Tutu Puoane en Brussels Jazz Orchestra brengen eerbetoon aan Martin Luther King

We have a dream: universele mensenrechten in 2018

© Marco Mertens

Brussels Jazz Orchestra en Tutu Puoane

2018 is zwanger van de verjaardagen. De vijftigste verjaar van het magische 1968 zal de maand mei ongetwijfeld beheersen, maar daarvoor is er de vijftigste verjaardag van de moord op Martin Luther King in Memphis (op 4 april 1968) en tegen de tijd dat we het jaar afsluiten, hebben we ook de zeventigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Mensenrechten (10 december 1948) gevierd. Het Brussels Jazz Orchestra, dat zelf zijn vijfentwintigste verjaardag viert dit jaar, heeft die golf herinneringen zien aankomen, en pakt daarom uit met een bijzonder project voor dit jaar: We have a dream.

De titel van het programma -een nieuwe cd en een serie optredens- is een duidelijke verwijzing naar de historische toespraak van Martin Luther King in Washington, op 28 augustus 1963. Initiatiefnemers Frank Vaganée en Tutu Puoane kozen voor het nummer Why (The King of Love is Dead) om de link naar de moord op King te maken. De overige elf songs werden geselecteerd uit een longlist van meer dan twintig nummers die Frank Vaganée, artistiek directeur van het BJO, en zangeres Tutu Puoane samenstelden.

Wij benadrukken dat mensenrechten ook vandaag een strijdpunt zijn, én dat ze cruciaal blijven. De problemen zijn niet weg, en ze zijn zelfs niet zoveel veranderd.

Frank Vaganée zegt dat het de uitdrukkelijke bedoeling was om het perspectief van We have a dream op te trekken naar mensenrechten in het algemeen. ‘Elke song focust op een bepaald mensenrecht: burgerrechten, kinderrechten, vrouwenrechten, de rechten van de aarde of het milieu…’ De reden van die verbreding?

Vaganée: ‘We wilden niet blijven hangen in de periode van de moord op MLK. Als we een hele plaat gemaakt zouden hebben met muziek uit de periode van de burgerrechtenbeweging, dan zou dat te veel de indruk gegeven hebben dat die strijd een historisch gegeven is. Wij wilden met ons project benadrukken dat mensenrechten ook vandaag een strijdpunt zijn, én dat ze cruciaal blijven. De problemen zijn niet weg, en ze zijn zelfs niet zoveel veranderd.’

Toch heeft BJO voor die maatschappelijke actualisering meestal vaak geput uit het repertoire van de jaren 1960-1970, en niet uit het hedendaagse protestgenre bij uitstek, de hiphop. Vaganée: ‘Omdat dat de jaren van de protestsong, van de politieke muziek bij uitstek waren. En we zijn een groot jazzorkest, daarmee verkennen we de grenzen van het genre, maar we moeten doen waar we goed in zijn. En hiphop hoort daar niet bij. Crossovers die niet gebaseerd zijn op wederzijdse kracht, maar op wederzijdse tekorten, zijn tot mislukken gedoemd. Dat is in onze hele aanpak de basis: iedereen draagt bij vanuit zijn sterkste kant, en dat zorgt voor een beter en kwalitatiever geheel.’

Popsongs omzetten naar een jazzcompositie kan gezien worden als een muzikaal avontuur, maar ook als een politiek statement, een toe-eigening van blanke succesnummers in een eerder zwart muziekidioom

Anderzijds maakt We have a dream wel gebruik van popsongs als They dance alone of Big Yellow Taxi. Dat omzetten naar een jazzcompositie kan gezien worden als een muzikaal avontuur, maar ook als een politiek statement, een toe-eigening van blanke succesnummers in een eerder zwart muziekidioom.

Hoe ziet Tutu Puoane dat? ‘Voor mij is het op de eerste plaats een muzikale uitdaging. Je moet je een bestaande song toe-eigenen en er een eigen versie en interpretatie van maken, en dat is veel moeilijker dan een eigen compositie brengen. Dat is dan ook wat ik zo aantrekkelijk vind aan deze vorm van jazz: hij biedt je de vrijheid en de ruimte om je eigen weg te gaan met bestaand materiaal.’

Met welk nummer is dat het best gelukt? Frank Vaganée: ‘Elk arrangement is uniek qua sound en karakter, en iedereen komt er met zijn of haar kracht in aan bod, zowel de koppeling van nummer met arrangeur, als de nummers met solisten. They dance alone is misschien muzikaal het meest geslaagde nummer, met een echt muzikaal verhaal, een perfecte en volgehouden spanningsboog.’ Tutu Puoane knikt en sluit zich aan bij die onmogelijke keuze voor het meest geslaagde nummer uit het project.

Alleen Not yet Uhuru van Letta Mbulu is niet-westers, al kan je met enige ruimhartigheid They dance alone ook de Latijns-Amerikaanse inhoud als een mondiaal pluspunt rekenen. Was het niet beter geweest om de repertoirekeuze wat breder open te zetten als het over universele mensenrechten moet gaan? Tutu Puoane: ‘Voor mij is de geografische herkomst van een song nooit doorslaggevend. Als de inhoud van de songs voor heel de wereld relevant is, is het goed voor mij.’

Frank Vaganée voegt toe: ‘Elke song is gesitueerd in plaats en tijd, maar roept tegelijk op om die concrete plaatsing te overstijgen en vanuit de inhoudelijke oproep op zoek te gaan naar de relevantie hier en nu. Cherokee Louise gaat over kindermisbruik. Dat is duidelijk geen verleden. Big Yellow Taxi gaat over het recht op een gezond milieu, voor iedereen, en niet alleen voor degenen die zich het inkomticket van het bomenmuseum kunnen permitteren, nadat alle natuurlijke bossen vervangen zijn door parkings. Het nummer is geschreven door Joni Mitchell in Hawaii.’

Tutu Puoane: ‘The Killing of Georgie gaat over de moord op een homo. Je moet er geen tekening bij maken om uit te leggen dat dat onrecht nog heel actueel is op heel veel plaatsen in de wereld, inclusief in deze stad.’

 ‘We eindigen het concert met Heaven Help Us All, een boodschap van hoop en een oproep om zelf de handen uit de mouwen te steken -want dat is de enige manier om iets te doen aan al die miserie’

Uiteraard zorgt een muzikaal project niet alleen voor een verscheidenheid aan inhoudelijke klemtonen. Ook muzikaal moet het pallet volledig zijn. Frank Vaganée: ‘Four Women heeft een heel eigen behandeling gekregen, met een beperkte bezetting, om de intimiteit van Nina Simone’s song toch te respecteren. Live brengen we dat nummer tussen Not Yet Uhuru en een ander nummer waarin het orkest wel volop en helemaal meespeelt.’

Tutu Puoane: ‘Ik wou trouwens een meer beheerste, minder uptempo versie van Not Yet Uhuru, omdat de hoop en strijdbaarheid die in Mbulu’s origineel zat vandaag, zoveel jaar later, niet meer geldt. De hoop is niet bewaarheid, de verandering is niet gerealiseerd. We hebben nog altijd niet de scholing, niet het water, niet de elektriciteit, niet de woningen die beloofd waren. We hebben nog altijd niet de vrijheid die de westerse wereld als vanzelfsprekend beschouwt.’

Frank Vaganée: ‘We willen het concert ook altijd eindigen met Heaven Help Us All, een boodschap van hoop en een oproep om zelf de handen uit de mouwen te steken -want dat is de enige manier om iets te doen aan al die miserie. Op de cd is War het laatste nummer, maar live is het de opener, meteen de beuk erin.’ Wat die actie betreft: Amnesty International zet zich ook achter het We Have a Dream project. Vaganée is daar erg blij mee, want ‘het bevestigt toch dat we de juiste keuzes gemaakt hebben. Als Amnesty zijn schouders onder dit project zit, dan mogen we toch zeggen dat we maatschappelijk goed bezig zijn met We have a dream.

We have a dream, van Brussels Jazz Orchestra en Tutu Puoane is uitgebracht door Soulfactory records. Eerste concert: vrijdag 23 februari in deSingel, Antwerpen. Voor andere data, zie www.brusselsjazzorchestra.com

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur