MO* leestips voor een reis door de koloniale geschiedenis

60 jaar onafhankelijkheid van Congo: weinig te vieren, veel te lezen en te leren

© Gie Goris

Een sculptuur van Aimé Mpane voor de Belgische ambassade in Congo. Wie verwelkomt er wie, zestig jaar na de Congolese afhankelijkheid?

Begin mei publiceerden we een podcastgesprek met twee eminente Congolese Belgen: dr. Zana Etambala en Nadia Nsayi. Prompt kwamen internettrollen beweren dat de Belgische koning Leopold II Congo bevrijd had in plaats van uitgebuit, en dat het land er beter voor stond tijdens de koloniale periode dan onder de onafhankelijkheid. ‘Hallo, dit is 2020’, zou je dan willen schreeuwen. ‘Niet 1920.’

Toen we de podcast met Nadia Nsayi en Zana Etambala opnamen, stond Leopold II nog stevig op al zijn sokkels en was BlackLivesMatter nog een verhaal van vier jaar geleden. Nadia Nsayi was ook op dat moment al heel duidelijk: ‘Dekolonisatie gaat eerst en vooral over durven stilstaan bij het verleden. Het verleden recht in de ogen kijken, de werkelijke verhalen beluisteren’, zei ze.

Dochter van de dekolonisatie van Nadia Nsayi is een indrukwekkend boek waarin ze haar eigen persoonlijke geschiedenis onder ogen ziet en die verweeft met de pijnlijke geschiedenis van haar beide vaderlanden. Dat resulteert in een opvallende illustratie van de oude stelling dat het persoonlijke politiek is (en vice versa). De verschillende lijnen die België en Congo met elkaar verbinden, worden samen geweven tot een verhaal dat uitloopt in een oproep om de toekomst beter en rechtvaardiger te maken voor iedereen in Congo en voor iedereen met Congolese wortels. ‘Vervolgens zou er veel meer aandacht moeten zijn voor de toekomst’, zei ze ook al in de podcast. ‘Vandaag focussen we vooral op culturele dekolonisatie – het N-woord, Zwarte Piet, de standbeelden. Dat zijn symbolische dossiers en boeiende debatten, en symboliek is belangrijk omdat ze iets zegt over de manier waarop we naar de samenleving kijken. Maar het dekolonisatiedebat moet opengetrokken worden.. In mijn boek link ik dekolonisatie ook aan de sociaal-economische situatie van de vrij grote Congolese diaspora in België. De gemeenschap is relatief goed opgeleid, maar wordt tegelijk zwaar gediscrimineerd.’

“Dochter van de dekolonisatie” is een sterk maatschappelijk boek dat – onvoorzien, maar niet onverdiend – op het juiste moment komt

Nsayi’s boek is geen ego-document, ook als is de persoonlijke geschiedenis een ankerpunt voor het argument. Het is integendeel een sterk maatschappelijk boek dat – onvoorzien, maar niet onverdiend – op het juiste moment komt. Nadia Nsayi schrijft dan ook geen getuigenisliteratuur, maar brengt, als politicologe, een analyse van koloniale verhoudingen en hoe die doorwerken in een superdivers maar ook heel ongelijk België van vandaag. Naast academische expertise, brengt Nsayi ook de ervaring van tien jaar werken voor een Belgische ontwikkelingsorganisatie in. Als beleidsmedewerkster voor Broederlijk Delen, verantwoordelijk voor politiek werk rond Congo, kent ze zowel de kracht van het middenveld als de corruptie van het beleid in Congo. En ze weet dat de keerzijde van solidariteit al te vaak een onuitroeibaar gevoel van westerse superioriteit is. Nadia Nsayi omschrijft zichzelf als bruggenbouwer, maar ze weet dat niet iedereen nog gelooft in verbinding.

‘De goed opgeleide stemmen die je vandaag hoort, worden vaak weggezet als radicalen,’ zegt ze in de podcast, ‘maar dit zijn constructieve stemmen die volop in deze samenleving staan en zij willen de dialoog aangaan. Daarnaast is er een groep jonge mensen waarvan je zou kunnen zeggen dat ze aan het radicaliseren zijn… Als we dat gesprek nu niet voeren, vrees ik dat we over tien, vijftien jaar met een groot probleem geconfronteerd zullen worden.’ Een maand later bleek dat de dochter van de dekolonisatie heel goed wist wat er aan het broeden was. Alleen kwam de uitbarsting veel sneller, maar bleef ze wel constructief. Misschien doet iedereen er goed aan om na het lezen van dit boek de verzen uit de spiritual Mary Don’t You Weep in gedachten te houden: ‘God gave Noah the rainbow sign / No more water, the fire next time.’

Geschiedenis boven!

Veroverd. Bezet. Gekoloniseerd. Congo 1876-1914, het boek dat Mathieu Zana Etambala dit voorjaar uitbracht, is op een bewonderenswaardige manier niet-modieus. Het is (te) dik, (te) historisch en qua taal en stijl stug en compromisloos. De meeste boeken die zo omschreven worden, sterven een snelle en roemloze dood. Niet dit boek. Al voordat de BlackLivesMatter-protesten de aandacht op Leopold II vestigden, kreeg dit boek over de periode van Congo Vrijstaat de aandacht die het verdiende. 425 bladzijden lang maakt de historicus dr. Etambala duidelijk hoe gedetailleerd het leven, de uitbuiting én het verzet in vier regio’s van Congo ten tijde van Leopold II gedocumenteerd werden. Er is, met andere woorden, geen enkel excuus voor de decennialange ontkenning van de gruwel in de Belgische geschiedenisboeken.

‘Het gebrek aan historische kennis heeft wellicht zijn eerste oorsprong in het feit dat de Belgen, toen de staat Congo overnam van Leopold II, beschaamd waren over wat er onder koninklijk gezag gebeurd was in Midden-Afrika’, denkt Zana Etambala. ‘Daartegenover wilde de politiek en economische wereld bewijzen dat België wél wist hoe het moest koloniseren. Paradoxaal genoeg heeft de Belgische intelligentsia daarna het Belgische blazoen proberen oppoetsen door het regime van Leopold II toch voor te stellen als een weldaad voor Congo.’

Hoe rigoureus Etambala als historicus ook is, hij verbergt zijn woede en verontwaardiging niet over de ideologie die van Congo en de Congolezen een “primitief volk” maakte

Hoe rigoureus Etambala als historicus ook is, hij verbergt zijn woede en verontwaardiging niet over de ideologie die van Congo en de Congolezen een “primitief volk” maakte, terwijl het de bezettende en uitbuitende macht verhief tot een état civilisé die tegelijk een état civilisateur wou zijn, die zich moest ‘ontfermen over de bescherming van de inlanders en de verbetering van haar ras, en de vrijheid van verkeer en goederen alsook de religieuze vrijheid moest garanderen’, in de woorden van Albert Thys in 1905. Elke politicus, filosoof of andere opiniemaker die vandaag voorbehoud aantekent bij de BlackLivesMatter-protesten en die het boek van Zana Etambala niet gelezen heeft, moet gewantrouwd worden. Veroverd. Bezet. Gekoloniseerd levert immers net de harde historische feiten waarom zogezegd gevraagd wordt.

Nog één citaat om duidelijk te maken waarom historisch onderzoek zo essentieel is. Etambala citeert uit een artikel van de socialistische leider Emile Vandervelde (uit 1907): ‘Leopold II, de rubber- en ivoorkoning was soeverein en eigenaar van een immens domein dat enorme winsten opleverde. De middelen waarover hij beschikt laten hem toe om een betreurenswaardige invloed uit te oefenen op de Belgische pers en, als kwalijk gevolg, op de parlementaire wereld.’ De koloniale tijd is misschien voorbij, de machtsverhoudingen tussen wit en zwart, tussen kapitaal en politiek, die zijn nog heel actueel.

Dekoloniseren is geen media-format

Zana Etambala is ook een van de meer dan dertig auteurs die samen Koloniaal Congo. Een geschiedenis in vragen schreven. Dit boek, dat het voorjaar van 2020 tot een echt dekoloniseringsjaar maakt, werd samengesteld door Idesbald Goddeeris, Amandine Lauro en Guy Vantemsche. Het boek is vormelijk het tegenovergestelde van Etambala’s Veroverd. Bezet. Gekoloniseerd: het is een product van een uitgeverij die niet gelooft in de commerciële potentie van echt historisch onderzoek, maar dat onderzoek wél wil gebruiken om beter verteerbare artikels, geschreven door onderzoekers, te bundelen in een wikipedia-achtig opzet. Net die gladde format zou wel eens in de weg kunnen staan van een echte impact van een boek dat nochtans meer dan de moeite waard is.

Als een echte encyclopedie – eerder vergelijkbaar met de oude Brittanica dan de recentere Wikipedia – mikt Koloniaal Congo op het ontsluiten van veel wetenschappelijk onderzoek via in totaal 34 artikels, gebundeld rond vijf generische thema’s, waarvan alleen de “Beschavingszending” onmiddellijk herkenbaar is als een koloniaal thema. Van leerkrachten wordt vaak gezegd dat ze alleen gesneden brood tot zich nemen. Dan zou dit boek niet alleen een must-read, maar ook een will-read moeten zijn voor alle leerkrachten geschiedenis die dankzij de nieuwe eindtermen, of ondanks de dubbelzinnigheid daarover bij het beleid, hun leerlingen échte kennis over de koloniale perioden willen bijbrengen.

Koloniaal Congo laat niet alleen (Nederlands- en Franstalige) Belgen aan het woord, maar geeft ook Congolese en Belgisch-Congolese historici het woord

Een van de bijzondere redenen om van Koloniaal Congo te vertrekken in dat geschiedenisonderricht is het feit dat de samenstellers niet alleen (Nederlands- en Franstalige) Belgen aan het woord laten, maar ook Congolese en Belgisch-Congolese historici het woord geven. Het is nog geen evenwaardige dialoog, maar het is een belangrijke stap op weg naar een geschiedenis die niet langer (alleen) verteld wordt vanuit het perspectief van de toenmalige heersers. Die oefening is niet alleen belangrijk om de gebeurtenissen van een eeuw geleden beter en juister te begrijpen, ze is ook belangrijk om de maatschappelijke discussies over racisme, dekolonisatie en universele mensenrechten vandaag te voeden.

Niet toevallig schrijven de samenstellers hun uitleiding onder de titel: Van witte nostalgie naar veelkleurig debat. ‘Ergens hopen we dat dit boek kan helpen in de opbouw van een nieuwe dialoog tussen België en Congo en een taboeloze herinnering aan het gemeenschappelijke koloniale verleden’, besluiten de samenstellers. Daarmee komen ze gevaarlijk dicht bij de pleidooien om – los van historische en actuele machtsverschillen – over het verleden te debatteren. We weten van auteurs als Idesbald Goddeeris dat ze wel degelijk oog hebben voor die machtsverschillen, maar dat complexloos vooropstellen is in Vlaanderen anno 2020 blijkbaar nog altijd niet vanzelfsprekend.

Omdat dekoloniseren work in progress is, verzamelen we hieronder een serie goede boeken over en vanuit Congo. Want lezen verzacht de zeden en verscherpt het inzicht.

In het hart

De tip van Blaise Ndala

‘In Ténèbre (‘Duisternis’) vertelt de Fransman Paul Kawczak het verhaal van Pierre Claes, een Belgische meetkundige die in 1890 van zijn koning het mandaat kreeg om het immense grondgebied in kaart te brengen dat Leopold II zich in 1885 in Berlijn tot het zijne had gemaakt. Een duizelingwekkend verhaal met wonderbaarlijke romantiek, en met twee dingen die het een onmisbaar boek maken. In een tijd waarin sommige mensen de kolonisatie nog steeds ophemelen, herinnert Ténèbre ons eraan dat de prijs van die zogenaamde vooruitgang voor de Congolezen niet in verhouding staat tot de vele drama’s, die voor onherstelbare trauma’s zorgden. En het ontkennen van het bewijs, de geschiedenis ten spijt, voegt aan de oorspronkelijke tragedie een misdaad tegen de herinnering toe.

‘Het ontkennen van het bewijs, de geschiedenis ten spijt, voegt aan de oorspronkelijke tragedie een misdaad tegen de herinnering toe.’

Kawczak speelt een spiegelspel met Hart der duisternis, de legendarische roman van Joseph Conrad. Hij zet het onrecht recht dat Congolezen onder Conrads pen geleden hebben. Kawczak herstelt de menselijkheid van de “inboorlingen” door hen bij naam te noemen en door hen anders te presenteren dan door het prisma van een essentialisering, van individuen definiëren op basis van zogenaamd essentiële eigenschappen. Want dat perspectief rechtvaardigt, vanuit het standpunt van de Europeaan, de behandeling die de Afrikaanse bevolking toegemeten kreeg.

Ténèbre maakt duidelijk dat een nieuw begin mogelijk is voor de landen van wijlen Boudewijn I en Patrice Lumumba, als we de verleiding weerstaan om het verleden te herschrijven en als we de andere zien als de gelijke die hij altijd al geweest is.’

De Canadees-Congolese auteur Blaise Ndala schreef zelf twee boeiende romans: “J’irai danser sur la tombe de Senghor” en “Sans capote ni Kalachnikov”. Het eerste boek won de Ottawa Book Award for French fiction, het tweede was finalist voor de Trillium Award en de Grand prix littéraire d’Afrique noire. Hij won uiteindelijk Le Combat des livres.

Bosch in Congo

De tip van Kris Berwouts

‘Er wordt erg veel over Congo gepubliceerd, ook allerlei analyses door eminente deskundologen. Dat is allemaal waardevol. Maar ik wil hier een lans breken voor literaire fictie van jonge Congolese auteurs en kies voor Tram 83 van de 39-jarige Fiston Mwanza Mujila.

De roman speelt zich af in een niet bij naam genoemde mijnstad, die sterk aan Mwanza’s geboorteplek Lubumbashi doet denken. Tram 83 is een pulserend drinkhol-gore eettent-pick-upjoint voor tienerhoertjes waar would-be toneelacteur Lucien en zijn op het slechte pad geraakte jeugdvriend Requiem elkaar ontmoeten. Ze maken er plannen. Ze overschouwen de chaotische microkosmos en het bonte palet pechvogels of gelukszoekers dat er aanspoelde.

‘Het boek overrompelt je als een reis naar het Congo buiten de betreden paden van de betere wijken.’

Een exuberante maar duistere roman, waarvan het ritme en de structuur doen denken aan jazz, en de wereld die hij neerzet aan Jeroen Bosch. Het boek leest niet vlotjes weg en leidt evenmin tot eenduidige conclusies, maar overrompelt je als een reis naar het Congo buiten de betreden paden van de betere wijken. Geen enkele analyse doet dat.’

Kris Berwouts schreef zelf het onmisbare “Congo’s gewelddadige vrede” (uitgegeven door EPO). Daarin vertelt hij de complexe en turbulente geschiedenis van de Democratische Republiek Congo van de periode 1996-2002, toen Congo het slagveld werd van de Eerste Afrikaanse Wereldoorlog, tot de aanloop naar de jongste presidentsverkiezingen. ‘Dit boek is een must voor iedereen die echt in het land geïnteresseerd is’, schreef David Van Reybrouck.

Epidemie in de vrijstaat

De tip van Mathieu Zana Etambala

‘In De Standaard van 20 april verscheen een verhaal van Marc Reynebeau over de geschiedenis van de Spaanse griep, begin 20ste eeuw. Naar aanleiding daarvan besloot ik de cursus voor mijn studenten in Leuven en Kortrijk wat aan te passen. Ik heb om die reden een college gegeven over de geschiedenis van de Europese kolonisatie en de gezondheidssituatie in Congo-Vrijstaat. Mijn leestip: Médecine et Hygiëne en Afrique Centrale de 1885 à nos jours.

Er was in die periode natuurlijk nog geen sprake van corona. Maar vanaf het einde van de 19de tot het begin van de 20ste eeuw werd Centraal-Afrika geteisterd door een epidemie van de slaapziekte. De tseetseevlieg decimeerde toen hele dorpen. De vlugge verspreiding van de slaapziekte was te wijten aan de kolonisering, die een geweldige mobiliteit had teweeggebracht. Vooral langs de talrijke waterwegen, dat waren de spoorwegen van die tijd. De veelvuldige verplaatsingen van soldaten van de Weermacht en van handelaars waren mee de oorzaak.

‘Omdat de Congolezen de slaapziekte nog nooit hadden meegemaakt, noemden ze het de ziekte die de blanken over hen hadden gegooid.’

Omdat de Congolezen die ziekte nog nooit hadden meegemaakt, noemden zij het de ziekte die de blanken over hen hadden gegooid. Er was geen nkisi, geen geest of object, tegen opgewassen. En op het blanke geneesmiddel Atoxyl heeft men heel lang moeten wachten. Het was dan ook nog zeer duur, zodat alleen de zwarte medewerkers van de blanken als eersten werden geholpen. De anderen werden ondergebracht in lazaretten, veldhospitalen.

Er zijn in het begin van de 20ste eeuw diverse geneeskundige expedities gestuurd naar Centraal-Afrika. Blanken werden zelden getroffen door deze ziekte. Maar het was de eerste keer in de koloniale geschiedenis dat inspanningen werden geleverd om een ziekte te onderzoeken die hoofdzakelijk zwarten trof. Tot dan toe was men in Europa alleen geïnteresseerd in wat men vanaf de 16de eeuw de ziekten van de emigranten noemde — het is te zeggen, tropische ziekten die in de kolonies veel blanke slachtoffers maakten.’

Mathieu Zana Etambala is historicus. Hij publiceerde dit voorjaar het monumentale “Veroverd. Bezet. Gekoloniseerd. Congo 1876-1914” (uitgegeven door Sterck & De Vreese). Op 460 bladzijden documenteert hij de manier waarop de Congo-Vrijstaat van Leopold II tot stand kwam, functioneerde en faalde. Het boek imponeert door de vele gedetailleerde beschrijvingen en de zakelijke toon, die het geweld nog harder doet overkomen. Geen moreel pleidooi, maar een objectieve studie.

Belgische plaatsen met een Congolees verhaal

De tip van Nadia Nsayi

‘De Brusselse auteur Lucas Catherine wordt wel eens “historicus van vergeten zaken” genoemd. Die naam is zeker ook toepasselijk op zijn Congoboeken. De voorbije jaren las ik Loopgraven in Afrika (1914-1918), De vergeten oorlog van de Congolezen tegen de Duitsers (2013) en Kongo. Een voorgeschiedenis (2017). Telkens besteedt Catherine aandacht aan vergeten of verborgen aspecten van de koloniale geschiedenis van België en Congo. Dit doet hij ook met zijn laatste boek: Het dekoloniseringsparcours. Wandelen langs Kongolees erfgoed in België.

‘Het is een aanrader om je zomervakantie met Catherines boek in de hand Belgische steden op vernieuwende manier te verkennen.’

De kans is groot dat velen door de coronacrisis hun zomervakantie in België zullen doorbrengen. In dat geval is het een aanrader om met Catherines boek in de hand de hoofdstad en andere steden in België op een vernieuwende manier te verkennen. Wandelen langs straten, monumenten en standbeelden met een “Congolees verhaal” herinnert aan die mensen en bedrijven met een rol in de Belgische kolonisatie in Midden-Afrika.’

Politicologe Nadia Nsayi publiceerde zelf begin mei Dochter van de dekolonisatie. Dit “familieverhaal” is tegelijk ook een politieke analyse van de relatie tussen België en Congo én een doorlichting van de houding van de Belgische publieke opinie tegenover Congo en Congolezen.

Nasayi werkte tien jaar als Congo-experte voor Broederlijk Delen en Pax Christi en bouwt haar verhaal dan ook op veel meer dan persoonlijke ervaring. Het weerspiegelt de ervaringen van Congolese middenveldorganisaties en van de Belgisch-Congolose diaspora. Een urgent boek om het dekolonisatiedebat stevigere grond onder de voeten te geven.

De tip van Thembo Kash

‘Om het heden en het verleden van Congo beter te begrijpen, is het werk van collega-striptekenaar Barly Baruti erg verhelderende lectuur. Mevrouw Livingstone voert je naar het Afrikaanse front tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een luitenant bij het Belgische leger, Gaston Mercier, wordt naar Albertville (vandaag Kalemie, red.) gestuurd. Hij sluit er vriendschap met een man die door iedereen Mevrouw Livingstone wordt genoemd. De vele gesprekken met de man doen hem twijfelen over de Europese aanwezigheid in de regio en de hele zin van de kolonisatie.’

Thembo Kash is een Congolese striptekenaar en cartoonist. Zijn eigen werk “Mbote Kinshasa” (2016, scenarist Sébastien Maître) is heerlijk. Om het album in zijn eigen woorden samen te vatten: ‘Het is een fresco van het dagelijkse leven van miljoenen Congolezen die zich beroepen op het fictieve article 15 (il faut se débrouiller) om te overleven in de megalopool.’

Anders kijken naar Kinshasa

De tip van Elien Spillebeen

‘De roman Congolese wiskunde toont het leven in de miljoenenstad Kinshasa door de ogen van wiskundewonder Célio Matemona, een jongen die zijn complexe bestaan graag in verhelderende wiskunderegels giet. Als jonge wees was het lezen van één zin in een oud wiskundeboek van zijn vader een openbaring: “Een lichaam dat wordt ondergedompeld in een vloeistof ondergaat een opwaartse druk die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof”.

Sindsdien houden de mensen in zijn omgeving, de stad die zijn thuis is, eindelijk steek. “Dat twee piramides, of ze nu recht zijn of schuin, identiek zijn als hun basis en hun hoogte hetzelfde zijn”, die kennis helpt Célio voorbij de uiterlijke schijn te kijken. Wie de hoofdstad van Congo beter wil leren kennen, moet anders leren kijken. Dat leert deze eigenwijze roman van In Koli Jean Bofane.’

Elien Spillebeen is MO*journaliste en specialiseert zich in Sub-Saharaans Afrika.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Onzichtbare stad

De tip van Gie Goris

‘Uiteraard moet iedereen Congo. Een geschiedenis van David Van Reybrouck (2010) lezen. Niet omdat het de ultieme geschiedenis is van een land, maar omdat het een meeslepende geschiedenis is van dat ene land dat vandaag de Democratische Republiek Congo heet. Het boek staat in elke Vlaamse boekenkast. Lees het, dus.

Als ik één onbekend maar onvoorstelbaar goed boek over of uit de DRC mag aanprijzen, dan Kinshasa. Tales of the Invisible City van Filip De Boeck en met foto’s van Marie-Françoise Plissart. De antropologie van Filip De Boeck in dit boek (en in de documentaire Cemetary State) is hedendaags en grootstedelijk. Dat heeft mij helemaal verzoend met wat ooit een zelfingenomen blanke wetenschap was, maar wat in de handen van De Boeck vragen stelt die anders verborgen blijven onder de dominante sociaal-culturele analyse of onder een discours dat even academisch en dus onvermijdelijk ook elitair en dekoloniaal is.

‘In de onzichtbare stad gaat De Boeck op zoek naar alles wat door gevestigde machten en wetenschappen genegeerd of afgewezen wordt.’

De onzichtbare stad van De Boeck is het Kinshasa waarin hij op zoek gaat naar wat de gewone inwoner beweegt, welke waardesystemen belangrijk zijn, welke inhoud symbolen en dagelijkse activiteiten krijgen. Naar alles wat door gevestigde machten en wetenschappen genegeerd of afgewezen wordt. Waarschuwing: eenmaal je in deze spiegel gekeken hebt, kan je ook nooit meer naar de eigen samenleving kijken met de vanzelfsprekendheid van de gemiddelde betweter op Twitter.’

Gie Goris is hoofdredacteur van MO*.

Ténèbre door Paul Kawczak is uitgegeven door La Peuplade, 2020. 304 blz.
Sans capote ni kalachnikov door Blaise Ndala is uitgegeven door Mémoire d’Encrier en als e-book, 2017. 239 blz.
Tram 83 door Fiston Mwanza Mujila is uitgegeven door De Bezige Bij. 224 blz.
Congo’s gewelddadige vrede door Kris Berwouts is uitgegeven door EPO, 2017. 252 blz.
Médecine et Hygiëne en Afrique Centrale de 1885 à nos jour door Janssens PG, Kivits M, Vuylsteke J., uitgegeven door de Koning
Boudewijn Stichting, Brussel, 1992.

Veroverd. Bezet. Gekoloniseerd. Congo 1876-1947 door Mathieu Zana Etambala is uitgegeven door Sterck & De Vreese, 2020. 463 blz.

Wandelen langs Kongolees erfgoed door Lucas Catherine is uitgegeven door EPO, 2019, 252 p.
Dochter van de dekolonisatie door Nadia Nsayi is uitgegeven door EPO, 2020. 220 blz.
Mevrouw Livingstone van Barly Baruti is uitgegeven door Editions Glénat, 2014. 128 blz.
Congolese wiskunde door In Koli Jean Bofane is uitgegeven door De Geus, 2011. 317 blz.
Kinshasa. Tales of the Invisible City van Filip De Boeck en Marie-Françoise Plissart is uitgegeven door Ludion. 285 blz.

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur