Inaya: zorgzaamheid als medicijn tegen neoliberaal cynisme

‘Mijn liefste, wij worden omringd door mensen die de hoop hebben verloren. Dat komt hard aan, vooral als het om jongeren gaat. Jongeren hebben nog een heel leven voor zich’, schrijft Bleri Lleshi in zijn nieuwe boek, Inaya. Dat boek is opgevat als een lange brief aan de dochter die Lleshi eind april verwacht.

  • CC Pablo Andres Rivera (CC BY-NC-ND 2.0) CC Pablo Andres Rivera (CC BY-NC-ND 2.0)

Gie Goris

MO*redactie
Hoofdredacteur, Azië, religie & conflict
23 maart 2017

Auteur en toekomstig vader Bleri Lleshi heeft de voorbije jaren ook Identiteit en interculturaliteit. Identiteitsconstructie bij jongeren in Brussel , De neoliberale strafstaat en Liefde in tijden van angst uitgebracht. Terwijl de Strafstaat bol stond van feiten, cijfers, statistieken en rapporten om het argument te onderbouwen, blijven die zaken in Inaya zo goed als afwezig.

In de plaats van academisch onderzoek baseert de auteur zijn argument ditmaal vooral op persoonlijke verhalen -zowel van hemzelf als van verschillende mensen die ofwel slachtoffer zijn van het dominante systeem, of er net actief verzet tegen plegen of voor deelalternatieven proberen zorgen.

Die aanpak heeft duidelijke voordelen en nadelen. Het voordeel zit in de toegankelijkheid. Een persoonlijk verhaal over discriminatie op de huurmarkt spreekt meer aan dan de zoveelste statistiek -als die over zulke problemen al bestaan. Het nadeel is dat elk getuigenis op het eerste zicht weerlegd kan worden door een tegengetuigenis. Het argument gaat, met andere woorden, veel meer leunen op de overtuigingskracht van de verteller dan op de schijnbare objectiviteit van cijfers en onderzoeken.

De wereld en de hoop

Inaya vertrekt met een overzicht van de wereld waarin Inaya geboren zal worden. Die wereld ziet er niet zo fraai uit. Lleshi waarschuwt met name voor cynisme, dat om zich heen grijpt en ontstaat uit de ervaring of de overtuiging dat gewone mensen niet langer kunnen wegen op beleid. Dat cynisme spoort met de ongelijkheid, de uitsluiting en het gebrek aan hoop dat Bleri Lleshi rondom zich ziet, en waarvoor hij zijn toekomstige dochter wil beschermen. Alleen: hij wil Inaya niet beschermen door haar af te schermen, maar net door haar te informeren.

Bleri Lleshi wil Inaya niet beschermen door haar af te schermen, maar net door haar te informeren

En die informatie is doorheen het boek altijd dubbel: enerzijds kaart Lleshi het onrecht aan, anderzijds toont hij ook mogelijke alternatieven, concrete projecten, plaatsen waar mensen niét gehinderd werden door comfortabel cynisme maar net de handen uit de mouwen steken en zo een concreet verschil maken voor medemens, planeet of maatschappij.

In het tweede hoofdstuk spit Bleri Lleshi die hoop verder uit, waarbij hij zowel oog heeft voor grote bewegingen rond figuren als Bernie Sanders en Jeremy Corbyn, maar ook voor lokale initiatieven. Dat lokale weegt in dit boek steeds duidelijker door als het niveau waarop mensen wel degelijk greep kunnen krijgen op hun onmiddellijke werkelijkheid, maar ook als de ruimte waarin ze kunnen bouwen aan druk en macht om ook op overstijgend niveau te kunnen wegen.

Roots

Het derde hoofdstuk van Inaya gaat in op een vraag die momenteel wel heel centraal staat in allerlei maatschappelijke debatten, denk bijvoorbeeld aan de dubbele nationaliteit, de rechterlijke uitspraak over hoofddoek en discriminatie op het werk ,of de religieuze feestdagen: de roots van het meisje dat nu nog veilig geworteld ligt in de baarmoeder.

Bleri zelf is afkomstig uit de Albanese Alpen, zijn vrouw is een tweede-generatie Belgische met Turkse ouders. Maar de eerste wortel die de vader ziet voor zijn toekomstige dochter, is Brussel –‘de mooiste stad der steden’. ‘Brussel is een stad zonder eigenaar’, schrijft Lleshi. ‘Wat de Brusselaars verbindt, zijn niet alleen de gelijkenissen, zoals elders in de wereld, maar ook de verschillen.’

‘Brussel is een stad zonder eigenaar. Wat de Brusselaars verbindt, zijn niet alleen de gelijkenissen, zoals elders in de wereld, maar ook de verschillen.’

Die superdiverse stad staat in schril contrast met het geïsoleerde, monoculturele Albanië waarin de auteur zelf opgroeide. Toch lijkt hij dat verleden met evenveel enthousiasme te omarmen als zijn urbane heden, net als het migrantenverleden van zijn schoonfamilie.

Dit hoofdstuk levert geen elegante theorie op over collectieve identiteiten in een vloeibare wereld van migratie, diversiteit en culturele spanningen, maar het geeft wel een eerlijk beeld van de pogingen die door de auteur en zovele anderen in zijn situatie geleverd worden om heden en verleden te verbinden om een betere toekomst mogelijk te maken. Het toont ook een oefening waarin de gelaagdheid van individuele identiteiten, zoals die opgebouwd worden in een grootstad als Brussel, in evenwicht gebracht wordt met een gehechtheid aan familiale en etnisch-culturele groepsidentiteiten.

De manier waarop Bleri Lleshi met die diverse realiteiten -die zeker zo nu en dan botsen, dat blijkt ook als hij schrijft dat er zeker ongenoegen was in de familie over gemiste bruiloften en begrafenissen, de momenten waarop wortels en banden gemaakt en gereproduceerd worden, omgaat, omschrijft hij zelf als een “best of both worlds” benadering. Hij verwijst naar de gastvrijheid en de vriendschap uit de Albanese Alpen, en naar het vrijwilligerswerk en het middenveld in België. Dat zijn zeker combineerbare praktijken.

Of een nieuwe cultuur kan ontstaan uit het individuele keuzemechanisme, is voor veel onderzoekers een ernstige vraag. Is designer-cultuur meer dan een optie voor de goed geconnecteerde en sociaal mobiele stedelijke middenklasse? Veel van de ervaringen die jongerenwerker Lleshi opdoet, en die hij ook al kent uit zijn academisch onderzoek, lijken daar minstens vragen bij te stellen.

Waarde en normen

Het slothoofdstuk gaat onder de titel Je plek in de wereld. Daarin formuleert Bleri Lleshi de kernwaarden die hij en zijn vrouw aan hun toekomstige dochter willen meegeven. Een korte opsomming doet die waarden en de benadering niet echt recht, omdat het dan overkomt als een serie vage en goedbedoelde, maar wellicht onpraktische begrippen: goedheid, multigelovig, rechtvaardigheid, verbondenheid en zorgzaamheid.

Het is best moedig voor iemand die zich resoluut aan de linkerkant van het politieke spectrum plaatst om duidelijk te kiezen voor zachte waarden

Het is best moedig voor iemand die zich resoluut aan de linkerkant van het politieke spectrum plaatst om duidelijk te kiezen voor zachte waarden en voor een lokale, stapsgewijze praktijk van goed doen in plaats zich te beperken tot de veiligheid van een louter afwijzen van het verdrukkende systeem. Maar het is ook kwetsbaar, natuurlijk, zelfs als er concrete voorbeelden van sociale praktijk gegeven worden.

Iemand reageerde op een recent interview van Lleshi over dit boek dat hij eerst dacht dat Wouter Beke aan het woord was. Bedoeld werd: dat het allemaal nogal prekerig overkwam. Dat is zeker een gevaar dat in het boek aanwezig is. De briefstijl maakt veel ruimte voor persoonlijke ervaring en overtuiging, terwijl de wetenschappelijke onderbouw of de kritische analyse wat achterwege blijft. Het lijkt me een aandachtspunt voor een volgend boek.

Anderzijds is het te makkelijk om elke oproep voor verbinding, goedheid en liefde weg te zetten als tsjeventaal. Verzet tegen de kapitalistische uitbuitingsmachine is tenslotte toch bedoeld om de menselijkheid van elk individu én van de menselijke relaties opnieuw kansen te geven, toch?

De vader, zijn dochter en de jeugd van tegenwoordig

Ten slotte. Overtuigt de format (de brief van een vader-in-verwachting aan zijn dochter-op-komst)? Zelf ben ik geen echte liefhebber. Ik vind dit, in tegenstelling tot andere recensenten blijkbaar, geen ontroerend boek en de voortdurende herhaling van “mijn liefste” overtuigt mij niet dat het echt om een gesprek van een vader met zijn (toekomstige) kind gaat.

Het is een eerlijk en een noodzakelijk boek, waarin jongeren op heel toegankelijke manier verteld wordt in welke wereld ze leven, hoe ze kunnen omgaan met de diversiteit in hun eigen bestaan, hoe er ondanks alles hoop is

Ik lees eerder een jongerenwerker die tot zijn zestien tot twintigjarigen in 2017 praat. En dan is het een eerlijk en een noodzakelijk boek, waarin jongeren op heel toegankelijke manier verteld wordt in welke wereld ze leven, hoe ze kunnen omgaan met de diversiteit in hun eigen bestaan, hoe er ondanks alles hoop is op voorwaarde dat mensen zelf iets doen -hoe klein ook-, en wat de morele fundamenten zijn van menselijk handelen.

Als ik het boek zo lees, valt ook de soms grote verwachtingsdruk weg die de vader op zijn dochter legt, ook al herhaalt hij na elke ‘ik hoop dat je’ ritueel dat ze zelf haar keuzes zal moeten en mogen maken. In de relatie begeleider-jongere functioneert het expliciet affirmeren van waarden, eigen ervaringen en successen veel vrijer dan in de relatie ouder-kind.

Bleri moet dat natuurlijk nog leren, en ik ben ervan overtuigd dat hij over tien jaar een ander soort boek zal schrijven, als hij de intense emoties (liefde, angst, twijfel, wroeging, vreugde, trots, pijn) van leven met echt nageslacht ervaren heeft. En als hij zijn welgemeende intenties om er echt te zijn als vader heeft moeten proberen combineren met zijn werk als lesgever aan een hogeschool, jongerenbegeleider in Brussel, world beat disk jockey, auteur en spreker van Peutie over Zwevezele tot Genoelselderen.

P.S. De naam Inaya is niet zomaar gekozen omwille van de helder klinkende klanken, maar ook omwille van de betekenis die het woord in het Arabisch en het Swahili heeft. Op de vraag waarom de ouders die naam kozen, antwoordt Lleshi: ‘Mijn vrouw was daar duidelijk in: dit was de naam.’ Maar Inaya is ook een van de kernwaarden die Bleri als fundamenteel vooropstelt. Welke? Dat leest u in het boek.

Inaya. Brief aan mijn kind door Bleri Lleshi is uitgegeven door Epo. 212 blzn. ISBN 978 94 6267 0990

LEES OOK

Lou Gold (CC BY-NC 2.0)
Een onderzoeksrapport van Greenpeace brengt aan het licht hoe Belgische importeurs zich bevoorraden met illegaal hout uit Brazilië.
SP Groningen (CC BY-NC-ND 2.0)
Maak kennis met Gastvrij Netwerk vzw, de koepel van autonome lokale vrijwilligersorganisaties met een hart voor vluchtelingen in Vlaanderen en Brussel.
Steffen Boelaars (CC BY-NC-ND 2.0)
In een scherpe column (‘Leer je talen, vreemdeling!’) maakte Walter Zinzen brandhout van het idee om anderstaligen naast de standaardtaal ook tussentaal of dialect bij te breng
(c) Kathleen Vinck
‘We slaapwandelden de Eerste Wereldoorlog in.’ Die dominante visie op het begin van de Grote Oorlog klopt niet, zegt de Indiase auteur Pankaj Mishra.

Meest recent van Gie Goris

CC IOM (CC BY-NC-NA 2.0)
De belangrijkste opdracht voor 2018: een wereldwijd verdrag over migratie
Binnen de Verenigde Naties wordt gewerkt aan twee nieuwe, mondiale verdragen: eentje over vluchtelingen, en ander over migranten.
CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)
‘De stad leeft in haar publieke ruimte -soms als ontmoeting, soms als conflict’
MO* sprak met Joan Clos, directeur van UN Habitat, over het belang van steden en openbare ruimte voor migranten.
© Marco Delogu
Jhumpa Lahiri: ‘In een eentalig universum bekijk je de wereld door één oog. Je mist perspectief.’
Als kind voelde Jhumpa Lahiri zich vaak een soort alien, zowel in Rhode Island als in Calcutta, de twee polen in haar leven.
2 miljoen gastarbeiders in Qatar profiteren van conflict met Saoedi-Arabië
Vorige week sloten Qatar en de Internationale Arbeidsorganisatie een akkoord af waardoor de 2 miljoen migrantenarbeiders in de kleine Golfstaat eindelijk rechten en betere werkomstandigheden krijge