Handvest van de Vrije Mens

Sinds zijn Moordende identiteiten wordt Amin Maalouf erkend als een van de grote denkers over de thema’s die het politieke debat in Europa blijven bepalen: eigenheid en migratie, geweld en diversiteit. In zijn roman De Ontheemden werkt hij die thema’s uit in fictievorm, toegespitst op zijn geboorteland Libanon. ‘Van mij hoef je geen geruststelling te verwachten waarbij je er gemakkelijk vanaf komt.’

  • © Gie Goris 'Als je kijkt naar het communautair geweld in de wereld van vandaag, dan gaat het bijna altijd om spanningen die vooral een religieus karakter hebben.' © Gie Goris

De ontheemden verscheen al eind 2013, maar ik las het pas begin dit jaar. De actualiteitswaarde van de roman is met de explosie van conflict en dodelijk geweld in Syrië, Irak en de bredere regio alleen nog maar toegenomen. De serie gewelddaden in Europese steden voegt een dimensie toe die de auteur wellicht niet bedoeld of voorzien heeft, maar die niettemin onze lezing beinvloedt.

Communautaire identiteiten

In De ontheemden probeert Amin Maalouf de allesoverheersende impact van collectieve identiteiten en  gemeenschapsgevoelens te ontrafelen en te duiden. Daarbij is het niet oninteressant om te weten dat Maalouf niet moet weten van het communautaire denken of van de exclusieve, collectieve identiteiten die daardoor geproduceerd worden. Dat heeft alles te maken met het geweld dat die gemeenschappen in zijn geboorteland Libanon veroorzaakt hebben, het thema waarrond ook deze roman draait.

‘De communautaire problemen van Libanon situeren zich binnen een uiterst moeilijke, explosieve regionale context,’ reageerde hij tijdens een interview enkele jaren geleden, op mijn vraag of de communautaire problemen in België enige gelijkenis vertonen met zijn identitair verkavelde geboorteland. ‘Bovendien zijn de Libanese gemeenschappen gebaseerd op religieus toebehoren, in een tijd waarin de religieuze spanningen een stuk gewelddadiger zijn dan de linguïstieke. Als je kijkt naar het communautair geweld in de wereld van vandaag, dan gaat het bijna altijd om spanningen die vooral een religieus karakter hebben.’

Dat laatste nuanceerde hij zelf meteen met de opmerking dat ‘het conflict tussen de Koerden en de Turkse staat vooral een cultureel-linguïstiek conflict is, dat het in Irak toch ook eerder over een etnisch dan over een religieus conflict gaat, en dat ook de Rwandese genocide niet religieus en zelfs niet linguïstiek gemotiveerd was.’

Het land is weggegaan

Het land waar je met opgeheven hoofd kunt leven, geef je alles, daarvoor offer je alles, zelfs je eigen leven; het land waar je met gebogen hoofd moet leven, dat geef je niets.

Het verhaal van De ontheemden is betrekkelijk eenvoudig samen te vatten: Adam, een geëmigreerde Libanees, keert voor het eerst na jaren terug als reactie op het nakende overlijden van een oude vriend waarmee hij in onmin leeft. De dood van Mourad is de aanleiding om de hele kring van vrienden uit de tijd van vlak voor de burgeroorlog in Libanon opnieuw samen te brengen.

De gesprekken en ontmoetingen geven Maalouf de kans om te schetsen in hoeveel scherven de Libanese samenleving uiteengevallen is, of hoe die onderdelen en gemeenschappen altijd in de weg gestaan hebben van de nationale eenheid en ambities die iedereen wel koestert. Corrupte politici en succesvolle zakenmensen, geëmigreerde joden en herbronnende christenen, radicale islamisten en vrijgevochten vrouwen, eurofielen en andersglobalisten, het hele spectrum van botsende belangen in de Levant komt via mooi getekende portretten aan bod.

De stem van Adam klinkt vooral via het dagboek dat hij bijhoudt. Vrij vroeg in het verhaal noteert hij onder andere, als een commentaar op John F. Kennedy’s beroemde uitspraak: Don’t ask what your country can do for you, ask what you can do for your country’:

‘Eerst moet je land zich ten opzichte van jou aan een aantal beloften houden. Dat je er een volwaardige burger kunt zijn, dat je geen onderdrukking, geen discriminatie en geen onredelijke ontberingen hoeft te ondergaan. Je land en zijn leiders hebben de plicht daarvoor te zorgen; zo niet, dan ben je ze niets verschuldigd. Geen verknochtheid aan het land, noch enig vlagvertoon. Het land waar je met opgeheven hoofd kunt leven, geef je alles, daarvoor offer je alles, zelfs je eigen leven; het land waar je met gebogen hoofd moet leven, dat geef je niets. Of het nu je gastland of je geboorteland is. Grootmoedigheid roept grootmoedigheid op, onverschilligheid roept onverschilligheid op, en minachting roept minachting op. Dat is het handvest van de vrije mens, en voor mij is dat het enige wat telt.’

Het is een provocerende gedachte, zeker als ze zo losgesneden wordt van de figuur van Adam, die in veel lijkt op de succesvolle immigrant die Maalouf zelf is, compleet met groot geloof in de Franse lekenstaat. Het is tegelijk een heel heldere verwoording van een visie die sterk leeft in de diverse steden in Europa, waar veel immigranten of mensen met een migratie-achtergrond te lijden hebben onder armoede, uitsluiting en racisme. In de context van het verhaal slaat deze eis aan “het land” echter niet op het land van aankomst, maar op het land van herkomst.

‘Ik ben nergens naartoe gegaan, het land is weggegaan’, zo duidt hij op lapidaire wijze de beslissing om Libanon en zijn beginnende burgeroorlog te ontvluchten. Het land hield op een plek te zijn waar hij thuis hoorde, dus was emigreren geen verraad tegen dat land. Het is een manier om duidelijk te maken dat iedereen die vertrekt, ook al is dat met de meest legitieme argumenten, toch een gevoel van schuld en tekortkoming met zich meedraagt.

De rol van religie

‘Hier in de Levant houden we ons niet bezig met geloof maar met waar je bij hoort. Wij geloven in stammen, onze godsdienstijver is een vorm van nationalisme’

Op het einde van het boek vraagt Dolores, de Argentijnse vriendin van Adam: ‘Waarom neemt geloof zo’n belangrijke plaats in in dit deel van de wereld?’ Naïm, de joodse vriend die met zijn progressieve ouders emigreerde naar Brazilië omdat de opomst van een harde politieke islam te bedreigend werd voor hun gemeenschap, antwoordt:

‘Dat zeggen ze in het Westen, maar daar moet je geen woord van geloven. Dat is alleen maar een mythe. De waarheid is precies het tegenovergestelde… Het Westen is gelovig, tot in het wereldlijke aan toe, en het Westen is religieus tot in het atheïsme aan toe. Hier in de Levant houden we ons niet bezig met geloof maar met waar je bij hoort. Wij geloven in stammen, onze godsdienstijver is een vorm van nationalisme…’

Adam maakt de redenering af: ‘En ook een vorm van internationalisme. Het is alle twee tegelijk. De geloofsgemeenschap vervangt de natie; en voor zover ze vrolijk de grenzen van staten en volkeren overschrijdt, neemt ze ook de plaats in van de proletariërs aller landen die zich naar het schijnt moeten verenigen.’

De bewering dat het religieuze toebehoren, dat met zoveel passie en desnoods met geweld beleden en verdedigd wordt, in de Levant niet veel meer is dan het vernis over de harde kern van stam- en clanverband klinkt al even uitdagend als de stelling dat de burger pas een verantwoordelijkheid heeft tegenover de natie als die eerste zich houdt aan haar eigen beloften, zeker in deze tijd waarin de meest extreme gewelddaden onder het aanroepen van de Barmhartige en de Erbarmer gepleegd worden.

Het geweld en het verzet van vandaag, zijn nog altijd gericht tegen de vernederingen en nederlagen van het verleden.

Een betrekkelijk korte, maar zeer actuele passage in De ontheemden, is Adams ontmoeting met Nidal –vroeger een jonge revolutionair, nu een vooraanstaand islamist. Het ongemakkelijke gesprek gaat onder andere over de vraag of een Arabier die zich thuisvoelt in de keuzes en (politieke) cultuur van het Westen verraad pleegt tegenover zijn oorspronkelijke cultuur, religie en geschiedenis. Want het geweld en het verzet van vandaag, impliceert Nidal, zijn nog altijd gericht tegen de vernederingen en nederlagen van het verleden.

Adam reageert behoorlijk furieus: ‘De overwonnen hebben altijd de neiging zich als onschuldige slachtoffers voor te doen. Maar dat komt niet overeen met de werkelijkheid, ze zijn helemaal niet onschuldig. Ze zijn schuldig aan het feit dat ze overwonnen zijn. Schuldig ten opzichte van hun volk, schuldig ten opzichte van hun cultuur. En dan heb ik het niet alleen over de leiders, maar over mij en over jou, over ons allemaal. Het feit dat we vandaag de dag de verliezers van de geschiedenis zijn, dat we zowel in de ogen van de rest van de wereld als in onze eigen ogen vernederd zijn, is niet alleen de schuld van de anderen, dat is vooral onze eigen schuld.’

Waarop Nidal reageert: ‘Nog even en je gaat zeggen dat het de schuld van de islam is.’ ‘Neen Nidal’, antwoordt Adam, ‘dat wilde ik niet gaan zeggen. Religie is maar een onderdeel.Voor mij is dat niet het probleem, en het is ook niet de oplossing. Maar van mij hoef je geen geruststelling te verwachten waarbij je er gemakkelijk van af komt.’

Paul Saad (CC BY-NC-ND.0)

Een zonsondergang in Jounieh, Libanon. ‘Eerst moet je land zich ten opzichte van jou aan een aantal beloften houden. Dat je er een volwaardige burger kunt zijn, dat je geen onderdrukking, geen discriminatie en geen onredelijke ontberingen hoeft te ondergaan. Je land en zijn leiders hebben de plicht daarvoor te zorgen; zo niet, dan ben je ze niets verschuldigd.’

Ieder blijft binnen zijn eigen grenzen

 

‘De idee om mensen op te sluiten in hun culturele verschillen vind ik even onaanvaardbaar als gedwongen assimilatie.’

De beste manier om De ontheemden te lezen, is door de bril van het non-fictie werk van Maalouf op te zetten. Zijn Moordende identiteiten of De ontregeling van de wereld bieden sleutels tot het denken dat Maalouf in dit verhaal zelf en vanuit verschillende perspectieven kritisch tegen het licht houdt. De meerstemmigheid van de roman is het voordeel tegenover de duidelijkheid van de positie in de non-fictie.

Het grote debat tussen al die verschillende perspectieven komt er in De ontheemden wel niet van. Dat is wel wat jammer, want daardoor verloopt de dialoog tussen de verschillende stemmen en motivaties niet rechtstreeks, maar in spaakvorm: telkens opnieuw naar Adam, de naaf van het verhaal, de “eerste mens” en het alterego van de auteur.

Paradoxaal genoeg bevestigt dat de communautaire verschillen en identiteiten meer dan je zou verwachten van een auteur die (in het MO*interview) zei: ‘Ik ben ervan overtuigd dat het communautariseren van mensen een stap in de verkeerde richting is. We moeten denken in termen van burgerschap. Alleen zo voorkom je de vorming van getto’s. De diversiteit van een land, een stad, een regio mag zich niet concentreren op één plek of in één instelling, maar moet overal, gespreid terug te vinden zijn. Een school met negentig procent migratenkinderen is net zo onaanvaardbaar als een school waar migrantenkinderen niet eens de kans krijgen om hun herkomsttaal te studeren, als ze dat willen…’

‘De idee om mensen op te sluiten in hun culturele verschillen vind ik even onaanvaardbaar als gedwongen assimilatie. Ik pleit voor de vrijheid en de mogelijkheid voor iedereen om zijn of haar eigen keuzes te maken. Iedereen moet vrij en sereen kunnen leven zonder dat iemand anders hem of haar een identiteit oplegt of verbiedt. De ene wil dat de migrant zijn exotische levensstijl behoudt, de andere wil per se dat hij die overgeërgde levensstijl afzweert. Ik vind dat elk individu daarin zijn eigen keuze moet kunnen maken.’

Een leven in waardigheid

‘Europa zit vol Attila’s die graag Romeins burger willen worden en die uiteindelijk zullen veranderen in barbaarse indringers.’

Bovenstaande pleidooi had perfect in het dagboek van Adam had kunnen staan. Net zoals deze passage uit hetzelfde interview:

‘Mijn credo is dat mensen fundamenteel hetzelfde zijn, waar ze ook wonen, van waar ze ook komen. Mensen kunnen hun verlangens en hun aspiraties op heel verschillende manieren uitdrukken -en wie in wanhoop leeft doet dat soms op een onmogelijke manier- maar uiteindelijk verlangt iedereen naar een leven in vrede en streeft iedereen naar een wereld waarin kinderen naar school kunnen gaan en waarin volwassenen het geluk kunnen vinden.’

‘De voornaamste taak die politieke leiders daarbij hebben, is ervoor te zorgen dat mensen hun leven en streven in waardigheid kunnen realiseren. Dat klinkt simpel, maar in de realiteit zijn er ontelbare mensen die het zonder die waardigheid en zonder het perspectief op een betere toekomst moeten stellen. Het is echt kwestie van de muur van wanhoop rond die mensen te doorbreken, zodat ze kunnen voelen dat hard werk vooruitgang kan brengen, dat inzet zorgt voor resultaat. Dat is de beste manier om negatieve mentaliteiten om te buigen in constructief gedrag.’

In De ontheemden zegt Adam, de hoogleraar geschiedenis die een baanbrekende studie over Attila de Hun voorbereidt, het zo: ‘Attila is het archetype van de immigrant. Als ze tegen hem hadden gezegd: van nu af aan ben je een Romeins burger, dan had hij een toga aangetrokken, was hij Latijn gaan praten  en zou hij de legeraanvoerder van het Romeinse Rijk zijn geworden. Maar ze zeiden tegen hem: “Je bent een barbaar en een ongelovige!”, en toen wou hij het land alleen nog maar verwoesten… ‘

‘Europa zit vol Attila’s die graag Romeins burger willen worden en die uiteindelijk zullen veranderen in barbaarse indringers. Als je je armen voor me opent, ben ik bereid voor je te sterven. Als je de deur voor me dichtslaat, wil ik het liefst je deur en je huis verwoesten.’

In De ontheemden zegt Adam dat tegen Sémiramis, een vriendin van vroeger en de hoteluitbaatster bij wie hij zijn toevlucht buiten Beiroet zoekt. Zij is alvast bereid haar armen voor hem te openen.

De ontheemden door Amin Maalouf, De Geus. 409 pagina’s. ISBN 978 90 445 2619 6.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2388  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur