De lont in het Colombiaanse kruitvat

Waar ging het mis met Colombia, vraagt Juan Gabriel Vásquez zich af in “De vorm van ruïnes”. De auteur stelt zijn ambitieuze nieuwe roman dit weekend voor op het Passa Porta Festival in Brussel.

Een ware intellectueel excelleert in meerdere genres. Dat moet Vásquez gedacht hebben toen hij begon aan De vorm van ruïnes. De Colombiaan had op dat moment al een verhalenbundel, een aantal gevierde romans en een nagenoeg perfecte novelle, De reputaties, op zijn conto. Daarnaast profileerde hij zich als essayist en politiek commentator. Zo was hij een fervent voorstander van het omstreden vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering en de FARC-rebellen. Maar om echt in de voetsporen te treden van zijn illustere Spaans-Amerikaanse voorgangers ontbrak er nog iets in zijn oeuvre: een grote roman die kan wedijveren met de monumentale meesterwerken van Gabriel García Márquez, Roberto Bolaño en Mario Vargas Llosa.

Wanneer is het vaderland naar de kloten gegaan? De vraag die Vargas Llosa formuleerde voor Peru in Gesprek in de kathedraal, past Vásquez nu toe op zijn Colombia. In De vorm van ruïnes dringt hij door tot de kern van de kwestie waarrond al zijn vorige werk draaide: waarom is de Colombiaanse maatschappij zo gewelddadig? Wie stak de lont ooit in het kruitvat?

Op zoek naar antwoorden delft Vásquez dieper dan ooit in de vergeetputten van de geschiedenis. De vorm van ruïnes heropent het onderzoek naar de moorden op de twee staatsmannen die Colombia misschien wel van de ondergang hadden kunnen redden: generaal Rafael Uribe Uribe (1859-1914) en de liberale politicus Jorge Eliécer Gaitán (1903-1948).

Volgens velen vloeide alle ellende rechtstreeks of onrechtstreeks voort uit de zogenaamde “Bogotazo”

Vooral de aanslag op Gaitán vormde dé breuklijn in de twintigste-eeuwse Colombiaanse geschiedenis. De dood van de populaire politicus zette Bogotá in brand en dompelde het land in een spiraal van geweld. De burgeroorlog van de jaren vijftig, het decennialange conflict met de guerrilla, de drugsterreur die Vásquez aankaartte in zijn bestseller Het geluid van vallende dingen: volgens velen vloeide alle ellende rechtstreeks of onrechtstreeks voort uit de zogenaamde ‘Bogotazo’.

Geen wonder dus dat Colombiaanse schrijvers keer op keer terugkomen op die noodlottige 9 april 1948. Ook García Márquez, die getuige was van het drama, wijdde er in zijn autobiografie Leven om het te vertellen enkele bloedstollende pagina’s aan.

Eerder dan om de reconstructie van de historische feiten, is het Vásquez te doen om de schaduw die ze tot vandaag werpen over het leven van elke Colombiaan. Ook dat van hemzelf dus. Als om die impact te onderstrepen, voert hij zichzelf in De vorm van ruïnes voor het eerst op als verteller en personage, een truc die tegelijkertijd moet bijdragen tot de geloofwaardigheid.

Eerder dan om de reconstructie van de historische feiten, is het Vásquez te doen om de schaduw die ze tot vandaag werpen over het leven van elke Colombiaan.

En zo begint de roman als het ogenschijnlijk autobiografische relaas van Vásquez’ aanvaringen met een zekere Carlos Carballo. Die beweert cruciale informatie te hebben over de onopgeloste moorden op Uribe Uribe en Gaitán en stalkt Vásquez in de hoop hem zover te krijgen om een boek te schrijven op basis van zijn complottheorieën.

Vooraleer hem dat lukt, zijn we al ruim tweehonderd pagina’s verder. Het eerste deel van De vorm van ruïnes is een breed uitgesponnen making of vol autobiografische, historische en literaire uitweidingen. Vásquez haalt herinneringen op aan zijn studententijd, toen de aanslag op Gaitán hem begon te fascineren, en vergelijkt de moord met die op John F. Kennedy. Voorts vertelt hij over de premature geboorte van zijn tweelingdochters en over de confrontaties met kwelgeest Carballo − zou Carballo een reëel persoon zijn? Zo ja, zou Vásquez echt ooit een glas whisky in zijn gezicht geworpen hebben?

Hoe interessant, vertederend en vermakelijk ook, de omwegen halen het ritme uit de roman en stellen het geduld ernstig op de proef. Wanneer Vásquez eindelijk oren begint te hebben voor Carballo’s verhalen, zullen veel lezers al hebben afgehaakt. Spijtig, want zij die wel volharden worden in extremis dan toch beloond. De paranoïde thriller over de moord op Uribe Uribe mag dan iets te langdradig zijn, in het slotstuk rond Gaitán laat Vásquez nog eens zien wat hij zo magistraal deed in De informanten, De geheime geschiedenis van Costaguana en Het geluid van vallende dingen: het verstrengelen van historische en persoonlijke gebeurtenissen.

De vorm van ruïnes zit vol knipogen naar Vásquez’ vorige romans, essays, columns en zelfs interviews. Het nieuwe boek slokt het vroegere oeuvre op, maar overtreft het niet. Pas op het einde herwint Vásquez ons vertrouwen: hij heeft het wel degelijk in zich om de nieuwe grote politieke schrijver van Spaans-Amerika te worden.

De vorm van ruïnes door Juan Gabriel Vásquez, is een uitgave van Signatuur, ISBN 978-90-5672-565-5

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift