Lees mondiaal

Literaire tips om 2021 door te komen (of om je geliefden daarbij te helpen)

Goede voornemens, lockdownverveling of te veel tijd om te temmen: alle redenen zijn goed om ook dit jaar een boek open te slaan. Oud-hoofdredacteur Gie Goris deelt alvast graag de schoonheid, beklemming en verhelderende inzichten die hij in deze boekenstapel vond. Steek de lichtjes aan, schenk nog een glaasje wijn in, lees, en geniet.

Nu we met zijn allen alleen de donkerste dagen door komen, zijn de werelden van de literatuur en non-fictie uitstekende intellectuele knuffelcontacten. Als u zich afvraagt: wat zouden we kunnen lezen, of welke boeken kunnen we onze geliefden schenken in 2021, dan krijgt u hierbij een leeslijstje van Gie Goris.

Van Revolusi en Schipbreuk der beschavingen, over Apeirogon en De Drie Rivieren, De knikkers van Qadir en Over Time and Water, tot Het moois dat we delen, Het verre veld en 10 minuten en 38 seconden in deze vreemde wereld.

“De drie rivieren” (Alfred Birney)

Alfred Birney werd plots wereldberoemd in de Lage Landen door zijn Tolk van Java, zijn niets ontziende zoektocht naar het oorlogsverleden van zijn Nederlands-Indische vader en het gewelddadige verleden van Nederland in Indonesië. Het familiale verleden is ook de rode draad die de verhalen in De drie rivieren bindt. De drie verhalen verschenen apart een decennium geleden, maar hun bundeling creëert de meerwaarde dat de teksten met elkaar in gesprek gaan en dat de zoektocht naar verleden en identiteit de verschillende lagen ervan over elkaar laat schuiven binnen eenzelfde omslag.

‘Dàt is dus waar het om gaat: op je plaats blijven en tegelijk blijven stromen.’

Birney is een schoolvoorbeeld van iemand met een complexe achtergrond (Schots, Nederlands, Indonesisch) en een verlangen om aan de hand van dat ingewikkelde verleden zichzelf beter te leren kennen en te kunnen situeren in het heden. In Rivier de Lossie trekt hij naar Schotland, in Rivier de IJssel is Deventer de plaats van het zelfonderzoek, in Rivier de Brantas belandt de schrijver in Java – ‘voor mij het symbool van alles wat er in een mensenleven mis kon gaan’. Maar elke plek is dubbel: in Elgin blijken Birneys voorouders ouder dan Schots, en daar begint de link met Nederland. In Deventer wordt het verhaal zowel Chinees als Nederlands en op Java knopen de Indische en Indonesische wortels zich in de Nederlandse, Chinese en Schotse.

‘Weet je wat het is met rivieren?’, vraagt Birney’s ik-persoon aan de oever van de IJssel aan een onbekende neef van hem. ‘Ze migreren niet. Ze raken vervuild, vergiftigd, drogen uit, lopen weer vol, stromen over, wat dan ook, maar ze blijven op hun plaats. Het mysterie is dat ze stromen. Dàt is dus waar het om gaat: op je plaats blijven en tegelijk blijven stromen.’ Niet overal zijn De drie rivieren zo zen, maar elk verhaal combineert zelfrelativering met fundamentele inzichten in de relatie tussen het individu en zijn gelaagde verleden. Wie over identiteit wil meedenken in deze tijden van mondiale migratie en post-koloniale verwarring, kan moeilijk rond deze drie novelles die nu gebundeld zijn.

De drie rivieren door Alfred Birney is uitgegeven door De Geus. 313 blzn. ISBN 978 90 445 4395 7

***

“Het moois dat we delen” (Ish Ait Hamou)

Literatuur is een empathische vorm van onderzoek naar de concrete mens in specifieke omstandigheden en tijden, in de hoop iets universeels te vertellen en daardoor op het spoor van een waarheid te komen die de journalistiek over het hoofd ziet. Ish Ait Hamou doet dat voorbeeldig in Het moois dat we delen.

Wat onderzoekt hij? De vraag hoe we in de wijken van onze grootsteden omgaan met diversiteit, de dreiging van islamistisch terrorisme, angst en eenzaamheid. Dat is een wat eigenzinnige opsomming (niet opgeschreven door Ait Hamou, maar door mezelf), maar ze geeft meteen aan dat de blik van de romanschrijver breder gaat dan die van de radicaliseringsambtenaar, de dagbladjournalist, laat staan de politieke opportunist die in aanslagen een opportuniteit ziet om zijn of haar eigen ideologie te promoten.

Niet iedereen oordeelt en veroordeelt op dezelfde manier – dat is de hoopvolle ondertoon in dit verhaal.

Of de wijk waarin het verhaal zich afspeelt het Antwerpse Kiel of Sint-Niklaas, Mechelen of Molenbeek is, maakt niet uit. Het zijn de mensen die centraal staan: Soumia, Luc, Hassan en de anderen.

Soumia is de ene pool van dit diepmenselijke drama: ze raakte stoemelings bij een terroristische actie betrokken en moet daardoor helemaal alleen de scherven van haar bestaan oprapen en proberen lijmen. Alhoewel, niet iedereen oordeelt en veroordeelt op dezelfde manier – dat is de hoopvolle ondertoon in een verhaal dat de mogelijkheid om het extern opgepookte wantrouwen te overstijgen voor de rest allesbehalve overschat. Luc, de oudere witte wijkbewoner, is de tegengestelde pool. Hij leeft met een etterend verlies dat hem, ondanks de toevallige en aangename ontmoeting met Soumia, vervreemdt van iedereen die aan haar of andere migranten doet denken.

Het is verfrissend dat Ait Hamou zijn empathie gelijk lijkt te verdelen over de meeste protagonisten. Hij kiest geen partij voor – en al zeker niet tegen – iemand, zijn enige keuze in dit mooie en uitgepuurde verhaal is er een voor de mogelijkheid om samen te leven. Ook na de aanslagen van 22 maart, ook in steden en straten waar het wantrouwen heerst, ook in geschonden en gebroken levens. En toch krijg je nooit het gevoel dat Het moois dat we delen een wensdroom is die zich loszingt van het ware leven. Neen: dit is het leven, of zo kan het echt zijn. Dat geloof je aan het einde van dit beklijvende verhaal.

Het moois dat we delen door Ish Ait Hamou is uitgegeven door Angèle. 270 blzn. ISBN 978 90 223 3695 3

***

“Apeirogon” (Colum McCann)

Is het een roman? Is het een non-fictie essay? Is het een persoonlijk getuigenis? Is het een politiek traktaat? Is het een druppel of is het de oceaan? Het antwoord is de titel: het is Apeirogon: een vorm met een telbaar oneindig aantal zijden.

Colum McCann levert met deze roman-gebaseerd-op-echte-levens(-en-verliezen) een overrompelende literaire prestatie. Fragment na fragment, associatie na associatie en zin na zin druppelt het verhaal van Bassam Aramin en Rami Elhanen, en van hun respectievelijke dochters Abir en Smadar, binnen. Tot zelfs het uit arduin vervaardigde cynisme van de westerse lezers uitslijt om plaats te maken voor wat deze mannen beweegt: het verdriet om de gewelddadige dood die hun dochters wegrukte voordat ze het leven met beide handen konden vastpakken.

Ondanks het feit dat Abir gedood werd door de kogels van het Israëlische leger en Smadar omkwam bij een zelfmoordaanslag van Palestijnse militanten, besluiten de Palestijnse Bassam en de Israëlische Rami dat er alleen een einde kan komen aan het zinloze geweld als ze elkaar als mens kennen, erkennen en respecteren. Ze trekken van stad naar stad en van land naar land, om telkens hetzelfde verhaal te vertellen: ‘Mijn naam is Rami Elhanan. Ik ben de vader van Smadar …’ of ‘Mijn naam is Bassim Aramin. Ik ben de vader van Abir …’

Er is niet één perspectief, niet één verhaal, niet één waarheid. Er zijn een oneindig aantal facetten aan dit conflict.

De kaleidoscopische manier waarop McCann dit verhaal vertelt maakt de vorm bijna congruent met de inhoud: er is niet één perspectief, niet één verhaal, niet één waarheid. Er zijn een oneindig aantal facetten aan dit conflict en aan de levens van mensen die erdoor vermalen worden, en die mogelijkheden moeten we proberen tellen willen we ooit de onmenselijkheid vervangen door gedeelde beschaving.

De auteur put uit alle vaten kennis die hij ter beschikking heeft, van ornitologie over klassieke muziek tot Griekse mythen, en alles wat zich daartussen kan bevinden. Als er een Grieks koor in de coulissen van dit drama staat, dan valt het om de zoveel bladzijden in met een donker en bezwerend: ‘Stop de Vernederzetting!’

Apeirogon is intens en vaak beklemmend. En dat is de bedoeling, dat voel je. Want ook de realiteit is dat. Verplichte lectuur voor iedereen die nog iets wil zeggen over het Midden-Oosten, over Israël en de Palestijnse strijd, over oorlog en vrede, over de mens waar gij nooit aan uit zult kunnen.

Apeirogon door Colum McCann is uitgegeven door De Harmonie. 514 blzn. ISBN 978 94 6336 085 2

***

“Schipbreuk der beschavingen” (Amin Maalouf)

Amin Maalouf is een schrijver die niet alleen boeit met zijn afwisselend historische en persoonlijke romans, hij speelt ook een belangrijke rol in het Franstalige maatschappelijke debat met zijn essays. Met Moordende identiteiten zette hij in 1998 al het thema van identiteitspolitiek en communautarisme op de agenda. Met De ontregeling van de wereld (2009) schreef hij een scherpe kritiek op de neoliberale post-Koude-Oorlogwanorde die de wereld steeds meer geweld bracht. En nu is er Schipbreuk der beschavingen. Dat boek verscheen in het jaar dat hij zeventig werd en is dan ook opgebouwd aan de hand van persoonlijke ervaringen. Het zijn geen memoires, het is gepersonaliseerde geschiedschrijving, en daardoor net zo verhelderend.

Als ik zeg dat de toon van de titels er alleen maar donkerder en pessimistischer op lijkt te worden, antwoordt Maalouf dat de drie essays inderdaad vertrekken van eenzelfde kijk op de wereld, maar dat ze geschreven zijn met een gevoel van onbehagen dat telkens toeneemt. ‘In zowel Moordende identiteiten als in De ontregeling van de wereld signaleerde ik verontrustende tendensen, in Schipbreuk der beschavingen stel ik vast dat de boot waarop we zitten op het punt staat te vergaan.’

In de Schipbreuk vertelt Maalouf eerst over het einde van het levantijnse ideaal en de koloniale trauma’s, waarna hij documenteert hoe de Levant af te rekenen kreeg met een falend Arabisch nationalisme en met opkomend islamisme. Dat brengt hem naar 1979, ‘het jaar van de grote ommekeer’.

Na het einde van het levantijnse ideaal en de koloniale trauma’s, krijgt de Levant af te rekenen kreeg met een falend Arabisch nationalisme en met opkomend islamisme.

Zelf heb ik 1979 vaak omschreven als het jaar waarin God zijn comeback maakt op het toneel van de wereldpolitiek. Maalouf is het eens met die omschrijving, en somt een serie gebeurtenissen op om dat te illustreren: de Iraanse revolutie in januari, de start van de oorlog in Afghanistan eind december, de aanval op Mekka door gewapende militanten in november, de staatsgreep in Pakistan door de islamistische generaal Zia ul-Haq in april. En hij neemt er enkele gebeurtenissen uit 1978 bij, zoals de verkiezing van de Poolse kardinaal Karol Woytila tot paus Johannes-Paulus II. Maar Maalouf stelt niet alleen de opkomst van de politieke islam vast, hij wijst ook op de doorbraak van het neoliberalisme met de verkiezing van Margaret Thatcher.

Over die samenloop van gebeurtenissen zegt hij: ‘Je kan niet over een causaal verband spreken, toch denk ik dat het evenmin over volkomen toeval gaat. Maar dan moet er minstens één verbindend element te vinden zijn. Volgens mij was dat een dubbele realiteit in de Sovjetunie en haar invloedssfeer. Enerzijds werd duidelijk dat het Sovjetsysteem onbekwaam was om de politieke en economische verwachtingen van mensen en landen in te lossen. Anderzijds was de Sovjetunie nog nooit op zoveel plaatsen actief geweest, gestimuleerd door de successen in de Indochinese oorlogen tegen de Verenigde Staten. De Sovjetunie was, met andere woorden, tegelijk in volle expansie en in volle crisis. Die enorme kwetsbaarheid werd langs religieuze – christelijke én islamitische – kant benut door conservatieve krachten, en langs economische zijde deed Thatcher in wezen hetzelfde.’

Een boek dat geen moeite doet om de lezer te behagen, maar wel zo’n rijkdom aan kennis en inzicht meegeeft in de grondoorzaken van de mondiale malaise, dat je er toch opgewekt van wordt.

Schipbreuk der beschavingen door Amin Maalouf is uitgegeven door Davidsfonds / Standaard Uitgeverij. 271 blzn. ISBN 978 90 02 26922 6

***

“Revolusi” (David Van Reybrouck)

Het is nauwelijks nog nodig Revolusi te introduceren. Maar voor de volledigheid en voor wie het laatste kwartaal van 2020 op intensieve zorgen moest doorbrengen: Revolusi vertelt het verhaal van de Nederlandse koloniale bezetting en uitbating van de Indonesische archipel en vervolgens het verhaal van het Indonesische verzet en de uiteindelijke onafhankelijkheid, uitgeroepen in 1945 en door Nederland erkend in 1949.

Die samenvatting doet onrecht aan het boek. Want Revolusi is geen saaie geschiedenisles, het gaat niet enkel over vroeger of ginder, het is veel meer dan een chronologie. Zoveel te verder je vordert in het boek, zoveel te duidelijker wordt het dat het verleden zo zwaar weegt, dat het heden er niet onderuit komt – ook niet als een van de partijen het probeert te vergeten, minimaliseren of vergoelijken.

Je kan het belang van Indonesië niet overschatten. Hetzelfde geldt voor de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.

Je kan het belang van Indonesië moeilijk overschatten. Dat blijkt in de openingspagina’s van Revolusi, en elk boek of dossier dat Indonesië tot onderwerp heeft, moet dat telkens weer herhalen. De vierde grootste bevolking ter wereld met 270 miljoen inwoners. De grootste moslimbevolking ter wereld: 88 procent is moslim. De derde grootste democratie ter wereld, na India en de Verenigde Staten. De tiende economie ter wereld volgens een rapport van de Wereldbank in mei 2014. De belangrijkste zeeroute voor de wereldhandel ligt in de Straat van Malakka: een kwart van de wereldhandel passeert hier tussen Indonesië en Maleisië. De grootste archipel ter wereld, met 18.307 eilanden (waarvan 6000 bewoond) met een landoppervlakte van 1,91 miljoen vierkante kilometer en zes zeeën die samen meer dan 3 miljoen vierkante kilometer wateroppervlakte tellen.

Hetzelfde geldt voor de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd: je kan het belang daarvan voor de rest van de wereld niet overschatten. Van Reybrouck centreert dat belang rond de Azië-Afrika Conferentie in Bandung, april 1955. ‘Hier werden geen grenzen getrokken of territoriale afspraken gemaakt, maar nieuwe dynamieken ontketend, over de landsgrenzen heen.’ In hoofdstuk 15 van Revolusi argumenteert hij uitgebreid hoe de geest van Bandung het ene na het andere continent zou veranderen. Hij speculeert daarbij niet louter, hij citeert de helden van de Arabische en Afrikaanse anti-koloniale strijd, maar ook Europese coryfeeën uit die tijd. Bijna terloops merkt Van Reybrouck op dat het Europese project niet gebaseerd was op post-koloniaal denken, maar op laat-koloniaal denken: Europese samenwerking moest de koloniale aanspraken vrijwaren tegenover de geest van Bandung. Het is een uitdagende stelling die op zich ook een nieuw boek vraagt: de recente geschiedenis van Europa als reactie op opkomende machten en uitdagingen. Het zou een welgekomen nuance zijn op het zelfbeeld van een Europa dat soeverein beslist welke kant het uitgaat, en daar vervolgens de rest van de wereld in meeneemt.

Revolusi is, kortom, in elk hoofdstuk en bij elke historische wending, een vernieuwend boek dat een Europees koloniaal verhaal vertelt zonder zich te bekommeren om de impact op het nationale zelfbeeld van de koloniserende macht. Iets meer consideratie wordt opgebracht voor de impact op het Indonesische zelfbeeld, maar nergens leidt het tot onkritische geschiedschrijving. Het boek zal voor tienduizenden Vlamingen een panoramisch venster openen op een geschiedenis die ze niet kennen en voor Nederlanders zal de spiegel waarin ze kijken minder comfortabele vervormingen of witte vlekken bevatten. Revolusi toont daarmee opnieuw aan dat David Van Reybrouck een noodzakelijke auteur is in deze Lage Landen, en dat (zijn) boeken doen wat geen enkel ander medium even goed kan: inzicht verschaffen, vragen stellen, feiten verzamelen, mensen aan het woord laten, en verbanden leggen waar ze tot nu ontbraken.

Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld door David Van Reybrouck is uitgegeven door De Bezige Bij. 637 blzn. ISBN 978 94 031 8340 4

***

“On Time and Water” (Andri Snaer Magnason)

De IJslandse bestellerauteur Andri Snaer Magnason legt de lat hoog voor dit boek: hij wil schrijven over het onbeschrijfbare. Of beter: hij probeert de woorden die we intussen bijna dagelijks gebruiken (of zouden moeten gebruiken) zoals “smeltende gletsjers”, “verzuurde oceanen” of “klimaatcrisis” te vullen met een bevatbare betekenisvoor onze breinen die eigenlijk niet uitgerust zijn om de abstracte massaliteit van wat op ons af komt te voelen en te begrijpen.

Magnason bouwt het meeslepende boek op door terug te grijpen in zijn eigen geschiedenis en vooruit te kijken op zijn eigen verre toekomst. Daarmee spant hij een tijdlijn tussen zijn groot- en overgrootouders en zijn eigen kinderen en kleinkinderen. Hij neemt de lezer mee naar de witte ijsvlakten van zijn eigen IJsland, maar ook naar de hoge gletsjers van de Himalaya, de vochtige habitats van speciale krokodillen- en alligatorsoorten. En hij verbindt de allesoverheersende klimaatcrisis met de onderliggende economische oorzaken en verwoestende ecologische gevolgen – die niet alleen in het lexicon van de klimaatactivisten of -conferenties thuishoren, maar ook in het begrippenarsenaal van natuurliefhebbers en biodiversiteitsconferenties.

Magnason toont hoe ecologische veranderingen niet langer op een geologische tijdsschaal plaatsvinden, maar imploderen tot bruuske veranderingen binnen één mensenleven.

Wat On Time and Water zo bijzonder maakt, is dat de auteur de wonderlijkste verbanden ziet of suggereert tussen Tibetaans boeddhisme en IJslandse mythen, waarmee hij in elk geval een abstracte idee als mondiale verwevenheid heel concreet maakt, en bovendien terugvoert naar tijden die intussen diep in de mist van de geschiedenis verdwenen zijn.

Mondialisering is geen recent fenomeen, het is een fundamenteel gegeven voor het leven dat op één aarde ook altijd samen zal overleven, of ten onder gaan. Magnason toont ook aan hoe de ecologische veranderingen niet langer op een geologische tijdsschaal plaatsvinden, maar imploderen tot bruuske veranderingen binnen één mensenleven. Hoe beangstigend dat is, blijkt wel uit zijn verhaal. Maar of dat ook tastbaar wordt voor de lezer die zich niet op smeltende gletsjers begeeft, maar het boek bij de ronkende verwarming leest, is niet zeker. Dat het boek een absolute aanraders is, is dat wel.

Magnason rondt zijn boek af met de vraag of de COVID-19-crisis van 2020 ons iets leert over de manier waarop de mensheid de klimaatcrisis kan of moet aanpakken. Hij twijfelt, terecht. We zullen de klimaatcrisis als een eigen en allesomvattende uitdaging moeten proberen begrijpen, in de hoop dat we er dan tijdig naar gaan handelen.

On Time and Water door Andri Snaer Magnason is uitgegeven door Serpents Tail. 347 blzn. ISBN 978 1 788 1655 18

***

“De Knikkers van Qadir” (Qadir Nadery en Leo Bormans)

Eind december staat de teller van de Afghaanse wereldoorlog op 42 jaar. Sinds 1979 zijn Moskou, Washington, Evere, Islamabad, Riyad, Teheran, Beijing, New Delhi, Brussel en tal van andere hoofdsteden op Afghaans grondgebied verwikkeld in een schimmige maar dodelijke strijd om macht, invloed en controle. Toch blijven zowel het land als zijn diverse bewoners in onze media en verbeelding opgesloten in altijd dezelfde clichés, ééndimensionele vooroordelen en versimpelingen. Dat gebrek aan kennis en begrip resulteerde in een grotendeels nutteloos militair engagement in NAVO-verband, maar ook in een hard bureaucratisch asielbeleid tegenover de Afghanen die tot op Belgisch grondgebied raken.

Oorlog speelt zich altijd af midden de levens van reële mensen. Zij dromen en vrezen, maken plannen en ruimen de brokstukken op, ze hebben lief en moeten afscheid nemen.

De knikkers van Qadir, geschreven door Leo Bormans en Qadir Nadery, maakt komaf met het cliché. Het verhaal vertelt op indringende wijze en tot in tastbare details wat het leven in Afghanistan in petto had voor Qadir, die volgens het relaas volgend jaar veertig wordt. Een leven dat begon toen de moedjahedien streden tegen de Sovjetbezetting, een jeugd tijdens de gruwelijke burgeroorlog, een volwassen leven dat opgebouwd wordt onder NAVO-curatele en onder de dreiging van een groeiende Taliban-opstand.

Het getuigenis van Qadir geeft toegang tot de beleving van een Afghaanse man, een Afghaanse familie, een Afghaans leven. Dat alleen al maakt De knikkers van Qadir een must read voor iedereen die iets over deze oorlog – of over oorlog in het algemeen – wil zeggen. Want oorlog speelt zich altijd af midden de levens van reële mensen. Zij dromen en vrezen, maken plannen en ruimen de brokstukken op, ze hebben lief en moeten afscheid nemen, ze ondernemen, gokken, verliezen, en blijven proberen.

Het tweede deel van het boek verhaalt de onvermijdelijke vlucht uit Afghanistan, met alle onzekerheid en met onherstelbaar verlies en lijden tot gevolg. Maar ook al helen de littekens van het vertrek nooit, toch lijkt de hemel boven het gezin van Qadir op te klaren eenmaal ze aangekomen zijn in België. Er zijn nog wolkjes – onder andere de vaststelling dat ze wel de oorlog, maar niet de etnische vooroordelen van de Afghaanse Pasjtoenen tegen de Hazara kunnen ontvluchten – maar de veerkracht van Qadir, Salima, Nargis en Soraya is zo groot dat je als lezer opgelucht begint te ademen.

Te vroeg, zo blijkt al snel. Want het asielbeleid in België wordt strenger en moet mensen afschrikken. De sfeer in een nieuw opvangcentrum wordt vijandig en het gevecht met de bureaucratie uitputtend. Ook dit hele deel van het verhaal is zo concreet en met oog voor detail en doorleefde ervaring opgeschreven, dat het de lezer wel moét raken. Het contrast tussen de negatieve beslissingen van de Belgische asielinstanties met het leven dat je als lezer doorvoeld hebt gadegeslagen is confronterend en zet aan tot een grondige bezinning over de procedures waarmee asielzoekers af te rekenen hebben.

De knikkers van Qadir is een noodzakelijk boek in een tijd waarin de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens – die Qadir uit het hoofd leert als hij ze in Europa ontdekt – opzijgeschoven wordt ten voordele van een kille ideologie die een wij tegenover een zij creëert en cultiveert. Het is een boek dat op elke bladzijde menselijkheid en waardigheid ademt, ondanks de onuitputtelijke aanslagen op net die kernwaarden. Het is een boek dat een vader en zijn gezin een menselijk gelaat en een menselijk verhaal geeft, en dat toont dat zijn vaderland een menselijke geschiedenis heeft.

De knikkers worden aangekondigd als ‘het waargebeurde verhaal van een vader op de vlucht’. Je hebt als lezer niet de mogelijkheid om dat verhaal op zijn waarheidsgehalte te toetsen, en dus vraagt dit getuigenis de overgave van de lezer op eenzelfde manier als een roman dat vraagt. Als lezer ben je tenslotte ook niet De Grote Portier, zoals Qadir de asielinstanties noemt. Het getuigenis opent de mogelijkheid tot empathie, tot meeleven met wat miljoenen mensen dagelijks meemaken. Het volstaat dan ook niet één verhaal te lezen om de complexe realiteit van vluchten, asiel en migratie te begrijpen.

De Knikkers van Qadir door Qadir Nadery en Leo Bormans is uitgegeven door Lannoo. 335 blzn. ISBN 978 90 014 6966 1

***

“Het verre veld” (Madhuri Vijay)

Het conflict om Kasjmir is een van de langst lopende conflicten in de wereld: sinds eind 1948 zijn Pakistan en India, én de inwoners van het gebied zelf, verwikkeld in een strijd om het enorme gebied in de Himalaya. Dat heeft geleid tot oorlogen, opstanden, aanslagen, verraad en onnoemelijk veel verlies aan mensenlevens. Je zou denken dat een smeulend en opflakkerend conflict in een gebied dat tot ieders verbeelding spreekt intussen ook een hele Shakespeare aan politieke en menselijke literatuur heeft opgeleverd, maar dat is niet het geval. Daarom is het zo goed dat ook de Nederlandstalige lezer nu The Far Field (Het verre veld) van Madhuri Vijay kan lezen.

Het verre veld situeert zich in India en het perspectief van het verhaal draait maar stapsgewijs in de richting van Kasjmir. Daarmee weerspiegelt de roman de realiteit: de meeste Indiërs hebben geen besef van wat er zich in de noordelijke deelstaat afspeelt en als ze het van de commerciële media moeten hebben, leren ze ook niets anders bij dan dat het verzet van de Kasjmiri’s gesteund wordt door aartsvijand Pakistan.

Shalini, het centrale personage in deze roman, leeft met haar upper class ouders in Bangalore, in het zuiden van India. Het is pas na haar moeders’ dood dat ze op zoek gaat naar de kasjmierverkoper die zo vaak aan huis kwam en haar moeder zo beroerde. De lezer ontdekt de realiteit van een bezet en gemilitariseerd Kasjmir door de ogen en via de zoektocht van Shalini naar de familie van Bashir Ahmed, hoog in de bergen.

Shalini verlaat even haar comfortabele leven, komt terecht in een smerig conflict, en keert daarna filosoferend terug naar huis.

Ik moet toegeven dat oorspronkelijke enthousiasme over – eindelijk – een roman met Kasjmir als onderwerp geleidelijk omsloeg in teleurstelling en zelfs irritatie. Wat begint als een slimme weerspiegeling van het Indiase perspectief, verzandt in bijziendheid en upper class centrisme.

We kennen in de westerse literatuur (en zeker in de film) talloze voorbeelden van verhalen over conflicten in Verwegistan die verteld worden via de beleving van de witte reporter ter plaatse, omdat uitgevers en producenten geloven dat de lezer zich niet met de echte Andere kan identificeren, tenzij er een intermediair optreedt, een “ontdekker” die op de lezer lijkt. Dat fenomeen weegt ook op Het verre veld. De intermediair is hier geen witte westerling, maar een Indiase die even haar comfortabele leven verlaat en terechtkomt in een smerig conflict, daar eerder meer miserie veroorzaakt dan begrip opbrengt voor de strijd die gaande is, en daarna filosoferend terugkeert naar Bangalore. De luxe van een beetje politieke betrokkenheid, ma non tropo!

Omdat er zo weinig Indiase literatuur vertaald wordt en er bijna niets over Kasjmir verschijnt, wil ik deze roman toch aanraden. Maar dan wel met het hierboven aangegeven voorbehoud.

Het verre veld door Madhuri Vijay is uitgegeven door Meulenhoff. 480 blzn. ISBN 978 90 290 9343 9

***

“10 minuten 38 seconden in deze vreemde wereld” (Elif Shafak)

Dat Elif Shafak de kosmopolitische tradities van de Turkse literatuur verderzet en naar nieuwe hoogten stuwt, is duidelijk. Dat ze daarvoor de vrijheid van de Europese steden gebruikt omdat zelfs Istanboel dat vandaag niet meer garandeert, is haar gegund – maar het is jammer voor al wie in Turkse steden woont, leeft of schrijft.

De opdracht van de jongste roman van Shafak is dan ook een uitdaging aan de powers that be: ‘Voor de vrouwen van Istanboel en voor de stad Istanboel, die altijd al een vrouwenstad is geweest.’

De vrouwen van Istanboel die deze 10 minuten en 38 seconden bevolken, zijn vrouwen aan de rand (van de stad, van een zenuwinzinking, van een nieuwe tijd). Dat wordt meteen duidelijk wanneer Shafak haar hoofdpersonage introduceert in het eerste hoofdstuk met als terechte titel Einde. ‘Haar naam was Leila. Tequila Leila.’

De straat waarin Leila werkt en leeft is een vrijplaats voor prostitués, transseksuelen, pooiers en schimmige klanten, voor ontucht, grensoverschrijdend leven, tragiek en ondankbare diensten. Shafak heeft haar research goed en grondig gedaan, of haar verbeelding is scherper dan ooit. In elk geval leest haar verhaal op heel wat momenten eerder als een uitstekende reportage dan als een roman.

De macht wreekt zich altijd op de vrouwen, en gebruikt de gebroken lichamen daarna nogmaals om zich te affirmeren.

Gaandeweg pelt Shafak de ene na de andere laag van het bestaan van Leila en haar beste vrienden af. Osman die Nalan wordt, Jamilla uit Somalië, Zaynab met een groeibeperking, Hollywood Huleyra, D’Ali de militant… Doorheen de minuten en seconden die aftellen naar het einde, wordt ook duidelijk waarom elk van die excentrieke Istanboeli’s in de roze gloed van de hoerenbuurt terechtgekomen zijn.

Het zijn doorgaans verhalen van misbruik die toegedekt worden door goed fatsoen en religieuze tradities. Maar er zijn ook verhalen van misbruik, politieke connecties en hard kapitalisme. Elif Shafak spaart de huidige machtsconstellatie met haar hypocrisie evenmin als de dorpse tradities uit het verleden. De macht wreekt zich altijd op de vrouwen, en gebruikt de gebroken lichamen daarna nogmaals om zich te affirmeren.

Toch is dit geen activistische roman. Daar lenen de mensen in de rand zich niet zo makkelijk toe. Ze zijn geen helden, maar net dat maakt hen menselijk. Het is Shafaks verdienste dat ze die menselijkheid in alle waardigheid neerzet en verdedigt. Tegen het misbruik van een patriarchale maatschappij, maar ook tegen het voyeurisme van de lezer.

10 minuten en 38 seconden in deze vreemde wereld door Elif Shafak is uitgegeven door Nieuw Amsterdam. 320 blzn. ISBN 978 90 468 2660 7

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3099   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur