Filmmakers in India krijgen altijd te maken met censuur

Film maken in India: creatief met censuur

still uit de film “Village Rockstars” van Rima Das

Met 1500 nieuwe films per jaar mag India zich de grootste filmproducent ter wereld noemen, met een fanbase die ver tot buiten de landsgrenzen reikt. Een groot stuk van de wereld, met buurlanden Pakistan en Bangladesh op kop, lust wel pap van de grote Bollywoodproducties. Meer dan twee miljard klanten per jaar, die moet je verdienen.

Dat vooral Bollywood in de kijker loopt, vindt arthouse-filmregisseur Praveen Morchhale geen probleem. ‘Films hebben veel invloed in onze samenleving. Ze bieden de mensen niet alleen ontspanning, ze kaarten vaak ook sociale thema’s aan, ook de commerciële films.’

Cinefielen wereldwijd volgen met veel belangstelling de Indiase arthousescene, die even divers is als het land zelf.

Maar Indiase film is dus veel meer dan Bollywood. Cinefielen wereldwijd volgen met veel belangstelling de Indiase arthousescene, die even divers is als het land zelf. Elke deelstaat produceert eigen films, in maar liefst 43 verschillende talen. In Indiase bioscopen moeten ze opboksen tegen de lawine van razend populaire en met grote productiebudgetten ondersteunde Bollywoodfilms. Een ongelijke strijd, en vaak leidt de weg naar het succes via binnen- en buitenlandse festivals, waar de Indiase films opvallen door hun inventieve beeldtaal en veelzijdigheid.

Met zijn recente Widows of Silence levert regisseur Praveen Morchhale niet alleen een esthetische parel af, hij kaart er ook een heikel thema mee aan. Zijn inspiratie haalde Morchhale uit een krantenartikel over zogenaamde “halve weduwen”, (moslim)vrouwen in Kasjmir die in een precaire situatie zitten na de verdwijning van hun man.

In de deelstaat Kasjmir is er nog steeds een gewapend conflict aan de gang tussen het Indiase leger en separatistische opstandelingen. Geregeld worden daarbij mannen opgepakt door het leger van wie nadien niets meer wordt vernomen. Gevangengezet, gedood? Hun vrouwen blijven jaren, soms de rest van hun leven, in het ongewisse. Ze kunnen geen aanspraak maken op enige voorziening voor weduwen, maar kunnen ook niet hertrouwen of een nieuw leven beginnen. Hun man is immers niet officieel overleden: er is geen officieel overlijdensattest.

Het publiek raken

‘Nee, ik wilde geen politiek statement maken met deze film’, zegt regisseur Praveen Morchhale aan de telefoon vanuit Rotterdam, waar hij uitgenodigd is op het Internationale Filmfestival. ‘Het conflict in Kasjmir is al decennia aan de gang, ik spreek me niet uit over wie gelijk heeft en wie niet. Ik wilde het diepmenselijke verhaal vertellen van vrouwen en kinderen die in een vreselijke situatie zitten, waar niemand iets aan doet. Ik wilde laten zien hoe moeilijk ze het hebben en hoe hard ze moeten vechten om een enigszins leefbare positie in de samenleving te kunnen veroveren. Er zijn officieel 2500 “halve weduwen” geregistreerd, maar waarschijnlijk is het werkelijke aantal veel groter.’

Expliciete of impliciete kritiek, politieke of apolitieke boodschap, filmmakers in India krijgen altijd te maken met censuur.

De film draait om Aasia, die al jaren probeert een overlijdensattest van haar verdwenen man te bemachtigen, en daarbij moet opboksen tegen de corrupte lokale ambtenaar, die haar grond wil aftroggelen en haar seksueel intimideert. ‘Ik wil het publiek raken,’ zegt Morchhale, ‘het bewust maken van dit pijnlijke probleem. Het is niet de bedoeling dat je na anderhalf uur onverschillig de bioscoopzaal uitloopt. Op die manier is het dan weer wel een politieke film. Niets is apolitiek in het leven. Als je onrecht ziet en erover zwijgt, dan is ook dat een politieke keuze.’

Expliciete of impliciete kritiek, politieke of apolitieke boodschap, filmmakers in India krijgen altijd te maken met censuur. Elke film moet langs de Central Board of Film Certification (CBFC), die deel uitmaakt van het ministerie van Informatie en eigenlijk een relict is uit het koloniale verleden. Onder het Britse koloniale regime werden in diverse grote steden “censor boards”, censuurraden, geïnstalleerd, die ressorteerden onder de plaatselijke politie en moesten oordelen of films geschikt waren voor een groot publiek, lees: niet opruiend waren of “amoreel”.

Na de onafhankelijkheid werd de term “censor” vervangen door “certification”, maar in wezen vervult de instelling nog steeds dezelfde taak: het tegenhouden van ongewenst geachte films. Morchhale is zich maar al te goed bewust van de risico’s die hij loopt met zijn nieuwste film. In een van zijn vroegere films werd hem opgelegd stukken van scènes en dialogen weg te knippen waarin subtiel kritiek geleverd werd op de overheid. Niet knippen zou zwaar financieel verlies betekenen voor de producenten die er hun geld hadden ingestoken. Een zo groot mogelijk publiek bereiken terwijl de ziel van de film toch intact blijft, het is een moeilijke spreidstand.

Druk neemt toe

Censuur neemt in India verschillende vormen aan. Niet alleen de CBFC bepaalt wat er al dan niet in de Indiase bioscopen te zien valt. Vaak maken conservatieve pressiegroepen, soms met politieke banden, zelfs na goedkeuring door de censor nog enorme heisa over films die gevoelig geachte thema’s aankaarten, zegt Morchhale. Filmpremières worden verstoord en er wordt gedreigd met een publieke boycot, zodat filmmakers zich alsnog verplicht zien om bepaalde aanpassingen te doen.

‘Kunstenaars worden verhinderd om in het openbaar kritiek te leveren op de overheid of op het functioneren van de instellingen.’

Officiële censuur of intimidatie door pressiegroepen, volgens Praveen Morchhale staat vast dat de druk op kunstenaars de laatste vijf jaar sterk is toegenomen. ‘Iedereen heeft ermee te maken’, zegt hij. ‘Niet alleen de arthousefilm, ook Bollywoodfilms krijgen ermee af te rekenen, net zoals literatuur, muziek, theater en tentoonstellingen. Kunstenaars worden verhinderd om in het openbaar kritiek te leveren op de overheid of op het functioneren van de instellingen. Dat is buitengewoon jammer, want kunst is zuurstof voor de maatschappij, ze wijst de weg naar een betere samenleving.’

Opvallend: in Indiase media wordt volgens Morchhale steeds meer over de censuur gepraat. Dat bekende filmmakers gelijk kregen in enkele veelbesproken processen tegen ingrepen van de censuurraad heeft het debat aangewakkerd. Zo was er vorig jaar de zaak over de film Lipstick under my Burqa, een kleurrijke komedie over de seksuele bevrijding van vier Indiase vrouwen van verschillende afkomst. Aanvankelijk weigerde de CBFG de film te certificeren, met de boodschap dat ‘de film vrouw-georiënteerd is en te veel focust op fantasie in plaats van op het echte leven’. De film zou bovendien “besmettelijke” seksscènes, scheldwoorden en geluidsporno bevatten. De filmmakers trokken daarop naar een beroepstribunaal, waar ze alsnog groen licht kregen voor het uitbrengen van hun film.

Eenvrouwsproducties

Ondertussen blijft het voor vele filmmakers, zeker diegenen die niet de middelen hebben om rechtszaken aan te spannen, creatief omspringen met censuur. ‘Als mijn verhaal het nodig heeft dat de acteurs zich kritisch opstellen, dan doe ik dat, ongeacht wat de gevolgen later kunnen zijn. Als je te veel rekening houdt met de censuur, maak je op den duur alleen nog propagandafilms. Dat is geen kunst meer, dat brengt de schoonheid en de vrijheid van het filmen in het gedrang. Mijn films en mijn manier van vertellen zijn erg subtiel en satirisch, en dat passeert meestal. Het is belangrijk om creatief om te springen met de aanpak van de censuur, zodat we kunnen blijven zeggen wat we te zeggen hebben.’

Ook Rima Das (37) is een van die opmerkelijke jonge onafhankelijke filmmakers die barst van creativiteit en tegelijk ook een kritische blik op de Indiase samenleving werpt. Twee jaar geleden brak ze met haar eerste grote speelfilm, Village Rockstars, door op het gerenommeerde filmfestival van Toronto. De manier waarop de film tot stand kwam, is minstens even opzienbarend als de lyrische commentaren en talloze prijzen die de debuterende cineaste te beurt vielen. Das liet zowat haar hele dorp, haar eigen familie incluis, figureren in de film, die het verhaal vertelt van een energiek tienjarig meisje dat elektrische gitaar wil leren spelen. Nog sterker is dat Das in haar eentje de rest van de klus voor haar rekening nam: ze stond niet alleen achter de (enige) camera, maar regisseerde én produceerde de hele film zonder crew.

Dezelfde stunt haalde ze uit met haar nieuwste film Bulbul Can Sing. Setting is hetzelfde idyllisch ogende dorpje omgeven door rijstvelden en weelderig groen. Ditmaal draait het verhaal om de coming of age van een levendig groepje tieners, twee vriendinnen en hun homoseksuele vriend.

Aan de telefoon vertelt Das hoe ze de jongen die de homorol speelt, jaren geleden al in het oog had gekregen, toen ze Village Rockstars aan het filmen was. Hij werd toen al flink gepest in het dorp en kreeg – net zoals in de film – overal de spottende bijnaam Ladies naar het hoofd geslingerd. Hem casten om zijn eigen rol te spelen te midden van zijn pesters was dus niet zonder risico en vergde zorgvuldig overleg. Uiteindelijk zette de jongen de dappere stap om mee te werken. De dorpelingen hebben de film nog niet gezien, maar Das is er vast van overtuigd dat hij nu al verandering op gang heeft gebracht. ‘Ze handelen vaak uit onwetendheid. Als ze geconfronteerd worden met de gevolgen van hun pestgedrag, zullen ze wel twee keer nadenken voor ze nog zo reageren.’

Een ander paar mouwen is ontsnappen aan de knellende genderpatronen die zeker op het platteland het leven van vrouwen (en mannen) nog sturen. In de film worden Bulbul en haar vriendin, verbluffend ongedwongen en intens gespeeld door jonge dorpsgenoten van Das, verliefd op klasgenootjes. Een romantisch uitstapje naar het meer draait uit op een drama, wanneer de twee knuffelende stelletjes door een groep mannen uit het dorp worden betrapt. Ze worden hardhandig aangepakt, kort daarop van school gestuurd en Bulbuls vriendin zal uiteindelijk zelfmoord plegen.

Das hoefde niet lang te zoeken naar dit verhaal: een vriendin van haar maakte in de jaren negentig net hetzelfde mee en kwam op dezelfde jammerlijke manier aan haar eind. Das zegt dat ze ervan versteld stond dat na al die jaren de situatie voor vrouwen en meisjes in haar dorp nog steeds niet verbeterd is. In de film laat ze oudere vrouwen zich schamper uitlaten over de mannen die zo hysterisch reageren op de onschuldige lichamelijke uitingen van liefde.

Ondanks de milde toon is deze onafhankelijke eenvrouwsproductie dus zeker niet vrijblijvend. Dat het nu juist Das’ vorige speelfilm Village Rockstars is die dit jaar als de officiële inzending van India naar de Oscars werd gestuurd in de categorie buitenlandse film, geeft de vele creatieve cineasten in het immense land misschien uitzicht op wat meer speelruimte. Ook al weten we ondertussen dat de film niet genomineerd is.

Wil u zelf de Indiase film ontdekken? Op het MOOOV-festival, van 23 april tot 5 mei in zeven Vlaamse steden, kunt u onder meer naar Bulbul Can Sing en Widow of Silence gaan kijken.

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift