De keizer of mogol was op dat moment de rijkste vorst op aarde. Door belastingen in zijn enorme rijk had hij rond 1608, toen het eerste Britse schip voor anker ging in Surat, een jaarinkomen dat vandaag tien miljard Britse pond waard zou zijn. Dat een eiland uit het noordwesten van Europa, toen goed voor 1,8 procent van de wereldeconomie, zo een wereldrijk onder controle zou krijgen, was op dat moment te gek voor sciencefiction.

Helemaal te gek is het feit dat de verovering van Indië niet eens gebeurde door het Britse leger, maar door een beursgenoteerd bedrijf: de East India Company (EIC)

Helemaal te gek is het feit dat de verovering van Indië niet eens gebeurde door het Britse leger, maar door een beursgenoteerd bedrijf: de East India Company (EIC), opgericht in 1599. De oprichtingsakte, door de Britse kroon goedgekeurd, gaf het bedrijf het recht om over grondgebied te heersen en een leger op de been te brengen. De EIC zou beide zaken ook doen, altijd met één doelstelling voor ogen: het realiseren van maximale winst en de best mogelijke dividenden voor de aandeelhouders.

Multinationale bedrijven en nationale belangen

Dat de EIC de mogelijkheid kreeg om gewapend op te treden, was ook in de zeventiende eeuw niet vanzelfsprekend. Maar het paste in de Europese concurrentie om de handel met Azië. De East India Company moest in de Indonesische archipel de duimen leggen voor de Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie, waardoor de Britten de lucratieve handel in specerijen opgaven en zich concentreerden op de handel in textiel uit Indië.

Zowel in Bengalen als in het hedendaagse Tamil Nadu botsten de Britten op de Franse Compagnie des Indes. De Frans-Britse concurrentie in Indië zou doorheen de decennia toenemen, tot het EIC-leger in 1803 de laatste Franse huurlingen versloeg.

Dalrymple documenteert de toenemende overheersing van de EIC in het Indische mogolrijk in detail. Hij maakt ook duidelijk dat de schijnbaar onstuitbare opgang meer dan eens aan een zijden draadje gehangen heeft. De overwinningen op de legers van de mogolkeizer of van zijn leenheren waren niet zozeer te danken aan superieure militaire technologie, maar aan de militaire strategieën die op Europese slagvelden ontwikkeld waren, en zo nu en dan ook aan stom toeval of geluk.

Maar vooral: de Europeanen kregen in Indië maar echt voet aan de grond omdat het mogolrijk in 1707 begon te verbrokkelen na de dood van keizer Aurangzeb. Dat is de anarchie waarnaar de titel van het boek verwijst.

publiek domein (CC0)

Bedrijf, rechtbank, leger en regering in één

De vertegenwoordigers van de East India Company gingen zich steeds meer gedragen als generaals en gouverneurs tegelijk. De EIC vervelde finaal van handelsonderneming naar koloniale macht in 1757, na de slag om Plassey. Met die overwinning van het EIC-leger, schrijft Dalrymple, ‘werd een tijdperk van ongeëvenaarde roof en economische ontmanteling ingezet. Bengalen werd vanaf dat moment de schatkist waaruit enorme rijkdom weggehaald werd, zonder ook maar het minste perspectief of iets in ruil.’

In 1764 boekte het EIC-leger opnieuw een overwinning tegen de legers van drie Indische koninkrijken. Daarna kreeg de onderneming het privilege om recht te spreken, belastingen te innen en een enorm grondgebied te besturen.

Een gevolg was dat de export van textiel voortaan niet meer betaald werd met Europees goud, maar met de belastingen die de Bengalen betaalden. ‘Indië werd vanaf toen behandeld als een uitgestrekte plantage die uitgemolken en uitgebuit kon worden, en waarvan alle winsten uitgevoerd konden worden’, schrijft Dalrymple. Vijf jaar later werd het welvarende Bengalen al geconfronteerd met een verwoestende hongersnood. Veroorzaakt door uitblijvende moessonregens, maar verergerd door de extractieve praktijken van de EIC. Die verhoogde zelfs in volle hongersnood de belastingen, omdat de winst van het bedrijf niet in het gedrang mocht komen.

Too big to fail

De plundering van Bengalen en andere provincies ondermijnde uiteindelijk het businessmodel van de EIC, want de productie van textiel viel stil en de uitgehongerde en uitgeperste werkers konden de belastingen niet langer opbrengen. Dat bracht het bedrijf op de rand van het failliet. In het Britse parlement werd een hoogoplopend politiek debat gevoerd, maar aangezien een meerderheid van de parlementsleden ook aandeelhouder was van de EIC, kreeg het bedrijf een mega-lening van de staat om een doorstart te maken.

Van de weeromstuit moest Indië later het verlies van de koloniën in Amerika goedmaken

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De EIC was too big to fail, schrijft Dalrymple, in een uitdrukkelijke verwijzing naar de bankencrisis van 2008. Het is niet de enige referentie naar actuele problemen met multinationale bedrijven, die zo groot en machtig worden dat ze niet langer controleerbaar zijn door staten. ‘De East India Company blijft tot vandaag de meest verontrustende waarschuwing voor de mogelijkheid van misbruik van de macht van een onderneming, en voor de verraderlijke manieren waarop de belangen van de aandeelhouders verweven raken met de staatsbelangen.’

De uitbuiting en plundering van Indië door de EIC alarmeerde de Britse kolonisatoren in de Nieuwe Wereld. Dat leidde tot een onafhankelijkheidsbeweging die gelanceerd werd door een lading van 90.000 pond thee van de East India Company te dumpen. Dat was geen toeval, zegt Dalrymple, want de settlers in Amerika wilden zelf en op lange termijn voordeel halen uit de kolonisatie, in plaats van geruïneerd te worden ten voordele van de EIC-aandeelhouders. Van de weeromstuit moest Indië later het verlies van de koloniën in Amerika goedmaken.

Racisme ontstaat door concentratie van macht

De Britse handelsonderneming versloeg de machtige heersers van Indië en controleerde het enorme rijk met een leger van zeshonderd Britten en zo’n 155.000 Indische sepoys, beroepssoldaten. Ze bereidde zo de weg voor de Britse koloniale overheersing van een van de meest welvarende gebieden van de toenmalige wereld.

Opvallend is dat racisme en de doorgedreven scheiding van “rassen” pas het officiële beleid van de EIC werden op het moment dat de onderneming zich als een staat begon te gedragen. Niet dat er daarvoor geen racisme bestond in hoofde van deze of gene handelaar. Maar hoe groter de financiële belangen werden, hoe groter blijkbaar de noodzaak om alle Indische blikken buiten de boekhouding te houden.

Tegelijk heeft de EIC gedurende de hele periode van haar opkomst en machtsopbouw in Indië een beroep gedaan op Indische financiers. Die waren maar al te bereid om te investeren in militaire operaties, zeker toen duidelijk werd dat de Britten moeilijk te verslagen waren op het slagveld.

 

publiek domein (CC0)

Verdeel en heers

Hetzelfde geldt tot op grote hoogte voor de mogols, nawabs, grootviziers, nizams, sultans en andere Indische machthebbers. Ze sloten verdragen met de EIC om concurrerende machthebbers op afstand te houden, of om ten minste hun uiterlijke macht te behouden wanneer de Britten duidelijk te sterk waren om te verslaan.

Het is die verdeeldheid die de EIC in staat stelde om het ene rijk tegen het andere op te zetten, en zelf de macht te grijpen. De menselijke tol van die machtsgreep is nauwelijks te becijferen. Zelfs nadat het Britse parlement in 1833 de macht over Indië van het bedrijf overnam, executeerde de EIC in 1857 letterlijk tienduizenden die verdacht werden van betrokkenheid bij de opstand van de Indische sepoys.

Schrapen en repatriëren

De huidige, hindoenationalistische regering Modi laat geen gelegenheid voorbijgaan om eraan te herinneren dat ook de mogolheersers buitenlandse bezetters waren, afkomstig uit Centraal-Azië. Toch is er een wezenlijk verschil tussen de mogols en de Britten, zegt Dalrymple. En hij citeert daarvoor de 18de-eeuwse historicus Ghulam Hussain Khan. ‘De mogols zetten hun zinnen meteen op een permanent verblijf en wilden hun verovering omvormen tot patrimonium, tot eigendom en erfgoed’, schrijft Khan.

De huidige, hindoenationalistische regering Modi laat geen gelegenheid voorbijgaan om eraan te herinneren dat ook de mogolheersers buitenlandse bezetters waren

De Britten daarentegen combineerden volgens hem twee typische houdingen die samen verantwoordelijk waren voor de onherstelbare achteruitgang van het land: ‘Geen enkele van hen heeft de neiging om zich permanent in dit land te vestigen. Bovendien doen ze er alles aan om zoveel mogelijk rijkdom uit dit land bijeen te schrapen en die immense bedragen mee te nemen naar het koninkrijk Engeland.’

Oorlog is een instrument, voor machthebbers

Bij lezing van Climate of Conquest, een verrassende nieuwe studie door Pratyay Nath van de verovering van Indië door de mogols, valt op dat er ook best wat gelijkenissen zijn. Net als bij de Britten was de militaire hardware van de mogollegers van belang, maar waren het vooral de innovatieve strategieën die de nieuwkomers het beslissende voordeel bezorgden.

En net zoals de EIC lokale heersers tegen elkaar opzette, maakten ook de mogols gebruik van wantrouwen en naijver onder lokale machthebbers om hun gebied stelselmatig uit te breiden. Ook zij konden daarvoor een beroep doen op lokale financiers om zowel de oorlogen als de omkoping te betalen.

Oorlog, zegt Pratyay Nath, wordt vaak te exclusief gezien als een zaak van technologie en verwoesting. Zijn Climate of Conquest benadert oorlog als een flexibel instrument waarmee imperia gebouwd worden. Een instrument dat aangepast wordt aan de vereisten van klimaat en terrein, maar ook van tijd en machtsverschil.

Dat helpt om beter te begrijpen hoe buitenlanders de controle over een grondgebied verwerven. Maar het maakt weinig verschil voor de honderdduizenden slachtoffers die vielen bij de veroveringsoorlogen van zowel de mogols als de Britse onderneming.

The Anarchy. The Relentless Rise of the East India Company door William Dalrymple is uitgegeven door Bloomsbury Publishing. 522 blz. ISBN 978 1 4088 6438 8

Climate of Conquest. War, Environment, and Empire in Mughal North India door Pratyay Nath is uitgegeven door Oxford University Press. 325 blz. ISBN 978 0 19 949555 9

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur